Woensdag 25/11/2020

Bacon & eggs

Londen is bijna altijd goed. Op eenvoudig verzoek van een nieuwsgierige landgenoot heb ik onlangs berekend dat ik er de afgelopen halve eeuw wel tachtig keer geweest ben en ik weet nu wel zeker: when a man is tired of London he is tired of life.

En ik ben Londen niet beu. Het leuke is dat ik er, zodra ik er ben, niet zo gek veel moet doen. Er gewoon zijn is op zich al boeiend genoeg, en nu we een eind in de 21ste eeuw zitten kunnen al die oude horrorverhalen over dikke mist en lauw bier gelukkig ook de kast in. Londen ligt er mooi bij tegenwoordig. En groen en lekker en forever hip zijn ook wel sleutelwoorden die zich voor mijn geestesoog verdringen als ik aan de Britse hoofdstad denk.

Ik denk dat London een stad is die gewoon wérkt, in tegenstelling tot die waar mijn leven zich afspeelt. Dat heeft veel te maken met de dynamiek die de vorige burgemeester, Ken Livingstone, op gang bracht. Ik verwens mezelf dat ik de man niet gefeliciteerd heb, toen ik hem vrijdag tegen het lijf liep, zomaar tussen de pendelaars in een kille gang van het metrostation Victoria. Ik was onderweg naar Tate Britain voor de retrospectieve van Francis Bacon.

Ouwe koek, dacht ik vooraf, maar lekkere koek. Bacon en ik, wij gaan ook al decennia lang mee. Ik had hem in 1966 al leren kennen, in ditzelfde Tate, en ik zoek hem sedertdien altijd trouw op wanneer ik vermoed dat in het museum van de plek waar ik me ook bevind iets van de geniale halve Engelsman (hij werd geboren in Dublin, in 1909) te bekijken valt.

Ik dacht dus dat ik wist wat ik ging zien en was niet klaar voor enige schok.

En het werd: een schok. Niet alleen omdat in de tien ruime zalen van de plek die zichzelf volkomen terecht 'the home of British art from 1500 to the present day' noemt tientallen majeure werken te zien waren die dat voordien nooit geweest waren (omdat ze in de huizen van voorname verzamelaars en vrienden van de kunstenaar hingen) maar ook omdat ze op een wonderlijke wijze geordend waren in door de tijd heen snijdende maar dwingende categorieën als 'Animal', 'Crucifixion', 'Portrait', 'Crisis' of 'Memorial', die je zo in Bacons wereld zuigen dat hier misschien voor het eerst echt duidelijk wordt wat een absoluut en onbetwistbaar genie deze schilder wel was. Of het om een razende hond ging of om een staatsieportret van een van zijn geliefden, het werk was altijd midscheeps raak - en bloedstollend mooi, wat kunst af en toe ook best mag zijn.

Nauwelijks was ik uit de Eurostar gesukkeld of de schoonheid stond me alweer op te wachten in de vorm van (n)Iemand, de tweede langspeelfilm van Patrice Toye. Ik denk dat Bacon ervan gehouden zou hebben, en hij zou ook een bijzonder diep en donker portret hebben kunnen schilderen van de acteur Frank Vercruyssen.

De manier waarop deze merkwaardige toneelspeler gestalte geeft aan het hoofdpersonage Tomas in deze door Toye foutloos geregisseerde film, is van een verbazingwekkende precisie. Vercruyssen en zijn eminente collega Sara De Roo voorzien (n)Iemand van een onpeilbare diepte en o wonder, zelfs in de donkerste momenten, ook voor enige humor.

On-Vlaams, las ik ergens. Het zal wel als een compliment bedoeld zijn. In ieder geval is Patrice Toye, tegelijk met Fien Troch, van wie u straks zeker Unspoken moet gaan zien, meteen een grote Europese cineaste geworden. Het gaat goed met de Belgische film, indeed.

Dat laatste was Engels, sorry. Ik heb de hele afgelopen dag naar Beyond the Sea zitten te luisteren, een dubbele cd met daarop alles wat goed is van de grote, dode en volledig onderschatte Bobby Darin. In Londen gevonden voor enkele ponden.

Darin was in se een vroege rocker ('Splish Splash', 'Queen of the Hop') maar hij was ook veel meer: hij bracht de rauwe r&b van Ray Charles de blanke huiskamer binnen via lightversies van 'I Got a Woman' of 'What'd I Say' - zonder dat hij het origineel liet verwateren. Bobby was ook een crooner. Een hele goeie. Luister naar 'Mack the Knife' of 'Lazy River'. En hij was ook lang een geoliede hitmachine, getuige perfecte singles als 'Dream Lover', 'Things' en 'Multiplication'. Hij was bovendien een oprechte folkie die het werk van Tim Hardin ('If I Were a Carpenter', 'Reason to Believe') reveleerde. En hij was acteur. En de man van Sandra Dee. En ook zomaar dood gebleven op de operatietafel, almeteens, op een koude december- ochtend in 1973. Bobby Darin was natuurlijk ook een dichter. Of wat dacht u van deze stroof uit het door een wonderbare drumbeat gedreven, hoger genoemde 'Multiplication'?

'Now, there was two butterflies, castin' their eyes,

Both in the same direction...

You'd never guess, that one little 'yes'

Could start a butterfly collection!

Multiplication... that's the name of the game!

And each generation... they play the same!'

Shakespeare voor de massa, kortom. Misschien kunnen ze dat eens op de radio spelen, de volgende keer dat Eva De Roovere haar vodden heeft. Misschien ook niet.

Verder vraag ik me dezer dagen vooral af wat ik van Sinterklaas zal krijgen. En ook of hij wel bestaat. Sinds de Bon Marché hier veranderd is in een FNAC heb ik daar geen enkel tastbaar bewijs meer van. Het leven is een strijd. Hoe dat zo komt leg ik u volgende week wel uit.

Ik denk dat London een stad is die gewoon wérkt, in tegenstelling tot die waar mijn leven zich afspeelt

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234