Dinsdag 24/11/2020

Astana slaat amper zelf toe. Astana dreigt vooral: durf mij niet te slaan, of... Of wat?Vervolg van pagina 34

En niemand die de psychologische oorlog zo beheerst als Johan Bruyneel. Lance Armstrong trekt alle aandacht naar zich toe met pittige uitspraken die anderen irriteren of in verwarring brengen. Intussen perfectioneerde Bruyneel de kunst van het zoetgevooisde. Ongelofelijk toch hoe mateloos begripvol de Astanamanager was voor de passiviteit van de tegenstand: “Het was echt een heel moeilijke rit, hoor. De top van de laatste klim van eerste categorie lag toch op een paar tientallen kilometers van de finish, en dat is niet ideaal. Neem daarbij alle weeromstandigheden, en het feit dat iedereen weet dat de Tour pas beslist wordt vanaf de finale in Verbier, en het is niet meer dan logisch dat elke ploeg zichzelf spaart. U hebt het trouwens zelf kunnen zien: zelfs zonder aanvallen tussen de tenoren was het een zeer zware rit.”En zeggen dat het zo goed als ontembare Astanablok ’s ochtends bij de start in Vittel ‘letterlijk’ zijn eerste barst had opgelopen. Namelijk in de pols van Levi Leipheimer. Leipheimer was donderdag gevallen, zonder erg zo leek het. Op Twitter noteerde hij: “I’m ok folks, wrist hurts but not broken, lost some skin, it could be easily been much worse.” Leipheimer maakte echter een slechte nacht door, trok ’s morgens voor verdere controle naar het ziekenhuis, waar men de fatale diagnose stelde. Er was geen andere keuze dan opgave. Een klap voor Astana, want Leipheimer, nummer vier in de stand, was een van de vier musketiers met wie Astana de 160 andere renners in het peloton aan de praat hield. Johan Bruyneel klonk dan ook pessimistisch: “Geen enkele ploeg wenst een ander team of een andere renner zo’n ongeluk toe. Maar als dat ongeluk nu eenmaal gebeurd is, zullen ze daar natuurlijk wél gebruik van maken. Zo is de koers. Het uitvallen van Leipheimer verzwakt ons en versterkt hen. We zullen onze tactiek dus moeten aanpassen.”

‘Conservative’

Leipheimer zelf was er het hart van in: “De pijn aan mijn pols is nog niet half zo erg als de pijn die ik voel dat ik de ploeg moet verlaten, uitgerekend nu de cruciale ritten eraan komen.” Kopman Lance Armstrong was dan weer het cynisme voorbij. “We zullen onze strategie aanpassen. We zullen anders rijden. Even more conservative.” In het Amerikaanse wielerjargon draagt dat woord een andere betekenis dan als het uit de mond van Dick Cheney komt. Cheney is een conservatief die de agressie predikt, weze het in Irak, Afghanistan of tegen Cuba. Als Armstrong zich out als een conservative, wil hij zeggen dat hij behoudend wil rijden. Nog voorzichtiger. Nog verdedigender. Vanuit zijn oogpunt heeft hij natuurlijk gelijk. Op de Platzerwasel zag men hem toch moeizamer klimmen dan vroeger. Blazend bijvoorbeeld, met bolle wangen. Om dan op de top te versnellen, te demonstreren, in het wiel van Contador, en met Fränk Schleck in zijn wiel.Ja, Frank en Andy, de angelieke witte trui van vorig jaar en zijn even ranke broer. Luxemburger zijn ze nog, maar Charly Gaul is al lang dood. In tijden dat de bijnamen nog verplicht en kleurrijk waren, heette Charly de ‘Engel van het Hooggebergte’. Hij was vooral een Wraakengel, die zijn grootste daden stelde bij het allerslechtste weer. In sneeuw en vrieskou op de Bondone in de Giro van 1956, in de gietende regen in de Tour van 1958. Maar niemand doet dat meer.En dat, vreemd toch, niet omdat één ploeg al zo vreselijk uithaalde. De Astana’s waren bijzonder goed in de tijdrit in Monaco, maar Cancellara was nog sneller, Evans zelf was ongeveer even goed en zelfs Andy Schleck gaf niet veel tijd toe. En op Arcalis nam Contador een seconde of twintig op de kopgroep. Dat is dus helemaal niet indrukwekkend in cijfers. Maar het is verpletterend in psychologisch overwicht. Cadel Evans klinkt bepaald moedeloos: “Het weer is natuurlijk maar één factor waarom er niet tegen de Astana’s is gekoerst. Ook de ontzettende sterkte van die ploeg ontnam alle zin om hen aan te vallen. Je moet achter die rij Astanaruggen hebben gefietst om te weten hoe imponerend die muur is. Niet te slopen. Ik blijf bij mijn mening dat er in de Ronde nooit zo’n geheel mee heeft gefietst.”Evans heeft een punt als hij zegt dat zelden een ploeg zo sterk werd ervaren. Of zich zo dominant gedroeg. Maar: een kleine generatie gebruikt toch zo licht grote woorden.

Dominantie? Zie TI-Raleigh

Wat Astana in elk geval doet, is dominantie op een geheel nieuwe manier invullen. Immers, dominantie van één ploeg is niet nieuw. Wel integendeel, ooit waren er best betere en meer overheersende teams dan Astana vandaag. Voorbeelden? Een van de meest hilarische voorbeelden zal wel geleverd zijn in 1980 door TI-Raleigh, de legendarische ‘Ploeg Post’. De eerste rit bestond uit twee delen: Jan Raas won de eerste helft, de tweede (een ploegenrijdrit) was voor TI-Raleigh. Henk Lubberding won in Luik de derde rit, maar dat was maar de aanloop naar het échte festival. Tel even mee. Eerste deel zevende rit, ploegentijdrit, natuurlijk voor TI-Raleigh. Tweede deel zevende rit: Jan Raas. Achtste rit: Bert Oosterbosch. Negende rit: weer Jan Raas. Tiende rit: Cees Priem. Elfde rit, een tijdrit: Joop Zoetemelk (nota bene voor de onklopbare Hinault). Twaalfde rit: Gerrie Knetemann. Dus een hele week won Post élke dag élke rit. Daarna was Zoetemelk nog de beste in een tijdrit. In Parijs stond Ome Joop in het geel op het podium, en droeg zijn ploegmaat Johan Vandervelde de witte trui als beste jongere. Dát was aardig dominant, ja.

Eindelijk initiatief

Of de Tour 1986, met de Astana-achtige broederstrijd in de schoot van de ploeg La Vie Claire, waar Hinault en LeMond beiden het geel najoegen. LeMond werd in Parijs één (hij won één bergrit), Hinault was twee (die won ook de bergprijsNet zoals Lance Armstrong ooit met wisselende ploegmaats als Kevin Livingstone, Tyler Hamilton, JonathanEr zit wel enige evolutie in die dominantie. Bij Ti-Raleigh (en in mindere mate La Vie Claire) wonnen ze nog allemaal, joeg de ploeg collectief tal van individuele zeges na. Bij Telekom was Zabel de man voor de sprints - en alleen voor hem werd gewerkt - en Riis de kopman voor het algemeen klassement. Dat Ullrich de tijdrit won, was eerder een verrassing - hij kon er toch ook niets aan doen dat hij zo vreselijk hard kon trappen? Sinds de komst van het duo Lance Armstrong - Johan Bruyneel is dominantie niet alleen het winnen van ritten, maar ook het beteugelen en afschrikken van de tegenstand. En bij dit Astana is dat nog nadrukkelijker het geval dan vroeger bij US Postal of Discovery. Toen deelde Armstrong zelf nog ferme tikken uit: zo vroeg mogelijk, en vaak ook zo hard en zo veel mogelijk. Astana slaat amper zelf toe. Astana dreigt vooral: durf mij niet slaan, of... Of wat?In de Vogezen werkte die strategie. In de Alpen zou het best kunnen dat wie eerst slaat en gaat, zelf de koers bepaalt. Bruyneel noemde Verbier “een onderschatte col: ‘maar’ 8 kilometer, maar steiler dan gedacht, bochtig en moeilijk om te klimmen.” Misschien iets voor Contador. Misschien goed voor Armstrong om stand te houden. Voor Klöden om mee te gaan. En voor 160 andere renners, en in elk geval hun kopmannen, om eindelijk eens zelf initiatief te nemen. Om te zorgen voor een Ronde van Frankrijk die de traditie van de Tour de France niet langer te schande maakt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234