Dinsdag 22/06/2021

Back to basics

Pulp

Drie jaar geleden maakte het Britse artpopgezelschap Pulp met This Is Hardcore een introspectieve cd vol bittere mijmeringen over de excessen van de roem. We Love Life, de zevende plaat van Jarvis Cocker en zijn vrienden, moest iets luchtiger worden, een soort back to basics. Dat werd het ook, althans inhoudelijk: de liedjes, waarin het krioelt van de natuurmetaforen, luiden voor Pulp een brutale wedergeboorte in. Tegelijk krijg je de indruk dat de groep eindelijk weer plezier schept in het musiceren en op een inventief-speelse manier met geluiden omgaat. Het materiaal klinkt daardoor niet alleen rijk en gelaagd, het geeft ook blijk van lef en radicalisme. Dat neemt niet weg dat Cockers walging, ontgoocheling en doodsobsessie intact zijn gebleven.

We Love Live is geproducet door de legendarische Scott Walker, een man die de jongste twintig jaar nogal hermetische platen maakte. Voor de bonzen van de platenmaatschappij was dat even slikken, maar hun bezorgdheid was voorbarig. Walker heeft te veel respect voor de eigenheid van Pulp om de groep ondergeschikt te maken aan zijn eigen visie en speelt dus een dienende rol. De orkestrale arrangementen, bijvoorbeeld van de single 'The Trees', refereren occasioneel wel aan Scott Walkers eigen platen uit de sixties. Alleen: die hebben op Cocker altijd al een grote invloed gehad. Een van de sterkste tracks op de cd is het ruim acht minuten durende 'Wickerman'. Voorts wordt je aandacht getrokken door de binnenstebuiten gekeerde folk van 'Weeds', de dwarse funk van 'The Origin of the Species', de gespierde gitaarrock van 'The Night That Minnie Timperley Died', de glinsterende pop van 'Bob Lind' en de spacey Kraut-referenties in 'Sunrise' en het titelnummer. We Love Life is een plaat die, ondanks de stilistische variatie, opvallend veel samenhang vertoont. Op het terrein van de Britse popmuziek blijft Pulp een vitale speler.

Pulp, We Love Life, Island/Universal.

Lenny Kravitz

Positivisme

Op zijn zesde plaat lijkt Lenny Kravitz weer een paar stappen in de goede richting te zetten. Hij schreef, zong, producete en bespeelde zelf nagenoeg alle instrumenten, wat verklaart waarom de cd Lenny werd gedoopt. Hoewel de artiest nog steeds niet helemaal genezen is van zijn beruchte retro-tic, hebben zijn nieuwe songs veel aan overtuigingskracht gewonnen. Beetje bij beetje creëert Kravitz zijn eigen Wall of Sound, waarin iedere bouwsteen zijn functie heeft. Bovendien weet hij zijn traditionele rockidioom dit keer op een overtuigende manier te versmelten met moderne, digitale geluiden, iets dat op 5 nog niet helemaal wilde lukken. Een en ander leidt tot hoogtepunten als 'Believe in Me' en 'You Were In My Heart'.

Behalve een paar forse, venijnige rockers, zoals 'Battlefield of Love', de single 'Dig In' en het na een aanvaring met de politie van Miami geschreven 'Bank Robber Man', bevat Lenny ook enkele bespiegelende popliedjes. In 'Yesterday Is Gone' legt de zanger zich neer bij het onvermijdelijke, in 'A Million Miles Away' wil hij met een schone lei herbeginnen. U hebt het al geraden: positivisme vormt de rode draad tussen de songs. Een begenadigde tekstschrijver zal Kravitz wel nooit worden en ook op zijn nieuwe cd staan weer een paar zeer doordeweekse nummers, maar zijn ontboezemingen klinken tenminste weer doorvoeld en integer. Zodat we, nog een beetje schoorvoetend, tot de vaststelling komen dat Lenny zijn beste langspeler is sinds het nog steeds onovertroffen Let Love Rule.

Lenny Kravitz, Lenny, Virgin.

Marc Ribot

Rudimentaire improvisaties

Na twee vrij toegankelijke platen waarop hij met zijn groep Los Cubanos Postizos de muziek van Arsenio Rodríguez en andere Cubanen verkende, heeft Marc Ribot in zijn eentje weer een afgekloven gitaarplaat gemaakt. Saints leunt nauw aan bij Don't Blame Me, een cd die in 1995 verscheen op het Japanse DIW-label en niet bepaald easy listening bevatte. Beide werkstukken zijn diepgaand beïnvloed door de baanbrekende Amerikaanse tenorsaxofonist Albert Ayler, die in 1970 in mysterieuze omstandigheden verdronk.

Op Saints manifesteert "de Thelonious Monk van de gitaar" zich vooral als vertolker van traditionals, popstandards uit de jaren dertig, surrealistische blues en avant-jazz van tijdgenoten als John Lurie en John Zorn. Ribot gaat daarbij erg instinctief te werk en gebruikt de oorspronkelijke composities slechts als uitgangspunt voor zijn rudimentaire improvisaties. Hoewel hij een unieke gitarist is maakt Marc Ribot, net zoals Neil Young, techniek ondergeschikt aan emotie. Saints geldt als een soort synthese van alle stijlen die de New Yorker in de loop van zijn carrière heeft beoefend: de ene keer hoekig en gederailleerd, de andere keer poëtisch en mijmerend.

Marc Ribot, Saints, Atlantic/Warner.

Dirk Steenhaut

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234