Dinsdag 15/10/2019

Bal der debutanten

An Mertens, Peter Minten, Carmien Michels en Kris Van Steenberge, goed voor vier Vlaamse debuten in één klap. De balans is wisselvallig, maar de conclusie ondubbelzinnig: uitgeverijen moeten de lat hoger leggen voor ze een nieuwe auteur het vrije veld in sturen.

Brussels patchwork

De Brusselse metropool als proeftuin voor alternatieve samenlevingsvormen: dat is het leitmotief vanTot later, de debuutroman van An Mertens. Een vijftal personages beweegt zich aarzelend door het decor van de grootstad. Regelmatig zoeken ze soelaas in café Jupiter op het Ninoofseplein. Het zijn ietwat onhandige wereldverbeteraars en dromers, die in hun privéleven vaak tegen hun eigen limieten aanlopen. Geleidelijk laat Mertens hun bestaan in elkaar grijpen. De Britse EU-ambtenaar John, die zichzelf erin luist door op zijn werk aan computeractivisme te doen, en Alejo, de softwareprogrammeur met de latinokrullen, raken met elkaar bevriend. Liena krijgt dan weer iets met John, zij laboreert aan een strip. Vriendin Nikki probeert intussen haar polygame minnaar Z aan zich te binden én wil per se haar kinderwens vervullen, waarover ze in dagboekvorm verslag doet. "Liefde hoort schoonheid te zijn, maar in haar ogen lijkt het een uitputtingsslag", staat er ergens. En dat geldt voor méérdere personages. Dan is er ook nog de Zevenkoppige Draak én de immer attente kat Jean-Elle, die op zijn Murakami's door het boek trippelt. Samen doen ze aan digitaal activisme in het Commy T, een gezelschap dat op kruissnelheid komt wanneer het de alomtegenwoordige Brusselse projectontwikkelaars probeert te counteren.

Mertens, zelf actief bij de Zinneke Parade en momenteel werkzaam bij kunstenwerkplaats Constant, lijkt in dit boek de balans op te maken van jaren undergroundcultuur en Brussels engagement. Dat leidt tot een aantal indringende snapshots. Ze portretteert de zoekende jongeren met veel vuur én zacht sudderende hoop. Alternerend krijgen die een nerveuzig idioom in de mond gelegd. En daar wringt het schoentje. In de hoofdstukken waarin John bijvoorbeeld aan het woord komt, zijn alle zinnen door elkaar gehusseld, alsof Mertens boudweg op de Google Translateknop heeft gedrukt. Een flauwe vondst. Mertens wil natuurlijk het anarchisme van het Brusselse stadsweefsel demonstreren, maar gebruikt daarbij nogal uitgekauwde procedés. Bovendien wordt dit documentaire patchwork op geen enkel moment een volwaardige roman. Vergeefs wacht je op een wending die alles in een nieuw perspectief plaatst. Gaandeweg stapelen de slordige, ongepolijste zinnen en stroeve formuleringen zich op, alsof de eindredactie dit boek uiteindelijk aan zijn lot overliet. "Een moeras, dat is het drijfzand van de fictie waarin ik op een dag nog zal stikken", bedenkt Liena, de striptekenares. Een reëel gevaar voor de lezer vanTot later.

An Mertens,Tot later,De Bezige Bij Antwerpen, 379 p., 22,50 euro.

Personages in een soort niemandsland die het opgeven om het geluk na te jagen. Want dat blijkt een loze hersenschim. Dat is het menu van Peter Minten inHet aarzelen van de tijd, veertien korte verhalen waaruit een niet al te vrolijk wereldbeeld opdoemt en levens voortdurend langs elkaar heen scheren.

De 51-jarige Minten, voordien werkzaam bij Amnesty International en het Kinderrechtencommissariaat, zette een paar jaar geleden alles on hold om zijn schrijversdroom na te jagen. Hij publiceerde vervolgens een aantal short story's in bescheiden literaire tijdschriften. Minten toont zich inHet aarzelen van de tijdeen discipel van de uitgebeende stijl van Raymond Carver. Maar dat moet je met een korrel zout nemen. Stilistisch rammelen de verhalen aan alle kanten én beklijven ze te zelden. Zinnen als 'Haar nachtkleed krijst', 'Haar ogen hadden een vreemde blik' en 'In zijn broek zwelt de bobbel' kunnen het vertrouwen in Minten als schrijver niet verhogen.

Opener 'Stadspark' is bijvoorbeeld bedroevend zwak. Een man bestelt een pak frieten aan een nachtelijk kraam nabij een stadspark, terwijl zijn vriendin het op haar heupen krijgt. In het hotel sjorren ze zich uiteindelijk vast aan de balkonreling. Het slaat werkelijk nergens op. Gebrekkige communicatie en wrevel tussen koppels is trouwens wel vaker een thema bij Minten, zoals in 'De man aan de deur' ("Wat moet ik met een man die me niet in de ogen durft te kijken?") of 'Hoogland'. Ook tussen vader en dochter heerst onbegrip tijdens een exotische reis, zoals in het nogal getelefoneerde 'Reisgenoten'. Het verhaal 'De muur' - en het opdringerige krasgeluid - lijkt dan weer weggelopen uit de romanKras(2001) van Peter Terrin.

De vreemdheid van het alledaagse: ook dat wil Minten blootleggen. Maar als het moet zoals in het verhaal 'Veilige seks' laten we de beker liever aan ons voorbijgaan. Daar speelt een plastic zak met een onwelriekend luchtje een cruciale rol. Van de pot gerukt én ongewild om bij te gieren. Slechts af en toe overtuigt Minten met een gaaf verhaal, waarin de suggestiviteit het pleit wint, zonder stilistische uitglijders. Zoals 'Een dag zonder nieuws' (met een subtiele overspelscène) en 'Gele lis' (over de attractiviteit van een buurvrouw). Te schamel om van een opwindende leeservaring te spreken.

Peter Minten, Het aarzelen van de tijd,De Geus, 122 p., 14,90 euro.

"Een absoluut droomdebuut", zo prijkt op de achterflap van Carmien Michels'We zijn water. Plus een quote van Thomas Blondeau. Vrijwel elke startende auteur krijgt tegenwoordig zijn portie lovende blurb mee om de lezer over de streep te trekken (zo verzamelde Minten steun van Annelies Verbeke, Van Steenberge van Erik Vlaminck en An Mertens van Koen Peeters). Is de buzz rond Michels terecht?

Eerder liet de 23-jarige Michels zich opmerken als bekroonde Poetry Slammer, met een groot taalvermogen. Nu opteert ze voor een caleidoscopische, gefragmenteerde roman. Net als An Mertens laat ze afwisselend een aantal personages aan het woord en gaan hun levens interfereren. Van jong tot oud. Het tienermeisje Elena fantaseert over kussen met flamboyante buurvrouw Sue Firidolfi én over haar ideale man, maar loopt in zeven sloten tegelijk. Woorden wekken weerzin op bij Maddy, die haar echtgenoot ombracht en na een verblijf in de gevangenis zwijgend door het leven gaat. "Woordeloos is alles veel mooier, gemakkelijker en veiliger." De lesbische Clara is ook in de ban van Sue (die in zekere zin de middelpuntvliedende kracht van de roman is) maar slaagt er niet in met haar samen te leven. De negentigjarige Fabrizio ontdekt een verborgen kleindochter (Sue, jawel). Rolf gelooft dat er een apocalyps op til is en bouwt een ark om de zondvloed te trotseren. En dan is er nog caféuitbaatster Joseeke, die zichzelf een 'verlepte pruim' noemt én Max, die zijn zusje Elena schaduwt.

Veel levens waarin je je moet verdiepen en ze zijn niet allemaal even boeiend. Toch weet Michels ze accuraat op te tekenen en behoudt de roman een aangenaam ritme. Michels slaagt er veel beter in dan An Mertens om haar boek tot een samenhangend geheel om te smeden.

Ze verdient met dit debuut dan ook het obligate predikaat 'veelbelovend'. Maar tegelijk zijn haar tranches de vie te vrijblijvend en blijf je op je honger zitten, alsof je soms een jeugdboek leest. Haar stijl is hooguit functioneel, een opeenstapeling van korte zinnetjes en snedige dialogen, geheel conform het modieuze proza van tegenwoordig. Te zelden glinstert en flonkert de taal.

Carmien Michels, We zijn water, De Bezige Bij Antwerpen, 189 p., 19,99 euro.

Een tsunami van Eerste Wereldoorlogdocumentaires en -verhalen ligt klaar om ons te overspoelen. De herdenking van 'De Groote Oorlog' brengt ook in de literatuur de pennen in verhoogde staat van paraatheid, al is 1914-1918 natuurlijk al langer een onuitputtelijke inspiratiebron. Stefan Hertmans bewijst het met zijn groots opgezetteOorlog en terpentijn, Erwin Mortier deed het metGodenslaap(en binnenkort metDe spiegelingen).

Bijna op kousenvoeten verscheen begin september een debuutroman met alweer WO Ials uitverkoren setting. Al kun je het evengoed een dorpsroman noemen, genre dat tegenwoordig een eigenaardige heropleving kent. De Lierse onderwijzer Kris Van Steenberge putte voorWoestenuit de verhalen van zijn grootvader. Decor is het piepkleine Woesten in de Westhoek, waar het wapengekletter ooit in alle hevigheid woedde. Verwoesting en verminking zijn de stuwende krachten van het verhaal, dat ook een thrillerelement bevat.

Elisabeth, de slimme dochter van de smid, gaat een huwelijk aan met de jonge Brusselse dokter Guillaume Duponselle, van wie ze hoopt dat hij haar venster op de wereld wordt. Want ze wil per se uit de kluisters van het dorp breken. Is de Duitse immigrant meneer Funke ook al niet de voeder van haar poëtische gevoeligheid? Wanneer ze acht maanden later een tweeling ter wereld brengt, is de eerstgeborene de knappe Valentijn, maar de tweede een gruwelijk mismaakte boreling. Vader Guillaume - die een afkeer heeft van 'lichamelijke fouten' - weigert hem een naam te geven. Zijn huiveringwekkende verschijning zorgt ervoor dat Nameloos zich gesluierd door het dorp moet bewegen. De nochtans schrandere jongen veroorzaakt ongewild fricties tussen Elisabeth en haar man Guillaume. Zij neemt loyaal haar beide zonen onder de vleugels, Guillaume negeert Nameloos. De moord op Elisabeth brengt nogal wat mogelijke daders in het vizier. Wanneer WO I invalt, slaat de fysieke verminking nog onverbiddelijker om zich heen. Tegelijk lijkt het slagveld een soort vluchtroute.

Van Steenberge serveert op voortreffelijke wijze een vrij traditioneel verhaal. Hij doet dat in een taal zonder tierelantijnen, maar met goed getimede perspectiefwisselingen en een strakke cadans. Je proeft dat hier lang aan geschaafd is zonder dat het tot steriliteit leidt. Bij momenten is dit boek zelfs een pageturner. Een dorpsroman? Jazeker, maar mét net dat tikje meer dat hem moeiteloos uit de Vlaamse klei trekt. Iets nieuws onder de zon? Nee, dat niet.

Kris Van Steenberge,Woesten,Vrijdag, 382 p., 19,95 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234