Zaterdag 16/01/2021

Au fond de la cour à droite

In Parijs geven ontelbaar veel voordeuren uit op een binnenplaats, een cour, een passage. Soms zit achter een onopvallende poort een heel netwerk van straten verstopt. Soms alleen een miserabele lichtschacht. Achter de façades begint een ander Parijs, een geheim Parijs, dat niemand helemaal kent. De stad achter de stad.

Jesse Brouns

Mijn appartement ziet uit op een binnenplaats, een cour. De straat, een druk kruispunt, lijkt ver weg. Je hoort nauwelijks auto's, alleen brandweerwagens en ambulances. 's Nachts, in het donker, als de lucht niet al te zeer vervuild is, waan je je op het platteland, zo stil. Donker is het ook overdag, want de zon zie je hier nooit. De lucht ook niet. Tenzij je je neus tegen het venster plakt. Een binnenplaats is een gesloten wereld. Ik kijk uit op het appartement van mijn buurvrouw en haar hond. En op het appartement van het echtpaar op de eerste verdieping, aan de overkant van de cour, misschien vijftien meter van waar ik zit. Ik zie ook het dak van de brasserie op de gelijkvloerse verdieping, en op dat dak duizend-en-één sigarettenpeuken. Helemaal beneden is de binnenplaats een soort gang in L-vorm. De rest van de oppervlakte wordt ingenomen door voormelde brasserie. De binnenplaats wordt alleen gebruikt voor het opslaan van afval. Een witte bak voor glas, een blauwe bak voor tijdschriften en papier, een gele bak voor verpakkingen, een groene bak voor de rest. In een hoek van de cour bevindt zich een fonteintje. Er is ook een toilet, dat ik nog nooit heb gebruikt. Elke avond rolt de concierge de vuilnisbakken naar buiten, voor de ophaaldienst. En, zodra ze geledigd, weer naar binnen.

In het appartementsgebouw naast het mijne, op de Boulevard Saint-Marcel, heeft de concierge haar eigen cour. In de zomermaanden spelen haar kleinkinderen daar, wat veel lawaai meebrengt, want mijn binnenplaats geeft uit op de binnenplaats van de buren. Mijn binnenplaats is overigens netjes geschilderd, die van de buren niet. Mijn keuken geeft uit op een andere cour, meer een courette, van misschien tien vierkante meter groot. Op de begane grond, opnieuw, sigarettenpeuken. En helemaal boven, voorbij de zesde verdieping, een dak van glas. Deze binnenplaats dient ook als lichtschacht. Als ik de ramen van mijn keuken opentrek, wat niet gemakkelijk gaat, hoor ik van ver de auto's. De muren zijn een slagveld, afgebladderd en doorprikt met buizen en leidingen. Uit de ramen van andere appartementen hangen waslijnen, maar zonder was. Deze binnenplaats, die door mijn appartementsgebouw wordt gedeeld met een nog een ander appartementsgebouw, in de Avenue des Gobelins, gaat tot de eerste verdieping. Ik kijk naar beneden, en zie twee bezems, een plastic supermarktzak, een bankje. Het ruikt niet erg fris.

De binnenplaatsen, met hun trappenhuizen en hun conciergeloges en hun gangen, vormen een stad achter de stad, een Parijs in het kwadraat. Je hebt behoefte aan richtingaanwijzingen. Au fond de la cour à droite. Escalier C. Deuxième étage gauche gauche. Maak een telefonische afspraak en je wordt gevraagd een geheime code in de muur in te toetsen, naar rechts te stappen, over een eerste cour en dan over een tweede, en dan te zoeken naar een garagepoort, waarop je met je beide vuisten moet beuken, want een bel, die is er niet. Of, een ander voorbeeld, achteraan rechts in de cour trappenhuis E vinden en dan zeven verdiepingen door een onverlicht trappenhuis klimmen en uiteindelijk de derde deur links zoeken. De stad achter de stad is een grote doolhof.

Je ziet de verborgen stad alleen op luchtfoto's: zwarte gaten achter de straten, holen in de stadsruimte. De cour verlicht de stad. De cour is leegte in de massa. De cour laat plaats voor lucht en regen, schept afstand tussen de straten, simuleert in sommige gevallen het platteland. La campagne à Paris, veel gebruikte term in de vastgoedsector, is een illusie, maar wel een sterke. Het fenomeen bestaat in alle vormen. Eerder miserabel, zoals in het geval van mijn appartementsgebouw. Of met de allures van een park, zoals in het geval van de majestueuze Villa Adrienne, die verstopt zit achter de Avenue du Général Leclerc in het veertiende arrondissement, een drukke invalsweg. Parijs heeft binnenplaatsen sinds de Middeleeuwen. Aan de overkant van mijn straat schuilt in een appartementsgebouw van de jaren dertig een poort die leidt naar het romantische Château de la Reine Blanche, een van de oudste gebouwen van de stad. Het kasteel ging op in vuur en vlam, maar in het midden van wat van buitenaf een onopvallend stratenblok is, liggen nog sporen van een klooster, een kerk, en overal klinkers. De binnenplaatsen van de Hôtels particuliers, gebouwd tussen tussen de zeventiende en de achttiende eeuw, markeerden de sociale verschillen. Het Palais Royal, combinatie van park en appartementsgebouw in het centrum van Parijs, was de ultieme courconstructie: plaatsverlies met allure.

In de Haussmanniaanse appartementsgebouwen van de vorige eeuw was een cour vooral funtioneel (licht, lucht). Na de Eerste Wereldoorlog werd de cour opengetrokken. De eerste sociale woningen keken uit op de straat. De binnenplaats verloor een muur. Tussen de twee wereldoorlogen werd de cour een anachronisme. Te donker, te vuil, te ouderwets. De sociale woningen en appartementsgebouwen van de jaren vijftig, zestig en zeventig waren lange, hoge blokken, met licht en lucht voor iedereen. En de nodige sociale onrust. Nu wordt het ene giganteske appartementsgebouw na het andere platgelegd en beleeft de cour haar renaissance. Maar niet langer als cour. En ook niet als cité, villa, chemin, hameau of alle. In de nieuwe wijken, zoals de buurt van de Bibliothèque Nationale, is de cour een coeur geworden: het hart van de nieuwe stad. Hieronder volgt een beknopte gids tot de stad achter de stad. De meeste selecties zijn geen pure cours. Wel variaties ervan: impasses (doodlopende steegjes), cités (meestal een verzameling appartementsgebouwen), en villas (een verzameling huizen achter een gemeenschappelijke poort). Die zijn voor de gewone bezoeker dikwijls interessanter en gemakkelijker te vinden dan de gewone binnenplaatsen, tenslotte niet veel meer dan onooglijke ruimten tussen vier of meer muren.

PALAIS ROYAL, in het eerste arrondissement, is de grootste binnenplaats van Parijs, gebouwd in het begin van de zeventiende eeuw, door Richelieu. Het paleis was aanvankelijk een prinselijk domein, verboden voor politie, en dus verdacht. Tegenwoordig huizen er vooral ministeries. Een gedeelte van de tuin werd heraangelegd door Daniel Buren (de fameuze zwartwit gestreepte colonnes). 's Winters rustig en elegant, maar in de zomer valt de Jardin Atlantique te verkiezen, nog een immense, als park verklede binnenplaats tussen kantoorgebouwen van de jaren zeventig, op het dak van de Gare Montparnasse. Een gloednieuw, moeilijk te vinden park, voor ongestoorde, kalmerende picknicks (een alternatieve wachtzaal). Een ander ensemble als een echo van het Palais Royal: de Bibliothèque Nationale in het dertiende arrondissement. De tuin, tussen vier torens, diep in de grond, is niet toegankelijk (mossen en paddestoelen zouden wel eens de boeken kunnen aantasten), maar mooi genoeg vanop de winderige esplanade.

CITE DE TREVISE, in de buurt van de grands boulevards, in het negende arrondissement, is een soort plein omringd door negentiende-eeuwse appartementsgebouwen. De rust is, gezien de nabijheid van theaters, clubs en busladingen toeristen, opvallend. In het midden van het plein staat een boom. De gebouwen zijn vervallen, en de bewoners zijn niet van de rijksten. Maar ook niet van de armsten, want echte armen wonen niet binnen de stadsgrenzen. Veel steegjes en passages langs weerszijden van de Boulevard de Sébastopol en de Boulevard de Strasbourg. Een mooi voorbeeld van een grijze, deprimerende, teneerdrukkende cour is de Passage de l'Industrie.

VILLA SAD, in de Rue de Pergolèse, een zijstraat van de Avenue Foch, in het zestiende arrondissement: tijdelijk verblijf voor Arabische prinsen en ander duur volk. Begerenswaardige eengezinswoningen met tuintjes, vooral mooi rond Kerstmis, in de sneeuw (kerstbomen vergelijken). Het contrast met de Avenue Foch, een van de breedste lanen ter wereld, is groot. In de buurt bevindt zich ook de Villa de Montmorency, een van de rijkste enclaves van de stad, gevuld met opulente woningen en dure auto's.

LES PEUPLIERS, in het dertiende arrondissement, is een voor toeristen onbekende buurt van steegjes en straatjes met huisjes en tuintjes die zo aan de Normandische kust hadden kunnen staan. Lief, maar alleen aan de oppervlakte. Op de Place des Peupliers zwalpen altijd wel enkele dronkaards en maffiachtig Chinatown is niet veraf. Bezoek ook de Cité Fleurie langs de Boulevard Arago, nog steeds in het treizième maar meer naar het centrum toe: een mooi bewaard ensemble artiestenateliers uit de jaren twintig, wat mij betreft een van de meest begerenswaardige adressen van Parijs.

IMPASSE SATAN, ten zuiden van het Cimetière du Père Lachaise, in het twintigste arrondissement. Een heel web minuscule impasses, waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Er is ook een Passage Dieu, een Cité Champagne en een Impasse de la Confiance. Voor elk wat wils. In het veertiende arrondissement, vlakbij het Cimetière de Montparnasse, ligt de Passage d'Enfer, een brede kasseiweg die voor verkeer is afgesloten door metalen hekken. Uit deze hel blijven we liever weg.

VILLA SEURAT, eveneens in het veertiende arrondissement, maar veel meer zuidwaarts, bijna tegen de Périphérique aangeplakt. Meer artiestenateliers en eengezinswoningen van onder meer de schilder Seurat, zoals de naam al aangeeft, en woningen voor liefhebbers van modernisme uit de jaren dertig. Achter de indrukwekkende, bijna onzichtbare Reservoirs de Montsouris (een negentiende-eeuws waterbekken achter hoge muren), ligt nog een mooi ensemble romantische steegjes met zicht op het Parc Montsouris. Bekijk ook het gebouw van Le Corbusier in de Avenue Reille, gerenoveerd als hotel met drie kamers.

COUR DU NOM DE JESUS. Achter de Bastille ligt een hele akker cours en passages, destijds het werkterrein van de Parijse ambachtslieden. Je vindt er nog altijd veel klassieke meubelmakers, maar ook showrooms, persagentschappen, mangawinkels, tijdschriftenredacties en radiostations. Volg de Rue du Faubourg Saint-Antoine in de richting van Nation, en sla links en rechts de ene steeg na de andere in, van de Passage de la Boule Blanche via de Cour Bel Air (smal, claustrofobisch), tot de Cour de l'Ours, en zo verder, de stad uit.

VILLA LEANDRE, een zijstraat van de elegante Avenue Junot in Montmartre, is nog zo'n begerenswaardig adres. Deze steeg met kleine maar dure huizen kan zo in een film over de Londense Blitz. Veel zwerfkatten, mooi panorama, een voetbalterrein achter de hoek, plus een aantal andere mooie plekken in de buurt. De Allée des Brouillards, bijvoorbeeld, alleen al voor de naam. En het huis dat Adolf Loos voor dadaïst Tristan Tzara heeft gebouwd, in de Avenue Junot.

Tentoonstelling 'Paris, Côté Cours', tot 3 mei 1998 in het Pavillon de l'Arsenal, 21, Boulevard Morland, Parijs (metro Sully-Morland). 's Maandags gesloten, gratis toegang.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234