Maandag 14/10/2019

Baker & McKenzie

Baker & McKenzie is 's werelds grootste advocatenimperium, zo blijkt uit de nieuwste jaarresultaten. Opgericht door een boerenzoon staat het kantoor vandaag symbool voor de internationale zakelijke megadeals. Met IMF-topvrouw Christine Lagarde heeft het een bekende alumnus. Het kantoor was ook inspiratiebron voor de film Philadelphia, waarbij Tom Hanks de rol van aids-advocaat magistraal neerzette.

Met ruim 2,54 miljard dollar (1,9 miljard euro) aan inkomsten in 2013 slaagt Baker & McKenzie in zijn opzet. Het internationale advocatenkantoor mag zich voortaan het grootste ter wereld noemen, en stoot daarmee DLA Piper van de troon. Dat blijkt uit de jaarrekening die de kantoren zonet neerlegden. Baker & McKenzie profiteerde van de financiële crisis, en had de handen vol met allerlei bankencontracten. Waardoor ze net ietsje beter presteerden dan de rivalen.

In een hypercompetitieve wereld van zakenglamour en megadeals is de grootste zijn niet te versmaden. Het zorgt voor de nodige financiële bandbreedte, internationale expertise en de nodige buzz. Reken dus maar dat de ruim 4.245 advocaten wereldwijd een glaasje hebben gedronken op het resultaat.

En zeggen dat het allemaal zo bescheiden begon. Wanneer Russel Baker in 1901 wordt geboren in een Texaanse boerenfamilie, doet niks vermoeden dat hij de grondlegger zal worden van 's werelds machtigste advocatenimperium. Op 19-jarige leeftijd start hij zijn rechtenopleiding aan de universiteit van Chicago. Om het collegegeld te kunnen betalen rijdt hij rond met veewagens, en klust hij zelfs bij als bokser op kermissen.

In 1925 opent hij met een schoolvriend een bescheiden kantoor, Baker & Simpson. Gespecialiseerd in immigratie en aansprakelijkheidsrecht. Het kantoor krijgt dankzij het farmaceutische bedrijf Abbott Laboratories een boost. Het farmabedrijf wil internationaal doorbreken, en doet een beroep op Baker om de zakelijke praktijken te regelen. Abbott Laboratories, inmiddels een multinational, is tot vandaag nog klant.

Toch zal het een toevallige ontmoeting zijn die Russel Bakers professionele leven pas echt overhoop haalt.

Op een regenachtige avond in 1948 deelt hij op weg naar huis een taxi met ene John McKenzie, een confrater uit Chicago. Beide mannen raken aan de praat en Baker beschrijft hem zijn droom om een internationaal advocatenkantoor uit te bouwen. McKenzie is gecharmeerd en ze besluiten hun krachten te bundelen. Amper een jaar later is Baker & McKenzie een feit.

McDonald's

De internationale focus is een doel op zich. Globalisering avant la lettre. Latijns-Amerika is de eerste hub, maar andere contreien volgen snel. Wanneer het IJzeren Gordijn valt in 1989, is het advocatenkantoor een van de eerste bedrijven die in de voormalige Sovjet-Unie kantoren neerpoot. De truc om zo snel te groeien zorgt tot vandaag voor bewondering en navolging.

Steven Brill, redacteur van het Amerikaanse vakblad The American Lawyer, noemt Baker & McKenzie pioniers. "Sceptici hebben lang de strategie bespot van het kantoor om wereldwijd kantoren als een soort van coöperatieve uit te bouwen. Daarbij staat elk regiokantoor zowat 25 procent af van zijn inkomsten aan het hoofdkantoor, de rest houden ze zelf. Het lijkt een beetje op een franchisesysteem. Het zou het kantoor in de beginjaren de smalende bijnaam McLaw opleveren, geïnspireerd op McDonald's. Maar vandaag werken veel internationale kantoren met zo'n systeem."

In ons land opent Baker & McKenzie al in 1957 een Brussels kantoor. Het lokale gezicht is Koen Vanhaerents (51). Bij het grote publiek een nobele onbekende, in de zakenwereld, politieke kringen en de haute finance een naam als een klok. Hij werkt al 27 jaar voor het kantoor en is inmiddels voorzitter voor Europa en het Midden-Oosten. Hij is een van de 'Big 4' van bekendste dealmakers in de zakenadvocatuur van ons land, samen met andere kleppers als Jean-Pierre Blumberg (Linklaters), Wim Dejonghe (Allen & Overy) en Jan Peeters (Stibbe). "Dergelijke topadvocaten rekenen tarieven aan vanaf 800 euro per uur", zegt een kenner. "Hun netwerk en knowhow is er dan ook naar." In de zakelijke pers worden ze bedacht met het epigoon 'kingmaker'.

"Ik zou mezelf geen kingmaker noemen", lacht Vanhaerents bescheiden aan de telefoon. "Maar als je 27 jaar in dit vak zit heb je al wel eens een aantal grote deals gedaan, ja." Met 'grote deals' wordt in die wereld bedoeld: zakentransacties vanaf 10 miljoen euro. Op zijn palmares staan onder meer transacties voor de investeringsmaatschappij Gimv, Telenet en de Vlaamse overheid. Ook alle Belgische grootbanken weten Baker & McKenzie te vinden. De tak Mergers & Acquisitions (zeg maar overnames en fusies) is goed voor zowat de helft van de inkomsten. Bij grote overnames zitten mannen als Vanhaerents aan de kant van de koper of verkoper, en zorgen ervoor dat alle zakelijke, contractuele en fiscale aangelegenheden in beton worden gegoten.

Op internationaal niveau heeft Baker & McKenzie een klantenportefeuille met klinkende namen als Google en Apple. Ook reuzen als Dow Chemicals, of financiële groepen staan op de lijst. Momenteel loopt het kantoor in Londen in the picture met de begeleiding van de verkoop van de bekende Gherkin-toren (de augurk).

Sinds 2006 beheert het kantoor ook de wereldwijde merkenportfolio van Unilever. Omgerekend 160.000 merkregistraties wereldwijd zijn dat. Het was de eerste keer dat een multinationale onderneming zijn handelsmerk uitbesteedde, en dat voor het kantoor uit Chicago werd gekozen is heus geen toeval.

Aan een echte personencultus wordt niet snel gedaan, maar dat Christine Lagarde - huidig topvrouw van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) - bij Baker & McKenzie haar loopbaan begon is meer dan een aardige anekdote. Net zoals stichter Russel Baker van gewone komaf was en later carrière maakte, moest ook Lagarde boksen om te komen waar ze vandaag staat. Ze werd tot twee keer geweigerd bij de Ecole Nationale d'Administration (ENA), een belangrijke kweekvijver voor de Franse ambtenarij. Na het behalen van een master politieke wetenschappen ging ze in 1981 werken voor het Franse kantoor van Baker & McKenzie in Parijs.

Lagarde maakte snel carrière en imponeerde iedereen met haar vastberadenheid. Maar na een paar jaar stootte ze op het klassieke vrouwelijke 'kunst- en vliegwerk'. "Ik ben iemand van de oude tijd. In die dagen moesten werkende vrouwen zich bewijzen, doorgaan en kranig zijn", liet ze daarover optekenen. "Bij mijn beide zwangerschappen ben ik tot de laatste minuut blijven werken. Het was heel slim van mijn kinderen om geboren te worden in mei en juni, zodat ik de zomervakantie kon gebruiken voor borstvoeding, en na de vakantie opnieuw kon gaan werken."

Het citaat zegt iets over de harde competitieve wereld van dergelijke lawfirms. Lange dagen, vele uren, geen greintje respijt. In 1999 werd Lagarde de eerste vrouwelijke - en niet-Amerikaanse - directeur van Baker & McKenzie, waarna ze opgemerkt werd door de Franse overheid.

Ketchuparrest

Dat dergelijke grote advocaten tegelijk ook heel klein kunnen zijn, blijkt uit het inmiddels legendarische Ketchuparrest. Baker & McKenzie kwam in 2005 wereldwijd onder de mediabelangstelling nadat een advocaat van het Londense kantoor een schadeclaim indiende tegen zijn secretaresse.

De 36-jarige Richard Phillips eiste een vergoeding van Jenny Amner, die per ongeluk ketchup op zijn broek had gemorst. Hij stuurde haar een mail waarin hij 7 euro eiste, voor de stoomkosten. Amner reageerde pas enkele dagen later. Ze verontschuldigde zich, maar stelde dat zij door de ziekte, dood en begrafenis van haar moeder andere dingen aan haar hoofd had. Daaraan toevoegend: "Ik versta natuurlijk dat uw financiële behoeftes als voornaam advocaat groter zijn dan die van een eenvoudige secretaresse."

Ze stuurde die e-mail niet alleen naar Phillips, maar ook naar 250 andere collega's. De bijna 226.000 euro per jaar verdienende Phillips werd het mikpunt van spot, en nam uiteindelijk ontslag.

Maar Baker & McKenzie werd bij het grote publiek pas echt bekend door Geoffrey Bowers. Hij diende in 1986 een klacht in tegen de oversten van het kantoor in Manhattan van Baker & McKenzie nadat hij er werd ontslagen. Bowers, die aids had, stelde dat hij de bons kreeg omwille van zijn ziekte. Het kwam tot een openbare hoorzitting, de eerste in zijn soort waarbij aids als discriminatie werd behandeld. Baker & McKenzie verloor de zaak, maar trok het hoger beroep in nadat ze een minnelijke schikking troffen met de familie van Bowers. De man zelf overleed op 33-jarige leeftijd, twee maanden na de hoorzitting. De case was de inspiratie voor de film Philadelphia, met in de hoofdrol Tom Hanks en Denzel Washington.

De stichters moesten die vernederende periode niet meemaken: Baker stierf in 1979, zijn kompaan McKenzie in 1962. Ironisch genoeg werd Baker & McKenzie begin dit jaar bekroond tot de op één na meest homovriendelijke werkgever uit de juridische sector.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234