Zondag 17/01/2021

Axel Enthoven, designer

Axel Enthoven (63), onder meer winnaar van de belangrijkste designprijs in Vlaanderen, de Henri van de Velde-prijs voor zijn hele loopbaan, is wereldberoemd in het milieu, maar niet bij het grote publiek. Hij ontwierp meer dan driehonderd producten: van meubelen over technische producten en medische apparatuur tot zijn meest erkende specialiteit, mobiliteit. Van de tijdloze bolbuikige Futura-bus over de dubbeldekstreinen van de NMBS tot de nieuwste Brusselse tram: ze komen allemaal uit de hoofden van zijn bureau. Want dat vertelt Enthoven aan wie het horen wil: de tijd van de individuele ontwerper ligt achter ons, vandaag is design vooral teamwork geworden.

et is ooit anders geweest, ik ben begonnen in een tijd toen mensen het woord design niet eens konden uitspreken, laat staan dat ze wisten wat het betekende. Design werd heel lang stiefmoederlijk behandeld, het was puur missionariswerk. Ik ben ook altijd een voorzichtig man geweest: mijn vader heeft meegemaakt hoe het hele familiefortuin, belegd in aandelen, na de oorlog niets meer waard was. Ik zal geen frank uitgeven zonder die te bezitten en ik blijf als de dood voor banken. Misschien zijn we daardoor minder snel gegroeid dan mogelijk was, maar ik heb er geen spijt van. Het zit genetisch in mij, vermoed ik: mijn grootvader langs moederszijde zat in de binnenhuisdecoratie, mijn overgrootouders runden metaalpletterijen in Den Haag. Technisch en kunstzinnig denken, hand in hand. Doe daar wat marketing en commercieel inzicht bij, en je komt uit bij wat we geworden zijn.”

“België was toen ook zo klein dat je wel verplicht was om naar het buitenland te gaan. Je moet buiten je oevers treden en Belgen hebben de gave van een kameleon: we spreken niet alleen onze talen, we hebben als gevolg van alle bezettingen en door het samenlopen van Germaanse en Romaanse culturen het vermogen heel snel cultuurverschillen te begrijpen en ze te incorporeren in onze ontwerpen. We moesten ons heel realistisch opstellen om simpele ideeën te kunnen doordrukken.”

ER zit iets japans in mij

“Ik ben niet de meest bekende designer, maar dat is ook nooit de ambitie geweest. Ik heb nooit kunstenaar willen zijn. Ik droeg pak en das, geen geitenwollen sokken. Wie ben ik om mijn wil door te drukken? Ik werk toch voor anderen? Een product moet voldoen aan de grootste gemene deler van smaak, moet de belangen van de maker, de technische mogelijkheden van de producent en de verwachtingen van de gebruikers met elkaar verzoenen. De rode draad is de mens: hoe hij reageert, hoe hij comfort en gebruiksgemak beoordeelt. Dat is onze specialiteit, niet het kunstenaar-zijn. Die opstelling is me door andere ontwerpers niet altijd in dank afgenomen. Ik heb nooit een duidelijke signatuur ontwikkeld, mijn ego is daarvoor te klein. Ik hou ook niet van de vedettencultus.”

“Elk product is in wezen rationeel, maar hoe dichter je bij de consument komt, hoe meer de emotie meespeelt: dat heb je meer bij meubels dan bij ziekenhuisapparatuur. Soms wordt het pure emotie, Philippe Starck is daar soms geniaal in: zijn citruspers is niet te gebruiken zonder jezelf en je keuken vol te kliederen, maar het is wel een emotioneel icoon geworden. Maar veel liever dat dan de rage van al die spulletjes die op de markt komen. Vernieuwen alleen om te vernieuwen is fout. Dat leidt tot een algemene verloedering, zelfs een vulgariteitssyndroom.”

“Ik heb nooit geprobeerd te choqueren, wel te verleiden met wezenlijke dingen, met eenvoud en tijdloosheid. Er zit iets Japans in mij: soberheid, less is more. Het heeft te maken met de poging tijdloosheid te creëren, niet weg te moeten kruipen van schaamte wanneer je twintig jaar later opnieuw op je ontwerpen botst. Daarom ligt die Futura-bus me zo nauw aan het hart. Een normale looptijd van een busmodel is een kleine tien jaar. De Futura is al meer dan vijfentwintig jaar vrijwel ongewijzigd in productie.

Daarom vind ik het een affront wanneer men ons met modeontwerpers vergelijkt. Mode is een vrij asociale, oppervlakkige activiteit, bedoeld om de textielconsumptie te laten draaien. Vier collecties per jaar, wat is daar nog serieus aan, hoe snel moet dat niet ontwikkeld worden? En ten koste van welke ecologische voetafdruk? Als er één domein is waar de technologie met een slakkengang vooruitgaat, dan toch de mode? Alleen in de sportkledij heb je de afgelopen jaren wat technologische vooruitgang gezien. Design is meer dan de keuze tussen een streepje, een bloemetje of een bolletje voor het volgende seizoen. Als we de innovatie van vervoers- middelen zo hadden aangepakt, dan reden we nog met paard en kar. Design is zweten: hoe combineer je de veiligheid van een chauffeur met het comfort van de passagiers, met betere opstapmogelijkheden, met het verlengen van de levensduur en het verminderen van vandalisme? Armani en Cardin hebben dat soort problemen niet.”

DESIGN IS MEER DAN EEN

KRuLLETJE LINKS OF RECHTS

“Design is in wezen ethisch. Het zijn waardepatronen die in producten vertaald worden. We zijn dienstverleners die vaak ideële meerwaarde stoppen in de vragen van klanten. Af en toe zijn we zelfs provocateurs. Ik zou bijvoorbeeld nooit een elektrische executiestoel kunnen ontwerpen, ook niet als ik er miljoenen dollars voor zou krijgen.”

“Een product heeft pas reden van bestaan als het beter is dan wat er voorheen was. Design wordt ten onrechte vaak beperkt tot luxeproducten. Een goed ontworpen injectienaald is ook design. Styling is iets anders, dat is vorm zonder inhoud. Design is vooral intelligent ontwerpen. Of het nu een luxueuze meubellijn is of goedkope opbergdozen, het kan allebei perfect design zijn: prijs in functie van kwaliteit, materiaalkeuze, handwerk, de techniek. Het is niet de hype die telt en al evenmin de innovatie om de innovatie, maar wel de duurzaamheid, de blijvende eigentijdsheid. Vorm op zich is niet zaligmakend. Het is een ziekte van de tijd dat men om het jaar een wereldrevolutie wil, terwijl mensen veeleer zitten te wachten op bevestiging dan op revolutie.”

“Design is ook veelomvattender geworden. In plaats van producten vorm te geven, gaan we meer en meer waarden vormgeven, leefstijlen. De Opera is één van onze laatste producten. Een luxetent die je met één knop installeert, je mag er 120 kilometer per uur mee rijden en je hoeft dus geen ‘sleepkeet’ mee te trekken. Ruimte zat, het is eigenlijk een lodge, kampeergenot voor mensen die iets tegen campings hebben. Opnieuw van de natuur genieten, maar waarom niet op een manier die heel comfortabel is, met airco, een wijnkastje, douche en wc. Je zet hem in oostelijke richting dankzij het kompas en je wordt gewekt door de ochtendzon die binnenstroomt. Dat is waar we meer en meer mee bezig zijn. Dat idee ontstond niet uit een opdracht, maar na een brainstorm: hoe krijg je me zo gek dat ik er weer met een tent op uit wil trekken?”

“We komen nu met een bed voor mensen van mijn generatie, om te vermijden dat wie snurkt in een aparte kamer moet gaan slapen. Je duwt op een knop en de matrassen gaan uit elkaar, of er komt een geluidsabsorberende wand tussen. Dat is helemaal nieuw. Er komt verlichting onder het bed, zodat je het terugvindt zonder dat je je partner moet wakker maken na elk toiletbezoek. Tegen 2025 is 22 procent van de Europese bevolking ouder dan 65, en meer dan 80 procent daarvan zal zelfstandig wonen. Die groep groeit in aantal, blijft langer te been en is bijzonder koopkrachtig. De interieurinrichting volgt die evolutie met een ‘derde fase’. Vroeger volgde op de Ikea-starterset de definitieve aankoop van de meubelen die je eigenlijk altijd wou, en daar deed men het mee voor de rest van zijn leven. Nu plannen senioren nog een derde meubelaankoop, maar er zijn te weinig producten die op hun behoeften en verlangens zijn gericht. Want al die jonge designers kunnen daar natuurlijk weinig of geen passie voor opbrengen. Je mag het ook niet de laatste aankoop noemen, dat zou te luguber zijn. Maar wel de derde. Alleen moet je dat ontwerp zo maken dat er geen enkele connotatie met bejaardentehuizen of ziekenhuizen ontstaat. Waarom zou een wat hogere stoel, om makkelijker te kunnen rechtstaan, lelijk moeten zijn? Of kasten met een modulair opberggeheugen - veel gestructureerder - die je helpen bij je vergeetachtigheid? Het blijft uiteindelijk boerenverstand om het leven te vergemakkelijken. Dát is design, niet een krulletje dat je links of rechts toevoegt. Prijs je gelukkig dat er nog een paar idioten zoals ik rondlopen die willen blijven werken. Ik ken stilaan de problemen van een wat gevorderde leeftijd, en ik heb er geen complex van. Ontwerpers van mijn leeftijd hebben perspectief en ervaring. Maar toegegeven: misschien zijn we niet meer zo sexy.”

“Weet je waar ik nog van droom? Een soort plafondkoepel die me toelaat om op huwelijken en feesten eens een praatje te maken. Nu word ik overal weggeblazen door de muziek van het orkest of de dj, en kan ik me amper verstaanbaar maken. Dan moet ik naar huis, is het feest gedaan voor mij, en ik stond daar toch met zo’n mooie bos bloemen. Ik word daar dus meer en meer slechtgehumeurd van. Wie zo’n geluidsstolp denkt te kunnen ontwikkelen, neme de handschoen op: daar is volgens mij een grote markt voor.”

VROEGER GAVEN WE PRODuCTEN VORM, VANDAAG ERVARINGEN

De toekomst van het designbureau Axel Enthoven Associates wordt verzekerd door een trio. Aan hen de vraag wat de grote verschilpunten met het verleden zijn.

Benoît Mintiens (senior designer): “Het vak wordt steeds breder, er wordt steeds meer verwacht in termen van kennis. Productkennis, fabricagekennis, het hele interactieve luik en alle internetapplicaties. Dat bestond vroeger niet. Het tempo gaat ook steeds hoger. Een busproject duurde ooit drie jaren, nu drie maanden. De wereld verandert sneller, en wij moeten volgen.”

Alain Denis (partner): “Het wordt ook steeds meer multidisciplinair. Het is een holistische aanpak geworden. Designers zitten tussen research, algemeen management, marketing, productie en de klant in. Je merkt dus een evolutie van de individuele ontwerper met een idee, naar een team dat samen naar oplossingen zoekt voor alle betrokken partijen. Innovatie komt vanuit de behoefte van de klant en vanuit de ontwikkeling van de techniek. Wij zitten daar tussenin, met een poging die innovatie gebruiksgericht te maken, bruggen te bouwen tussen die verschillende elementen.”

Benoît Mintiens: “We verkopen eigenlijk meer en meer ervaringen, eerder dan producten. Je koopt niet alleen een nieuwe bril omdat je bijziend bent. Nee, de bril, de manier waarop je hem uit de doos haalt, hoe hij eruitziet, wat je ermee kan doen, en welk beeld je van jezelf geeft: dat totaalpakket is vandaag design. Terwijl men dertig jaar geleden blij was als hij voldeed aan de normen en je er beter mee kon zien. En dan hebben we het nog maar over een bril. Je kan je indenken wat erbij komt kijken als je werkt aan een project rond openbaar vervoer. Want dan ontwerp je geen bus of een trein, dan ben je bezig met hoe een reiziger zich voelt tijdens zo’n reis. Wat wil hij, hoopt hij: dat probeer je te ontwerpen. Zorg ervoor dat de trein zich aanpast aan de reiziger en niet omgekeerd.”

we ontwerpen vandaag

immateriële waarden

Martijn Vogelzang (senior designer): “De uitdagingen zijn vandaag complexer. Vroeger was er eerst de vraag naar een product, daarna werd het vermarkt en in het slechtste geval opgedrongen. Nu zijn we bezig met de vormgeving van diensten in een andere wereld, met enorme aandacht voor duurzaamheid en sociale relevantie. Ecologie is niet meer weg te denken uit mijn werk, en dus moet je daar ook de competenties voor ontwikkelen. We ontwerpen vandaag immateriële waarden en concepten, en dat gaat veel verder dan esthetiek. De puur esthetische definitie van design was in het verleden te eng.”

Alain Denis: “Esthetiek kan een toegevoegde waarde bieden, en dus commercieel succes. Maar dat is niet voldoende. Producten moeten niet alleen beter zijn, maar ook functioneler en rekening houden met immateriële waarden. Er is nu een sterke tendens naar sociale innovatie. Hoe kunnen we bijvoorbeeld het probleem van de ziekenhuisbacterie oplossen? Eén invalshoek is de expertise en de vraag van de arts, of de logica van het ziekenhuismanagement. Daarnaast kan je in de gezondheidssector ook de patiënt bevragen vanuit zijn ervaringsdeskundigheid: door zijn ziekenhuistraject uit te stippelen kan je vaststellen waar het fout loopt en verbeteringen aanbrengen. In het ontwerpen van oplossingen voor problemen lijkt dus veel meer toekomst te zitten.”

psychologie en sociologie

Martijn Vogelzang: “Design beperkt zich al lang niet meer tot de vorm alleen. Wanneer je treinen of een station ontwerpt, komt er ook behoorlijk wat psychologie en sociologie bij kijken. Wij hebben er bijvoorbeeld expliciet voor gekozen om de nieuwe Brusselse tram vrij luxueus aan te kleden. Een andere optie was om er een ijzeren kooi van te maken, bestand tegen vandalisme. Maar wat merk je? Door respect voor de gebruikers te tonen, door hen schoonheid te geven, zie je net dat het vandalisme daalt. Zo wordt de meerinvestering in schoonheid uiteindelijk een besparing in herstellingskosten.”

Alain Denis: “Wij zijn atypisch: meer gespecialiseerd in het ontwikkelen van concepten dan van producten. Multidisciplinair zijn we ook: de ene dag een trein, de andere een wasknijper. Zo zitten we nu eenmaal in elkaar. Of dat het model van de toekomst is, zullen we moeten afwachten. Maar momenteel loopt het aardig.”

Benoît Mintiens: “Er is niets moeilijkers dan een klant die zegt: ‘Doe maar wat.’ Dan weet je automatisch dat het niet goed zal zijn. Er bestaat niets ergers dan carte blanche. Want dan kan hij het uiteindelijk toch niet maken, of kost het te veel. Wij zijn geen artiesten maar industriële ontwerpers. De investering van onze opdrachtgevers moet vroeg of laat renderen. Gelukkig blijft creativiteit mogelijk, maar wel met beperkingen. Soms leiden die tot frustraties, maar evengoed ook tot momenten van euforie wanneer alle puzzelstukken dan toch in elkaar passen.”

Martijn Vogelzang: “En het mooiste is wanneer je je klant voor een stukje kan ‘opvoeden’, hem een stapje verder kan brengen dan hij eigenlijk van plan was te gaan, en hij daar zelf ook heel blij om is. De Brusselse tram ging een heel stuk verder dan de opdrachtgever oorspronkelijk in gedachten had. Maar hij heeft zijn grenzen verlegd, en nu komt heel Europa ernaar kijken.”

TeamWORK

De ploeg van Enthoven Associates/Yellow Window met

uiterst links Axel Enthoven. Op de bank zitten partners Benoît Mintiens (l.), Martijn Vogelzang (m.) en Alain Denis (r.). De twee andere partners zijn Lut Mergaert (eerste dame van links) en Eric Govers (derde laatste van rechts).

SIERLIJK De tram voor de Brusselse MIVB is door art nouveau geïnspireerd.

Opera is een vernieuwende kampeeroplossing voor het Nederlandse bedrijf Ysin.

De shuttle voor de Mont Saint-Michel, die in 2012 operationeel zal zijn.

De Jonckheere luxetouringcar voor VDL.

Voor Alstom ontwierp Axel Enthoven de trams voor Jeruzalem.

voorontwerp van een kantoor-in-een-kantoor

voor de firma Bulvano.

Elan voor de firma Gloster is het lichtste teakmeubelconcept ter wereld.

Revolutionair bed voor de babyboomers: als iemand snurkt, kunnen de bedden automatisch gescheiden worden. Collectie Indigo van Recor Bedding.

Voor de firma Moerman uit Meulebeke: een wasknijper zonder metaal. De kleinste producten krijgen dezelfde aandacht als de grootste.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234