Zondag 02/10/2022

ReizenLa Plagne

Backstage op de piste: deze ‘sneeuwmeesters’ houden het sneeuwzeker en veilig voor skiërs

Skigebied La Plagne in de Franse Alpen. Beeld Jonathan Vandevoorde
Skigebied La Plagne in de Franse Alpen.Beeld Jonathan Vandevoorde

U trekt misschien elke winter uit liefde voor après-skibars of dampende jacuzzi’s naar de Alpen, maar het allerbelangrijkste op skireis is toch dat u veilig de top van de berg bereikt en op een vers sneeuwtapijt weer beneden raakt. Een blik achter de schermen van het Franse skigebied La Plagne leert hoeveel daarbij komt kijken.

Jonathan Vandevoorde
Grégory: ‘Het was een jongensdroom van me om met grote machines te werken’ Beeld Jonathan Vandevoorde
Grégory: ‘Het was een jongensdroom van me om met grote machines te werken’Beeld Jonathan Vandevoorde

Grégory trekt elke nacht de sneeuw weer strak

Je ziet niet verder dan de lichtstraal van de schijnwerpers van de sneeuwrups. Daarachter is de nacht gitzwart en leeg. De ruitenwissers zwiepen continu heen en weer want de sneeuwploeg, een stalen blad van vier meter breed dat door het rupsvoertuig over de piste geduwd wordt, doet de sneeuw langs alle kanten opstuiven. Die ruiten­wisser heeft Grégory Bourgeois bij de start van zijn dienst nog moeten laten vervangen. “Geloof me, zonder kun je niks zien, ook niet bij goed weer zoals vandaag.” Drie kwartier is een monteur ermee bezig geweest om dat kreng te vervangen.

Grégory begint met een fikse vertraging, full speed de piste op dus. Eenmaal lekker in zijn piloten­stoel – verwarming aan, muziekje op – bedaart hij meteen. Hij zou iedere bocht en iedere hobbel op elke helling met zijn ogen dicht herkennen. Dertien seizoenen al ratelt hij in het holst van de nacht de berg op en af. “Het een passie. Als kind al wilde ik met grote machines werken. Toen kon ik deze job krijgen. Het was een jongensdroom, enfin.”

Met behulp van twee hendeltjes aan zijn linkerhand navigeert hij zijn sneeuwrups rakelings langs de houten palen die de rand van de piste markeren. Met de joystick kan Grégory de op de neus gemonteerde sneeuwploeg behendig in alle richtingen bewegen. Zo schuift hij losse sneeuw netjes opzij, egaliseert bulten en vult een keer een kuil op met sneeuw die hij van een strategisch gelegen voorraad ergens langs de piste afschraapt. Centimeterwerk met een bakbeest dat twaalf ton weegt en 380.000 euro kost. En in La Plagne rijden er zo 33 rond.

Gebeurt er onderweg ook nog eens wat? “Af en toe verschijnt er een vos in de schijnwerpers. Eén keer ben ik een wolf tegengekomen.” De nieuwe ruitenwisser trekt nog steeds strepen en laat een brede strook ijs op de enorme voorruit achter. “Dit is een Italiaans model. Met onze Duitse sneeuwrupsen hebben we dat soort gedoe nooit.”

Patrick: ‘Onze ‘neige cultivée’ voelt aan als een laagje poedersneeuw’ Beeld Jonathan Vandevoorde
Patrick: ‘Onze ‘neige cultivée’ voelt aan als een laagje poedersneeuw’Beeld Jonathan Vandevoorde

Dankzij Patrick glijden skiërs elke dag over poedersneeuw

Met een beetje moeite tilt Patrick Collombet in het montageatelier een kogelvormig, gietijzeren ding-met-gaatjes-­erin omhoog. “Kijk, precies de wereldbeker van het voetbal.” Oude mop, maar hij moet er zelf nog steeds hartelijk om lachen. Collombet is voorman en een van de zeven sneeuwmakers van La Plagne. De ‘wereldbeker’ is de kop van een besneeuwingsinstallatie. “In de late herfst, zodra het koud genoeg is, beginnen we eraan, tot eind april. Ook als er genoeg natuursneeuw ligt, gaan we door.”

Patrick heeft het niet over ‘neige artificielle’, maar over ‘neige cultivée’. En daar wordt er in La Plagne flink wat van gemaakt. Zeshonderd van die sneeuwsproeiers en -kanonnen staan er in het ski­gebied van 135 hectare verspreid, verbonden met een ondergronds spaghettinetwerk van buizen en pompen. “Gemiddeld produceren we elk seizoen 4.000 kubieke meter sneeuw per hectare. Eén kuub kost, alleen al aan stroom, ongeveer een euro. Reken maar uit. We recyclen wel het smeltwater door het in bekkens op te slaan. Zo zijn we niet afhankelijk van de grillen van het klimaat.”

En hoe werkt dat sneeuw maken dan precies? Terug naar de ‘wereldbeker’. “In deze gaatjes, waarachter trechters zitten, worden door de plotselinge luchtdrukverlaging minuscule korreltjes ijs gevormd en naar buiten geslingerd”, doet Patrick zijn best om het uit te leggen. “Die andere spuitgaatjes vernevelen een wolk van kleine waterdruppeltjes. In de koude buitenlucht hechten die druppels zich meteen aan de ijskorrels en worden sneeuwvlokken geboren. Neige cultivée is slijtvaster dan natuurlijke sneeuw. De korrelige structuur blijft langer intact. Zo heeft de skiër altijd het gevoel dat hij door een laagje poedersneeuw skiet.”

Patrick is timmerman van opleiding, maar liefde voor sneeuw heeft hij altijd gehad. “Als kind vond ik sneeuw iets magisch hebben. Ik ben wel de maniakaalste van al mijn collega’s. Ik wil dat dingen gewoon altijd feilloos werken, ook sneeuw maken. Dat moet gewoon perfect zijn, toch?”

Claude: ‘Zo’n veertig keer per seizoen moeten we lawines triggeren.’ Beeld Jonathan Vandevoorde
Claude: ‘Zo’n veertig keer per seizoen moeten we lawines triggeren.’Beeld Jonathan Vandevoorde

Claude schat het risico op lawines in

In slow motion laat hij zijn aluminium plaatje rechtop door het sneeuwdek zakken, als een mes door zachte boter. Bij tussenpozen zakt het blad minder vlot door een laagje. “Kijk, dit is een laag aangevroren regen. Hard, compact.” In dit sneeuwdek van 113 centimeter onderscheidt Schneider acht sneeuwlagen met een verschillende consistentie. “Deze onderste is van eind november, de eerste sneeuwval. Voel maar: keihard. Dat is goed”, concludeert hij, gerustgesteld. “Wist je dat de temperatuur van de sneeuw bij de bodem altijd nul graden is? Hoe dieper, hoe warmer. Dat komt door de aardwarmte.”

Claude Schneider is al 35 jaar de nivologue of sneeuwdeskundige van La Plagne. In zijn eentje is hij verantwoordelijk voor het inschatten van lawinerisico’s. Elke voormiddag trekt hij er met sondes, schep en weegschaal al skiënd opuit. Zijn observaties geeft hij door aan de Franse meteorologische dienst in Grenoble.

Hij wijst naar een grafiek op zijn computerscherm. “Was er hier een heel korte balk te zien, dan zou dat betekenen dat die twee sneeuwlagen niet van elkaar houden. Als ik denk dat het risico bestaat dat een plak sneeuw daardoor ergens zou kunnen gaan schuiven, kondig ik vóór twee uur ’s middags aan alle diensthoofden een PIDA af.” Hij doelt op een Frans acroniem dat zoveel betekent als het plan om lawines in gang te zetten. Op dat moment treedt een aantal protocollen in werking zodat de volgende ochtend, precies om twintig over zeven, op bepaalde hellingen lawines getriggerd kunnen worden. “Soms worden de explosieven aan een kabel bevestigd en boven de risicozone tot ontploffing gebracht, soms gegooid. Op sommige plekken hebben we ook permanente gaskanonnen die de lawines in gang zetten. Zo’n PIDA hebben we misschien veertig keer per seizoen.”

Vandaag is een stralende dag: blauwe hemel, zon en vooral koud. “En daarom is het sneeuwdek erg stabiel”, aldus Schneider. “Geen PIDA vandaag.”

Nicolas: ‘Covid geeft wel spanningen in de werkplanning. En dat terwijl het razend druk is.’ Beeld Jonathan Vandevoorde
Nicolas: ‘Covid geeft wel spanningen in de werkplanning. En dat terwijl het razend druk is.’Beeld Jonathan Vandevoorde

Nicolas verzekert dat je met een gerust hart de lift in kunt

“Ik draag nogal een verantwoordelijkheid, ja.” En dan doelt liftverantwoordelijke Nicholas Chenu niet alleen op de driehonderd man personeel die hij rechtstreeks aanstuurt. Tachtig kabelbanen en stoeltjesliften moeten elke dag van negen tot vijf duizenden skiërs veilig en snel de berg op brengen. “Covid geeft wel – hoe zal ik het zeggen – spanningen in de planning. Bijna vijftig medewerkers zitten momenteel thuis, maar we redden ons.” Nicholas kan ook niet anders, want dit jaar is het publiek massaal naar de Franse skigebieden teruggekeerd. “Tijdens de kerstvakantie zat alles bomvol en we verwachten een erg goed seizoen te draaien, gelukkig maar.”

Een auto of skibus heeft een wintersporter hier niet nodig. Vervoer gaat via stoeltjesliften, telkens door een driekoppig team bemand. “De conducteur zit altijd op het bergstation, want boven is doorgaans de elektromotor geplaatst. Het kost minder energie om een kabel te trekken dan om er eentje te duwen. Hij coördineert, samen met zijn twee collega’s die beneden de toestroom van het publiek in de gaten houden: skipassen controleren, kleintjes in de stoel helpen, de boel stoppen als er eentje afvalt, dat soort dingen.”

De conducteur is ook diegene die als eerste omhoog gaat, om 20 over 8 ’s morgens om precies te zijn, voor de ­dage­lijkse controles. Vanochtend gaat Nicolas mee met ­Daniël, die het hokje boven aan de Bécoin-stoeltjeslift bemant. Op een scherm is de actuele snelheid van de kabel af te lezen, net als de windsnelheden die aan een pilaar halverwege de berg en op de top geregistreerd worden. “Bij een wind van 22 meter per seconde wordt een lift geëvacueerd en legt de conducteur alles stil.”

Dan krijgt Nicolas te horen dat de veiligheidsstang op nummer 29 stuk is, die voorkomt dat skiërs uit het stoeltje kunnen vallen. Die moet meteen vervangen en dus roept hij via de immer knetterende walkie-talkie een monteur op, die klaar moet zijn voordat de liften een halfuur later opengaan. Ondertussen kan Daniël aan zijn dagelijkse inspectie van de technische installatie beginnen. En dan vooral alle noodremsystemen, want veiligheid staat voorop.

Met de lift zweeft Nicolas weer naar beneden, waar hem bureauwerk wacht. “Ik probeer ’s middags zoveel mogelijk teams in het gebied te bezoeken. Ooit ben ik als monteur begonnen, daarna werd ik liftoperator, dan conducteur en ploegbaas. En nu ben ik dus eindverantwoordelijke voor alle liften. Hier kun je carrière maken, ja.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234