Woensdag 19/01/2022

Auditieve collages

Andy Votel en Anjali buigen esthetiek van dance-liga om naar moderne popmuziek

Andy Votel

Styles of the Unexpected, Twisted Nerve/XL Recordings.

Anjali

Anjali, Wiiija Records/PIAS.

Avenue-A

Never the Less, R&S Records.

Magnétophone

I Guess Sometimes I Need to Be Reminded of How Much You Love Me, 4 AD.

Rob Ellis

Music for the Home, Leaf/Lowlands.

Platenbazen die op een bepaald moment beslissen zelf muziek te gaan maken, zijn allang niet uitzonderlijk meer. Alan McGee, ooit de stuurman van Creation en tegenwoordig directeur bij Poptones, schuimde een tijdlang de podia af met zijn groep Biff Bang Pow!, terwijl James Lavelle van het dancelabel Mo'Wax zijn artistieke aspiraties botviert op UNKLE. Ook Andy Votel, zakelijk betrokken bij de bedrijfjes XL en Twisted Nerve (zie: Badly Drawn Boy), probeert zich nu als muzikant te profileren. En als zijn minidebuut Styles of the Unexpected een indicatie mag zijn, komt hij er nog aardig mee weg ook. Votel is een veelzijdig baasje: hij werkt als DJ, producer, cineast en grafisch ontwerper en remixte in het verleden tracks voor onder anderen Death in Vegas en Lamb.

Ook op zijn eerste plaat toont hij meteen zijn eclectische kant: zeven nummers lang goochelt hij met grooves, beats en surfgitaren en koppelt hij zijn voorliefde voor hiphop, Franse sixtiespop, soundtracks en elektronica aan een speelse postrocksensibiliteit. Votel maakt voornamelijk instrumentale muziek, waarin ruimte is voor warme, akoestische instrumenten zoals piano, cello, xylofoon en gitaar, maar ook voor de geprogrammeerde toestellen en de gesamplede breakbeats die dezer dagen zo populair zijn in het dansmilieu. Voorts bevat de cd twee gezongen nummers, waaronder het triphoppy 'Girl on a GoPed', met Votels vriendin Jane Weaver in de hoofdrol. Styles of the Unexpected maakt zijn titel niet helemaal waar, want echt wereldschokkende dingen vallen er van dit visitekaartje niet af te lezen. Wel is het een aangename, sfeerrijke plaat die je nieuwsgierig maakt naar Andy Votels volgende projecten.

De kans dat u zich het Britse Riot Grrrl-combo Voodoo Queens nog zult herinneren is vrij gering. Veel interessanter is dat zangeres Anjali Bhatia, een dame van Indiase oorsprong, zich inmiddels de edele kunst van het programmeren en het samplen eigen heeft gemaakt en dat ze, na enkele 12-inch-singles die nu te vinden zijn op de compilatie Sheer Witchery, een bijzonder fraaie debuut-cd in elkaar heeft geknutseld. Op die titelloze langspeler heeft ze bewust geen aansluiting gezocht bij de Asian Underground, al klinkt haar muziek bij momenten toch nog behoorlijk exotisch. Anjali zingt met een ijl maar sensueel fluisterstemmetje, trekt zich aardig uit de slag met beats, grooves en Afrikaanse drums, versiert haar liedjes met smaakvolle strijkers- en blazersarrangementen en heeft zo te horen een speciale voorliefde voor Bollywoodsoundtracks. Songs als 'Lazy Lagoon', 'Arabian Queen' en 'Mistress of Disguise' klinken experimenteel maar beslist niet ontoegankelijk, verleidelijk maar met een ambigue ondertoon. Anjali is, behalve als chanteuse en multi-instrumentaliste, ook nog actief als DJ en producer en dankzij die doe-het-zelf-ethos hoeft ze naar niemands pijpen te dansen. Referentiepunten zijn Leila, Luscious Jackson en Saint-Etienne, maar ook, zij het iets minder expliciet, Gangstarr en Metalheadz. Wie zich, eerder dit jaar, aangesproken voelde door Goldfrapp, mag nu in de platenbakken op zoek in de sectie A.

Misschien loont het dan ook wel de moeite even stil te staan bij Never the Less, de voortreffelijke debuut-cd van Avenue-A. Achter dit pseudoniem verschuilt zich ene Mark Pember, enkele jaren geleden nog lid van het trio Ceasefire, dat met de danshit 'Trickshot' het Wall of Sound-label op de wereldkaart zette. Pember kent echter meer dan één kunstje en gaat op zijn nieuwe plaat vooral grensoverschrijdend te werk. Met Avenue-A keert hij terug naar zijn live-roots en serveert hij onweerstaanbare en groovy instrumentals, die in het geval van 'Up of the Floor' iets weg hebben van gemuteerde ska en in dat van 'Swing It Back' van prikkelende jazzfunk. Elders worden dan weer uitstapjes gemaakt richting two-step en latin. Het klankbeeld wordt beheerst door een stuiterend Hammond-orgel, een op hol geslagen Fender Rhodes-piano en kruidige trompetinterventies. Maar Pember weet zich ook te omringen met puike gaststemmen: Kurt Wagner van Lambchop lucht zijn frivoolste falset in 'Give Off'; de van Rocket From the Crypt bekende Holly Golightly zorgt ervoor dat 'Run Cold' en 'Nothing You Can Say' de garagedeunen van Boss Hog in de herinnering roepen en Imogen Andrews sluit met het knappe 'Lady Sings the Blues' aan bij het universum van Portishead. Een erg gevarieerde plaat dus, die theoretisch misschien iets te vaak op twee gedachten hinkt, maar in de praktijk wonderwel blijkt te werken. Doe er uw voordeel mee. Magnétophone is een duo uit Birmingham dat, naar eigen zeggen, beïnvloed is door gitaarbands als Led Zeppelin en The Velvet Underground. Niettemin bedient het zich uitsluitend van oude, aftandse keyboards, loops, samples en heel veel effectapparatuur. Matt Saunders en John Hanson zijn geboeid door de aard en de potentie van geluid en maken bevreemdende, ietwat abstracte elektronische muziek die doorgaans steunt op tegenstellingen. Zo laten ze lieflijke, melodieuze motiefjes contrasteren met gruizige beats en springen ze op een unieke wijze om met klankkleur en dynamiek. I Guess Sometimes I Need to Be Reminded of How Much You Love Me, hun eerste cd na een reeks singles, bevat auditieve collages die je normaal met het Warp-label associeert, maar tegenwoordig blijkbaar ook bij 4 AD niet langer taboe zijn. Magnétophone slaagt erin elektronische soundscapes te creëren waar je het warm van krijgt en heeft gevoel voor humor: alle songtitels kwamen bijvoorbeeld tot stand met behulp van een Scrabble-spel. Als er op de plaat al één ding valt aan te merken is het dat nu en dan het gevreesde spookbeeld van de kosmische muziek weer de kop opsteekt. En op een revival van Klaus Schulze of Tangerine Dream zitten we heus niet te wachten.

Wie wel eens de kleine lettertjes op platenhoezen leest, is de naam Rob Ellis al een paar keer tegengekomen bij PJ Harvey. Voorts was de man als drummer te horen op platen van Laika en Swell en maakte hij, met assistentie van onder anderen John Parish, twee fascinerende platen met Spleen (Soundtrack to Spleen en Little Scratches). Eigenlijk is Ellis een multi-instrumentalist die, naast een imposant assortiment percussietuigen, ook de viool, cello, allerlei klavieren en zelfgebouwde instrumenten bespeelt. Op Music for the Home toont hij een gezicht dat we nog niet kenden: wat begon als een pianoplaat, groeide geleidelijk uit tot een rijk georchestreerde mengvorm van jazz, elektronica en modern klassiek. Ellis liet zich duidelijk inspireren door componisten als Messiaen, Ravel, Debussy, Steve Reich en Steve Martland. Alleen bestaat zijn driedelige 'suite', met stukjes voor opwind- en nepinstrumenten, uit fragmenten die op verschillende tijdstippen tot stand kwamen en pas achteraf werden samengepuzzeld. Het resultaat boeit en fascineert, maar easy listening is het niet: je moet er verdomd geoefende oren voor hebben. Duidelijk een plaat die veel meer kans maakt bij de bijgespijkerde cultuurzender Klara dan bij Studio Brussel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234