Donderdag 22/08/2019

Australische hop is zo vreemd nog niet

Als het in Poperinge vol staat met hop van topkwaliteit, waarom trekt Leffe dan naar de andere kant van de wereld om er te gaan zoeken? Wij plozen het uit en gingen hop oogsten in Tasmanië.

Hadden we onze ogen dicht, we hadden gezworen dat we op een cannabisplantage waren. Onmiskenbaar, die zoetige, bedwelmende geur. Maar met de ogen open staan we gewoon op een hopveld. Zo nuchter als iets. De verwarring komt niet uit de lucht vallen. Hop en wiet zijn twee geslachten uit dezelfde hennepfamilie. De 'wietgeur' komt van de hopbloemen - ook wel bellen genoemd -, die klaar zijn om geplukt te worden.

En dat zijn we dan vandaag ook van plan. De karren staan klaar, de tractors zijn gesmeerd en de boeren hebben er zin in. Maar wacht eens, hop oogsten in maart. Is dat geen half jaar te vroeg? Niet op Tasmanië, aan de andere kant van de wereld. Met de omgekeerde seizoenen loopt de zomer hier nu op zijn laatste benen.

Bushy Park in Derwent Valley: dé hophoofdstad van Tasmanië. Op precies 17.054 kilometer van de Leffe-brouwerij in Leuven. We trakteerden onszelf niet op een jetlag om mee te brouwen aan een hip Australisch craft-biertje. Nee, de hop die we gaan oogsten, belandt in de nieuwe limited edition van Leffe Royale, de premiumlijn van Belgiës populairste abdijbier.

Je vraagt je nu misschien af waarom een oer-Belgisch bier, dat al sinds 1240 op onze bodem wordt gebrouwen, zijn hopheil zo ver zoekt? Als er - binnen een half jaar - ook groene bellen hangen in de Westhoek? Een stevig geval van exotisme? Wil het moederbedrijf AB InBev zijn marktpositie in Australië verzekeren? Of zijn ze de Belgische hop beu gedronken? "Niks van dat al", verzekert Michael Dresel ons. Hij is de meester-brouwer die dit nieuwe bier gemaakt heeft. "De hop die we voor deze speciale editie gebruiken, is een unieke soort, genaamd Ella. En die wordt alleen op Tasmanië en in Victoria, Australië, geteeld. We konden niet anders dan naar hier komen."

Gebotteld regenwater

Dat die hop hier groeit, is geen toeval, zegt de Belgische wijnbouwer Paul De Moor.De Antwerpenaar trok vijftien jaar geleden naar deze uithoek. En hij looft het terroir hier. "We hebben lange dagen en dus veel zonuren. Perfect voor de fotosynthese. Verder zijn de nachten koud, waardoor alles traag rijpt. Dat resulteert in meer smaak. Tot slot is Tasmanië een oud continent, waardoor de aarde een hoge mineraliteit heeft."

De Moor is zo tuk op Tasmanië dat hij sinds een paar jaar ook de Belgische ereconsul is van het eiland. "De positieve effecten voor druiven en wijn zijn hetzelfde als voor hop en bier. Het terroir van Tasmanië is echt heel bijzonder."

Ook het regenwater is hier ontzettend zuiver. De wolken drijven alleen boven Antarctica voordat de regen eruit valt. Daardoor zitten er geen zware metalen of andere nare dingen in. Goed voor de plantjes dus. En de regen is zelfs zo zuiver, dat wijnbouwer Paul De Moor gebotteld regenwater verkoopt aan restaurants. 43 euro voor 12 flessen alstublieft.

Nóg een voordeel van Australië en Tasmanië: er komen geen ziektes voor bij de hop, waardoor de boeren geen pesticiden moeten gebruiken. De teelt kan dus 100 procent biologisch gebeuren, zonder opbrengstverlies.

De geschiedenis is het beste bewijs van het succes. Al bijna tweehonderd jaar, sinds de eerste Europese settlers, wordt hier non-stop hop gekweekt. Een illustere Belg, Auguste de Bavay, lag trouwens aan de basis van de moderne biertraditie in Australië. De Brusselse chemicus werkte nog samen met Louis Pasteur, maar emigreerde in 1884 naar Melbourne. De Bavay loodste de Belgische brouwmethode met zuivere gistculturen binnen in Australië. Dus strikt genomen is Leffe niet de eerste Belgische bierspeler op Tasmaanse bodem.

Tijd om onze handen vuil te maken. Als we door de velden rijden, zien we, zo ver we kunnen kijken, hop, hop en nog eens hop. Het ziet er een beetje uit als een wijngaard, maar dan in XL. In een strak netwerk van houten palen en gespannen touwen klimmen de hopplanten ruim 5 meter omhoog. "Fantastisch toch, die heerlijke geur", roept onze chauffeur Tim Lord enthousiast terwijl hij zijn raampje opendraait.

Tim Lord staat aan het hoofd van Hop Products Australia (HPA). Zij hebben zo goed als het hopmonopolie in Australië en Tasmanië, met twee boerderijen en bijna 650 hectare, waarvan 227 hectare hier op Bushy Park. Ter vergelijking: alle twaalf Poperingse hopboeren samen beschikken over 50 hectare. Tim Lord: "In 1822 begon William Shoobridge als eerste hop te verbouwen op Tasmanië. Zijn kleinzoon was de eerste eigenaar van Bushy Park. Hier wordt sinds 1867 hop geteeld."

Het ritme is in al die jaren nog niet veranderd. Maart is traditioneel de drukste periode. Zo snel mogelijk moet alle rijpe hop dan van het land. Wacht je te lang, dan vallen de bloemen uit elkaar en verlies je je opbrengst. Die bedraagt hier jaarlijks zo'n 660.000 kilo hop, in gedroogde versie. Om je een idee te geven: een kilo droge hop is goed voor 3.000 flesjes bier. Met hulp van 150 backpackers werken ze dag en nacht om de klus te klaren.

Hangende tuinen

Veel boeren laten de hop klimmen op metaaldraad. Maar bij Bushy Park verkiezen ze kokostouw: even stevig en zo maken ze van al het afval - takken, bladeren en touw - weer compost voor op het land. De volledige plant wordt afgesneden en naar de hangar gebracht. De hopplanten worden vanaf de kar opgepikt door een lopende band en dartelen als de hangende tuinen van Babylon door de fabriekshal. Nadat de bladeren, touwen en takken er zijn afgehaald, belanden de hopbloemen in droogbakken. Het drogen moet zo snel mogelijk na de oogst gebeuren, anders gaat het rotten.

Na de oogst spannen ze hier weer 1,5 miljoen kokostouwtjes voor de nieuwe hopplanten. Eerst komen de hopscheuten. Die hebben in België de status van kaviaar gekregen: een echte delicatesse met een prijskaartje aan. "Veel te veel werk", vindt Tim Lord van HPA. Hij laat de scheuten gewoon afgrazen door lammeren en schapen. "In het voorjaar eten we hier hoplam. Dat vlees is heerlijk en heeft een bijzondere smaak." Ook net voor de oogst laten ze nog eens een kudde schapen los op het veld. Die knabbelen de onderste meter blaadjes van de hopplanten, zodat de machines er goed bij kunnen. Tim: "Alles wat natuurlijk kan, doen we natuurlijk."

Tim lijkt in niets op een managing director. Een struise kerel met opgerolde hemdsmouwen, safaribroek en schoenen die vuil mogen worden. Dit is geen vergadertijger met stropdas en driedelig grijs pak. Maar een boerenzoon bomvol passie, twee voeten in de klei en goesting om zijn handen vuil te maken.

Plakspul

Als we rondwandelen op het veld, trekt hij als een echte boer wat rijpe bellen af. "Wrijf maar kapot tussen je handen", roept hij. En hij geeft zelf het goede voorbeeld. In geen tijd zitten onze handpalmen vol plakkerig spul en geel poeder. "Door de etherische olie en de lupuline", legt Tim uit. Dat laatste zorgt voor de bittere smaak in bier. Hop is hardnekkig spul. Zelfs na drie keer wassen met water en zeep kleven onze handen nog. En een collega loopt de rest van de dag rond met gele stipjes in zijn baard.

Als we even later door een ander hopveld rijden, springt Tim uit de auto om nog wat trossen af te trekken. "Als je deze kapotwrijft, zul je merken dat het heel anders ruikt. Dat komt omdat het een ander ras is." Onze handen mogen weer één plakkerige boel zijn, hij heeft wel gelijk. Deze soort ruikt meer naar citrusvruchten, en minder naar wiet.

Hopbaby's

In brouwerstermen zijn er twee hopsoorten: bitterhop en aromahop. De naam zegt het zelf al: de eerste dient enkel om het bier bitter te maken en wordt toegevoegd aan het begin van het brouwproces. Maar bij het koken gaat er veel smaak verloren.

De aromahop wordt pas aan het einde van het brouwproces toegevoegd en geeft de smaak aan het bier: bloemig, fruitig of peperachtig. Die late toevoeging wordt drooghoppen genoemd, en is vooral populair bij de nu superhippe artisanale craft-bieren. Het is geen toeval dat die vaak nogal 'hoppig' smaken.

In totaal zijn er 250 soorten hop. Ongeveer de helft ervan is gecommercialiseerd. En er worden nog continu nieuwe variaties gemaakt. Die ontwikkeling van nieuwe soorten is - naast de teelt - de belangrijkste taak van HPA. "Jaarlijks kweken we zo'n 3.000 nieuwe soorten. Dat doen we net zoals bij mensen", lacht Tim. "Hop heeft mannen- en vrouwenplanten. De vrouwtjes dragen de bloemen, ook wel vruchten genoemd. De onbevruchte exemplaren gebruiken we voor het bier. Op het veld mogen dus geen mannetjes staan. Om een nieuwe variëteit te maken, combineer je een zaadje van de vrouwenplant met het stuifmeel van een mannenplant. In ons laboratorium hebben we 500 unieke ouders, mannen en vrouwen dus. Daarmee maken we nieuwe 'kindjes'. Maar voordat een nieuwe hopsoort op de markt komt, moet er veel getest worden. Groeit de plant goed? Hangen er genoeg bloemen aan? Geeft de hop een lekkere smaak in het brouwproces en ga zo maar door. Er zit minstens 10 jaar tussen de ontwikkeling en de commerciële lancering."

Ella-hop zag het levenslicht in 2001, maar is pas sinds 2013 op de markt. Pour la petite histoire: eigenlijk heette de soort Stella. "Een naam die paste bij onze andere hopsoort, Galaxy. Maar toen kregen we een telefoontje van AB InBev met het vriendelijke verzoek een andere naam te kiezen. Dus lieten we de eerste twee letters vallen", grinnikt Tim.

De strijdbijl lijkt voorgoed begraven, want AB InBev heeft heel wat zakken (St)Ella-hop besteld voor zijn speciale Leffe. "Voor het nieuwe bier testten we meer dan twintig hopvariëteiten, en Ella kwam er het beste uit qua smaak. Die is heel subtiel en uitgebalanceerd. Citrus, bitter, bloemig: alles zit erin, maar niks overheerst."

Genoeg gepraat. Tijd om te proeven. Michael staat al klaar met de flesopener, twee sixpacks en een reeks kristallen Leffe-glazen. Ook de mannen van HPA kunnen hun enthousiasme moeilijk onderdrukken: ze hebben hun creatie nog nooit geproefd. "We maken een basisproduct. Het is heel spannend om het eindproduct nu te zien. Om te smaken wat iemand anders ermee doet."

Knabbelen op bier

In plaats van de glazen gulzig aan de lippen te zetten, steken ze er eerst hun neus in. Minutenlang snuiven ze de aroma's op. "Noten van violet", zegt de eerste. "Ik ruik iets peperigs", zegt de ander. "Pompelmoes", oppert iemand anders. Na wat onvervalst gewals volgt de eerste slok. Eerst 'spoelen' ze het bier door hun mond. Daarna 'knabbelen' ze erop. Alles om optimaal te kunnen proeven. "Een droog mondgevoel", horen we links. "Alle smaken vermengen zich in het glas", klinkt het rechts. Het is de praat van een wijnkenner, maar dan over bier. En zoals het bij zo'n beschrijving hoort: een serveersuggestie. "Voor wie zin heeft in een foodpairing, zou ik een gerecht met geitenkaas aanraden", zegt Michael. "Of juist een pittige Thaise schotel."

Als we vertrekken uit het hopveld passeren we aan een heleboel prachtige, maar vervallen houten gebouwen. Ze lijken wel op schuren zonder ramen. "De vroegere droogovens", aldus Tim.

Wat is zijn plan met deze verpauperde relicten uit de pioniersjaren van de Tasmaanse hop? "Mijn droom is om hier bed and breakfasts in te maken waar mensen te midden van de hop kunnen logeren. Of onze eigen microbrouwerij natuurlijk. Dat zou helemaal geweldig zijn."

Mochten ze nog op zoek zijn naar een toffe naam in het galactische, kunnen we misschien Jupiter aanraden.

Leffe Royale Ella is nu te koop in sommige supermarkten en drankhandels en blijft een half jaar in het assortiment.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden