Vrijdag 15/10/2021

Australiërs aarzelen tussen Queen Liz en de republiek

Steve Steiger: 'Wij oude knarren krijgen het er vreselijk van op de zenuwen, van al dat geklets over het systeem dat moet veranderen'Rhett Mobb: 'Ik zie het nut van de koninklijke familie niet meer in. Waarom zou de koningin het laatste woord moeten hebben over alles wat hier gebeurt?'Thomas Keneally: 'Welke soort samenleving zullen we in de volgende eeuw zijn als we niet van onder Mum's vleugels raken?'

Australiërs staan niet bekend om hun ontzag voor de nationale instellingen. Het referendum van volgende week, waarin ze moeten beslissen of de Britse koningin het veld moet ruimen voor een Australische president, lijkt op het eerste gezicht dan ook een uitgemaakte zaak. Maar monarchisten vind je soms op plaatsen waar je ze niet zou vermoeden.

Kathy Marks Foto's Jack Picone (Network)

Aan de muur van Steve Steigers woonkamer hangt een vergeelde foto van de ossenwagens die vroeger vanuit de farm waar hij opgroeide de schapenwol naar de stad vervoerden. Steve, die nu 78 is, heeft bijna zijn hele leven op het platteland in het noordwesten van Queensland doorgebracht. Zijn bestaan is bepaald door de enorme vergezichten en het rode stof van het Australische binnenland.

Bijna, maar niet helemaal. Toen Steve achttien jaar was, zadelde hij een paard in de veefokkersnederzetting waar hij toen als jackaroo (jonge tijdelijke arbeider) werkte, en reed 138 kilometer dwars door de steppe naar Camooweal, de dichtstbijzijnde stad, om zich als vrijwilliger bij het leger aan te melden. Het was 22 maart 1940, en Steve was een stapje dichter gekomen bij de verwezenlijking van zijn jongensdroom om gevechtspiloot te worden. Bijna dag op dag een jaar later werd hij opgeroepen. Nadat hij zich bij de Royal Australian Air Force had aangesloten, werd Steve naar Groot-Brittannië gestuurd en ingedeeld bij een eskader dat met Lancaster-bommenwerpers opdrachten boven vijandelijk gebied moest uitvoeren. Hij vloog in totaal 73 missies en nam onder meer deel aan de bombardementen op Dresden. Hij mag van geluk spreken dat hij de oorlog overleefde, want meer dan de helft van de Australische vliegeniers met een soortgelijke opdracht lukte dat niet. Als kaarsrechte oude man praat hij maar zelden over de oorlog. "Ik had heel veel vrienden", zegt hij, en dan klemt hij de lippen stijf op elkaar. Maar ze wisten precies waarvoor ze aan het vechten waren: Koning en Vaderland. De belangen van Groot-Brittannië en Australië waren niet van elkaar te onderscheiden, niemand die daaraan twijfelde. De Australische premier Robert Menzies niet, die in september 1939 voor de hele natie verkondigde: "Groot-Brittannië heeft Duitsland de oorlog verklaard... Bijgevolg is ook Australië in oorlog", Steve niet, en voor zover iemand nog kan nagaan ook de duizenden jonge mannen niet die uiteindelijk in met de Union Jack gedrapeerde kisten naar Australië zouden terugkeren. Steve kwam na de oorlog weer naar Queensland en leidde er de familiefarm vlakbij Adavale tot hij met pensioen ging en naar Charleville verhuisde, een provinciestadje in de buurt. Voor hem was het niet zomaar een kwestie van patriottisme. Koning en Vaderland belichaamden alles waar hij waarde aan hechtte in het leven: vrijheid, democratie, een manier van leven die ingebed lag in een eeuwenoude Britse traditie en die Australië, van oudsher de loyaalste van de verafgelegen voormalige koloniën, altijd met de grootste ijver had nagestreefd.

Zoals Steve de zaken ziet, wordt die manier van leven nu eens te meer belaagd, en deze keer niet door een fascistische dictator aan de andere kant van de wereld, maar door boze krachten in eigen land: landgenoten die zijn geliefde vaderland willen omvormen tot een republiek. "Wij oude knarren krijgen het er vreselijk van op de zenuwen, van al dat geklets over het systeem dat moet veranderen", zegt hij terwijl hij kwaad zijn pijp uitklopt. "Waarom zou het moeten veranderen? Het is de beste bestuursvorm ter wereld. Het heeft Groot-Brittannië al sinds de dagen van Oliver Cromwell schitterende diensten bewezen."

Steve woont alleen in een schaars gemeubileerd huis aan de rand van de stad. Aan een muur bij de voordeur hangen al zijn medailles naast de certificaten die hij kreeg voor zijn werk bij de Returned Services League (RSL), de vereniging van oorlogsveteranen. De RSL is een Australische organisatie. Elke stad, hoe klein ook, heeft haar eigen RSL-club, compleet met staatsieportret van koningin Elizabeth II aan de muur. Bij officiële gelegenheden zweren de leden trouw aan Hare Majesteit en brullen ze een eigen versie van 'God Save the Queen'.

Als patrones van de RSL is de monarche onaantastbaar. Als staatshoofd is haar positie echter minder onwankelbaar. Volgende week moeten de Australiërs bij referendum beslissen of ze zich willen ontdoen van de koningin en de gouverneur-generaal, haar vertegenwoordiger, en hen gaan vervangen door een Australische president. Als de jastemmen het halen, wordt Australië officieel een republiek op 1 januari 2001, precies honderd jaar nadat de zes autonome koloniën zich in één onafhankelijke federatie verenigden.

Met de Olympische Spelen van volgend jaar in Sydney in het verschiet had Australië nauwelijks een beter moment kunnen vinden om de laatste restjes kolonialisme van zich af te schudden en het nieuwe millennium als een grondwettelijk soevereine staat binnen te stappen. Maar hun wat onbesuisde en oneerbiedige imago ten spijt zijn de Australiërs eigenlijk verrassend conservatief, en de opiniepeilingen wijzen uit dat het een dubbeltje op zijn kant wordt. Precies om die reden wordt de strijd om de harten en de geesten met nog meer vuur gestreden dan bij een gewone verkiezingscampagne.

Er staat ook veel op het spel. Het referendum gaat immers niet louter over een nieuwe vorm van bestuur, maar ook over Australiës zelfbeeld en zijn plaats in de wereld. Australië werd ooit hoofdzakelijk bewoond door mensen die zichzelf in de eerste plaats als ontheemde Engelsen beschouwden die in de Stille Oceaan op drift geraakt waren, maar door grootschalige immigratie vanuit Azië, Oost-Europa en het Midden-Oosten is het land ingrijpend veranderd. Terwijl de monarchisten de loftrompet steken over de rijke geschiedenis en het erfgoed dat Australië met het moederland deelt, verwijten republikeinen de koninklijke familie afstandelijk, elitair en volstrekt zonder betekenis te zijn voor grote delen van de bevolking. Voor hen zou een jastem ("om de Grondwet zo te wijzigen dat het Australische Gemenebest omgevormd wordt tot een republiek waarbij de Koningin en de Gouverneur-Generaal vervangen worden door een President die door een tweederde meerderheid van de leden van het Parlement van het Gemenebest zal worden aangeduid") de bevestiging zijn dat Australië uitgegroeid is tot een volwassen, zelfverzekerde natie die het multiculturalisme omarmd heeft en niet langer op Groot-Brittannië aangewezen is voor bescherming of culturele legitimatie.

Door dat alles heeft het referendum bij de negentien miljoen inwoners van Australië tot een grondig gewetensonderzoek geleid. Een einde aan de identiteitscrisis die het land al sinds zijn oprichting in 1788 in zijn greep houdt, lijkt echter niet meteen in zicht.

Charleville, dat drieduizend inwoners telt, zou zichzelf nooit een microkosmos van de Australische samenleving durven te noemen. Wat ooit een levendig en welvarend stadje was, is nu niet meer dan een wat in verval geraakt dienstencentrum voor de veefokkersnederzettingen uit de omgeving. Het stadje ligt op 800 kilometer ten westen van Brisbane, de hoofdstad van Queensland, diep in het desolate, onherbergzame platteland, waar de droogte een heel decennium kan aanhouden en waar overstromingen en bosbranden soms hele steden tegelijk van de kaart vegen.

Toch is het precies in plaatsen als Charleville dat het geestelijke hart van Australië klopt. Australië is nu immers wel een van de meest verstedelijkte landen ter wereld, maar het was in de rimboe dat de nu nog altijd voortlevende legenden ontstonden van de onversaagde pioniers die het ruwe binnenland van dit continent bedwongen, van de outlaws die zich in de onherbergzame plooien van het landschap verscholen hielden en de rondtrekkende scheerders en veehoeders. In de tijd dat Australië nog uitsluitend van de schapenteelt leefde, was die rimboe ook de belangrijkste bron van 's lands rijkdom, en dat oefent nog altijd een grote aantrekkingskracht uit op de collectieve verbeelding.

Van plattelandsmensen is bekend dat ze huiverachtig staan tegenover elke verandering, en Queensland - dat tijdens het negentienjarige bewind van de aartsreactionaire premier Sir Joh Bjelke-Petersen de bijnaam 'het Diepe Noorden' kreeg - is de meest antirepublikeinse van de zes Australische staten. Maar niets is zeker in deze tijden van nationale introspectie, en in Charleville gaan bijna alle vooroordelen genadeloos voor de bijl. Wie een beetje begint te graven, treft er de hele waaier aan meningen terug.

Rhett en Alison Mobbs baten Gowrie Station uit, de oudste farm uit de streek, die zelfs ouder is dan de stad zelf. Het was pas in 1862 dat de pioniers zo ver in het binnenland doordrongen, en er lagen enorme lappen grond te grabbel voor de onversaagde zielen die het hoofd wisten te bieden aan de droogte, de nooit aflatende vliegen en de genadeloze zomerse hitte.

Toen de kolonisatie van het gebied begon, besloeg Gowrie ongeveer 7.800 vierkante kilometer. De Mobbsen hebben nu ongeveer vijfduizend stuks vee grazen op zo'n 30 vierkante kilometer. "Een behoorlijk stuk grond voor de dieren", noemen zij het. Rhetts voorouders waren Britse gedetineerden die met de Eerste Vloot aankwamen. Hij is 32, een struise man met een strakke blik. "Ik weet dat ik van Britse afkomst ben, maar ik voel me geen Brit. Ik voel me een Australiër", zegt hij achteroverleunend in zijn stoel in de veranda. "Ik zie het nut van de koninklijke familie niet meer in. Waarom zou de koningin het laatste woord moeten hebben over alles wat hier gebeurt?"

Alison, die in 1983 de hele dag in Brisbane Mall postvatte om een glimp op te vangen van Diana, die toen haar eerste rondreis door Australië maakte, is het daar niet mee eens. "We zijn nog zo'n jong land, we hebben niet veel eigen geschiedenis", stelt ze. "Het is belangrijk om te weten waar je vandaan komt, om het verleden naar waarde te schatten. We kunnen ook op onze eigen benen staan zonder ons van Groot-Brittannië af te scheuren."

Onvermijdelijk dwalen we af naar de landrechten van de aborigines en naar een uitspraak van het Australische Hooggerechtshof uit 1996 waardoor de aborigines een 'geboorterecht' konden doen gelden op de enorm uitgestrekte landbouwgebieden. Na die uitspraak moesten Rhett en Alison gedurende twee jaar zelfs stoppen met bomen rooien, voor het geval Gowrie ook het voorwerp zou worden van zo'n geboorterecht.

De voorbije tien jaar zijn grote inspanningen gedaan om een officieel document van 'verzoening' op te stellen tussen de blanke Australiërs en de inheemse bevolking, van wie de voorouders door de eerste kolonisten als dieren opgejaagd en afgemaakt werden en die nu grotendeels in armoede en ellende leven.

De Australische grondwet van 1901 vermeldt de aborigines amper twee keer, en dan nog alleen om te stipuleren dat ze niet meegerekend mogen worden bij volkstellingen en dat de federale overheid geen specifieke wetgeving voor hen hoeft te voorzien. Het referendum heeft ook tot doel om amendementen op die grondwet voor te stellen, waardoor die een nieuwe preambule zou krijgen waarin de aborigines geloofd worden "om hun diepe verbondenheid met hun land en om hun oude en voortlevende culturen die het leven van ons land verrijken".

Veel ruimdenkende blanke Australiërs geloven dat beide doelstellingen - de republiek en de verzoening - verwezenlijkt moeten zijn voordat het land een echte volwaardige natie kan worden. Maar niet iedereen is in een even verzoeningsgezinde bui, en de landrechten liggen zodanig gevoelig dat veel blanken van het platteland tegen de afgezwakte preambule zullen stemmen. "Wij hebben de zwarten niet van het land gejaagd. Waarom moeten wij daarvoor opdraaien?", vraagt Alison Mobbs. "En waarom zijn het alleen de veehouders die land moeten teruggeven? Er waren meer aborigines aan de kusten dan in het binnenland, maar ik zie de mensen van Sydney nog niet snel hun peperdure strandhuizen teruggeven."

Het landelijke Queensland is ook de thuisbasis van Pauline Hansons anti-immigratie- en anti-aboriginespartij One Nation. Bij de verkiezingen in Queensland van vorig jaar haalde One Nation bijna een kwart van de stemmen, maar bij de federale verkiezingen erna liep die score fors terug. Ian Espie was kandidaat voor One Nation in Warrego, een kiesdistrict van 570.000 vierkante kilometer dat ook Charleville omvat. Espie, een kalende, bebaarde man wiens buik over zijn shorts uitpuilt, baat een café uit in de brede hoofdstraat van Charleville. Als Hanson Charleville aandoet, logeert ze bij hem en zijn vrouw Barbara. "Puike dame, een grote persoonlijkheid", zegt hij over Hanson. "En wat een uitstraling!" Terwijl hij een verse portie chips in een metalen kommetje op de toog schept, legt hij uit dat hij een monarchist is, of toch min of meer. "Ik zou rechtstaan voor 'God Save the Queen'", zegt hij, "maar voor 'Advance Australia Fair' (het Australische volkslied, WC) zou het met nog meer overtuiging zijn. Als de koninklijke familie langskwam, zou ik ze in ieder geval een kopje koffie aanbieden." Later verontschuldigt hij zich omdat hij toch maar matig enthousiast is. "Als je naar huis terugkeert, ga dan een keer langs Buck Palace", zegt hij, "en vertel Liz dat twee mensen hier nog altijd aan haar denken."

In het Bidjara Aboriginal Legal Centre aan de overkant van de straat slaakt maatschappelijk werkster Darlene Robinson een zucht als de naam van de Espies valt. "Ik ben opgegroeid met Ian en Barb, maar het zijn erg reactionaire lui geworden", vertelt ze. Volgens Darlene hopen de meeste inheemse Australiërs dat er een republiek komt. "Tussen de aborigines en de monarchie is het van de eerste dag al fout gelopen", zegt ze met een fors understatement. "De afscheuring van de Britse kroon kan voor hen niet anders dan een positieve stap zijn." Zou een republiek dan meer aandacht hebben voor de aspiraties van de aborigines om een ruimere erkenning van de onrechtvaardigheden uit het verleden af te dwingen? "Waarschijnlijk. Wie weet?" Verzoening, zegt ze, is niet iets wat de oudere generatie bezighoudt. "Zij hebben te veel gezien. Zij hebben te veel pijn geleden."

Volgens een recente opiniepeiling in de Sydney Morning Herald halen de ja- en de neestemmers elk 43 procent van de stemmen, en heeft 14 procent van de bevolking nog niet beslist. Toch betekent dat niet dat de monarchisten en de republikeinen nek aan nek liggen, want er is nog een derde partij in deze strijd, namelijk de republikeinen die het nu voorgestelde model voor de republiek verwerpen. Ze hebben zelfs zo'n diepe afkeer voor dat model dat ze van plan zijn om volgende week nee te stemmen, want ze houden het nog liever bij de monarchie dan dat ze compromissen zouden moeten sluiten over details. De grootste kloof in het constitutionele debat is dan ook niet zozeer die tussen monarchisten en republikeinen, maar die binnen het republikeinse kamp zelf.

Die uitzonderlijke situatie is het gevolg van een bittere twist over de beste manier om de president te verkiezen. Het voorstel is dat kandidaten eerst voorgedragen worden, dat hun kandidatuur vervolgens middels een consensus tussen de partijen bekrachtigd wordt en dat ze ten slotte door een tweederde meerderheid in het parlement verkozen worden. Diegenen die het daar niet mee eens zijn, willen dat de bevolking de president gewoon rechtstreeks verkiest, punt uit. Anders worden ze opnieuw opgezadeld met "een of andere verdomde politicus".

Dat is vooral in Australië een krachtig argument, want politici worden hier als vertegenwoordigers van zowat de allerlaagste levensvorm beschouwd. Maar in werkelijkheid zou een door het volk verkozen president wellicht nog meer een echte politicus zijn, niet minder. Alleen welgestelde individuen of kandidaten die gesteund worden door een politieke partij zouden immers over het geld en de infrastructuur beschikken om campagne te voeren. Bovendien zou een president met een mandaat van het volk potentieel ook een grotere rivaal zijn voor de eerste minister en het parlement, en op die manier de stabiliteit bedreigen van het Westminster-achtige Australische politieke systeem.

Dat is echter bij veel mensen nog niet doorgedrongen, en politici zoals Ted Mack en Phil Cleary hebben dan ook maar weinig moeite gehad om hun populistische boodschap er bij het publiek in te rammen. Het mogen dan al verdwaalde schapen zijn, de peilingen tonen wel aan dat ze een derde van de neestemmers vertegenwoordigen, genoeg om het hele project te torpederen en de republiek voor een hele generatie opnieuw naar de achtergrond te verdringen.

De andere reden waarom zij zo'n groot publiek aanspreken, wordt duidelijk in de kantoren van Australiërs voor een Grondwettelijke Monarchie (AGM) in Sydney, de belangrijkste monarchistische beweging van het land. Kerry Jones, de miljonairsdochter die AGM oprichtte en leidt, zit kaarsrecht aan haar bureau. Een poster aan de muur schreeuwt: 'Stem tegen de republiek van de politici.'

Voor Jones en haar collega's kwam de interne verdeeldheid bij de republikeinen als een geschenk uit de hemel, want door de koningin zelf te laten opdraven zouden ze zeker nooit winnen. Er zijn gewoon niet genoeg royalisten over in Australië, en hun enige argument - dat het huidige systeem goed werkt en dat je iets wat goed werkt niet moet veranderen - is ook al niet sterk genoeg om de overwinning uit de brand te slepen. En dus hebben ze schaamteloos het kunstmatigste argument dat er te vinden was tot het hunne gemaakt: dat van de republikeinen die voor rechtstreekse verkiezing pleiten. Bovendien hebben ze dat gedaan met de zegen van Mack, Cleary en consorten, die hier en daar zelfs samen met hen campagne hebben gevoerd.

Een beetje oneerlijk misschien? Een tikkeltje hypocriet? "We zijn blij met elke Australiër die om welke reden dan ook bereid is om nee te stemmen", zegt Jones met een flauwe glimlach op het gezicht. Het interview is al een halfuur aan de gang en ze heeft het woord 'koningin' nog niet één keer in de mond genomen. Deze zonderlinge monarchisten doen dat namelijk nooit, de koninklijke familie komt gewoon niet voor in hun campagne. Wat is dan het probleem met de koningin? "Er is geen probleem. Maar dit gaat niet over individuele spelers: dit gaat over de Australische grondwet en over de rol van de Britse kroon in Australië."

De monarchisten hebben handig gebruikgemaakt van de aloude tactiek van de angst. Een militaire coup, afscheuring van afzonderlijke staten, een verval tot een soort Derde Rijk-achtig totalitarisme: dat zijn de te verwachten scenario's als de republiek er komt, aldus AGM. En Jones neemt er geen woord van terug. "Het is tijdens crisismomenten zoals we die nu in de Indonesische Republiek zien, dat je blij bent dat je een constitutionele monarchie hebt", zegt ze.

Malcolm Turnbull, de voorzitter van de Australische Republikeinse Beweging (ARB), geeft toe dat de interne verdeeldheid desastreuze gevolgen heeft. Het scherpst van al haalt hij echter uit naar de Australische premier John Howard, een door de wol geverfde monarchist die vastbesloten lijkt om de republikeinse zaak zoveel mogelijk te ondermijnen.

Howard bevindt zich in de merkwaardige positie dat hij een referendum moet organiseren waar hij zelf fel tegen gekant is, en hij heeft de formulering van de vraag zo aangepast dat ze bijna zeker in de kaart van de monarchisten speelt. Even merkwaardig is zijn positie inzake de Olympische Spelen in Sydney. Volgens het Olympische Charter moeten die geopend worden door het staatshoofd van het gastland. Howard weet echter dat beelden van de koningin die de Spelen opent onaanvaardbaar zouden zijn voor het Australische publiek, en heeft daarom besloten om het dan maar zelf te doen. Turnbull, een bankier en advocaat die de voormalige MI5-agent Peter Wright verdedigde in de Spycatcher-zaak, zegt dat met Howards steun 75 tot 80 procent van de Australiërs voor de republiek zou hebben gestemd. "John Howard is de luis in de republikeinse pels", zegt hij. "Als het referendum faalt, zal hij de geschiedenis ingaan als de man die Australië zijn eigen staatshoofd ontzegde. Daar zal men zich nog generaties lang het hoofd over breken."

Hoewel Howard zelf naar eigen zeggen boven het constitutionele geharrewar staat, kibbelen de ministers van zijn conservatieve coalitieregering openlijk over de kwestie. Tony Abbott, de minister van Tewerkstelling, is een van de kopstukken van de monarchistische campagne. Peter Reich, de minister voor Arbeidsverhoudingen, steunt dan weer de voorstanders van rechtstreekse verkiezingen, en minister van Financiën Peter Costello behoort tot het grootste republikeinse kamp.

In het hele land zijn bekende personen uit alle vakgebieden opgetrommeld om zich achter deze of gene campagne te scharen. In de blauwe - monarchistische - hoek zitten onder meer schilderes Margaret Olley, zwemmer Kieran Perkins, de rector van de universiteit van Sydney, Dame Leonie Kramer, en een trio vooraanstaande rechters. In de rode - republikeinse - hoek zitten auteur en historicus Robert Hughes, zakenvrouw Janet Holmes Court, filmregisseur Fred Schepisi en cricketspeler Shane Warne, samen met het grootste deel van de Labourpartij, de kwaliteitskranten en - vrij onverwacht - een aantal figuren uit de conservatieve rangen en het establishment, zoals de voormalige premier Malcolm Fraser.

De revolutie heeft lang op zich laten wachten in Australië. Het republikeinse gedachtegoed stak voor het eerst de kop op in 1850 en had vooral op het einde van de negentiende eeuw veel aanhangers. Maar toen de zes koloniën in 1901 een federatie vormden, leek het niet meer dan normaal dat de koningin als boegbeeld behouden werd, omdat de meeste Australiërs toch van Anglo-Keltische afkomst zijn. Ze waren zich ook erg goed bewust van hun geografische isolement en wilden zich verzekerd weten van Britse steun bij een eventuele invasie van het 'Gele Gevaar' vanuit Japan en China (Japan is nu een van de belangrijkste handelspartners van Australië).

Het moderne republicanisme kreeg een flinke duw in de rug tijdens het tweehonderdjarige jubileum in 1988 en de bijbehorende opstoot van nationale trots. Toch was het pas toen de overtuigde republikein en Labour-voorman Paul Keating in 1993 tot eerste minister verkozen werd, dat de basis kon worden gelegd voor het referendum van volgende week. Keating, die ook een sterk op Azië gericht beleid voerde, ontwikkelde een momentum waar zelfs Howard niet aan kon weerstaan, al heeft hij wel tijd proberen te winnen door vorig jaar een constitutionele conventie te organiseren in Canberra.

Het feit dat Australië nu op dit punt is aanbeland illustreert in de eerste plaats hoezeer het land in al die tijd veranderd is. Toen de internationaal befaamde auteur Thomas Keneally in de jaren vijftig een jongeman was, waren films en popmuziek nog dingen die van elders kwamen, en het woord 'schrijver' stond synoniem voor 'mietje'. "Ik betwijfelde sterk of Australiërs eigenlijk wel verondersteld werden om te schrijven, of dat niets iets was dat buiten onze taakomschrijving viel", zegt Keneally. De 'culturele kruiperigheid', de reflex om Europa op te hemelen als de bron van alle cultuur, was een diepgeworteld fenomeen. Artiesten en intellectuelen stonden volgens Keneally allemaal voor de keuze tussen "eenzame akkerman worden op het onvruchtbare culturele braakland dat Australië was" of meteen vruchtbaarder oorden opzoeken, gewoonlijk Londen. Dat was de weg die onder meer Clive James, Germaine Greer en de dichter Peter Porter kozen. Keneally, die later de ARB hielp oprichten, besloot te blijven. Hij gelooft dat de Australiërs zich al die tijd zo aan de monarchie hebben vastgeklampt omdat ze zich bedreigd voelden door 'dat vreemde Azië'. De Tweede Wereldoorlog, en vooral de val van Singapore, toonden al aan dat de Australische en de Britse strategische belangen uiteen begonnen te lopen, maar toch bleven beide naties nauwe banden onderhouden. Miljoenen Australiërs kwamen opdagen toen de jonge koningin Elizabeth in 1954 haar eerste officiële bezoek aan Australië bracht. Menzies, de toenmalige premier, pochte toen dat hij "Brits was tot in zijn voetzolen", en na een bezoek aan de koningin ging hij zelfs nog verder: "Ik heb haar maar heel eventjes gezien, en toch zal ik van haar houden tot ik sterf."

Auteur en historicus Donald Horne was al republikein lang voor dat in de mode raakte. In The Lucky Country, een vlijmscherp sociaal portret van Australië uit 1964, schreef hij dat het gewoon een kwestie van tijd was voor de monarchie afgevoerd zou worden. Met dat boek wilde hij de Australiërs doen beseffen waar ze zich bevonden op de wereldkaart, zegt hij nu, "komaf maken met dat gevoel dat ze op een eiland ergens tussen Groot-Brittannië en Ierland woonden".

Hoewel het land tegen die tijd de deuren al had geopend voor immigranten uit Griekenland en Zuid-Italië, bleef het hardnekkig vasthouden aan het immigratiebeleid van het Blanke Australië. Toen Horne in 1961 hoofdredacteur werd van het tijdschrift The Bulletin, gaf hij de zetters meteen het bevel om het metalen plaatje weg te gooien waar de aloude slogan van het tijdschrift op stond: 'Australië voor de Blanke Man'.

Toch werd dat beleid zelf pas afgeschaft in 1972, toen de Labour-regering van Gough Whitlam aan de macht kwam, en er volgde meteen grootschalige immigratie vanuit Zuidoost-Azië. Whitlam, die ook voor een opleving van de kunsten zorgde in Australië, werd in 1975 aan de dijk gezet door de gouverneur-generaal John Kerr, nadat de Senaat hem de nodige fondsen geweigerd had om te kunnen regeren. Dat was een belangrijke gebeurtenis, die de Australiërs de ogen opende voor de vele merkwaardige bepalingen die in hun grondwet vervat lagen.

De rol van de koningin is nu beperkt tot het aanduiden van de gouverneur-generaal, wat gebeurt op advies van de eerste minister. Maar haar invloed reikt, althans symbolisch, nog altijd veel verder. Nicola Roxon, een van de jongste en verstandigste politici van de federale Labourpartij, is een republikeinse die lid was van de commissie die de vraag voor het referendum moest formuleren. Roxon is al twee keer verplicht geweest om trouw te zweren aan de koningin: de eerste keer toen ze in 1992 tot de balie werd toegelaten, en in oktober van vorig jaar nog een keer toen ze parlementslid werd. Het knaagde wel, vertelt ze nu. "Ik had veel liever trouw gezworen aan de wetten van ons land of aan het Australische volk." Roxons vader stamt af van Poolse joden die tijdens de oorlog naar Australië vluchtten. Gellibrand, het industriële kiesdistrict van Melbourne dat zij vertegenwoordigt, is lange tijd de plaats geweest waar de immigranten aankwamen en zich aanvankelijk vestigden. Ze vertelt niet zonder trots dat er tegenwoordig mensen uit 128 verschillende landen in Gellibrand wonen.

Twee weken geleden kwamen 68 pas genaturaliseerde Australiërs samen in het stadhuis van Randwick, een van de oostelijke voorsteden van Sydney, om er trouw te zweren aan hun nieuwe vaderland. Eerst stonden ze netjes in de houding terwijl een krakende geluidsinstallatie 'Advance Australia Fair' liet horen, en vervolgens werden ze een voor een bij de burgemeester geroepen om hun identiteitspapieren in ontvangst te nemen: "Gomez, Wong, Mohamed, Kuczko..." Als er nog enige twijfel heerste over de vraag of Australië zichzelf nog altijd als een buitenpost van Europa beschouwt, dan had die op die avond in Randwick voorgoed weggenomen kunnen worden.

Deze nieuwe Australiërs, voor wie de koningin niet meer dan een object van beleefde nieuwsgierigheid is, waren bij de laatsten die nog genaturaliseerd werden voordat de registratiedeadline voor het referendum verstreek. Op 6 november zullen zij hun eerste burgerplicht vervullen en hun rol, hoe klein ook, spelen in de Australische geschiedenis.

© The Independent on Sunday

Vertaling: Wim Coessens

Kathy Marks is journaliste van The Independent on Sunday. Jack Picone is fotograaf van het Britse fotoagentschap Network.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234