Woensdag 20/10/2021

Australië kijkt vol frustratie en afgunst naar de steile opgang van moederland Groot-Brittannië

Na de obsessie, de depressie down under

De Tour Down Under, ook wel 'Circus Lance' geheten, begint morgen in Adelaide. Overmorgen zijn de beste tennissers veertien dagen lang te gast in Melbourne voor het eerste grandslamtoernooi van het jaar 2009. De sportgekke Aussies zullen voor de buis zitten en zich tegelijk afvragen: waar zijn die van ons gebleven?

Door Hans Vandeweghe

Brussel l Acht jaar geleden was het één en al 'Aussie Aussie Aussie Go Go Go'. Vandaag is het 'Aussie Aussie Aussie No No No'. De grootste onder kleine sportnaties, het gidsland van weleer, lijkt de weg kwijt.

Toen Cadel Evans in 2007 lang meestreed voor winst in de Tour de France maar de duimen moest leggen voor Contador, stond Australië op zijn kop. Afgelopen zomer deed Evans weer een gooi, was er weer dicht bij, verloor opnieuw, maar het animo was al wat minder. Australiërs zijn in tegenstelling tot de perceptie minder zonnetje in huis dan men zou denken. Australiërs houden van winners. Wie verliest, zal niet worden gevild en kan op mededogen rekenen, maar ook niet meer dan dat. Gevolg: Evans, twee keer tweede, kon al zijn interviews in één dag plannen.

Verbazingwekkend, maar voor een klein land - excuus, het land is groter dan Europa, maar de populatie (19 miljoen inwoners) is klein - was/is Australië niet alleen performant in olympische sporten, maar ook nog eens toonaangevend in typische Commonwealthsporten als tennis, cricket en rugby, in die laatste sport zelfs in de twee versies.

Ook tennis werd ooit beheerst door Australiërs: ze wonnen vijftien Davis Cups tussen 1950 en 1967. Daarna viel het stil: nog zes keer werd gewonnen. Achttien verschillende Australiërs wonnen 77 grandslamtoernooien, vier vrouwen wonnen 42 titels. De (volgens velen/ouderen) beste tennisspelers ooit, Rod Laver en Margaret Court, waren Australiërs. Nadien kwamen nog Pat Cash, Patrick Rafter en Lleyton Hewitt, en dat was al minder, maar het contrast werd nog groter want vandaag is er echt geen Australiër (m/v) meer die nog een deuk in een pakje boter slaat.

Plonsbad vervangt tennisveldje

Sportwatchers op het grootste eiland van de wereld wijten dat aan een veranderde sportbeleving van Cadel met de pet. Malcolm Knox stipte in The Observer aan dat dertig jaar geleden het statussymbool voor de Australische tuinen - plaats genoeg, vandaar - een tennisveldje was. Vandaag is de ruimte beschermd, wordt meer in flats gewoond en gelijkt een Australische suburb meer en meer op een Amerikaanse: wijken, subdivisions, ook al wel achter een hek, maar vooral onveranderlijk veel zwembaden in alle maten en vormen. Waar het tennisveld werd gebruikt voor een partijtje cricket, voetbal of basketbal, dient een zwembadje nergens toe, behalve luieren. Sport is lifestyle geworden, geen middel meer tot sociale promotie, zoals het was in alle grote sportmodellen waaronder ook Australië, ooit omschreven als de DDR onder de zon.

Cricket, van een nationale obsessie gesproken, is ook niet meer wat het geweest is. De uitslagen van de 'tests' van de nationale cricketploeg bepalen het humeur van Aussie Modaal, het bruto nationaal geluk van het hele land en zelfs de stand van de ASX, de nationale beursindex.

In 2008 waren er tekenen van recessie, ook in cricket. Er werd ternauwernood gewonnen van Nieuw-Zeeland en echt verloren van India. Volgende zomer staan de Ashes op het programma, het traditioneel treffen met Engeland en elke cricketliefhebber (en vooral zijn gezin) houden hun hart vast.

Op het toppunt van hun sportief zelfvertrouwen keerden de Australiërs de wereldkaart om en schreven: Australia, no longer down under. Sinds afgelopen zomer ligt het 'land van Oz' weer beneden, elf uur vliegen van de Aziatische hoofdsteden, bijna 25 uur van de Europese. Het besef en de mentale dreun kwam in Peking. Zesde op de medailletabel met 46 medailles (zie grafiek), daar tekent elk ander middelgroot land voor - wij zijn al met een tiende tevreden - maar de Australiërs verlieten Peking met een kater zo groot als een Chinese draak. Bij de laatste telling van de plakken stond het zwart op wit geschreven: 1. China, 2. VS, 3. Groot-Brittannië, 47 medailles waarvan 19 goud.

Collectieve depressie

Sportland Australië wil wel verliezen, in cricket van de West-Indies, in zwemmen van de Amerikanen, in tennis van Spanje of rugby van de All Blacks uit Nieuw-Zeeland. Maar verliezen van Britten kan niet, never en nooit. Enkele maanden na die collectieve depressie, staken de Britten het mes nog wat dieper in de wonde: tot 2012 zou 360 miljoen euro worden geïnvesteerd in de topsport. De Australische media berekenden snel dat de groen-gele topsporters het 'maar' met 135 miljoen euro zouden moeten doen. De Sydney Morning Herald concludeerde: 'We hebben helden aan halve prijs, we zijn niet langer competitief'.

Ooit berekende de universiteit van Adelaide wat die gouden olympische medailles in Atlanta hadden gekost. Ze telden alle overheidssteun aan de sport op en deelden dat door het aantal gouden plakken. De uitkomst was ontstellend: voor elke gouden medaille was sinds 1980 27 miljoen euro geïnvesteerd. Tussen Atlanta en Sydney werd nog eens 220 miljoen euro in de sport gepompt, vooral in de topsport. Het leverde niet op wat ze hadden verwacht: 60 medailles waarvan 20 goud. Het werd 58-16, maar ze stonden wel vierde van de wereld en geen Aussie die er graten in zag. Succes mag wat kosten en de Australiërs zijn bovendien geobsedeerd door sport, niet onverwacht voor een land dat zijn identiteit deels ontleende aan enkele opmerkelijke sportprestaties.

Openluchtgevangenis

In 1882, toen Australië nog een openluchtgevangenis en een kolonie was van Groot-Brittannië, reisde een Australisch cricketteam naar het moederland. Het was het derde bezoek en het ondenkbare geschiedde: de Britten verloren van een stelletje pummels, ex-veroordeelden, avonturiers en boerenkinkels.

Het was het begin van één van de oudste sporttrofeeën, The Ashes, maar ook van een Australisch nationaal bewustzijn. In Engeland grepen politici de overwinning aan om de Australische eis op zelfbestuur legitiem te verklaren. "Wie in een edele sport als cricket kan winnen, verdient op eigen benen te staan." Negentien jaar later kreeg het eiland down under beperkt zelfbestuur.

Een tweede eikmoment viel in 1983 toen in Amerikaanse wateren de zeilboot Australia II in de alleroudste trofee, de America's Cup, zegevierde tegen het gastland. Een maand eerder hadden ze al de buren uit Nieuw-Zeeland geklopt, zo mogelijk nog een grotere boost voor het nationaal gevoel. Sportland Australië was niet langer het kneusje dat op de Spelen van 1976 zonder gouden medailles terugkeerde.

Als gevolg van dat debacle van Montreal werd in 1977 in Canberra het Australian Institute of Sport opgericht. Algemeen wordt aangenomen dat de successen van de jaren negentig tot vandaag op de rekening kunnen worden geschreven van die geniale ingreep: centraliseren van kennis en talent en toegepast wetenschappelijk onderzoek met één doel voor ogen, medailles.

Australische trainers in Londen

De eerste aanzet werd gegeven door Britten, weggekocht met geld en gelokt door het mooie Australische klimaat. Recentelijk hebben Aussies de omgekeerde weg genomen. Groot-Brittannië had zijn Montrealtrauma in 1996 in Atlanta toen het maar één keer goud won en dan nog met een bejaarde roeier. Als gevolg daarvan werden enorme sommen geïnvesteerd in topsport en zoals veel buitenlanders vonden ook Australische wetenschappers en trainers de weg naar Londen en omstreken.

Het succes van het Britse baanwielrennen, dat in Peking twaalf van de dertig medailles won, was een rechtstreeks gevolg van dat model. De richting die het Australian Institute of Sport ooit was ingeslagen - baanwielrennen is power, power en nog eens power - werd geperfectioneerd. De Aussies die in Sydney en Athene nog goed waren voor zes en tien medailles, werden op de wielerbaan van Laoshan weggeblazen en keerden terug met één zilveren plak.

Ook in een sport als zwemmen - waarin ze toch mooi het tweede land bleven - overheerst de deceptie omdat de mannen geen enkele keer goud wonnen.

Na een decennium van massale overheidsinvesteringen in de breedtesport komt Australië tot het besef dat breedte- en topsport twee verschillende dossiers zijn en dat het bestrijden van obesitas en sedentarisme bij de bevolking niet noodzakelijk meer prijzen voor gevolg heeft. Australië is een ijsberg van sportbestedingen - publiek en privaat - maar een top die afbrokkelt zonder gerichte kapitaalsinjecties.

In Australië wordt dezer dagen fel debat gevoerd over de weg die het ideale sportmodel van weleer moet inslaan. Het eiland is geen eiland meer, wat de Australiërs de sport hebben bijgebracht, wordt nu over de hele wereld toegepast. Dat heet het 'early adopter syndrome', of hoe de eersten ooit gedoemd zullen zijn om de laatsten te zijn. Het model met sportbeurzen voor het Australian Institute of Sports voor de beste atleten staat onder druk van privéteams en scholen, maar de grootste bedreiging voor het Australisch model ligt in de levensstandaard. Mark Morgan, vooraanstaand zwemcoach en wetenschapper: "Vroeger was er de keuze tussen cricket, Australian rules football of zwemmen. Vandaag kun je in alle sporten uitblinken en naast de traditionele sporten zijn er ook de lifestylesporten zoals skateboarden, surfen en fietsen of wandelen door de wilde natuur. De Australiër is een sportgek én een outdoorfreak gebleven, maar kiest niet meer voor de juiste sporten. En dan speelt de macht van het getal en zijn we met geen 20 miljoen toch met te weinig."

Sport is lifestyle geworden, geen middel meer tot sociale promotie zoals in alle grote sportmodellen waaronder ook Australië, ooit de DDR onder de zon

n Zelfs cricket, de nationale obsessie nummer één down under, is niet meer wat het geweest is. Volgende zomer staan de Ashes op het programma, het traditioneel treffen met Engeland, en elke cricketliefhebber houdt zijn hart vast.

n De 400 meterzege van Cathy Freeman was een van de orgelpunten op Sydney 2000, waar Australië 58 medailles wegkaapte. In Peking veroverden ze er 46 - waar elk ander middelgroot land onmiddellijk voor tekent - maar niet de Australiërs.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234