Donderdag 24/10/2019

Awel ja, het zijn de Barakken hé

Een Frans koppel vraagt de weg naar 'le deuxième Floralux'. Ze komen uit Compiègne. Ze rijden 340 kilometer, heen en terug, voor drie geraniums, een ficus en een tuinkabouterGhislain Verstraete: Mijn vader zat hier vaak, in café De Voorstad van Moorsele. Als het zijn verjaardag was, kochten we als cadeau 25 bierbons. Doodgelukkig was hij daarmee

Fotograaf Jonas en ik stappen op zondagnamiddag in Menen richting de brug over de Leie. Achter die brug begint de Menense wijk de Barakken. Die loopt tot aan de grens met Frankrijk. Daar begint Halluin, ofte Oallewinne. Aan de zijkant worden de Barakken begrensd door een rijksweg. De Barakken groeiden explosief in de jaren dertig van de vorige eeuw. Door de sterke Franse frank konden veel Belgische grensarbeiders een eigen woonst optrekken. In de Barakken.

Vlak voor we de brug overstappen, richting drukke microkosmos van de zondagse Rijselstraat, vraagt een Frans koppel de weg naar "le deuxième Floralux". Terwijl ik bewonderend denk dat Floralux ondertussen al de status heeft van bulex of kodak - een merknaam die synoniem geworden is met het volledige product -, wijs ik hen de weg naar Tuincentrum Fournier. Ze komen uit Compiègne. Ze rijden vandaag 340 kilometer, heen en terug, voor drie geraniums, een ficus en een tuinkabouter.

Ik ben op 5 kilometer afstand van de Barakken opgegroeid, in Geluwe, maar ik heb hier nog nooit echt goed rondgekeken. Vermoedelijke reden: de ondertoon van argwaan in elke uitspraak over de Barakken, in de plattelandsgemeente die mijn geboortedorp was/is. "Ha ja, het zijn de Barakken, hé." Als we naar de Auchan reden voor goedkope wijn en pain flûte voor 1 Franse frank moesten we in de onheilspellende Rijselstraat aanschuiven bij de grens. Eén keer reed de chauffeur achter ons twee, drie keer tegen onze achterbumper, Simca geblutst, wij bang blijven zitten, nummerplaat genoteerd, ne Fransman! "Awel ja, het zijn de Barakken, hé."

Wat weet ik over de Barakken? De Rijselstraat is decennia geleden een succesvolle winkelstraat geworden, omdat de bussen vol grensarbeiders hier de grenscontrole moesten ondergaan. In de paar minuten dat dat duurde, verkochten winkels hen broodbeleg, een pistolet met gekapt, een zatte kaffie. Vanaf de neergang van de textielsector sinds de jaren zeventig nam het aantal bussen af, de commerçantengeest bleef echter in de straat hangen.

Na nog geen kilometer ver in deze winkelstraat stap je Halluin, Frankrijk, binnen. Maar op zondag wordt deze kilometer bestormd door een losgebroken horde kooplustigen. Ze shoppen, slenteren, praten, drinken, eten en shoppen verder. Vanuit alle toevalswegen staan files auto's aan te schuiven. Sta mij toe u deelgenoot te maken van de flipperkast van indrukken van de Rijselstraat op zondagnamiddag.

"Bonjour. Je suis Rachid. Je viens de Halluin. Ça, c'est Habib. C'est mon cousin de Paris. Il visite le Nord. Alors, il faut voir Menin. L'ambiance. Et le chocolat de Vereecke. Bonne journée."

Overal hangen uithangborden: 'grand choix de cigarettes, Marshall, Splendid, Pall Mall, Fortuna, 35 euro la cartouche, Carte Bleu, Master Card, Visa: OKEE!' Onder de ruitenwisser van een Franse Ford zit een parkeerboete van de Stad Menen. 15 euro.

"Goendag. Michel. Van Zwevegem. Ewe, 't is hier open op zondag, hé! Mijn vrouw komt hier dikwijls achter bloemen toe Fourniers. Ik drink dan ne goeien. Salut!"

In Lunapark Hollywood kun je volgende prijzen winnen: een Love tube number one, een Sexy Willy, Rude Rubber Key Chains. Néé, ik geef niet meer uitleg, ga zelf maar eens kijken. Plingpling klingkling, mensen halen met koortsige blik munten uit een machine, pling pling kling, een man vervloekt zijn vrouw omdat ze aan de muntenmachine de foute knop heeft gekozen, pling kling kling. In de hoek staat een werkloos wisselapparaat voor briefjes van 100 en 200 Franse francs en 1.000 Belgische frank. Er verdwijnen nu twee afvoerbuizen van de airco in.

"Français. Marie-Ange. We komen van Tourcoing voor de koffiekoeken. We eten in Halluin en nadien kopen we hier enkele specialiteiten. Elke veertien dagen kom ik hier, avec maman, een wandelingetje doen, een pannenkoek eten, of een wafel. Bonne journée."

Feestartikelenwinkel A BIANCE heeft de letter M in zijn uithangbord verloren. Benieuwd of diegene die die letter op zijn kop kreeg die dag nog veel ambiance gemaakt heeft. Verderop in de dierenwinkel kun je puppy's, parkieten en een papegaai kopen. Alsof ze alleen een licentie kregen voor de letter P. Je kunt er ook Belgian Quality Food kopen: Belgisch gemengd konijnenvoer. 'I love it', zegt het konijn op de verpakking. Zeg nog eens dat ons land niets heeft om chauvinistisch over te zijn.

"Français, oui. Kevin en Juliette. We zoeken een speelgoedje voor onze kat. Deze balletjes, avec un truc à l'intérieur qui fait du bruit. Hier zijn hier betere producten dan in Frankrijk. Qualité et prix! Bonne journée."

Met het parkietengefwiet nog in onze oren stappen we de hoeden- en pettenwinkel van Dirk binnen. Het is een kleine, prachtige winkel, alsof de tijd er zestig jaar stil heeft gestaan. Dit is een winkel die perfect zou aarden op een chique avenue in Parijs. Dirk is al twintig jaar voorzitter van de handelsvereniging van de straat.

"Er is veel veranderd in die jaren. In het begin waren dat hier allemaal authentieke Barakkenaars in kleine winkelpanden. Nu zijn er meer Franse uitbaters. En vroeger hadden we de helft Franse klanten, nu negen op de tien. Vaak worden twee of zelfs drie panden samengevoegd tot één winkel. Verschillende winkels hier draaien hun omzet nu volledig op het weekend. Het is een heel andere manier van kopen, heel prijsgericht. Een heel gezonde situatie is dat niet altijd, nee. Het is misschien raar om te zeggen, maar het betere cliënteel wil hier soms niet meer tussen lopen. 'Je me promène pas avec ce crapule', zeggen ze dan.

"Hier hebben we ook allemaal Franse klanten. Geen klagen over, hoor! Belgen durven geen hoed te dragen. Dat zijn schijters. Ze lopen liever in de schaduw, dat ze zeker niet opvallen."

We stappen vanuit deze onwerkelijk rustige en smaakvolle enclave weer buiten in het strijdgewoel. In de slagerij zijn er hertenkoppen te koop: 300 euro voor een groot gewei, 200 euro voor een kleintje. De vleessoorten staan in rode stift op landkaarten geschreven.

Twee Fransen staan aan te schuiven voor een tatoeage bij Tattoo Elvis 2. Als lichte narcose hebben ze zichzelf al flink wat alcohol toegediend.

"Normaal gezien neem ik mijn tatoeages in Lille. Welke tekening? Dat weet ik nog niet. Waar? Op mijn lul. Hahahaha! Ja, ik heb ook piercings. Waar? In mijn lul. Hahahahaha! Bonne journée."

In een verloren hoekje van een etalage liggen wat onappetijtelijke films: Gang Bang Auditions 19, Pornutopia 22, Fuck Fantasy. Paspoppen dragen sexy bedoelde lingerie, met de blik op oneindig en onverschillig.

Jonas en ik eten een frietje in het voormalige Belgische douanekantoor, niet uit appetijt, maar uit plichtsbesef. Bij deze winkelervaring hoort nu eenmaal fastfood.

Om halfzeven, alsof er iemand op een fluitje geblazen heeft aan de andere kant van de grens, druppelen de Fransen terug naar Frankrijk. De andere straathelften kreunen nu onder het gewicht van de terugkerende auto's, de wandelaars stappen de grens over. De rust daalt weder neder. Met een nazinderend flipperkasthoofd vol bliepjes, kleuren, tatoeages, Frans, West-Vlaams en flikkerende uithangborden kruipen we de auto in. Als Kortrijk het Texas van West-Vlaanderen is, dan is dit het Las Vegas. Niet altijd esthetisch verantwoord, maar wél opwindender dan Meubelen Gaverzicht of de Veldstraat in Gent.

Mijn nieuwsgierigheid naar de rest van de Barakken is gewekt. Ik lees, mail, luister, zoek, bel, en twee dagen later leidt een ideale gids ons rond in het quartier: Ghislain Verstraete, onderzoeker interculturele communicatie en interactie aan de UGent. Hij is geboren in de Barakken, woont er al 51 jaar.

Met een mengeling van liefde en lichte spot vertelt hij over de buurt, en op het eind van ons gesprek is het moeilijk om te zeggen of de man de buurt heeft getypeerd of de buurt de man.

"Oorspronkelijk ben ik van de Congresstraat, maar nu woon ik in de Harmoniestraat. Dat was eigenlijk een van de betere straten, met huisjes voor de kleine bedienden. Een gevel van 2 meter breder, dat is nog geen villa, maar dat is voor de Barakken toch al niet mis. Ik heb sociale promotie gemaakt, haha!

"Hoewel Verstraete een Vlaamse naam is, was mijn vader een Fransman. Onze familie woonde de ene generatie in Halluin, een paar honderd meter over de grens, daarna verhuisde ze opnieuw naar België. De mensen die ik kende, waren al generaties lang arbeiders, voornamelijk in textielfabrieken, in Roncq, in Roubaix, in Tourcoing."

Een identiteit op Ghislain kleven, wordt een ingewikkelde zaak, dat is al snel duidelijk, en bij de Barakken in zijn geheel blijkt dat niet anders. Het is eigenlijk gemakkelijker om te duiden wat het allemaal niet is.

DE BARAKKEN ZIJN FRANKRIJK NIET

We maken met Ghislain een wandeling net over de grens.

"Hier stond de bette, het kotje van de douaniers, daar zaten ze met twee in. Af en toe zaten ze daar niet in en dan werd er gesmokkeld. Geblauwd noemden we dat. Tabak. Sigaretten.

"Mensen keken wie er aan de douanepost stond. Ze gaven ze drankbonnekes en tegen dat die een paar uur op hun werk waren, waren ze ofwel patat en lieten ze iedereen passeren, ofwel niet, maar de mensen kenden hun karakter. Maar ge had er een paar, ook één in de straat waar wij woonden, die zou zijn eigen moeder gearresteerd hebben. Ik weet niet of het waar is, maar mijn grootvader, zeiden ze, maakte deel uit van een bende die serieus smokkelde. Ze smokkelden onder de riolering van de douaneposten met karretjes.

"De eerste negerkes die ik heb gezien, dat waren douaniers. Van de Départements d'outres-mers. Wij hadden nog nooit zwarten gezien en wij stonden daarnaar te kijken!"

Geluwe had zijn eerste zwarten pas toen ik een jaar of acht was. Ze kwamen de kerk binnen, iets te laat, om zeker het stereotype niet te ontkrachten, ik zie nog al die kopjes van de kerkbezoekers draaien en verwonderd kijken. Maar in de Barakken waren ze ons dus minstens twintig jaar voor.

"Kijk, dit hier waren allemaal huizekes die de gevel op België hadden en de tuin op Frankrijk. Als ge vanuit uw huis sigaretten meenam in de tuin waart ge eigenlijk al aan het smokkelen. Ge kunt gaan denken dat er daar serieus gesmokkeld werd. Kijk, nu zijn veel van die tuintjes open naar Frankrijk, met een hekje. Dat had vroeger nooit gemogen."

De huisvesting is rudimentairder, de gevels smaller, het straatbeeld chaotischer. Auto's staan half op de stoep geparkeerd. En vooral: de daken staan nog vol televisieantennes. Ik voel het, ik ruik het, ik proef het, dit is buitenland. Op een rond puntje, in het midden van een huizencirkel, pronkt een grijs-zwarte bunker uit de Eerste Wereldoorlog, overgroeid met klimop en sierplanten.

Twee mannen die door hun hondjes worden uitgelaten, voeren een conversatie in het Frans, waar ik met mijn schoolboekenfrans machteloos tegenover sta. Ik begrijp niet eens het onderwerp, maar af en toe wordt de conversatie gelardeerd met een knetterend "Godvèrdoem".

"Het stadsbestuur van Menen heeft de laatste tien, vijftien jaar toch veel opkuiswerk gedaan, zeg, chapeau. Als ge die huiskes hier ziet, begrijpt ge toch ook wel dat als Fransen in Menen iets kunnen kopen tegen dezelfde prijs dat dubbel zo groot is, dat het rap gekozen is."

DE BARAKKEN ZIJN GEEN DORP

"Doordat ge mensen hebt die van alle kanten komen, hebt ge hier ook een stedelijk karakter. Vaak kwamen hier mensen wonen die elders niet konden aarden, in die bravere, katholiekere plaatsen met meer sociale controle, zoals Geluwe of Wevelgem. Ik denk dat er nu nog altijd veel meer toegestaan is hier."

Is dat de oorzaak van de ondertoon van vrees en afkeuring die zit in de uitspraak "Awel ja, het zijn de Barakken, hé"? Dat het hier allemaal een stuk wilder was, veel uitgesprokener? Drie kinderen staan in een deurgat te zingen en te lachen naar ons. Ik draai mij om en dans mee op hun liedje. Ze liggen strijk. Pas de volgende dag, bij het beluisteren van de opnames, versta ik wat ze zingen. "Wouter is ne loser. Wouter is ne loser." Ze hebben hier inderdaad een vuilere muile dan in mijn geboortedorp.

"Het heeft het verkeer van een stad, natuurlijk, zeker in het weekend, met de Rijselstraat. Wat wilt ge? Het aantal auto's is toegenomen. Rijsel wordt een metropool, met veel appartementsgebouwen. Veel mensen daar hebben geen tuin en die willen toch eens iets doen. De winkels zijn in Frankrijk niet open op zondag, dus ze komen naar hier. Twee jaar geleden zat het verkeer hier vanwege wegenwerken nog vaster dan anders. Dan zat er hier na het weekend dikwijls een Franse auto klem in een bouwput. Toch geprobeerd om voor te steken! Dat vind ik charmant aan Fransen, dat ze toch alles met de Franse slag doen.

"Als ik het stadsbestuur één ding kwalijk neem, dan is het dat het toegestaan heeft dat al dat commercieel verkeer door een woonwijk moet. Eigenlijk hebben ze op de grote parking van tuincentrum Fournier eerst illegaal een poortje gezet, zodat de bezoekers langs daar sneller weg konden, oogluikend werd dat toegestaan, en voilà, nu is het een nutsweg.

"Er komen hier ook veel Fransen wonen, vaak mensen die hun sociale leven elders hebben. Ook dat is de verstedelijking van Rijsel die hier opduikt. Het wordt er hier ook niet groter op natuurlijk. Ze hebben de Leie rechtgetrokken, dat was goed en noodzakelijk, maar zo verdwenen er twaalf hectaren, en ze hebben de ringweg aangelegd. Zo is het flink verstedelijkt."

Ghislain wijst naar een veld met twee bouwwerven op, net over de grens.

"Daar komen nu 120 sociale woningen bij. Dat is de verstedelijking, de dichtslibbing. Ge ziet hier de agglomeratie van de metropool Rijsel en Kortrijk alle gaatjes opvullen."

Het Volkshuis is ook de Magic Printing Shop geworden, zien we onderweg, en de Barakken Night Shop probeert aan de hand van stapels tabaksdozen zijn graantje mee te pikken van de Franse interesse in de goedkopere Belgische tabaksprijzen. Ghislain wijst naar een winkel die je evengoed in de Gentse Sleepstraat zou kunnen terugvinden: "De winkels worden nu vaak uitgebaat door mensen van elders. Maar ze hebben wél een steunkaart van de pompiers aan hun venster hangen. Fantastisch!

"Hier, dit was het laatste superettetje, dat is ook weg, dat is jammer, hé, toch. Dat wordt nu een Japans restaurant." Het lichte ongeloof in de stem van Ghislain verraadt dat hij mijn twijfel deelt over het potentiële succes van sushi in de Barakken.

DE BARAKKEN ZIJN MENEN NIET

Over de Leie ligt Menen. Dat is iets helemaal anders. De Barakken lagen altijd al buiten de stadsmuren. Heel vroeger moest er zelfs tol betaald worden om naar Menen te mogen.

"Die van Mjinde zeggen: wij gaan naar de Barakken. En wij op de Barakken zeggen: we gaan naar Mjinde. Menen? Dat was een beetje rustiger op de één of andere manier. Ook ingewikkelder. Cultureler. Gesofisticeerder. Bij ons thuis waren er bijvoorbeeld geen boeken. Mijn vader, als Fransman, kon geen Nederlands lezen. Dus als wij met ons rapport thuiskwamen, konden we vertellen wat we wilden. Dat is ook De Barakken, natuurlijk, dat arbeidersmilieu. Ge had hier een paar bedienden, maar dat was het dan ook. Van mijn klas in de Barakken zijn we maar met twee die verder gestudeerd hebben. De zoon van de stovenwinkel. Hij is onderwijzer. En ik."

DE BARAKKEN ZIJN GEEN STAD

Op zo'n 200 meter van de Rijselstraat staat de Sint-Jozefskerk. Op de groei gezet, wellicht, in een periode dat daar nog op gehoopt mocht worden. Rond de kerk ligt een grasplein, hier heerst de rust van een dorp. De verkeersborden met 'Stilte na 22 uur' vragen om dat ook 's avonds zo te houden.

"Dertig, veertig jaar geleden was dat hier op een bepaalde manier toch ook gewoon een parochie hoor. Met een pastoor en drie onderpastoors. En nu is er een oude pater die ooit van India teruggekomen is en dat nu nog een beetje doet."

Rond de kerk staan huisjes, met trapgeveltjes. In een van daarvan wonen Hilaire en Odette. Odette en haar vriendin kijken vanuit de gang naar buiten, Hilaire staat met zijn buren op straat te praten, met levendige stem en kwikzilveren oogjes.

Hilaire: "Zevenentachtig ben ik. Ik heb hier al heel mijn leven gewoond. Als ge mij niet gelooft, ge moogt naar het stadhuis gaan, ik sta daar ingeschreven. Ik ben een van de oudste Barakkenaars. Oh, ik heb van alles gedaan van werk. Overal waar ik werkte, gingen mijn bazen failliet. Neenee, dat lag niet aan mij."

Odette: "Maar hij heeft veel gedopt ook! (algemene hilariteit, ook bij Hilaire)"

Hilaire: "Vanaf mijn veertien jaar heb ik in Frankrijk gewerkt. Stoelenmaker. Mijn laatste werkgever was Depoortere. Tapijten. Zelfs de Iroanders en de Iraks kwamen daar achter hun tapijt. Maar nu, het is failliet gegaan, hé, het is overgepakt door andere. Maar het zijn geen dulle werkers.

"Ik heb gewoond aan de frontière. In '36. Voor ons voordeur stonden de Belgische douaniers. En aan de achterdeur de Franse. We waren in veiligheid, hoor daar!

"Vroeger was er hier vlakbij een velodroom. Maar ze hebben die dan afgebroken. Toen ze er later huizen op wilden zetten, stak een bouwvakker zijn spade in de grond, en toing, hij zat op een guidon, een koersstuur: er zat daar een pistefiets in de grond! Maar de coureur zat er gelukkig niet meer op."

Twee straten verder, in een straat met rijtjeshuisjes, ietsje breder dan elders in de wijk. Aan de overkant: een paar losse kleine villa's. Ernaast, pal in het midden van de woonwijk: een verlaten vierkantshoeve. Een auto, een notelaar, kapotte pannen op de kasseien van de binnenkoer. En een nat geregende friteuse. Eén maïsplant. Jonas maakt een foto door het raam. Binnen hangt een vergroende reproductie van de Mona Lisa. Behangpapier met soldaatjes, kar en paard. Een scherf boerenbuiten midden in deze dichtgeplamuurde buurt.

In de straat van Ghislain hangt ook nog een spoor van een minder dichtgebouwde tijd: aan een huis midden in de straat het bordje 'Harmoniestraat'.

"Dat was het verste huis, de straat kwam maar tot hier. Hiernaast begonnen de stukken, de velden. Ik heb in de straat hierachter gewoond, dat was de boerenbuiten. Vroeger liepen we tot in Kortrijk door de Leiemeersen."

DE BARAKKEN ZIJN NIET VOOR GEHEELONTHOUDERS

Ghislain wijst naar een klein huisje. "Daar woonde mijn grootmoeder, eigenlijk was ze ongehuwde moeder. Ze had mij altijd wijsgemaakt dat haar vent gesneuveld was, dat ze in verwachting was, en dat ze klaar was om te trouwen. En plots heb ik geconstateerd dat dat kind maar drie jaar achter de oorlog geboren was, dus dat moet dan toch een lange dracht geweest zijn.

"Zij dronk eigenlijk wel tamelijk veel. Ze liep altijd rond met een kindervoiture. Daar stak ze haar bakken bier in.

"Haar hobby was: naar het kerkhof gaan en daar de plastieken bloemen verzamelen die ze weggesmeten hadden.

"Wij passeerden hier met de ranke van de schole. En dan riep ze 'Ghislaintje!', vanachter haar kindervoiture, en mijn broer en ik geneerden ons kapot. Wij hoopten altijd dat ze ons niet gezien had, maar ze had ons iedere keer gezien. Als ik ruik dat iemand gedronken heeft, dan denk ik dadelijk aan mijn grootmoeder."

Manmoedig proberen Jonas en ik Ghislain die late voormiddag aan zijn grootmoeder te laten denken, eerst met een Picon vin blanc in de Bucksom's, daarna met een pint in café De Voorstad van Moorsele. Eén euro 20 voor een pintje. In steden betaal je dat om naar het toilet te mogen gaan.

"Mijn vader zat hier heel vaak. Als het zijn verjaardag was, kochten we hier als cadeau voor hem 25 bierbons. Doodgelukkig was hij daarmee. Wat moesten we hem geven? Toen hij met pensioen was, ging hij drie keer per dag op café.

"Ge moet ne keer die spaarkas bekijken. Mensen steken daar hun geld in, met de interesten is er op het einde van het jaar een souper, en dan krijgen de mensen een envelop met hun geld terug om mee te nemen naar huis. Of ze dronken het op, haha. Hoeveel kotjes zitten erin, patron? 100. Allemaal vol? Dat wil toch zeggen dat er hier nog een goed sociaal leven is."

Voor ons zitten een man en vrouw in stilte van een pintje te genieten. Ghislain herkent plotsklaps de vrouw.

"Mag ekik u iets vragen? Ei gie nog Sint-Elooi opengehouden? Mijn peter kwam daar kaarten. Twontje. Dat was onze toer van de zondag: eerst naar Lippens, dan naar Sint-Elooi, dan naar Fisbacqs, dan naar de Klokke, soms deden we nog Polkes eerst, en dan naar de Duitse, hier wat verder. En dan naar de postzegelclub. Dat was het uiteindelijke doel: de postzegelclub, haha! Ah, ge zijt gij nog niet veel verouderd. Zijt gij van Oallewinne, oorspronkelijk?"

Mevrouw Sint-Elooi antwoordt: "Bah nink, van Diksmuide. Als ik u moest vertellen waar ik allemaal gewoond heb, ge zou verdolen. Maar nu, in Oallewinne, ge moogt met uw gat bloot lopen! Er loopt gene mens meer op straat."

We wandelen terug naar de Harmoniestraat, klaar om de Barakken te verlaten. Maar dat is zonder Denise gerekend, buurvrouw van Ghislain en vleesgeworden gastvrijheid, die weigert ons te laten gaan zonder een portootje bij haar thuis te nuttigen. Met 'portootje' bedoelt ze een hoeveelheid waarmee elke caféhouder binnen een week failliet zou zijn.

Gezellig plekje, die Barakken! Licht beneveld stappen Jonas en ik weer richting Menen, weg van deze spannende... ja, wat eigenlijk? Buurt? Wijk? Nee. Dorp? Nee. Stad? Nee. Onderdeel van Menen? Nee.

Wat zijn die Barakken nu eigenlijk? Ik kom tot de slotconclusie van vroeger en zonder de pejoratieve bijklank deze keer.

"De Barakken? Awel ja, het zijn de Barakken, hé."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234