Maandag 21/10/2019

Baines, architect als dichter in de ruimte

Georges Baines: 'Schoonheid ontstaat door functie'

Paradijs voor gewone mensen

Georges Baines. Niet meteen een grote naam, wel een groot architect. Op zijn eigen manier heeft hij schoonheid geschapen. Zonder trommels en trompetten. Zijn architectuur is een zeldzame versmelting van strengheid en sierlijkheid, minimalisme en elegantie. Architectuur als pure poëzie. Over zijn oeuvre loopt een expo en werd een boek gemaakt.

door Eric Rinckhout

Antwerpen l Terwijl Georges Baines (81) in zijn appartement in de Antwerpse binnenstad noodgedwongen maar altijd met innemende glimlach voor de fotograaf poseert, zegt hij: 'Dat is nu wat architectuur niet mág zijn: poseren.'

Baines, in 1925 in Antwerpen uit een Brits geslacht geboren, liep kort na de Tweede Wereldoorlog stage bij Léon Stynen, die onder meer deSingel in Antwerpen en de daartegenover gelegen 'BP-building' ontwierp. Baines leerde toen ook het werk kennen van die andere grote modernist, Renaat Braem (Kielwijk en Politietoren Antwerpen, VUB-rectoraat Brussel). Die zei ooit over Baines: "Ze zouden u moeten fusilleren, maar met gouden kogels."

"Braem was een idealist en een ideoloog", zegt Baines. "Die ideologie had toch altijd een autoritaire architectuur tot gevolg en daar was ik het niet mee eens. Pas op, ik heb veel respect voor zijn werk, hij is een groot architect. Stynen was minder idealist en meer zakenman. Hij was ambitieus, maar voor hem was een geslaagde carrière belangrijker."

Geen van beiden zou een echte leermeester voor Baines zijn. "Architectuur als middel om een betere samenleving tot stand te brengen, is in België op een volkomen mislukking uitgedraaid. Misschien is dat overdreven gesteld, maar in de jaren na de oorlog is dat zeker niet gelukt. Het ontbrak ons aan een leidinggevende figuur. Henry van de Velde was oud en woonde in het buitenland en het werk van Louis-Herman de Coninck was te bescheiden. Stynen was geen leidersfiguur. Braem wel, maar zijn al te persoonlijk werk leidde jongere architecten niet naar nieuwe wegen. Braem wees één richting aan, die liet niet toe dat een jongere zijn persoonlijkheid ontwikkelde."

Baines heeft zelf vijfentwintig jaar lesgegeven en benadrukt het belang van de wisselwerking: "Ik heb heel wat geleerd van mijn studenten: de uitwisseling van ideeën is essentieel. Wij moeten de studenten leren hun persoonlijkheid te ontdekken. Het is verkeerd te denken dat zij ontwerpen maken zoals jij ze verwacht."

Als jonge architect ging Baines dan op zoek. Hij volgde zijn vader op economische missie naar Denemarken en ging Henry van de Velde bezoeken in Zwitserland. "In Denemarken was mogelijk wat in België niet kon. Men greep er na de Tweede Wereldoorlog terug naar een moderne regionale architectuur, zo knoopte men aan bij de modernistische traditie. Architecten als Arne Jacobsen in Denemarken en Alvar Aalto in Finland hebben een hele generatie zoekende mensen beïnvloed. Zij waren voor mij een uitweg, hun invloed heeft zeker tien jaar geduurd. Pas vanaf 1960, met de atelierwoning voor Vic Gentils (in Wijnegem, ER), heb ik mijn eigen architectuur gemaakt."

Baines vindt het moeilijk om precies te zeggen wat hem in Aalto en Jacobsen aantrok. "Ook de kunst van Max Bill en Georges Vantongerloo heeft mij nooit rechtstreeks beïnvloed. Het zijn veeleer hun ideeën geweest. Architectuur kan niet zonder beschouwing. Een architect ontwikkelt ruimte, hij zet ideeën om in architectuur. De geest moet vrij zijn: hoe groter de vrijheid, hoe beter de verbeeldingswereld. Een intellect dat vrijheid mist, vervalt in formalisme, imiteert vormen van anderen zonder de ideeën te begrijpen die eraan ten grondslag liggen. Helaas werkt tachtig procent van de architecten op die manier. Formalisme is het grootste gevaar voor de architectuur."

Men moet streven naar "de harde kern van schoonheid", aldus Baines. "Neem nu het Fotomuseum in Antwerpen. In de structuur van dat gebouw zit een filosofie die met de tijd moet blijven bestaan, die is gedeeltelijk afhankelijk van de mentale structuur van de architect. Daar moet je bij een restauratie rekening mee houden. Maar een gebouw is een levend organisme, het moet kunnen blijven leven en herbruikbaar zijn."

Dat een bestaand gebouw niet altijd 'aanpasbaar' is, heeft Baines ondervonden met het beruchte Chicagoblok, op de Antwerpse linkeroever. "Vijfentwintig verdiepingen, 75 meter hoog, 40 verschillend nationaliteiten. Uiteindelijk zijn die mensen tevreden, zij houden van dat gebouw en die plek. We moeten dat dus niet a priori afbreken. Op vraag van de woningmaatschappij voor meer gemeenschappelijke voorzieningen had ik een voorstel uitgewerkt. Ik wou in het midden van dat gebouw twee verdiepingen openmaken waar kinderen en oude mensen een eigen publieke ruimte zouden hebben. Maar helaas is het Chicagoblok goedkoop en snel gebouwd met prefab elementen. Daardoor is de structuur onveranderbaar."

Met even veel vuur praat Baines over zijn plannen voor de Prestibelwijk aan het Galgenweel. Een stedelijke wijk met zeer diverse functies, niet alleen woningen, zoals het in dit land te vaak voorvalt.

"Ik heb het als een beperking ervaren dat ik als architect vooral privéwoningen heb gebouwd. Ik had graag sociale woningen en wijken ontworpen, maar een politicus zei me ooit dat dat niets voor mij was. Dat is een frustratie, ja. De tijden zijn gelukkig veranderd, onder meer met de instelling van de Vlaams bouwmeester. Open oproepen zijn belangrijk, evenals de kansen die men aan jonge architecten geeft."

Op de vraag wat de kern van zijn architectuur is, antwoordt Baines indirect. "Le Corbusier, Frank Lloyd Wright en Alvar Aalto waren de grote genieën. Aalto was de meest menselijke van de drie: hij vond dat architectuur een paradijs voor de gewone man moet creëren. Daar gaat het om." Baines wil dan ook altijd zijn opdrachtgevers goed leren kennen. "De architect moet omgaan met beperkingen en de eisen van zijn opdrachtgever compleet respecteren."

Dat leidt tot uiteenlopende ontwerpen - in één jaar een smetteloos wit betonnen woning en een in bruine baksteen en hout -, die dit gemeen hebben: "Het zoeken naar schoonheid, naar poëzie. Zoals de dichter zijn letters heeft, heeft de architect zijn middelen om in de ruimte een gedicht te maken."

"Architectuur moet niet avant-garde zijn maar arrière-garde. Men vindt dat architectuur gedurig nieuw moet zijn en spektakel bieden, maar dat heeft niets meer met kunst te maken. John Cage zei dat beeldende kunst de geest tot rust moet brengen, dat wil ik met mijn architectuur ook doen: geen pretentie, geen spektakel. Frank Gehry is een groot architect, hij maakt deel uit van de Amerikaanse architectuur en de popart, maar zijn imitatoren kopiëren gewoon de vormen." Moet vorm dan uit functie voortkomen? "Schoonheid ontstaat door functie", antwoordt Baines. "Schoonheid als functie."

Baines heeft een onwaarschijnlijk oog voor detail. "Het is niet het detail op zich, het vloeit zoals alles weer voort uit functionaliteit." Baines werkte in de Antwerpse galerie Ronny Van de Velde een balie zo uit dat ze sculpturale kwaliteiten kreeg. Ramen moeten schoongemaakt worden: Baines ontwierp een vaste ladder die gezien mag worden, in alle betekenissen. Functie leidt tot schoonheid.

Zijn gebouwen zijn opvallend fijn afgewerkt: een trapleuning licht blauw op, het terras van het Fotomuseum wordt een geometrische compositie geboren uit louter functionaliteit. Hij houdt ook van trappen en van doorkijkjes. En hij zal nooit de mens uit het oog verliezen: de voormalige Technische School van Henry Van de Velde in Leuven bouwt hij om tot bibliotheek en ontmoetingsplaats.

In een zwembad maakt hij twee schuine daken, zodat je al zwemmend de bomen kunt zien. Het lijkt allemaal eenvoudig en vanzelfsprekend. Oog voor de plek, dialoog met de plek. Daar gaat het Baines om. En een zin voor verhoudingen die aan de geometrisch abstracte schilders doet denken. Een woonhuis, maar ook een kamerscherm dat een garderobe verbergt, wordt bij hem een kunstwerk van een strenge sierlijkheid, een genereus minimalisme. Het is vaak een spel van rechten en vierkanten doorbroken door een ronding, of waar zelfs een zweepslag door kronkelt.

Zijn meesterwerk is misschien wel het project rond het Huis Guiette (1926-'27) in Antwerpen. Baines restaureerde zeer respectvol de enige realisatie van Le Corbusier in ons land. Daarnaast bouwde hij in 1993-'95 een atelier en een fotostudio, een subtiel spel van aantrekken en afstoten. "Ik ben heel blij dat ik dat heb mogen doen. Het gaat om respect voor Le Corbusier, maar het is ook mijn werk."

> Georges Baines tot 17 september in Museum van Elsene, Jean Van Volsemstraat 71, Brussel, 02/515.64.21. Het boek Georges Baines werd uitgegeven door Ludion, Gent (192 p., 39,90 euro)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234