Vrijdag 03/07/2020

Babel aan de Noordzee

Staatshervormingen vergen, om het met Michel Daerden (PS) te zeggen, des grands accords. 'Ze komen als de tijd rijp is', zegt ervaringsdeskundige Jean-Luc Dehaene (CD&V). 'In 2000 werd het moment gemist. Als het rendez-vous ook in 2007 wordt uitgesteld kan het ontsporen.' Quo vadis België? Wat wordt feit, wat blijft fictie? Kan België hervormd worden zonder brug tussen PS en CD&V? Waarom wordt B-H-V een detail? Waarin verschilt Yves Leterme van Wilfried Martens en lijkt Guy Verhofstadt op Paul Vanden Boeynants? Door Filip Rogiers

Een vergadering ter hoogte van de Wetstraat, eerder dit jaar. Elio Di Rupo (PS) heeft een schriftje voor zich op tafel gelegd. Veel schrijft hij er niet in. De PS-voorzitter had iets tastbaars verwacht, iets waarmee hij aan de slag kon. Maar zijn gesprekspartners, de CD&V'ers Jo Vandeurzen en Yves Leterme, kwamen niet om te onderhandelen. Ze somden hun ook al buitenskamers bekende Vlaamse eisen op. En er werd met een zucht vastgesteld dat het moeilijk zou worden maar dat er toch wel gepraat kon worden?

Elio was not amused, zegt een ooggetuige. "Elio Di Rupo is een nogal eerlijke onderhandelaar, op voorwaarde dat je hem recht in de ogen kijkt en beleefd zegt wat je wilt. Dat gebeurde die dag niet. Dat is een groot verschil met vroeger: er zijn nauwelijks contacten en als er gepraat wordt, laten maar weinigen het achterste van hun tong zien."

Bij een tweede al even veelzeggend tafereel waren meer ooggetuigen aanwezig. "Op de viering van 100 jaar Christelijke Mutualiteiten komt Elio Di Rupo op Yves Leterme afgestapt en hij wenst hem zowaar proficiat met het opdoeken van het kartel met de N-VA. 'Proficiat!', zegt Di Rupo zonder een zweem van ironie, terwijl Leterme zit te sjieken op een manier om de breuk zo snel mogelijk te herstellen. Toen de N-VA terug was, begreep Di Rupo er ongetwijfeld geen snars meer van."

Het is op z'n minst bizar dat aan de vooravond van een grote staatshervorming twee protagonisten - en iedereen gaat er toch van uit dat Di Rupo en Leterme dat zijn, niet? - elkaar zo slecht blijken te kennen. Tussen Wilfried Martens en André Cools of tussen Jean-Luc Dehaene en Guy Spitaels of Philippe Busquin was zo'n kloof ondenkbaar. Die kregen lang voor de eerste officiële onderhandelingen begonnen hun schriftjes wel vol met elkaars états d'âme. Ze wisten van elkaar precies wat bestemd was voor de campagne en wat er nadien ter tafel zou komen.

Alleen al de aard van de vergelijking toont misschien aan dat we geconditioneerd zijn door voorgaande staatshervormingen. Die hingen in het verleden inderdaad altijd heel erg af van hoe stevig de brug was tussen (Waalse) socialisten en (Vlaamse) christendemocraten. Dat was de as, en de rest, SP en PSC, volgde. Maar behalve de gelijkenis - Di Rupo is zoals Spitaels een Waalse socialist en Leterme zoals Martens een Vlaamse christendemocraat - zijn er vooral veel verschillen tussen de situatie vandaag en de omgeving waarin alle voorgaande staatshervormingen tot stand kwamen.

Anders dan Di Rupo en Leterme waren alle zonet genoemde hoofdrolspelers in vorige staatshervormingen op hetzelfde moment actief in dezelfde federale cenakels. Ze dronken samen koffie, ze koutten over dossiers, koetjes en kalfjes, ze kenden elkaar. Leterme en Di Rupo niet. Dat zijn twee regionale minister-presidenten, beide ook partijleiders - een van hen zelfs officieel -, maar ze hebben nooit samengewerkt in een federale regering of op hetzelfde moment rond zo'n regering gecirkeld als kingmakers. Nochtans is het federale, voordien nationale niveau het gremium waar al sinds Theo Lefèvre (PSC) in de vroege jaren zestig elke staatshervorming in de steigers werd gezet.

De tegenhangers van Di Rupo en Leterme uit de jaren tachtig en negentig heten Gaston Geens, Luc Van den Brande of Robert Collignon, maar bij staatshervormingen stonden die op de tweede rij, achter de brede ruggen van Martens en Dehaene, Cools, Philippe Moureaux, Hugo Schiltz, Guy Spitaels, en noem ze verder allemaal, de architecten van het federale België. Hun regeringen waren dan ook, zeker tot 1995, toen de deelparlementen voor het eerst rechtstreeks verkozen werden, onderaannemingen van de Belgische regering. Het duurde trouwens nog tot 2004 voor de theoretische mogelijkheid van de asymmetrie (anders samengestelde regeringen) ook geconsumeerd werd. CD&V kwam aan de macht in Vlaanderen, maar federaal paars bleef bestaan.

"Wij wilden begin de jaren negentig al een staatshervorming die zou voortkomen uit een dialoog van gemeenschap tot gemeenschap", zegt oud-premier Dehaene. "Maar het was en bleef toch de federale regering die de staatshervorming maakte. Dat was bij Lambermont niet zoveel anders: de verhouding Guy Verhofstadt-Patrick Dewael was dezelfde als Dehaene-Luc Van den Brande. Nu krijg je een heel andere context door de positie van Elio Di Rupo in Wallonië en die van Yves Leterme in Vlaanderen. Dat is een van die vele nieuwe, onbekende factoren. Ik weet eerlijk gezegd niet hoe het zal uitpakken."

Dat de Franstaligen nu maar écht schrikken: als zelfs Dehaene al zegt het niet meer te weten. En nee, dit is geen fictie.

Zoveel verschillen, zoveel nieuwe parameters. En toch, wie het pad van de Belgische staatshervormingen volgt, merkt dat ook de communautaire chaos aan de vooravond van 2007 niet zonder logica is.

Dat bijna alles in dit land wel 'communautair' lijkt te zijn geworden bijvoorbeeld is niet zo nieuw. Na faciliteiten en taalwetten ging het op het einde van de vorige eeuw ook al plots en snel over flitspalen en jeugdgevangenissen, tabaksreclame en wapenleveringen, collectieve arbeidsovereenkomsten en de kostprijs van scanners. Over heel veel behalve nog over taalwet zus, artikel bis tris of quater. Die verbreding van de communautaire scope kondigde zich minstens tien jaar geleden al aan.

"In 1992 werd het institutionele dak op het huis gezet", zegt Dehaene, architect van het Sint-Michielsakkoord, dat in 1995 echt voelbaar werd. "Eens die structuren op hun plaats liet het zich raden dat het voortaan wel vaker over bevoegdheden, bijbehorende centen en dus over inhoud zou gaan." Begrijpelijk, want goed en wel uit de startblokken zetten die kersverse regeringen en parlementen in Vlaanderen en Wallonië hun tanden in de pas verworven beleidsautonomie. Politici leerden al doende, zagen al vrij snel wat werkte en ondervonden ook waar de motor sputterde, op welke terreinen de bevoegdheden toch niet zo logisch verdeeld waren over België, Vlaanderen, Wallonië en Brussel. U raadt het, een van de lelijkste Wetstraatwoorden werd in die periode geboren: Vlamingen vroegen geen morzel gronds meer, wel "homogene bevoegdheidspakketten". Nu! Gisteren al!

Ons kent ons niet meer in België

Een ander fenomeen dat vandaag verbazing en wellicht oprecht geschokt Belgisch sentiment opwekt, is de verwijdering van de geesten. De publieke opinies aan weerszijden van de taalgrens beginnen toch wel heel ver uit elkaar te groeien. Ons kent ons niet meer in België. Die ene RTBF-televisieavond in december heeft het bewezen. De Franstaligen schrokken. En de Vlamingen schrokken dat zoveel Franstaligen toch nog schrokken.

"In de jaren negentig stelden wij verwonderd vast dat de visies sterk begonnen te verschillen", zegt Renaat Landuyt (sp.a). Hij stapte tien jaar geleden bij wijze van spreken als Belg de commissie-Dutroux binnen en stapte er als Vlaming weer buiten. "Ik sta er nu zelf van te kijken hoe vanzelfsprekend we al die verschillen vandaag wel vinden. We kijken er absoluut niet meer van op dat de Franstalige partijen anders zijn dan de Vlaamse. In justitie bijvoorbeeld wegen voor de Vlamingen de rechten van het slachtoffer zwaarder door dan die van de verdachte; de Franstaligen zijn vanuit hun meer Zuid-Europese intellectuele traditie iets gevoeliger voor de rechten van de verdachte. Efficiëntie is aan deze kant van de taalgrens iets belangrijker dan de Grote Principes. In het verkeer zag je ook almaar meer objectieve verschillen. In Wallonië hebben ze lange wegen met bochten, Vlaanderen heeft veel kruispunten. Vinden zij dat het op het traject Luxemburg-Brussel perfect veilig is om 130 kilometer per uur te rijden, dan vinden wij Vlamingen het tussen Oostende en Brussel te gevaarlijk vanwege de verkeersdrukte en de vele op- en afritten. En ga zo maar door.

"De vanzelfsprekendheid van die verschillende visies voel ik nu ook in de dagelijkse werking van de federale regering. Bon, dat een Waalse socialist geen Vlaamse socialist is, het is vandaag een gegeven. Het is vrij algemeen dat we in België, aan Vlaamse zijde wellicht iets sterker dan aan Waalse, redeneren in Vlaamse respectievelijk Waalse termen. Vandaar dat wij het RTBF-programma wellicht iets laconieker opvatten dan de Franstaligen. In Wallonië was het effect er één van een hard ontwaken, terwijl ik ook in mijn partij al eens grote juristen heb horen beweren dat die onafhankelijkheid perfect kan met een verklaring in het Vlaams Parlement.

"Echt nieuw is vandaag misschien dat de Waalse collega's verwonderd zijn dat wij conclusies trekken uit blokkeringen. We willen er ons niet bij neerleggen. En deblokkeren betekent dat je de bevoegdheden nog eens herschikt. Op een dag word je het ook moe natuurlijk om een beleid uit te werken waarvan je weet dat een van de gewesten het mordicus niet wil. Dan kun je tijd en energie besparen en efficiëntie winnen door de zaken meer gescheiden te organiseren."

Ook de vervreemding tussen Vlaamse en Waalse publieke opinies laat zich, zoals de verbreding van de communautaire scope, logisch verklaren. Met manifeste onwil heeft het niet zoveel te maken, nog minder met wederzijdse afkeer. Eigen regeringen en parlementen, reëel autonome beleidsvorming en dus ook een gescheiden politieke agendasetting hadden tot gevolg dat wat politiek in Vlaanderen en Franstalige België (Bruxelles-Wallonie) gebeurde ook gewicht verwierf. En actualiteitswaarde kreeg. Dat vergt dan ook meer tijd en focus van de media. Dagbladen, radio en televisie gingen automatisch meer focussen op wat er in 'hun' gedeelte van het land bewoog. De navelstaarderij kwam er natuurlijk bij.

Beide processen, verbreding en verwijdering, kwamen al tussen 1995 en 1999 in een stroomversnelling. In 1994 was een van de laatste klassieke belgo-communautaire splijtzwammen, Voeren, van de baan. Van die agenda smeulen Brussel-Halle-Vilvoorde en de faciliteiten nog na, maar dat zijn - dixit Renaat Landuyt - "al bij al details in het grotere plaatje van wat we geregionaliseerd wensen te zien". Al in de tweede helft van de jaren negentig sloegen verbreding en verwijdering toe. Het is in die periode dat de Vijf Vlaamse Resoluties tot stand kwamen, zonder klassieke taal- of cultuureisen en met des te meer vraag naar een eigen fiscaliteit, gezondheidszorg en kinderbijslagen.

Maar toen kwamen de verkiezingen van 1999. De CVP, de communautair veeleisendste Vlaamse partij, verdween in de oppositie en de regering-Verhofstadt moest zo snel mogelijk aan de slag om de dioxinecrisis onder controle te krijgen. Voor een staatshervorming ontbrak het de paarse ploeg aan tijd en zin, Patrick Dewael (VLD) en Jean-Claude Van Cauwenberghe (PS) mochten bij elkaar op de koffie en Dewael had ook geen hond die een plastic Waalse haan tussen de tanden kon nemen. Er kwam een ministaatshervorming, Lambermont, maar daarna viel het stil. Het heeft er alle schijn van dat de staatshervormers van 2007 de draad zullen moeten oppikken waar hij in 1999 is blijven liggen.

"Dat is juist gezien", vindt Yves Leterme.

Dan toch geen paars intermezzo?

"Dat is fout gezien", waarschuwt Johan Vande Lanotte (sp.a) CD&V en N-VA.

"U gaat ervan uit dat er maar twee opties zijn: of het wordt paars en geen staatshervorming, of het wordt CD&V en een grote staatshervorming. Waar staat dat geschreven? Wie zegt dat er zonder CD&V niets mogelijk is? De sp.a gaat maar met één communautair dossier naar de kiezer, de regionalisering van het werkgelegenheidsbeleid, maar dat zal er dan ook moeten komen. De SP is niet meer. We zitten achttien jaar in de regering. Wij moeten er niet per se bij zijn. De ratio achter staatshervormingen wordt in sterke mate door twee factoren bepaald: het economische belang en de zoektocht van de PS en de vroegere CVP naar de beste manier om hun machtsposities aan weerszijden van de taalgrens te verstevigen. De sp.a heeft nooit zo'n positie te verdedigen gehad, maar heeft nu wel communautaire eisen. En tijd."

Het heeft een tijdje geduurd voor iedereen in CD&V begreep dat paars géén kort intermezzo in de Belgische politieke geschiedenis zou worden. Het zou weleens kunnen dat paars ook op het communautaire vlak vooralsnog een zwaarder stempel zal drukken dan vooraanstaande CD&V'ers bereid zijn te geloven.

"De CVP is in 1999 uit de regering gegaan en zegt nu dat er in de acht jaren die sindsdien verstreken zijn niets gebeurd is. En dat ze zullen voortdoen zoals in 1999 met de inmiddels klassieke eisen van de Vlaamse resoluties", zegt Vande Lanotte. "Die staan inderdaad ook in het Vlaams regeerakkoord van 2004, maar aan dat akkoord zijn we in 2007 bij de vorming van een federale regering niet gebonden. Dat onderschat CD&V nogal rijkelijk, vind ik, dat er zaken veranderd zijn en dat er andere accenten gelegd dienen te worden. In heel de discussie van 1999 was werkgelegenheid nog relatief onbelangrijk: men zette dat erbij om de lijst te vullen, na gezondheidszorg en de kinderbijslag. Dat is intussen grondig veranderd, toch wat ons betreft."

Als ook Vande Lanotte zegt dat B-H-V een "detail" wordt, bedoelt hij daar níét mee dat er 'geen' staatshervorming komt, maar wel dat dat thema peanuts is in vergelijking met wat er echt op het spel staat: pensioenen en ziekteverzekering betaalbaar houden. Daarvoor moet het werkgelegenheidsbeleid in Vlaamse en Waalse handen komen, vindt de sp.a. Maar dat laatste, nee, dat krijgt Vande Lanotte vooralsnog niet uitgelegd aan Elio Di Rupo.

CD&V doet zelfs niet meer de moeite om de vroegere zusterpartij cdH te overtuigen van de Vlaamse christendemocratische kijk op de dingen. "Het Lambermontakkoord!", zegt Dehaene, en hij spuwt het woord net niet uit. "Als er tussen CVP en PSC nog een draadje was, is het toen en daar doorgeknipt. De PSC heeft in ruil voor het kortetermijnbelang, zijnde centen voor het Franstalig onderwijs, steun verleend aan een miskleun van een staatshervorming. Er zal bij CD&V geen haan naar kraaien als we in een regering stappen zonder cdH."

België is geen uitvinding van Adam en Eva

Waarom schrikken de Belgen zo van zichzelf en hoe ze elkaar zien? De vraag blijft intrigeren, bijna een halve eeuw nadat de taalgrens werd vastgelegd. 1830 is, in het licht van de geschiedenis, nog maar een zucht geleden. Van nog recentere datum, maar na vier staatshervormingen al zo goed als uit het collectieve geheugen gewist, is het België dat een taalkundige potpourri was: van Vlaamse en Waalse dialecten, een beetje ABN en veel - héél veel - Frans. Dat was niet netjes verdeeld, dat moest anders. Nog in de jaren zestig verkondigden Franstalige politici in de Kamer hun oprechte overtuiging dat het Vlaams toch niet op dezelfde voet kon worden geplaatst als de taal en de cultuur van Voltaire enfin.

"Vergeet niet dat tot in de jaren zeventig de tweetaligheid van Vlaanderen, zeker bij de elite, een realiteit was", zegt Jean-Luc Dehaene. "Tot aan de oorlog heb je een generatie Belgen die tweetalig school loopt, na de oorlog krijg je een generatie die nog altijd de noodzaak krijgt ingepeperd om Frans te kennen. Dat was de laatste generatie Vlamingen die nog zonder problemen met Franstaligen kon dialogeren."

Tot 1993, toen het Sint-Michielsakkoord het licht zag, kwamen staatshervormers uit die biotoop van 'oude' Belgen. De verwijdering waarvan velen nu zo opschrikken, hebben beide taalgemeenschappen in het verleden ook zo gewild. Ook de Franstaligen. Dehaene: "Ze willen weleens vergeten dat ze mee historische verantwoordelijkheid dragen voor wat dit land geworden is. In 1932, toen de eerste taalwetten er kwamen, kozen de Walen voor eentaligheid. Indien ze toen voor tweetaligheid hadden gekozen was de evolutie fundamenteel anders geweest. Eigenlijk zie je in de jaren dertig al het embryo van het federalisme: twee grote taalgebieden, Vlaanderen en Wallonië. Door de oorlog en de collaboratie is dat een processie van Echternach geworden. De draad is pas weer opgepikt in de jaren vijftig en het echt structurele werk kon pas beginnen nadat de taalgrens in 1963 was vastgelegd."

Toen is dus ook de Grote Verwijdering begonnen? Niet helemaal. De Belgische staat droeg van bij het begin de kiem van dat proces al in zich, meent Dehaene. "De emotionele band met het land verschilde in 1830 al van Vlaanderen tot Wallonië. België is geen uitvinding van Adam en Eva, het is zoals andere natiestaten ontstaan in een industriële context. De communautaire dimensie zat er van meet af aan in, omdat de geboorte van het land zelf in zekere zin een katholieke, maar ook Franstalige reactie was op een Nederlands-protestants bewind. De Vlaamse ontvoogdingsstrijd is daar dan weer een reactie op. Dat was een taalstrijd tegen de Franstalige dominantie in die nieuwe natiestaat, maar tegelijk had het een sociale dimensie: het was ook een verzet tegen de dominerende Franse bovenlaag, eerst van de kasteelheren en daarna van de textielbaronnen.

"Al zal ik de laatste zijn om er mythisch over te doen; bij de geboorte van België bestond er wel al zoiets als een Vlaamse identiteit en geen of nauwelijks een Waalse. Vlaanderen had in de wereld voordien al een bestaan opgebouwd; het prinsbisdom Luik was ook een naam en een begrip, maar Wallonië niet. Gevolg is dat voor de Walen de Belgische identiteit vooropstaat. Ze zullen zich nooit spontaan als Waal definiëren, terwijl een doorsnee-Vlaming zichzelf op de eerste plaats met Vlaanderen identificeert en België erbij neemt als familienaam. Meer autonomie betekent daardoor voor de één automatisch meer identiteit want meer Vlaanderen, voor de ander minder 'ik' want minder België. Als je daar dan ook nog media bij krijgt die vrij eenzijdig vertalen wat er aan hun kant van de taalgrens gebeurt, krijg je effectief mythevorming en desinformatie. Dat leidt tot zulke Babelse toestanden als we gezien hebben met de RTBF-uitzending."

De schaduw van de vele -ismen in dit land hebben volgens Dehaene ook niet echt bijgedragen tot een sereen klimaat, veeleer tot de flou politique waarin soms gevaarlijke fictie gedijt.

"Ik schuw die termen", zegt Dehaene. "Autonomie, federalisme, confederalisme, separatisme. Dat zijn slogans. Ze creëren alleen maar verwarring. In onze jonge jaren hadden wij het in een manifest over autonomie, terwijl het eigenlijk over federalisme ging, maar we wisten dat als we dat woord gebruikten we uit de CVP zouden vliegen. Dus zeiden we maar autonomie. Ook met Luc Van den Brande ben ik nooit de discussie aangegaan over federalisme of confederalisme. Wat het was of precies is, het interesseert mij ook vandaag nog altijd niet. Het moet werken, functioneel zijn. Dat is ook het verschil in aanpak geweest tussen mij en Wilfried Martens. Zeg maar: het verschil tussen KSA en scouts. Het een gaat over Vlaanderen vernieuwen in de geest van Christus, het ander is vooral pragmatisch uw plan trekken."

Het gemiste rendez-vous

"We willen geen staatshervorming uit principe, maar omdat we voor meer efficiëntie zijn." Of voor - piep! - goed bestuur.

Het is, aan Vlaamse zijde, inderdaad een mantra geworden. Maar of het nu met of zonder vaandelzwaaien gebeurt, het maakt de agenda er niet minder vol door. En op het eerste gezicht ook nogal richtingloos. Het kan straks net zo goed over justitie als over de arbeidsmarkt gaan. Ook dat is nieuw.

Dehaene: "Bij elke fase van de staatshervorming was er tot nu toe een dimensie die duidelijk domineerde. Er was de culturele autonomie in 1970. Egmont mislukte, maar mondde uit in de hervorming van 1980, die de doorbraak van de federalisten à la Martens en Schiltz betekende: zij dachten niet cultureel maar sociaaleconomisch en structureel. In 1988 kwam de financieringswet. In 1992 was het institutionele afgerond. Er tekenen zich cycli af. De tijd moet rijp zijn om stappen te zetten."

De politieke krachten van het moment kunnen er natuurlijk een stop op zetten, of saucissoneren en temporiseren. De Wetstraat bleek niet rijp voor Egmont, maar de herkansing kwam er vrij snel. Ook in 1988 bleef er een staatshervorming, de zogenaamde 'derde fase', in de kartons zitten, maar vijf jaar later kwam ze in de gedaante van het Sint-Michielsakkoord toch nog ter wereld.

"Als het moet komen komt het toch. Het ophouden is gevaarlijk."

Er is volgens CD&V sinds 1993 eigenlijk geen staatshervorming meer geweest.

"Lambermont?" De haan kraait een derde maal. De oud-premier beschouwt die communautaire ronde van 2001 als het koekoeksjong onder de staatshervormingen. "Lambermont ging over bevoegdheden die, op de gemeentewet na, veeleer symbolisch waren en waarvan de regionalisering wellicht zelfs contraproductief was: buitenlandse handel, ontwikkelingssamenwerking en landbouw. Tegelijk negeerde men bevoegdheden waar er reële verschillen aan het ontstaan waren. Die komen vandaag weer naar boven. Bovendien was de financiering van Lambermont rampzalig voor de federale staat. Men heeft financiële middelen overgedragen zonder dat er bevoegdheden aan gekoppeld waren. Vlaanderen kan het daardoor vandaag nog altijd zeer ruim nemen terwijl de Belgische staat de Europese begrotingsnormen alleen maar kan halen als de gemeenschappen en gewesten meewerken. Het minste wat je kunt zeggen is dat er omstreeks 2000 een rendez-vous is gemist."

Volgens Dehaenes rekenkunde moet België vandaag dus hoogzwanger zijn van een nieuwe staatshervorming. Wat als ze ook nu niet komt? De tram tegenhouden in Tervuren?

"Als het moment van een volgende aanpassing nog eens vier jaar wordt uitgesteld kan het tot ontsporingen komen. In die zin kun je Guy Verhofstadt vergelijken met Paul Vanden Boeynants. Na Gaston Eyskens in 1970 kwam VDB en die vond dat het welletjes was geweest. Er volgde later méér. Ik vrees dat Verhofstadt dezelfde fout aan het maken is. Als er druk op de ketel is om een stap te zetten en je laat dat na dan riskeer je later een nog radicalere stap."

Agenda's vullen zich ongeordend, gas hoopt zich op en - om het nog moeilijker te maken - er zijn niet langer Belgische bruggen. Snuffelcontacten voor een staatshervorming worden daardoor dus bemoeilijkt. Op hun uit elkaar drijvende eilandjes staan Vlaamse en Franstalige zuilen zo te verzouten.

Dehaene: "Ook andere bruggen verdwijnen. Politici die nog in structuren met Franstaligen hebben gewerkt, worden schaarser. Intussen heeft ook de asymmetrie een nieuwe dynamiek ontwikkeld. Als je enkel in de Vlaamse regering zit, en je botst in het overlegcomité van de federale en de gewestregeringen op de benadering van de anderen, dan heb je daar geen partners meer die je kunt beïnvloeden. CD&V heeft geen tegengewicht meer in het overlegcomité.

"Dat zorgt automatisch voor een Vlaamse verscherping. Voor de CVP was het uitgangspunt altijd dat het federale ons iets waard was. Dat leidde weliswaar tot almaar groter wordende spanning tussen het partijbelang en 's lands belang, maar precies omdat we figuren hadden die op het federale vlak werkten, bleef dat onder controle. Pas op, CVP heeft altijd een traditie gehad van vrij radicale congressen. In Oostende is zowaar bijna eens de onafhankelijkheid goedgekeurd. Maar in de dagelijkse praktijk werd dat vrij probleemloos overstegen. Dat is in een context waarin je alleen Vlaams werkt veel moeilijker.

"Die spanning tussen partijbelang en Belgisch belang zat trouwens ook in ons electoraat. We hebben altijd heel Vlaamse, maar ook Belgische kiezers gehad. Ik zeg wel: kiezers. Het kader was over de hele lijn Vlaamser. We hebben in de jaren zeventig en tachtig de invloed van de Volksunie meegemaakt, iets wat nu in het kartel samen is gebracht. Nu zitten we dus in een situatie waarbij het zwaartepunt in Vlaanderen ligt."

Wat ook ontbreekt in het federale België is de hiërarchie van normen. Het betekent dat wetten van de verschillende regeringen elkaar kunnen tegenspreken zonder dat de een boven de ander kan worden gezet. Dat kan in Zaventem bij wijze van spreken zelfs vliegtuigen aan de grond houden. En wat zich ook almaar scherper laat voelen is het ontbreken van federale electorale systemen.

Voor Dehaene zijn ook dat weer voorbeelden van hoe Franstaligen vandaag soms klagen over implicaties van keuzes die ze zelf gemaakt hebben. "Zij wilden geen hiërarchie van normen, omdat ze vreesden dat een Nederlandstalige meerderheid in het parlement de Waalse wetgeving zou overrulen. En de laatste keer dat er een kans was om te komen tot een Belgische kieskring, bij de eerste rechtstreekse Europese verkiezingen, verzette Charles-Ferdinand Nothomb zich tegen nationale kieslijsten, omdat hij vreesde dat de Vlamingen wel stemmen zouden halen in Wallonië, maar de Franstaligen niet in Vlaanderen."

Toch nog een coup de théâtre?

Zoveel nieuwe factoren, zo'n overvolle agenda en zo weinig voorafgaande contacten. Je vraagt je af of en waar de Wetstraat het komende jaar zal landen. Ver voorbij de meet of er misschien net ver voor? Dehaene: "Och, indien ik in 1988, toen ik aan mijn 'honderd dagen' begon, al had kunnen zeggen welke bevoegdheden we uiteindelijk met het Sint-Michielsakkoord zouden overdragen, men had gezegd: hij is niet goed wijs."

Er staat ook vandaag nergens geschreven dat er na de verkiezingen en op het einde van een regeringsvorming een kant-en-klare staatshervorming moet worden afgeleverd. "Zoals Sint-Michiels wordt het in 2007 wellicht niet", zegt Johan Vande Lanotte. "Dat was zeer institutioneel. Overigens, het lijkt achteraf altijd zo fantastisch gepland, maar het Sint-Michielsakkoord is met horten en stoten tot stand gekomen. Dehaene mocht van zijn partij in 1992 beginnen aan een noodregering. Anderhalf jaar heeft hij gesleuteld, op zoek naar communautaire vooruitgang, maar dat mislukte toen. Hij moest van zijn partij twee zaken doen: een goede begroting maken en een staatshervorming, anders moest de partij uit de regering. Er werd al gespeculeerd over een opvolger voor Dehaene. En toen heeft hij het toch nog in anderhalve maand rond gekregen en was hij de grote held van de CVP."

Misschien wachten er ons in 2007 nog wel meer coups de théâtre. Ook een constante bij staatshervormingen is dat er altijd eentje bedrogen moet worden. Met name Johan Vande Lanotte is op zijn hoede. Zijn Leterme en Di Rupo niet bezig aan een magistraal partijtje schaduwboksen? "Catch!", zegt hij. "'Nu doen ze elkaar écht zeer, hé.' Ik hoor het mijn meme nog zeggen. Ze kwam 's avonds laat speciaal nog eens uit bed om de catch op de Franse televisie te volgen. Ze zag dat graag. Catchers maken veel spektakel en lawaai, maar ze doen elkaar nooit echt pijn. De kijkers amuseren zich, maar ze worden wel bedrogen. Paul Vanden Boeynants en André Cools waren daar ook straf in."

Leterme en Di Rupo ook? Is Leterme met andere woorden een zegen voor Di Rupo en omgekeerd? Misschien. En de sp.a volgt alle bewegingen, al dan niet schijn-, met argusogen. De Vlaamse socialisten hebben het in prepaarse tijden al vaker meegemaakt dat de Groten - PS en CVP - na enige rondjes in de ring een deal sloten. "Altijd proberen ze dat", zegt Vande Lanotte. "Ik heb het nooit anders geweten. Dehaene zette zich samen met Busquin of Spitaels, en dan moest je verdorie bij de pinken zijn om door die muur heen te geraken."

Ik vrees dat Verhofstadt dezelfde fout aan het maken is als Vanden Boeynants destijds. Als er druk op de ketel is om een stap te zetten en je laat dat na, dan riskeer je later een nog radicalere stapJohan Vande Lanotte (s.pa):

Waar staat geschreven dat er zonder CD&V niets mogelijk is op het gebied van de staatshervorming?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234