Dinsdag 15/06/2021

Avant-garde

De avant-garde is niet dood, ze is zichzelf verloren. Ze bestaat alleen nog als karikatuur

Marc Reugebrink

Het maakt niet uit hoe vaak je uitlegt dat veel van de huidige populaire cultuur schatplichtig is aan de fratsen van vroegere experimentele kunstenaars, schrijvers, componisten etcetera - mensen blijven avant-gardekunst zien als een vorm van volksverlakkerij, of dan toch althans als moedwillig 'moeilijk doen'. En het is niet alleen Jan met de Pet die er zo over denkt, ook de zogeheten gestudeerde mens moet van de vaak als onbegrijpelijk geklasseerde producten van de avant-garde maar weinig hebben. Sterker nog: juist in die laatste kringen slaakte men een zucht van verlichting toen werd vastgesteld dat de avant-garde - waarschijnlijk (je weet het nooit zeker met die artiesten) - dood was.

Nu is er al verdomd veel doodgegaan sinds de Tweede Wereldoorlog, in en buiten de kunst: de roman, de auteur, het subject, de Grote Verhalen, de complete Geschiedenis zelfs. Als puntje bij paaltje komt echter, blijkt alles bijkans onuitroeibaar (behalve de natuur misschien). Het subject heeft zich van zijn filosofische scherprechters weinig aangetrokken. De auteur leeft als nooit tevoren: als hij de euvele moed heeft om te beweren dat zijn boeken níét over hemzelf gaan, is hij pas werkelijk ten dode opgeschreven (publicitair althans). Er verschijnen tegenwoordig gestapelde columns, dagboekachtige schrijfsels, teksten die vroeger novellen geheten zouden hebben, of zelfs korte verhalen - allemaal worden ze aangeduid met de naam 'roman'. En het Grootste Verhaal ooit is misschien wel juist het verhaal over hoe de Grote Verhalen hun geldigheid verloren zouden hebben. Zoals het einde van de Geschiedenis de laatste manifestatie is van precies het soort denken dat die Geschiedenis gaande hield. Er is dus reden te over om het einde van de avant-garde ernstig te betwijfelen.

Er zijn inderdaad nog steeds kunstenaars die strontmachines maken of op een andere wijze gokken op het shock & awe dat vanaf het prille begin zo nauw verbonden lijkt met het optreden van de avant-garde. En een van de kernpunten van de avant-garde - het ter discussie stellen van de bestaansgrond van kunst zelf - behoort tot het vaste repertoire van iedere zichzelf min of meer respecterende kunstenaar. Er is nauwelijks nog kunst denkbaar die zich niet van haar kaders bewust is en ermee speelt; en als ze er niet mee speelt, was juist dát de bedoeling: bewuste naïviteit, geënsceneerde authenticiteit, berekende eerlijkheid.

Maar vervaardigers van strontmachines, nijvere keverplakkers, geknoei met naakt en nepbloed op de scène, of de zich met steeds kortere tussenpozen manifesterende schreeuwlelijkerds die nog maar weer eens verkondigen dat zij schoon schip zullen maken met de gehele letterkunde tot heden (het moet ingewikkelder, nee simpeler, nee realistischer, of wacht... het moet romantischer) - ze halen tegenwoordig met gemak de kranten en soms de tv-journaals. Oppervlakkig beschouwd werken ze inderdaad volledig in de traditie van de avant-garde. Ze spelen hun rol van criticasters van zowel de als bestaand veronderstelde kunst als van de als 'normaal' beschouwde werkelijkheid - maar die rol is minder een als persoonlijk ervaren noodlot dan het invullen van een cultureel voorschrift. Elke kunstenaar of schrijver is tegenwoordig een dwarskijker - oftewel: hoe het antiburgerlijke van de oorspronkelijke avant-garde vandaag de kern uitmaakt van een door en door burgerlijke kunst.

Frank Vande Veire wees er een aantal jaren geleden in zijn geruchtmakende pamflet I Love Art, You Love Art, We All Love Art, This is Love al op dat "de idee dat kunst mensen, desnoods tegen hun zin, wakker schudt, (...) in de kunstwereld tot een fetisj [is] geworden, die men als een balletje naar elkaar toegooit opdat men er vooral zelf niet zou moeten mee blijven zitten. Deze idee is zodanig uitgehold dat er wel een moment moest komen dat het zijn zegen zou krijgen van de koning van België die ons onlangs op het hart drukte dat cultuur 'het wederzijds begrip, de verstandhouding en de verdraagzaamheid' in de samenleving bevordert."

De avant-garde is dus niet dood; ze is zichzelf verloren. Ze bestaat alleen nog als karikatuur, en dat heeft ze ten dele aan zichzelf te wijten. Ooit schreef Enzensberger provocerend dat het door kritische geesten zo verguisde 'nulmedium' dat tv heet, gezien kon worden als een rechtstreeks uitvloeisel van alles wat diezelfde kritische geesten zo bejubelden in bijvoorbeeld Malevitsj' Zwart vierkant. De betekenisloosheid, de leeggezogen voorstelling, de negatie van alle waarden die daarmee is geïmpliceerd - je hoeft alleen de tv maar aan te zetten om het te ervaren.

De geschiedenis van de avant-garde laat zich lezen en is ook altijd voorgesteld als een eindeloze reeks negaties. Ontmaskering na ontmaskering totdat het gevoel ontstond dat er niets meer te ontmaskeren overbleef. In die zin is de geschiedenis van de avant-garde er ook een van een toenemende irrelevantie. De kunst keerde zich met kunst tegen de kunst en als kunst tegen de samenleving die ze nu juist via kunst wilde veranderen. Dat moest wel uitlopen op clowneske taferelen, op een kunst die in haar nutteloosheid alleen nog amuseert.

De enige manier om tegen die irrelevantie iets te ondernemen, lijkt een rigoureus ander perspectief te zijn - niet alleen voor zover het de hedendaagse kunst en literatuur betreft, maar ook wanneer het gaat om het verleden. Dat de avant-garde uit is geweest op de negatie van de toentertijd bestaande waarden (artistieke en maatschappelijke) valt niet te ontkennen, maar die negaties verborgen van meet af aan het verlangen naar bevestiging, naar andere waarden. Wie de historische avant-garde daarop onderzoekt, komt soms voor onaangename verrassingen te staan. Het streven naar betekenisloosheid in sommige kunst blijkt soms verbonden met een extreem zuiverheidsverlangen dat politiek gesproken (ook toen, of misschien moet men zeggen: juist toen) op zijn minst verdacht genoemd moet worden.

Toch levert dit perspectief meer op dan de maar steeds herhaalde opvatting dat kunst vooral ontmaskert, uit zijn hengsels licht, de burger op het verkeerde been zet. Het gaat uiteindelijk om de werkelijkheid die op die manier gecreëerd wordt. Vanuit dat perspectief wordt al vrij snel duidelijk hoe dun de stront is die door sommige kunstenaars met veel dikdoenerij wordt gepresenteerd. Jan met de Pet heeft gelijk: dat is volksverlakkerij. In een tijd waarin de Grote Verhalen hun algemene geldigheid verloren zouden hebben, gaat het verwoed om de kleine verhalen die hun eigen realiteit scheppen - en daarin kan kunst, kan literatuur een belangrijke rol spelen - zou men durven zeggen: avant-garde zijn?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234