Vrijdag 05/06/2020

Interview

Auteur Paolo Giordano: ‘Het is de mens die de virussen opzoekt’

Paolo Giordano: ‘Alle landen bestrijden het coronavirus op hun manier. Het enige wat die maatregelen gemeen hebben, is dat ze doorgaans te laat kwamen.’Beeld DANIEL MORDZINSKI

Het coronavirus moet zijn piek nog bereiken, maar de Italiaanse schrijver Paolo Giordano heeft er met In tijden van besmetting al een essay over klaar. ‘De wetenschap geeft soms antwoorden die we niet willen horen.’

Paolo Giordano (37) is nog altijd dezelfde schrijver als degene die op zijn 26ste debuteerde met de wereldwijde bestseller De eenzaamheid van de priemgetallen. In zuinige, pretentieloze zinnen zegt hij veel. Zijn proza is zo klaar als bronwater, en het heeft ook vaak dezelfde heilzame werking. Als fysicus van opleiding bedient Giordano zich bovendien graag van wiskundige metaforen. Niet om zijn verhalen te mystificeren met de poëtica van getallen en formules, maar om ze nog te verhelderen.

‘Laten we doen alsof we zevenenhalf miljard biljartballen zijn.’ Dat is het beeld waarmee In tijden van besmetting opent. Aan de hand daarvan verklaart Giordano hoe het coronavirus zich verspreidt: ‘Ineens knalt er een geïnfecteerde biljartbal tegen ons aan. Hij kan twee andere biljartballen raken voor hij stilligt. Die schieten weg en raken er elk nog eens twee, en nog eens, en nog eens. Het is een kettingreactie.’ En in datzelfde beeld zit ook de voorlopige oplossing vervat: ‘We moeten de ballen verder uit elkaar leggen.’

De verborgen kern van elke epidemie is een getal achter een symbool, legt Giordano uit. Het symbool is de rho. De rho van de Spaanse griep, die in het begin van de vorige eeuw tientallen miljoenen dodelijke slachtoffers maakte, was 2,1. Elke besmette persoon infecteerde gemiddeld 2,1 vatbare personen. De rho van Covid-19 is 2,5.

Als de rho onder 1 zakt, stopt de verspreiding van het virus vanzelf. Dus we moeten ervoor zorgen dat de geïnfecteerde biljartballen gemiddeld tegen minder dan 1 andere, nog niet geïnfecteerde bal aantikken. Rho is de wiskundige vertaling van de offers die wij nu brengen. Verder van elkaar gaan liggen. Elkaar niet raken.

Paolo Giordano woont met zijn vrouw en twee kinderen in Rome. “De toestand lijkt hier min of meer onder controle”, zegt hij. “Maar je weet het niet, hè. We verlaten het huis zo weinig mogelijk. Wat er zich buiten en in de wereld afspeelt, volgen we op een scherm. De gebeurtenis die ons in de ban houdt en aan huis kluistert, lijkt ver weg. De vijand is onzichtbaar. Rome, de stad waar we wonen en werken en waar onze kinderen naar school gaan, lijkt geen fysieke plek meer te zijn. Het leven is opgeschort, niet alleen in de tijd maar ook in de ruimte. In gedachten ben ik trouwens meer in Noord-Italië – in Bergamo en Milaan en al die plekken waar het nu pompen of verzuipen is – dan in Rome.”

Herinnert u zich uw laatste etentje met vrienden nog?

Paolo Giordano: “Vijf weken geleden! Het lijkt een eeuwigheid. Ik heb niemand gekust of omhelsd toen ik binnenkwam. Dat vonden mijn vrienden absoluut niet leuk. De volgende dag ben ik in vrijwillige afzondering gegaan. Ik had gezworen dat ik dat zou doen zodra er meer dan 2.000 besmettingen waren in Italië.”

Ondertussen zijn er al 150.000 besmettingen in Italië, en meer dan 1,5 miljoen in de wereld...

“Dat is het aantal mensen dat positief getest heeft. Maar we weten allemaal dat slechts een fractie van de besmette personen werd getest. In werkelijkheid zijn het er dus veel meer. Tien tot vijftien miljoen, waarschijnlijk, als het er geen twintig miljoen zijn. Nu, hoe hoger dat cijfer oploopt, hoe relatiever het wordt. Getallen zeggen ons welke richting het uitgaat. Maar we weten het ondertussen wel: dit is een epidemie die over de wereld raast.”

Had u meteen in de smiezen dat het daarop kon uitdraaien?

“Ik keek met een bang hart naar de cijfers en de statistieken uit China, en ik maakte eruit op dat een epidemie tot de mogelijkheden behoorde, ja. Vanuit mathematisch oogpunt is een ‘mogelijkheid’ trouwens heel wat. Het is meer dan een waterkansje, het is een waarschijnlijkheid. Maar het is zeker niet zo dat ik de beelden al voor mij zag die we nu elke dag te zien krijgen: spooksteden, overvolle hospitalen, mensen die beademd worden, lijken die in koelwagens worden geladen in New York. Ik ben geen waarzegger.”

Uniek zicht: niemand te zien in Venetië, zelfs niet op het water.Beeld Photo News

Maar op dat diner maakten uw vrienden zich niet de minste zorgen, en u duidelijk wel. Wat zag u dat zij niet zagen?

“Ik was er net iets beter op voorbereid dan zij. Ik heb de jongste jaren een aantal boeken gelezen die mijn manier van denken en zelfs mijn eigen gedrag hebben veranderd. Zoals Spillover van wetenschapsjournalist David Quammen, dat specifiek gaat over virussen die overspringen van dier op mens en die een pandemie als deze kunnen veroorzaken (zie het interview met Quammen in ‘De Morgen’ van 4 april, red.).

“En in De hemel verslinden, mijn laatste roman, heb ik het zijdelings over een epidemie die woedt in de plantenwereld: Xylella fastidiosa, de bacterie die de olijfbomen in het zuiden van Puglia aan het verwoesten is. Ook een groot drama dat aanvankelijk geminimaliseerd werd, en waarvoor we nog geen remedie hebben gevonden. Voorts heb ik een achtergrond in de fysica en ben ik de zoon van een dokter. (lacht) Wat me trouwens niet minder bang heeft gemaakt voor ziektes, virussen en bacteriën. Ik ben nogal een hypochonder.”

Op 29 februari, de dag dat u dit essay begon te schrijven, noteerde u: ‘Ik ben niet bang dat ik ziek word. Ik ben bang dat ik ontdek dat de beschaving die ik ken een kaartenhuis is.’

“Dat is waar we écht bezorgd om zijn, toch? Uiteraard geven we om onszelf en onze geliefden, willen we gezond blijven, willen we overleven. Maar op dit moment beseffen we ook dat er veel meer op het spel staat: ons gezondheidssysteem, het lot van de mensen die kwetsbaarder zijn dan wij, onze manier van leven, de cultuur die we hebben opgebouwd. Dat is de reden waarom we ons schikken naar de maatregelen die worden genomen en waarom we ons al bij al zeer behoorlijk en solidair gedragen.”

Blijft dat duren, is natuurlijk de vraag. Kunnen we dat volhouden? En maakt het op den duur nog een verschil, als de cijfers blijven oplopen en de biljartballen uit alle richtingen op ons af komen?

“Het zal zeker nog een tijd het beste zijn wat we kunnen doen. Maar nu moet men ook op institutioneel en internationaal niveau wat daadkrachtiger worden. Tot een heldere, gemeenschappelijke strategie tegen de verspreiding en de impact van het coronavirus zijn we nog niet in staat gebleken. Alle landen doen het op hun manier, met hun inzichten, hun protocollen, hun noodmaatregelen. Het enige wat die gemeen hebben, is dat ze doorgaans te laat zijn gekomen. En dan moeten we de economische rampspoed die hieruit zal voortvloeien nog beginnen managen.

“Gelukkig hebben we wetenschappers. Zij werken wél samen, over grenzen en disciplines heen. In mijn ogen leveren de wetenschappers op dit moment de meest indrukwekkende inspanning die ze ooit gedaan hebben, onder een immense tijdsdruk. Zij tonen hoe het moet.”

Artsen, epidemiologen en virologen domineren vandaag de publieke ruimte en dicteren bijna de maatregelen die de politici moeten nemen. Is dit de wraak van de wetenschappers op de politiek, die hen de jongste jaren in een ander levensbelangrijk debat, dat over de klimaatverandering, volledig aan de kant heeft geschoven?

“Wetenschappers, artsen en deskundigen zijn inderdaad prominenter aanwezig in de media dan op enig ander moment dat ik mij herinner. Dag na dag verklaren ze de situatie in journaals en nieuwsshows. Ze zijn vast heel moe. Maar wat ze doen is levensbelangrijk. We kunnen alleen maar het juiste doen als we juist geïnformeerd worden; als we weten waarom we het moeten doen. Of de wetenschappers daarbij ook wraakgevoelens koesteren, durf ik te betwijfelen. Zo zou het altijd moeten gaan in kwesties over leven en dood, toch? Elke politieke beslissing zou gebaseerd mogen zijn op wetenschappelijke analyse.

“Het is zeker jammer dat de wetenschappers pas een prominente plaats krijgen in het debat als het uit de hand loopt. Correctie: dat is rampzalig. We hadden beter wat vroeger naar hen geluisterd. Dan hadden we deze pandemie misschien kunnen voorkomen. Maar toen het over klimaatverandering ging, lieten we de wetenschap er liever buiten en hadden we vooral oor voor heilsboodschappers die gemakkelijke antwoorden gaven, gebaseerd op twijfelachtige conclusies. Dat is natuurlijk het probleem met de wetenschap: soms weet ze het nog niet, en soms geeft ze antwoorden die we niet willen horen.”

Paolo Giordano: ‘We grijpen opnieuw naar betrouwbare nieuwsbronnen. Dat is een opluchting, na jaren waarin fake news rondging als een virus.’ Beeld DANIEL MORDZINSKI

Is het voor u duidelijk dat corona en andere virussen samenhangen met klimaatverandering?

“Ja, en de wetenschap waarschuwt daar al lang voor. De nieuwe virussen komen uit de natuur. Ze bereiken ons omdat wij naar hen op zoek zijn gegaan. Door naar plekken te gaan waar we niet hoeven te zijn, door ecosystemen en habitats te verstoren. Ontbossing en verstedelijking brengen ons dichter bij habitats die niet op onze aanwezigheid hadden gerekend. De bacteriën die in de ingewanden van uitstervende diersoorten leven, moeten uitkijken naar andere gastheren. Onze intensieve veeteelt is een voedingsbodem voor virussen. Van de bosbranden in het Amazonegebied en in Australië kennen we de ecologische gevolgen nog niet, maar die zullen er zijn en we zullen ze voelen.

“De mens is de ideale gastheer voor die nieuwe virussen. We zijn met velen, we zijn invasief, en we verplaatsen ons voortdurend. Alomtegenwoordig, agressief en continu in beweging. Zodra zo’n virus op de mens is overgesprongen, kan het zich snel over de planeet verspreiden en dus uiterst effectief zijn. Wij hebben wetenschap en technologie tot onze beschikking, en die maken ons sterk en kwetsbaar tegelijkertijd. Ze verhogen onze agressiviteit tegenover onze omgeving, maar ook onze kansen om epidemies en pandemieën te overleven.”

Tussen de lijnen lees ik dat er na dit coronavirus, dat u steevast bij zijn wetenschappelijke naam SARS-CoV-2 noemt, onvermijdelijk nog andere, misschien nog veel gevaarlijker virussen op ons af komen.

“Ik hoop dat het niet gebeurt, maar ik denk dat het waarschijnlijker is dat het wel gebeurt. Tenzij we ons bewust worden van de ernst van de situatie en ophouden de natuur en de planeet uit evenwicht te brengen.”

Ziet u dat als een mogelijke positieve uitkomst van deze crisis: dat we het eindelijk snappen?

“Zo cynisch ben ik niet. Op een moment dat zo veel mensen lijden en sterven in de wereld, wil ik niet degene zijn die zegt: ‘Brute pech, dit is de wraak van de natuur, we hebben het zelf gezocht, we hadden beter moeten weten.’ We moeten de kern van het probleem proberen te begrijpen, zeker, maar we moeten nu vooral elkaar begrijpen.

“En dat vind ik wel positief aan wat ik nu zie gebeuren: de solidariteit, de steun die de mensen in de zorg krijgen, de artsen, de verplegers, alle hulpverleners. Plus het feit dat we weer naar betrouwbare nieuwsbronnen lijken te grijpen. Dat is een opluchting, na jaren waarin fake news rondging als een virus, in het ecosysteem van de angst. Er circuleert nog een hoop crap, maar toch al minder dan we gewoon waren geworden. Als het er echt op aankomt, gaan we op zoek naar correcte, onderbouwde antwoorden en zijn we bereid geduldig te luisteren. Dat geduld zullen we nog nodig hebben.”

U had het begin van de crisis iets vroeger in de gaten dan vele anderen. Hebt u ook een idee van hoe ze gaat eindigen?

(denkt na) “Ik weet het echt niet... We moeten nu wel beginnen te praten over de exitscenario’s uit de lockdown. We hebben een perspectief nodig. Niemand wil nog maanden, laat staan een jaar, opgesloten zitten in zijn eigen huis. Dat zou ondraaglijk zijn – een catastrofe bovenop de catastrofe. Misschien wordt het nooit meer zoals vroeger. Maar ik ben ervan overtuigd dat we over de kennis en de technologie beschikken om iedereen opnieuw een acceptabel sociaal leven te geven.”

Gaat u een wild feestje houden met uw vrienden als het voorbij is?

“Dat lijkt me niet zo verstandig. We zullen moeten beseffen dat onze vorige manier van leven niet de juiste was – niet erg slim en niet erg duurzaam. Ik zal een feestje geven wanneer het kan, maar het zal hier thuis zijn en...

... met heel weinig drank en heel weinig vrienden?

“Haha, nee, zo bedoel ik het niet. Maar het idee om de draad gewoon weer op te pakken en van ons leven post-corona een kopie te maken van het leven dat we voordien leidden, vind ik... lichtzinnig, bijna beangstigend. Dat zou betekenen dat we niets geleerd en niets begrepen hebben. (denkt na) Het zal een stapsgewijze overgang moeten zijn. En ik ben ervan overtuigd dat we andere reflexen aan het kweken zijn in afzondering. Als ik naar mezelf kijk: ik reisde veel meer dan nodig was. Wel, ik ga dat niet meer doen. Zeker de verre verplaatsingen ga ik beperken tot de strikt noodzakelijke. Ik ga selectiever zijn in alles.”

Zijn er nog dingen die u niet meer gaat doen? Vlees eten? Vrienden kussen?

“Gevaarlijke vraag. Verstrekkende beslissingen aankondigen op een moment dat je bang bent, of in een abnormale situatie leeft, is doorgaans niet zo verstandig. Wanneer je ziek bent van een stomme griep komt er ook altijd zo’n moment dat je zegt: ‘Ik zie de dingen helder nu, als ik genezen ben ga ik alles anders doen, stoppen met roken, gezonder leven.’ Maar nog op de ochtend dat je je wat beter voelt, vergeet je alles.

“Daarom heb ik dit essay geschreven. Daarom verplicht ik mezelf om te praten en te schrijven over wat we nu meemaken: om een aantal dingen niet te vergeten. Wezenlijke dingen, waarover we straks nog eens grondig met elkaar moeten praten. Gaan we blijven leven zoals we leefden? Is onze maatschappelijke ordening prima zo, of moeten we dringend een paar correcties aanbrengen?”

Paolo Giordano, In tijden van besmetting, De Bezige Bij, 80 p., 9,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234