Donderdag 13/05/2021

Aux armes Parisiennes!

Driehonderd accessoires, kledingstukken, muziekpartituren en affiches zijn samengebracht in het Parijse oorlogsmuseum Musée Jean Moulin voor een tentoonstelling die laat zien hoe de Parijzenaars onder het juk van de Duitse bezetter van de nood een deugd maakten. Voor de expo werden hoeden, tassen, schoenen, damesbladen, juwelen en andere artikelen uitgeleend door privéverzamelaars en het Galliéramuseum, het schoenenmuseum in Romans. Het is een compacte maar bijzonder mooie getuigenis van een periode, verlevendigd met filmpjes en foto’s. We kunnen er in tijden van recessie zelfs nog wat van leren.De bezoeker wordt bij het binnenkomen van het museum meteen meegezogen in de tijd. In een grote, halfcirkelvormige ruimte worden oude zwart-witfilms en beelden van Parijs uitvergroot en simultaan geprojecteerd. De Gaulle houdt een donderspeech, in het straatbeeld verschijnen Duitse richtingaanwijzers en hakenkruisen. ‘Deutsches Soldaten Kino’, Duitse troepen houden een triomftocht op de Champs-Elysées, voor de winkels vormen zich rijen.Op 14 juni 1940 neemt Duitsland de Franse hoofdstad in. Het bestuur van Frankrijk verhuist naar Vichy (onder maarschalk Pétain). Het regime opent de jacht op al wat ‘anti-France’ is, vreemdelingen, gaullisten, vrijmetselaars, communisten en joden. De Duitsers controleren de pers en de cultuur van de hoofdstad, de horloges worden een uur vooruitgezet (Duits uur) en om 21 uur moeten alle lichten uit. Toch valt het leven lang niet stil.

Schotse ruiten

De winter van 1940-’41 is bar, de materialen zijn schaars. Wol, stoffen en leder zijn gerantsoeneerd. Het belet de Parisiennes niet om koket te blijven. Het eerste deel van de tentoonstelling toont de grote modetendensen van die tijd. De tailleur, of het mantelpakje, met korte rok en vierkante schouders doet zijn intrede en wordt gecombineerd met piepkleine hoedjes (‘des bibis’) die schuin op het hoofd worden gedragen, en korte handschoentjes. Ruiten en RAF-blauw zijn in de mode. Marie-Claire schrijft in 1940 dat “Schotse ruiten overal bij passen”. Sommige vrouwen dragen de Franse driekleur, le bleu blanc rouge als patriottisch symbool. In het museum staan enkele prachtige schoenen met dikke zolen, uitgevoerd in rood, wit en blauw, met kleurenvlakken waarin de Engelse vlag en een hamer en sikkel zijn aangebracht. Honden- en mensenharen worden vermengd met fibranne (kunststof) om handschoenen en pantoffels te maken. In de winter komen capuchons in trek. Sjaals met zakken, mofhandtassen en laarsjes zorgen mee voor opwarming. Er wordt katten- en konijnenbont gebruikt. Voor de rijken is er ook nog nerts en vos. Omdat brandstof op de bon is, blijven de auto’s op stal en duikt de fiets op. Daar horen broekrokken bij, of een broek die onder de rok gedragen wordt.

Hoedje van papier

Voor nieuwe kleren wordt het moeilijk door de rantsoenering van stoffen. Maar de Françaises laten zich absoluut gaan in hoeden. “Le chapeau, cet article éphémère et charmant, est indispensable à l’élégance”, schrijft het blad Images de France in 1941. In 1939 zijn er meer dan 1.900 modistes, van wie er veel thuis werken. Hun aantal neemt niet af onder de bezetting. Tel daar 162 hoedenmakers en 25 ontwerpers van haute mode bij en je kunt je indenken hoe belangrijk de hoofddeksels zijn. Paulette, een van de bekendste modistes, laat de tulband ingang vinden. “Zo praktisch op de fiets” en eveneens geschikt om haren te verbergen die je niet regelmatig kunt onderhouden. Ook de schoudertas komt dankzij de fiets in de mode, schuin gedragen, aan een riem die zoals bij Jeanne Lanvin van oude bretellen is gemaakt.Vanaf 1942 worden de hoeden almaar groter, tot ze in 1944 alle proporties te buiten gaan. Nochtans is aan het comité van de haute couture opgelegd minder textiel te gebruiken, maar het lijkt alsof de vrouwen met hun enorme hoofddeksels de bezetter willen provoceren. Ze versieren hun creaties met tule, linten, pluimen en bloemen, vaak opgeduikeld in oude stocks of gerecycleerd van oude hoeden. In een filmpje zien we de ‘Cathérinettes’, de modistes die hoeden maken van krantenpapier en affiches, rantsoenbonnen en rekeningen. Er wordt nog altijd gelachen.

Creatief met kleding

Vanaf het ondertekenen van de wapenstilstand in 1940 wordt Frankrijk officiële leverancier van Duitsland, dat alle grondstoffen opeist, zoals steenkool, wol en leder. Schoenmakers worden verplicht om hun stocks aan te geven en ze mogen geen lederen schoenen meer verkopen. Wel voor Duitsland, dat in 1941 6 miljoen paar schoenen opeist. “Een vrouw met smaak heeft oneindig veel mogelijkheden”, schrijft Mode du Jour in 1941. “Versleten kleding kan als nieuw worden met kant, linten en galons.” De lezeressen worden aangespoord om de handen uit de mouwen te steken. “Ik maak een tas met 55 centimeter laken”, laat Marie-Claire aan de hand van werkfoto’s zien.Vrouwen verzamelen materialen die niet gerantsoeneerd zijn, zoals touw, meubelgalons, lint, matrassentijk. Ze verknippen versleten jurken om er geassorteerde tassen en handschoenen van te maken. Omdat wol moeilijk te vinden is, haalt men oude pullovers af of verknipt men ondergoed tot repen, waarmee pantoffels en moffen kunnen worden gebreid. Ontwerpers, ambachtslui en fabrikanten worden inventief en passen hun productie aan de schaarste aan. Een fabrikant van kasjmier sjaals adviseert om van sjaals een handtas te maken.Schoenen krijgen houten zolen, waarin gleuven worden gemaakt om er soepeler mee te kunnen lopen. Raffiasandalen krijgen een zool van fietsband. Van oude linten maken vrouwen zelf de bovenkant van een sandaal, die door de schoenmaker op een dikke houten zool wordt bevestigd. Een partituur illustreert de populariteit: Maurice Chevalier zingt ‘La symphonie des semelles en bois’. Een prachtig zwart exemplaar blijkt een ‘chaussure lumineuse’: in de hak zit een batterijtje en op de wreef een lampje, zodat de dame op haar plateauzolen in het donker goed zichtbaar de straat kan oversteken.

Vleugje humor

Nostalgie of zelfspot? Het chique huis Hermès maakt een zijden sjaal, ‘A la gloire de la cuisine française’. Hij is ontworpen door Robert Dumas, die zich nog de geraffineerde gerechten van voor de oorlog herinnert. Zijn dochter vertelt aan haar kleine broertje over de gerechten die ze alleen nog kent van de afbeeldingen op de sjaal.De bekende juwelenontwerpster Line Vautrin maakt een ceintuur van verguld metaal, ‘Les flacons de l’ivresse’. Aan een ketting hangen zes flesjes, afgesloten met een kurkje, met de namen van sterke dranken erin gegraveerd, zoals cognac, marc en calvados. Het verwijst naar de beperking op alcohol die sinds 1940 van kracht is. Het Vichyregime predikt matigheid. Op dinsdag, donderdag en vrijdag zijn alcoholische dranken verboden in openbare gelegenheden.Uiteraard moeten de vrouwen het zonder nylonkousen stellen. Het is bekend dat ze hun benen bruinen met een aftreksel van notenschelpen. Zelfs de grote cosmeticahuizen doen eraan mee. Ze brengen producten op de markt met suggestieve namen als Filpas (ne file pas: geen ladders, zoals in nylonkousen). In een filmpje zien we hoe de kousen met precisie op de benen worden getekend in een salon de beauté van Elizabeth Arden.

Vlot en elegant

Tegen alle verwachtingen in bloeit het uitgaansleven. Theaters, restaurants, bars en cabarets zitten vol met een vooral gefortuneerd publiek dat met de Duitse officieren omgaat. De filmproductie is groot. L’Assassin habite au 21, Les visiteurs du soir, Les enfants du paradis stammen uit deze periode. In Madame Sans-Gêne draagt Arletty een hoge hoed, te zien op de tentoonstelling. Onmiddellijk na de release van de film staan de damesbladen vol met dit type hoed. In oktober 1940 heropent de hippodroom van Auteuil, waar voor de oorlog traditioneel de nieuwe mode werd gepresenteerd. Op 12 oktober 1940 fietsen de mannequins van de haute- couturehuizen er naartoe. Choupette aux courses is een reeks foto’s waarop de nieuwe collectie van Schiaparelli te zien is, op de fiets aan de renbaan. Diezelfde Schiaparelli ontwerpt ook een praktische overall met lampje in de ceintuur om vlot, maar toch elegant de schuilkelder in te duiken. Joden mogen de bibliotheken en theaters niet binnen en mogen enkel in de laatste wagon van de metro reizen. Ze mogen geen radio, fiets of telefoon bezitten en mogen alleen maar boodschappen doen van drie tot vier uur. En natuurlijk is er de gele ster. De ‘wilde’ Zazoumuzikanten provoceren door een gele ster te dragen met ‘Swing’ of ‘Zazou’ erop. “Ze wisten niet wat ze riskeerden”, leest een verklarende tekst in de uitstalkast. Er zijn ook accessoires die duidelijk bedoeld zijn om de bezetter en het Pétainregime een neus aan te zetten. In handtassen met dubbele bodem kunnen de vrouwen van het verzet pamfletten of wapens vervoeren, in dito koffers kunnen ze zenders verbergen. De geallieerde luchtmachtsoldaten zag je nooit zonder een sjaaltje rond de hals geknoopt. Dandy’s? Neen, De Britse inlichtingendienst leverde die, bedrukt met een zeer gedetailleerde kaart van Frankrijk, opdat ze zich tijdens hun verplaatsingen in bezet gebied zouden kunnen oriënteren. We zien een sjaal waarop aan de ene kant een kaart van het noorden van Frankrijk, België en Nederland staat, en op de achterkant het zuiden van Frankrijk, de Spaanse grens en Zwitserland.

Vrije vogels

Vrouwen hebben in Frankrijk op dat moment nog geen stemrecht. In 1936 heeft Léon Blum wel enkele vrouwen in de regering opgenomen en in 1938 krijgen de Françaises het recht om een beroep uit te oefenen zonder daarvoor de toestemming van hun vader of echtgenoot te vragen. Het Vichyregime schroeft die magere verworvenheden terug. De vrouw moet weer volledig haar rol van echtgenote en moeder opnemen. De kinderbijslag wordt opgetrokken, Moederdag wordt een officieel feest en de moederrol wordt alom uitgedragen op affiches. Sommige accessoires illustreren die propaganda en verheerlijken Pétain. Zo zien we een zijden sjaal met ‘les voyages du maréchal’. Ook de terugkeer naar het land, het idyllische boerenleven, is onderwerp van sjaals en hangertjes. De omslag van Pour Elle van 4 december 1940 draagt de titel Retour à la terre en we zien een lachende jonge vrouw met een strohalm tussen de tanden en een boerenzakdoek om de haren geknoopt. Nog sterker is een volledig nummer van Mode du Jour dat aan dit thema gewijd is, en een hoofdartikel met als titel Vous serez de jolies fermières. Kort na de bevrijding verschijnen er accessoires om die heuglijke dag te herdenken. De Parisiennes dragen broches in de vorm van een vliegtuig, een tank of een jeep. Sjaals worden bedrukt met de Franse troepenbewegingen en de landing in Normandië. Knopen zijn versierd met een haan of het Lotharingse kruis. Cartier, Van Cleef & Arpels maken juwelen met vrije vogels (tegenover de gekooide tijdens de bezetting). De oorlog is voorbij, Parijs heeft zijn reputatie van elegante stad hoog gehouden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234