Woensdag 25/05/2022

Baant Wilfried Martens toch nog de weg voor Jean-Luc Dehaene?

Even Vilvoorde bellen

Het zegt misschien meer over dit land en de Wetstraat dan over de man zelf, maar al twintig jaar roepen koning en elite om Jean-Luc Dehaene telkens als het embroglio te groot wordt. Maar strookt de man wel met de mythe?

Door FILIP ROGIERS

Brussel l 'Jean-Luc staat niet te springen om dit te doen', zegt een intimus. In het verleden kon hij namelijk niet élke crisis de baas. En over de erfenis van Yves Leterme heeft hij zijn intieme, vernietigende overtuiging.

24 november 1991. Zwarte Zondag. De negende regering-Wilfried Martens gaat heilloos ten onder. Twee winnaars zijn er: Jean-Pierre Van Rossem en vooral het Vlaams Blok. Het schip van staat heeft maanden nodig om de dreun te boven te komen. Voor het eerst sinds pakweg eind de jaren zestig worden ook de aloude geplogenheden van de regeringsvorming even on hold gezet. Het was tot 1991 een certitude dat de CVP na verkiezingen aan het roer stond en vervolgens socialisten of liberalen uitnodigde om een regering te vormen.

Na die verkiezingen zaten alle democraten evenwel zo in zak en as, en twijfelden enkele kleppers zelfs publiek aan hun politieke roeping, dat er (kortstondig) gezocht werd naar onuitgegeven wegen. Zo ondernam Guy Verhofstadt een eerste poging om een paarse regering op de been te krijgen, maar dat mislukte. Ook de informatieronde van Franstalig christendemocraat Melchior Wathelet om tot een "contract met de burger" te komen, een regeerakkoord dat het 'vertrouwen in de politiek' moest herstellen, werd al vrij snel herleid tot zijn ware proporties: tijd kopen. Om de Wetstraat weer bij de les te krijgen, de prioriteit: het sociaaleconomische. Europa en de Maastrichtnormen begonnen dwingend te worden en de binnenlandse economie wachtte op een Globaal Plan.

Te midden van antipolitiek en hoongelach begon 'loodgieter' Jean-Luc Dehaene aan wat hijzelf omschreef als een noodregering, in de publieke opinie veeleer beschouwd als een mission impossible. De start was geen succes. Een van de 'nieuwigheden' in zijn kabinet, technocrate Mieke Officiers, bleek algauw een mislukking. En het vertrouwen in Dehaene I bleef maandenlang op een vriespunt. Maar Dehaene hoefde op dat moment nog niet direct te denken aan kiezers, al helemaal niet aan eigen kiezers. Het is een fundamenteel verschil met Yves Leterme, die geplebisciteerd werd door 800.000 Vlamingen.

Het zijn de drie jaren die volgen die Dehaenes reputatie definitief vestigen. Hij loodst België in de Europese Muntunie, smeedt een staatshervorming en slaagt erin, om mede door zijn gezag bij de sociale partners, de sociale vrede in het land te bewaren. In de Wetstraat is het een vast gezegde dat regeringspartijen nooit beloond worden voor hun beleid. Maar Dehaene is de uitzondering. Hij houdt in de verkiezingen van 1995 het schip recht: het respect voor de man weegt zwaarder dan Agusta, het verder groeiende Vlaams Blok en het in 1993 nog onwaarschijnlijke succesverhaal van de door Guy Verhofstadt opgerichte VLD.

Kwakkelend parcours

Het is niet Dehaene zelf die dertien jaar later nog op dat succes van halfweg de jaren negentig teert, dat doen wel veel van zijn partijgenoten, de intellectuele elite van het land - opiniemakers zijn unisono -, en ook heel wat politici in andere traditionele partijen, maar dan toch vooral bij de socialisten, die met Louis Tobback en Elio Di Rupo mee de jaren-Dehaene vormgaven.

Vergeten lijkt vandaag het kwakkelende parcours van 1995 tot de electorale afstraffing in 1999. In 1996 dwingt de affaire-Dutroux Dehaene tot de bekentenis dat ook onder zijn premierschap de malaise in politie en justitie, nochtans al eind de jaren tachtig uitgebreid gedocumenteerd met het parlementaire onderzoek naar de Bende van Nijvel, is blijven aanslepen.

Na de ontsnapping van Dutroux sleept Dehaene II zich verder om een jaar later toch te stranden op de crisis te veel: de dioxinecrisis. Sindsdien is zijn reputatie wel verder gegroeid, maar zonder nieuwe wapenfeiten. Of toch, maar dan in mineur: na de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 helpt hij zichzelf aan een meerderheid met de steun van een ex-FDF'er.

De roep om 'ervaren stuurlui' die na 10 juni 2007 her en der opwelt, is onrealistisch, en geen man die het beter weet dan Dehaene zelf. Slechts node laat hij zich die zomer overtuigen om als koninklijk bemiddelaar het pad te effenen voor een regering en dus voor Yves Leterme. Hij houdt er een kater aan over. Zijn aloude pragmatisme, zoals het spreekt uit de schootnota waarmee hij 'geflitst' wordt aan de poort van het koninklijk paleis, pakt niet. Niet in deze tijden. Zijn loodgieterij werkte, zolang er een regering in het zadel zat en de logica's van iedereen rond de tafel (en ook van de pressiegroepen daarbuiten) bekend en doorgepraat waren. Geen van die voorwaarden was vervuld in de zomer van 2007. De verkiezingen lagen nog te vers achter de rug en er was voor Yves Leterme nog reden genoeg om de inzet van het politieke pokerspel hoog te houden: én een grote staatshervorming, én een regering onder zijn leiderschap.

Dehaenes reële verdienste die zomer beperkte zich tot het "aan boord hijsen van Joëlle Milquet", zegt een intimus van de oud-premier. "Dat was zijn taak, daarin slaagde hij." Die korte passage als koninklijk brandweerman leerde Dehaene één ding: "Ik ben een politicus van de vorige eeuw", zoals hij zelf al eens gezegd had.

Hij legt de lat hoog

Dehaene is in zijn beste jaren, de jaren waarin hij het etiket 'loodgieter' verwierf, ook geconfronteerd met crisissen die de fundamenten van het politieke bestel deden daveren: in 1988 had hij honderd dagen nodig om de impasse vlot te trekken, na 1991 moest hij 'out of the box' - bij Rossem-Kamerlid Jan Decorte - steun gaan zoeken voor zijn staatshervorming en in 1998 kon de politiehervorming niet meer helpen om zijn meerderheid uit de gevarenzone te manoeuvreren.

Maar een politiek embroglio, zoals hij vandaag mogelijks erft, heeft ook hij nooit zo duurzaam en structureel meegemaakt. Essentieel in zijn vroegere aanpak van crisissen was ook dat hij er pas aan begon als hij een minimaal zicht had op de mogelijkheden. En mogelijkheden heeft hij het afgelopen anderhalf jaar niet gezien. Dehaene heeft zo zijn intieme overtuiging over de 'nieuwe politieke cultuur' waarmee Yves Leterme na 10 juni 2007 de Wetstraat inpalmde. Hij had allang voor de verkiezingen geen goed oog in de gevolgen voor de federale politiek van de Vlaamse profilering van Leterme en het kartel met N-VA.

Als hij vandaag ingaat op de lokroep om de politieke impasse te deblokkeren, zal hij de lat zeer hoog leggen. Hij wil niet, zoals in juli 2007, opdraven voor een onmogelijke opdracht. Hij wil er de socialisten bij. En hij wil in juni 2009 ook federale verkiezingen, wat CD&V en vooral Kris Peeters daar verder ook van mogen vinden. Er zijn grenzen aan "dat beetje scoutisme" ofte opofferingsbereidheid dat hij wel degelijk nog altijd heeft.

"Jean-Luc staat er niet voor te springen", zegt een intimus. "Zijn lijn is sinds zijn afscheid van de nationale politiek altijd geweest: 'Ander en beter, ik heb mijn taak gedaan. Als ze raad nodig hebben, mogen ze mij bellen. C'est tout'. Maar ja, als CD&V aan zet blijft, is de vraag: wie dan? Er springen geen leiders meer uit. Jo Vandeurzen en Yves Leterme hadden ze nog, nu niet meer. Voor de rest zijn de leiders niet dik gezaaid in de partij. En van de weinigen die het zouden kunnen, heeft iedereen wel een reden om het niet te doen. Achteraf bekeken was Leterme ook niet de aangewezen persoon om het leiderschap op zich te nemen. Als je eerst 'Vlaanderen boven' roept, en vervolgens wordt dat 'België boven'... Tja, dat moest wel mislukken."

"Als hij het doet, zal er veel massagewerk nodig zijn om meer bepaald de liberalen zover te krijgen dat ze toch meedoen. Maar dat is de prijs. Dehaene vond van meet af aan dat het met de huidige formule niet kon werken. Als hij de socialisten mee aan boord wil, zal dat wat tijd vergen. Vraag is: is die tijd er? Als hij zegt: ik wil het doen, dan koopt hij wellicht massagetijd. Het zou mij, hem kennende, niet verwonderen dat hij nu al met massagewerk bezig is."

De roep 'bel Vilvoorde' ligt dus minder voor de hand dan eind vorige week, na Letermes einde, bleek. Denken dat Dehaene de klus wel zal klaren, is naïef. Of Dehaene is inderdaad superman, of de Wetstraat - zijn eigen partij op kop - is de wanhoop danig nabij. Gokkie gokkie: het tweede. En de man zelf? Gevraagd of hem, zoals voor Wilfried Martens en Leo Tindemans, het zwarte gat wachtte na de macht antwoordde hij: "Oooh, wat mijn persoonlijk belang betreft, vrees ik dat ik niet op tijd weg zal zijn." Dat was (al) tien jaar geleden.

De Gedachte, pagina 14

Als Dehaene ingaat op de lokroep om de politieke impasse te deblokkeren, zal hij de lat

zeer hoog leggen

n 1992. Te midden van antipolitiek en hoongelach begint 'loodgieter' Jean-Luc Dehaene aan wat hijzelf omschrijft als een noodregering, in de publieke opinie veeleer beschouwd als een mission impossible. De jaren die volgen vestigt hij zijn reputatie evenwel definitief.

n Juli 2007. Slechts node laat Dehaene zich overtuigen om als koninklijk bemiddelaar het pad te effenen voor een regering en dus voor Yves Leterme.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234