Woensdag 03/03/2021

Bakermat van de art nouveau pakt uit met uniek zomeraanbod

Onze eerste halte in de Lorrainestreek is Vic-sur-Seille, een onbenullig dorpje op dertig minuten rijden van Nancy. Het is een zonnige middag en er is nergens een mens te bespeuren. Nochtans staat al vanaf 50 kilometer met fluogele pijlen aangegeven ‘Exposition Emile Gallé à Vic-sur-Seille’. De expo is opgezet in een museum op de Place Jeanne d’Arc, het centrale dorpsplein waar men nog gratis kan parkeren (van antiek gesproken). Om de grote massa in stijl te kunnen ontvangen, werd een extra tent buiten het Musée Départemental Georges de la Tour opgetrokken. Voorlopig ben ik de enige bezoeker, “maar we verwachten een grote toestroom tijdens de zomermaanden”, verzekert gids Delphine me. Het glas- en keramiekwerk van Emile Gallé (1846-1904) wordt in dit boerengat tentoongesteld omdat we hier ongeveer midden tussen Nancy en Meisenthal zitten. In Nancy woonde en werkte Gallé, in Meisenthal leerde hij het glasblazen en ging hij opleidingen volgen over nieuwe technieken. Gallé was eind 19de eeuw één van de pioniers van de art-nouveaubeweging, een kunstvorm die het enthousiasme voor een nieuwe eeuw symboliseerde, een passie voor de natuur én voor samenhorigheid. Want volgens de art-nouveaudesigners moest álles in het interieur op elkaar afgestemd worden: de architectuur, het meubilair, het servies en het glaswerk. Een groot verschil met de huidige interieurtrends, waar het eclectisch bij mekaar brengen van verschillende stijlen the way to go is. Art nouveau was een hoofdzakelijk Europese kunstvorm, bekend als Jugendstil in Duitsland en Liberty style (naar het Londense grootwarenhuis) in de UK.

“Gallé was een botanicus met een grote interesse voor Japanse flora”, legt Delphine uit terwijl we het keramiekwerk op de benedenverdieping verkennen. Keramiek en houtbewerking waren meer Gallés hobby, een tijdverdrijf naast zijn voltijdse job als glaskunstenaar. “Maar wat hem onderscheidt van andere art-nouveau-artiesten, is zijn politiek engagement”, zegt Delphine terwijl ze me een faienceschaal toont waarop de kathedraal van Straatsburg staat afgebeeld. Voor die kathedraal schreef Gallé tussen enkele bloemen ‘Ne m’oubliez pas’ en ‘Vergiss mein nicht’, een duidelijke aanklacht tegen de annexatie van Straatsburg door de Duitsers. Maar het is het glaswerk, tentoongesteld op de bovenverdieping, dat Gallé wereldberoemd maakte. Gallé kon met een fotografische precisie tekeningen van planten en dieren overbrengen op glas. De stukken staan in Vic-sur-Seille gerangschikt per soort: van libellen en orchideeën over waterplanten tot distels. Op de wereldtentoonstelling in Parijs in 1878 werd de kunstenaar gebombardeerd tot supertalent waarna hij in 1901 de ‘Ecole de Nancy’ oprichtte, een artistieke vereniging die dertien jaar later alweer werd opgedoekt. Want hoewel zowat iedereen zich iets bij art nouveau kan voorstellen, was deze kunstvorm van relatief korte duur. Voor deze expo brachten meer dan 16 verschillende musea zo’n 150 stukken van Gallé samen. “De kans dat dit de volgende tien of zelfs twintig jaar nog eens wordt verwezenlijkt, zo’n compleet overzicht van Emile Gallés werk, is heel miniem”, aldus Delphine.

Twee uur vazen kijken en een half uur rijden later, arriveren we in Nancy, de stad die met Metz strijdt als culturele hoofdstad van de Lorraine. Wat het centrale stadsplein betreft, wint Nancy het in elk geval van de meeste Europese steden. De net gerenoveerde Place Stanislas, genoemd naar de 18de-eeuwse Poolse hertog, is letterlijk oogverblindend. De witte stenen tegels en rijkelijk versierde gouden bogen op elke hoek, maken het bij fel zonlicht moeilijk om naar de overkant van het plein te kijken. Aan de ‘Place Stan’ ligt de toeristische dienst van Nancy, de boulevard die naar het ruime Pépinière-park leidt, het viersterrenhotel Grand Hotel de la Reine en het Musée des Beaux-Arts, waar de volledige kelder gewijd is aan het glaswerk van de gebroeders Daum. Naast de indrukwekkende ruimte overvalt me in dit museum vooral een gevoel van déjà vu. Kleurrijke vazen met libellen, bloemen, kevers,... Wist Emile Gallé eigenlijk wel dat hij schaamteloos gekopieerd werd? “Dit heeft niks met kopiëren te maken”, legt Florence Dossmann van het Centre Touristique uit. “Antonin Daum was als kunstenaar enorm geïnspireerd door Gallé. Daum werd ietwat gedwongen mee te stappen in de glasfabriek van zijn broer Auguste en vond in Gallés werk een creatieve aanpak die hem wel aanstond.” Antonin Daum experimenteerde in die tijd ook naar hartenlust met het gloednieuwe fenomeen dat ‘elektriciteit’ heette. Daum combineerde elektriciteit met zijn kleurrijke vazen et voilà: een eerste lampencollectie zag het licht. De Daum-lampen van rond 1900 zijn nu nog enorm begeerde antiekstukken. Elektriciteit is trouwens niet de enige troef die Daum kan uitspelen tegenover Gallé. De Daum-familie slaagt erin haar ontwerpen mee te laten evolueren met de tijdsgeest. Resultaat: het imperium van Gallé stort in na diens dood in 1904, het merk Daum daarentegen staat nu nog overeind en werkt samen met heel wat hedendaagse ontwerpers.

In Nancy is art nouveau overal. In het filiaal van Crédit Agricole bijvoorbeeld, een pronkstuk van architect Eugène Vallin, of de Fnac in een geklasseerd pand van architect Le Bourgeois. Zelfs McDonald’s mag hamburgers bakken in het voormalig luxueuze kledinghuis Vaxelaire. Taxichauffeurs in Nancy kennen de mooiste art-nouveauhuizen van de stad en rijden je met plezier rond terwijl ze een cd afspelen met alle geschiedkundige informatie over de panden. De tour eindigt bij het toppunt van art nouveau in Nancy: de Villa Majorelle, het enige privé-huis in authentieke art-nouveaustijl dat publiek toegankelijk is. Nu ja, in de weekends dan toch, want de villa is voor een stuk ingepalmd door architectenbureaus en gemeentelijke diensten. Louis Majorelle (1859-1926) wordt beschouwd als één van de meest toonaangevende meubelmakers uit het art-nouveautijdperk. Majorelle had een goeddraaiende fabriek waar aan de lopende band krullerige tafels en door de natuur geïnspireerde kasten werden gemaakt. Toen hij in 1901 besliste een huis te laten bouwen vlak bij die fabrieken, kon dat niet anders dan een hommage aan de art nouveau worden. Majorelle nam met zijn huis een behoorlijk risico, hij ging immers in zee met de 20-jarige Parijse architect Henri Sauvage. Een jong talent dat nog nooit eerder iets had gebouwd. Maar wat voor een visitekaartje leverde hij samen met Majorelle af. Een huis waarin elke kamer een thema kreeg, van tarwe over distels tot oosterse motieven. De muren, de kasten, het bestek en de vazen: alles op mekaar afgestemd in die typische, krullerige stijl. De Villa Majorelle is een binnentuin avant la lettre. De weelderige planten die Majorelle rondom had aangeplant, liet hij gewoon doorlopen in het huis en alle decoratie. Hier en daar is er een ruimte onbenut, maar dat is alleen maar zo omdat er in de binnenstad een tentoonstelling loopt over Majorelle. Roselyne Bouvier, professor kunstgeschiedenis en Majorelle-specialiste, vond het belangrijk om het werk van haar idool eens op een rijtje te zetten. “Majorelle was eigenlijk de Philippe Starck van de art nouveau”, aldus Bouvier. “Hij noemde zichzelf ook een ‘industriel d’art’, hij was immers diegene die art-nouveaumeubelstukken in serie ging produceren. Hij deinsde er niet voor terug om goedkopere versies in grote oplage te maken, in tegenstelling tot de unieke stukken waar zijn tijdgenoten mee dweepten.”

Wie een art-nouveaudag in Nancy passend wil afsluiten, moet absoluut gaan dineren in de Brasserie Excelsior. Dit indrukwekkende pand werd in 1911 bij wijze van showroom opgetrokken in samenwerking met de Ecole de Nancy. Het is dan ook de ideale plek om de dag nog eens rustig te overlopen. Het meubilair van Louis Majorelle en de lampen van Daum zijn makkelijk te herkennen, maar ontdek hier zeker ook de glasramen van Jacques Grüber en het mozaïekwerk van Jean Prouvé. Want die Ecole de Nancy had meer dan drie talentvolle leden. Specialiteit bij Excelsior zijn de oesters, die je zelfs in de inkomhal kan komen afhalen. Mag het allemaal iets kleinschaliger (en wat zwaarder), zak dan af naar de Grande Rue voor een etentje bij Chez Tanesy. Chef Patrick Tanesy trok vier jaar geleden weg uit ‘La Rue Gourmande’, zoals de Rue des Maréchaux wordt genoemd. In die straat wisselt de ene bistro met de andere af en staan er vaak exact dezelfde menu’s op het uithangbord. Niet naar de zin van Tanesy en hij heropende zijn zaak in een 16de-eeuws Italiaans huis. De struis gebouwde chef serveert heerlijke stoofpotjes met foie gras, flinke stukken vlees en de smeuïgste meringue. Op weg naar de toiletten wordt duidelijk dat verhuizen ook zo zijn nadelen heeft. Het open keukentje waar Tanesy de plak zwaait is zelfs kleiner dan het damestoilet. Vandaar dat de chef het probeert te stellen met slechts één medewerker in de keuken. Na drie gangen bij Tanesy zoeken we de nachtrust op in b&b Maison de Myon, waar eigenares Martine Quenot nog naarstig de keuken aan het opruimen is. Quenot baat niet alleen deze Maison d’hôte uit, ze verzorgt ook bruiloftsfeesten in haar achterschuur, ze geeft cursussen om de perfecte quiche Lorraine te maken, ze is voorzitter van de plaatselijke wijngilde en moeder van drie. Sinds ze haar man verloor, nu bijna elf jaar geleden, werkt ze dag en nacht om de droom die ze samen hadden, een b&b openen, waar te maken. De kamers in het oude huis wist Martine met smaak te renoveren en haar zitkamer beneden bezaaide ze met echte Picasso’s en Dalí’s. Als compensatie voor een overload aan art-nouveau-tierlantijntjes werkt dat bijzonder rustgevend. Wanneer de laatste gasten zijn gaan slapen, laat Martine me nog haar favoriete brie-kaas proeven. “Ik wil mijn gasten bieden wat ik zelf heel lekker vind.” Ze lacht en verdwijnt even richting wijnkelder. Maar in plaats van terug te keren met een plaatselijke cuvée, legt Quenot een grote, zwarte map op tafel. Het ding is duidelijk heel oud maar de schetsen binnenin zijn nog in perfecte staat. Op het lederen kaft staat er in gouden letters sierlijk E.G. gegraveerd. “Emile Gallé”, fluistert ze en lacht hartelijk om mijn verbaasd gezicht. “Ja, ik weet het. Ik zou dit boek eigenlijk naar het museum moeten brengen, maar ik kan er zo moeilijk afscheid van nemen. Mijn vader heeft de map als antiekhandelaar ooit op de kop getikt en ik ben eraan verknocht.” Al bladerend ontdek ik zo, nog net voor de dag om is, een goed verborgen art-nouveauschat in Nancy.

www.tourisme-lorraine.fr

www.ot-nancy.fr

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234