Donderdag 17/10/2019

'Bach dacht toch ook nooit: ach, het is maar een miske'

'Neurose is geen ziektebeeld, het is eigen aan creatief zijn', zegt grafisch vormgever Gert Dooreman en met die gedrevenheid werkt hij al jaren ten dienste van het boek. Nu is er een vernieuwde monografie en een tentoonstelling in het Museum Dr. Guislain. 'Misschien is die Henry van de Velde Award wel een verlossing. Ik heb 'm. Ik ben ervan af.'

Een stukje in De Standaard, niks in De Morgen en zelfs niet in Knack Weekend: "Die moeten dat boekje toch elke week gevuld krijgen?" Maar dus geen letter over de Henry van de Velde Award die Gert Dooreman (56) in januari won. De tv miste hij net, ze zouden komen filmen, tot Amedy Coulibaly in Parijs een joods warenhuis gijzelde.

"Erkenning is toch wel fijn," zegt hij, "maar kijk: nu ben ik gecanoniseerd en in 2009 was ik het al een beetje met een tentoonstelling in het Letterenhuis. Ik kon ook verder zonder die prijs. Ik moet hier maar rond mij kijken en ik zie dat mijn werk goed is. Maar misschien is die Award wel een verlossing. Ik heb 'm. Ik ben ervan af."

In Sint-Amandsberg woont hij met zijn vrouw en twee dochters en met een hondje dat we kennen van een oudere foto van Stephan Vanfleteren: zijn vrouw Gerda Dendooven poseerde ermee.

Lannoo geeft nu een geactualiseerde en uitgebreide versie van het overzichtsboek Dooreman (2009) uit, met een gelimiteerde oplage ("Ik mag ze allemaal signeren") van duizend exemplaren. Tot de 'colophoon' die op de 348ste en laatste bladzijde staat, passeren meer dan dertig jaar cultuurleven in dit land. Van eerste tekeningen, posters en affiches, een eerste boekomslag bij Tom Lanoyes Rozegeur en maneschijn bij Kritak, tot waar we hem vandaag voor kennen: covers voor (nog altijd) Lanoye en tientallen andere schrijvers, een gedicht op de Boerentoren, affiches voor De Munt. Opvallende letters, zijn naam is een merk geworden: Dooreman.

De beste strip ter wereld

Enzovoort, moet je dan eigenlijk bij dat lijstje schrijven, want er is zo veel. Maar alles en altijd 'ten dienste van'.

In Dooreman, het boek, vertelt Tom Lanoye dat er in den beginne nochtans een plan rijpte om samen een stripverhaal te maken met politierechercheur Gino Spatelli in de hoofdrol. Het is er nooit gekomen en het zal er nooit komen. "Ik wilde de beste strip van het westelijk halfrond maken en als dat niet kon, dan niet", zegt Dooreman. "In mijn slaapkamer heb ik nog een wand vol strips, maar ik grijp er steeds minder naar en als ik het doe, komt alleen nostalgie naar boven. Ik ben de clichés in strips ontgroeid en graphic novels interesseren me niet."

De vrije kunsten, nochtans waar 'de Gette uit Grobbendonk' mee begonnen was, maakten na Sint-Lucas snel plaats voor werk in functie van. "De verlossing is gekomen door Simplicissimus, een Duits satirisch weekblad dat tussen 1896 en 1944 verscheen", zegt hij. "Daar vond ik de balans tussen het populaire tekenen en de hogere kunsten. In de traditie van Bruegel en Bosch maakten de beste tekenaars ter wereld er prenten en allegorieën.

"Ik heb me altijd geërgerd aan hoe laatdunkend over het anekdotische wordt gedaan. Zodra iets narratief wordt, is het fout. Bij Van Eyck heeft men daar geen probleem mee, Toulouse-Lautrec mocht prenten maken en Picasso servies. Maar nu? Als iets functioneel is, wordt het ineens minderwaardig. Van de architectuur durft men dat niet te zeggen, ah neen, dat is functioneel. Maar boekverzorging?"

Puur pedanterie

Via welk bruggetje is niet duidelijk, maar ineens valt de naam van Luc Tuymans. Hij begint er zelf over.

"In de media wordt nu gedaan alsof er een N-VA-complot tegen Tuymans is. Ik vind dat vies. Alles duidt erop dat het plagiaat is en dat hij gewoon lui was. Alsof Picasso gewoon Velázquez overgeschilderd had. Ik snap die domheid niet. Het is veel te gemakkelijk om te zeggen dat Katrijn Van Giel er geld aan wilde verdienen. Het gaat over de erkenning van iemands kwaliteiten."

Puur pedanterie, vindt hij. De advocatenuitleg over interpretatie en 'de zweetdruppels die flou zijn': "Daar zakt mijn broek van af. Ik heb er nog een bijgedachte bij. Om in groep te werken, moet je empathisch zijn. Als ik een titel zet op een foto, dan zou het wel pedant zijn om alles naar mij toe te trekken. Ik vermeld áltijd de naam van de fotograaf. Maar ik kan me niet voorstellen dat mensen als Fabre en Tuymans samen zouden kunnen werken. Ach, ik heb die Karin Hanssen (kunstenares die een petitie voor Tuymans organiseert; RVP) van mijn Facebook gegooid. Is die man verkracht of wat?"

Overdaad aan ego's

Natuurlijk is fotografie vaak de basis van schilderkunst, dat erkent hij, ook Dooreman kijkt. Zoals zijn leermeesters op Sint-Lucas hem leerden kijken. Hij vermeldt fotograaf Walter De Mulder en kunstgeschiedenisleraar Paul Van Haute. "Walter had de neiging om je in het leven te initiëren en van Paul mocht ik mijn thesis over strips maken."

Zo werd hij vakman, maar wel op eigen vraag. "Ik wilde leraars in een stofjas die me drilden en me de klassiekers onder de knie leerden krijgen. Vandaag zie ik mensen die niet kunnen tekenen, maar die het toch maken. Zelfs in de media. Gerda, die aan sommige van die mensen lesgaf, kan er niet meer naar kijken. In Sint-Lucas zeiden ze me: je tekent rare dingen. Ik zei: wát ik teken, is mijn zaak, maar leer jij mij hóé het tekenen onder de knie te krijgen."

"Vakman is een term met een negatieve bijklank, maar het is méér dan dat. Je moet lucide zijn. Was het lijnenspel van Mondriaan zoveel superieurder dan wat er op een poster gebeurt? Met letters heb ik een niveau bereikt dat toch een gevoel van epifanie geeft. Waarom zijn letters op een doek dan minderwaardig dan de kleuren van Mark Rothko?"

"Snobisme," zegt hij dan, "dat is een sleutelwoord in de kunst. Ik heb er een hekel aan. Het zit gewoon vol ego's en kan het niet anders? Fred Bervoets en Pjeroo Roobjee hebben het niet hoor.

"Ik heb boeken gemaakt voor enkele Belgische kunstenaars, maar dat doe ik niet meer. Ik zag eens de kast van een van die mensen. Ze zat vol met werk, maar zijn galerist wilde dat hij maar zes werken per jaar toonde. Anders daalde de marktwaarde. (geërgerd) Denk je dat Bach op die manier dacht? (met een lach) "Er is maar één goeie kunstenaar en dat is de dode kunstenaar. Die kan niet meer discussiëren."

Werken in hoog tempo

We gaan weg van de ergernis, kom. Een prachtig boek is Dooreman en de stof daarvoor zit rondom in deze ruimte. Hij ontwierp zeker 1.500 boekcovers, en ook nog posters, alleen al voor De Munt maakte hij er liefst 150.

"Als ik een dwangmatige twijfelaar was, zou ik nooit zo veel gewerkt hebben. Adrenaline werkt snel en mijn tempo is hoog. Op één dag kan ik een boekcover, een advertentie en twee prenten ontwerpen. En als ik toch twijfel, dan twijfel ik gericht.

"Maar ik slaag erin subjectief én objectief te zijn. Soms sla ik een weg in, het bos in en volg een pad. Het gebeurt dat ik dan in een moeras uitkom, maar ik heb wel altijd steentjes achtergelaten in mijn computer. Ik kan altijd terug."

Ook altijd met diezelfde gedrevenheid. "Half werk boeit me niet. Ook voor een advertentie. 'Ach, niemand ziet dat', hoor ik wel eens. Maar als ik zo zou werken, dan zou ik het opgeven. Bach dacht bij het componeren toch ook niet: 'Ach, het is maar een miske'. Het moet goed zijn."

Dat gaat ver. Een boek is méér dan de cover. Het is ook de rug ("90 procent van de tijd staat een boek in de kast en dan zie je dus enkel de ruggen"), het is de bladspiegel, het is zelfs de spatiëring van het ISBN-nummer.

"Een boek van Tom Lanoye dat er als brol uitziet, zal ook verkopen", zegt hij. "Maar ik ben er zeker van dat Sprakeloos ook mede door de cover een succes werd. En zo wil ik het. Ik sta niet ten dienste van Tom, maar wel van zijn boek. Zoals ik dat verwacht van Tom én van de uitgever."

'Always judge a book by its cover', schrijft Sam De Graeve (met onder meer Wim Opbrouck, Michiel Hendryckx en Gerda Dendooven tekstschrijver in Dooremans overzichtsboek) en dat is herkenbaar. In de eigen boekenkast staan Duizend heuvels van Koen Peeters,

Wij van Jeroen Olyslaegers en Trein met vertraging van Christophe Van Gerrewey, gekocht op basis van de cover. Die Dooreman ontwierp.

Hij glimlacht: "Ik heb ze niet allemaal gelezen, hoor. Zelfs de boeken van Tom niet. Maar wel minstens diagonaal. Het moet ook niet. Door dieper in het metier te gaan, ben ik het kleine gaan waarderen en het boek moet wel tot in het detail voldragen zijn. Wat niet hetzelfde is als perfectionistisch. En ik ga ook niet voor elk boek het warm water opnieuw uitvinden."

Alles van Morricone

Moet je van auteurs hun werk houden om te kunnen ontwerpen? Of, eerst: weigert hij ooit opdrachten omdat hij zich niet kan vinden in de auteur? Ja: "Op een bepaald moment was ik huisvormgever van André Van Halewyck geworden. Eerst bij Kritak en later bij Van Halewyck. Stilaan werden mijn covers ermee geassocieerd. Maar toen André het boek van Jean-Marie Dedecker ging uitgeven, ben ik gestopt. Dat kon ik niet aanvaarden. Puur ideologisch. Ik voelde me eigenlijk bedrogen. Uiteindelijk verpersoonlijk ik mezelf toch met het werk.

"Dat betekent niet dat ik mezelf heel au sérieux neem. Maar als je acteur bent en je krijgt een rottige tekst, dan zeg je ook niet: ik doe het wel. Je staat er en als je het brengt, moet je er achter staan. Ennio Morricone schreef ook niet zomaar muziek voor alle films."

Laat die naam geen toeval zijn. In deze ruimte staat een gitaar, Dooreman is passioneel met muziek bezig.

"Voor ik om 10 uur 's morgens begin te werken, ben ik al twee uur bezig geweest met muziek te zoeken. Op mijn iTunes-bibliotheek staan zeker 150.000 nummers, ik ken geen grenzen en ben onverzadigbaar. Terwijl ik zestien uur per dag bezig ben, luister ik muziek. Bij klassiek was dat eerst Satie, Beethoven en de Bolero: music for the millions. Maar dan hoor je Bach en koop je drie boxen met zijn orgelwerken. En opera, Verdi, Rossini, Benjamin Britten, en ik ga steeds dieper."

Maar Morricone? "Toen ik tien was, zag ik Once Upon a Time in the West en nu heb ik alles van hem. Morricone is nog zo'n voorbeeld van iemand die zijn talent ter beschikking van het functionele kan zetten. Die man maakt vijftien scores per jaar en zegt nog: 'Ik heb niks gedaan als je vergelijkt met Bach en Mozart'. Moet er een wals zijn, dan schrijft hij een wals. Of iets cheap? Dan iets cheap. Maar altijd met evenveel overtuiging, bravoure en skills."

O ja, de gitaar staat er niet zomaar. Na een kwade telefoon of een lastig moment, biedt ze soelaas. Speelt hij mee op Neil Young of, als het écht diep zit, op 'While My Guitar Gently Weeps' van The Beatles.

Geen cadeau

Gerda Dendooven kwam daarnet via de wenteltrap naar beneden. Haar werkkamer is boven en samen hebben ze niet alleen twee dochters die Dina en Alice heten, hij verzorgt ook mee de boeken die Gerda tekent en schrijft en uitvindt.

"Het is geen cadeau om samen te werken", zegt hij. "Maar ik zou het nog erger vinden als iemand anders het zou doen. Nu ben ik dus weer bezig aan een boek van haar met Bart Moeyaert. Maar ik krijg van elke tekening altijd drie versies. 'Kies jij maar', zegt ze dan. Maar als ik kies, is er toch altijd weer iets.

"Dat getwijfel maakt me zenuwachtig. Dus gooi ik er maar de eerste tekening in en dan hoor ik het nadien wel. Het is niet altijd makkelijk en soms praten we twee dagen niet."

Maar het is dus nog erger als iemand anders het doet. Dus doet hij het toch. "Sinds Van Halewyck ben ik assertiever geworden. Nu durf ik vlakaf brutaal te zijn. De Bezige Bij Antwerpen is overgenomen door De Bezige Bij, maar in Nederland geven ze al jaren mediocre vormgegeven boeken uit. Gaan zij mij zeggen hoe het moet? I don't think so.

"Nu vragen ze open bestanden. Dat wil zeggen: ik moet een ontwerp aanleveren, waar zij dan nog kunnen aan veranderen. Over mijn lijk! Echt. Vroeger was ik beminnelijker, maar ik heb geleerd dat ik moet opkomen voor mijn zaak. Zonder slag of stoot gaat het niet."

Zo word je dus Dooreman. Zoals eerder geschreven: een merk, stilaan een keurmerk. "Ik was altijd Dooreman", zegt hij en als dat vreemd klinkt, dan toch dit. "Toen ik 10 was, overleed mijn vader bij een auto-ongeval. Hij was pas in de dertig en ik vind dat nog altijd moeilijk. Als er in mijn tekeningen iets unheimlichs zit, iets van verval of tristesse, dan komt dat van daar.

"En misschien dat ik daarom geen vrij kunstenaar kon zijn. Ik voelde immers dat ik alleen maar in mezelf zou kunnen graven. En dat ik naar het zelfkwellende zou gaan, zoals Egon Schiele die ik zo bewonder. Dat wilde ik niet.

"Maar die naam is misschien wel een eerbetoon aan mijn vader. Officieel heet ik Dooreman Van Thillo, mijn moeder hertrouwde later. Maar Dooreman is de naam die voor mij bleef. Ik wás Dooreman. Zelfbewust, al is dat niet hetzelfde als zelfverheerlijking. Maar ik voelde de plicht om met die naam door te gaan. En gelukkig heette ik niet Vandenborre."



De geactua-liseerde heruitgave van Dooreman is uitgegeven bij Lannoo, telt 348 bladzijden en kost 100 euro 'Dooreman', de tentoonstelling met tekeningen van Gert Dooreman, van 14 februari tot 22 maart in Museum Dr. Guislain in Gent. www.museumdrguislain.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234