Zondag 20/10/2019

De vrouwenafdeling

Assita Kanko: "Ja, ik kan nog een orgasme krijgen. Met de juiste man dan toch"

Assita Kanko. Beeld Jef Boes

"Wat mannen kunnen, kunnen vrouwen ook", zegt ze."Behalve staand plassen dan." MR-politica Assita Kanko (37) staat erop dat vrouwen zich van hun minder­waardig­heids­complex verlossen en hun ambities durven uitspreken. En ze geeft zelf het goeie voorbeeld: "Ik wil er alles aan doen om meer vrouwen aan de macht te krijgen."

'Smile, je bent in Matonge’, staat op het bord boven de ingang van het shopping­center in Elsene. Qua overbodige mededeling kan dat tellen. De swingende Afrikaanse kapsalons in de buurt hadden me al lang duidelijk gemaakt dat ik me niet par malheur in de Vlaamse enclave rond de Dansaert­straat bevond. En ­glimlachen doet een mens in Matonge ook zonder aansporing van de lokale kleinhandel. Al was het maar omdat de restaurants er stevig van de Afrikaanse pot gerukte namen hebben als Tam Tam Gourmand en Chez Kirikou.

Matonge – genoemd naar de gelijknamige uitgaans­wijk in Kinshasa – bevindt zich op een paar boogscheuten van het Europees Parlement. Druk gesticulerende Afrikanen delen er de publieke ruimte met glimmende bureaucraten; de middenstand verkoopt er zowel gedroogde vissen als strak gedesignde meubelen. In die grootstedelijke smeltkroes van mensen, stijlen en invloeden gedijt Assita Kanko als geen ander. Ze werd geboren in Burkina Faso, maar trok op 24-jarige leeftijd naar België. Kanko is Africa meets Europe in hoogst­eigen persoon.

We ontmoeten elkaar in Comptoir Florian, een thee­salon in art-nouveau­stijl waar thee­soorten uit alle uithoeken van de planeet geserveerd worden. Ik laat me overhalen om een kop Dragon Rouge te proeven en raadpleeg de kaart voor wat geografische duiding bij het brouwsel. Maar Assita Kanko houdt me tegen: “Je moet verliefd worden op de thee, niet op de uitleg die je erbij krijgt.”

Begin dit jaar besliste Kanko om haar plaatsje in de gemeenteraad van Elsene opnieuw ter beschikking te stellen van haar partij. Ze wil haar politieke hart voortaan schenken aan Polin, het forum waarmee ze meer vrouwen in de politiek wil krijgen en en passant de politieke cultuur wil veranderen. Want dat is hoognodig, vindt ze.

“De politiek is en blijft een mannen­wereld. Als er machts­posities toegekend moeten worden, zijn er twee mogelijkheden. Ofwel wordt er gezegd: ‘We zoeken een man’, ofwel hoor je: ‘We zoeken een capabele vrouw’. Maar nog nooit heb ik iemand horen zeggen: ‘We zoeken een capabele man’. Met andere woorden: mannen zijn impliciet bekwaam, vrouwen zijn impliciet onbekwaam. Aan dat onversneden seksisme moet een einde komen. En dat kan alleen door meer vrouwen aan de macht te brengen.”

Waarom moest u uit de politiek stappen om andere vrouwen in de politiek te krijgen?

Assita Kanko: “Ik stap niet uit de politiek. Ik ga gewoon op een ándere manier aan politiek doen. Bij Polin zal ik meer impact hebben op de maatschappij dan als gemeente­raads­lid van Elsene. Ik help liever honderd vrouwen verkozen raken dan me enkel om mijn eigen zitje te bekommeren.”

Belgische kieslijsten moeten volgens de wet evenveel vrouwen als mannen tellen. Waarom moest u Polin dan nog oprichten? Werkt het vrouwen­quotum niet?

“Het quotum doet wat het moet doen: ervoor zorgen dat er meer vrouwen op de lijsten staan. Maar het is niet omdat je op een lijst staat, dat je ook verkozen wordt: er wordt nog altijd meer op mannen dan op vrouwen gestemd. Bij Polin gaan we ervoor zorgen dat vrouwen niet alleen aan ­verkiezingen deelnemen, maar ze ook wínnen.”

Hoe gaan jullie dat doen? Via Russische ­in­menging?

(lacht) “Door onze leden de edele kunst van het netwerken bij te brengen. Door hen te laten coachen door mensen die zélf al een politieke carrière hebben uitgebouwd. En vooral: door hen te leren hoe ze zichzelf beter kunnen promoten. Vrouwen durven dat niet altijd. Ze zijn bang dat ze terecht­gewezen zullen worden: ‘Je bent te direct. Je moet wat subtieler zijn.’ Maar dat moet helemáál niet. We moeten onze plaats in de maatschappij durven opeisen.”

Ook u kreeg op een dag – nota bene van uw partij­genoot Charles Michel – te horen ‘dat u uw sprankelende ambitie maar beter niet te veel kon etaleren’. Een weinig sierlijke manier om u een toontje lager te doen zingen? Of tactisch advies van iemand die weet hoe het er in de slangenkuil van de politiek aan toegaat?

“Ik ga ervan uit dat Charles Michel goeie bedoelingen had toen hij dat zei. Maar dat neemt niet weg dat ik zijn raad volledig in de wind geslagen heb. Waarom zouden vrouwen zichzelf onzichtbaar moeten maken? We moeten net de moed hebben om onze ambities uit te spreken.”

Een van úw ambities is: meer sisterhood creëren in de Wet­straat. Is die er nu dan niet?

“Nee, en daar zijn verschillende redenen voor. Ten eerste zijn er gewoon te weinig vrouwen voor zo’n sisterhood. Kijk maar naar het kernkabinet: daarin zit geen enkele vrouw. Ten tweede dragen vrouwelijke politici ook nog de zorg voor hun gezin: ze ­kunnen niet altijd tot ’s avonds laat door­vergaderen en hebben minder tijd om te netwerken. En ten derde voelen de vrouwen die het wél maken, zich in sommige gevallen bedreigd door andere vrouwen. Ze willen in hun partij de enige succesvolle vrouw zijn en gooien de ladder weg waarmee ze zelf de top hebben bereikt. Dat is uiteraard nefast. Vrouwen moeten elkaar helpen. Je kunt niet in je eentje het macho­gehalte van de Belgische politiek doen dalen.”

De 23-jarige Alexandra D’Archambeau van Open Vld zei onlangs in De Standaard: ‘Soms vraag je je af waarom je zo veel energie steekt in zo’n seksistisch milieu.’ Is het zo erg?

“Ja. Toen ik op mijn 26ste mijn eerste partij­vergade­ring bijwoonde, zei een mannelijke partij­genoot – luid genoeg opdat iedereen het zou horen –: ‘Celle-là, je vais me la faire’. ‘Die ga ik eens goed pakken.’ En dat soort opmerkingen wordt vandaag nog altijd gemaakt. Sinds ik Polin heb opgericht, weet ik: elke politica heeft haar eigen verhaal. Gelukkig kan dat verhaal nu ook verteld worden. Zeker bij Polin. Wij bieden vrouwen een veilige ruimte aan waarin de concurrentiële wetten van de partij­politiek naar de achtergrond verdwijnen.”

U ergert zich aan het feit dat vrouwelijke politici vaak softe bevoegdheden krijgen, zoals sociale zaken en armoede­bestrijding. Waarom is dat een probleem?

“Omdat het bestaan van zogenaamd vrouwelijke en mannelijke bevoegdheden een verleng­stuk is van de klassieke – en seksistische – rolverdeling in onze maatschappij. Om het met een boutade te zeggen: vrouwen moeten niet enkel de bazin van de crèche kunnen worden, maar ook van de universiteit.”

Is de verontwaardiging over de ongelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen soms niet een tikje selectief? Ik heb nog nooit een vrouw horen zeggen dat er meer vuilnis­vrouwen moeten zijn.

“Met alle respect, Stef, maar dat is bullshit. Voor je suggereert dat mannen in onze samenleving het zwaarste werk opknappen, moet je maar eens nagaan wie onze huizen poetst. Dat zijn bijna ­allemaal vrouwen. Die hun rug kapot­werken en tien uur per dag in de weer zijn met soms erg ­schadelijke schoonmaakproducten. Hun werk is minder zichtbaar, maar minstens even zwaar.”

Ik doe een nieuwe poging. Als we af moeten van typisch mannelijke en typisch vrouwelijke jobs, moeten we dan ook geen mannen­quota invoeren in de zorgsector?

“Quota werken alleen in een beperkte groep, zoals raden van bestuur en politieke partijen. De ­zorg­sector is veel te groot, daarin kun je geen quota hanteren. Plus: er is nu al een tekort aan verplegend personeel. Het risico is reëel dat we door het invoeren van een mannen­quotum tijdelijk nog minder zorg­verstrekkers zouden hebben. En dat kunnen we ons niet permitteren. Over de grond van de zaak heb je gelijk, hoor: mannen moeten wel degelijk aangemoedigd worden om ook zorgtaken op zich te nemen. Maar dat proces begint thuis: als kinderen zien dat hun mama en papa zich allebei over hen ontfermen, zullen ze niet langer denken dat zorg iets voor meisjes is.”

Juist. Laten we dus vooral niet langer wachten met het uitbreiden van het ouderschaps­verlof voor vaders.

“Daarover ben ik het helemaal met je eens.” (lacht)

In uw boek De tweede helft houdt u een pleidooi voor een structureel feminisme: een feminisme dat mikt op duurzame verandering. Blijven we te vaak steken in verontwaardiging?

“Ja. Verbolgen vaststellen wat er allemaal fout loopt, verandert niks. Het is goed, maar het volstaat niet. Je moet actie ondernemen. Ik heb Polin opgericht omdat ik het beu was om telkens weer te moeten horen dat vrouwen onvoldoende doordringen tot de politieke machts­posities. Ik dacht: en nu ga ik er iets aan dóén. Als ik voor een gesloten deur sta, blíjf ik niet eisen dat ze geopend wordt. Ik trap ze open, wandel binnen en ga zitten.” (glimlacht)

In Godyr, haar Burkinese hometown, onderging ze een huiveringwekkende vorm van kindermis­handeling: ze werd er, op amper 5-jarige leeftijd, genitaal verminkt. Om geen wazigheid te laten bestaan over de wreedheid van die praktijk: bij meisjes die besneden worden, wordt de clitoris geheel of gedeeltelijk verwijderd en worden in ­sommige gevallen ook de schaamlippen weg­gesneden en de vagina dichtgenaaid. Met alle fysieke, maar ook ­psychische ellende van dien.

Volgens een Unicef-rapport uit 2016 hebben wereldwijd 200 miljoen meisjes een vorm van genitale verminking ondergaan. In sommige streken is het een diep in de tradities geworteld coming-of-age­ritueel, in andere landen een garantie op maagdelijkheid: enkel vrouwen die besneden zijn, kunnen er trouwen.

Assita Kanko: "Vrouwen moeten niet enkel de bazin van de crèche kunnen worden, maar ook van de universiteit." Beeld Jef Boes

Assita Kanko zelf noemt vrouwen­besnijdenis de ultieme fysieke onderwerping van de vrouw. “Toen ik besneden werd, nam de patriarchale maatschappij controle over mijn lichaam. Mijn lijf werd ­onteigend, ik verloor de autonomie over mijn eigen lust en seksualiteit.”

Dat gebeurde bovendien met de volle instemming van uw ouders. U moet woedend op hen zijn geweest.

“Ik had zoveel pijn – in alle betekenissen van het woord – dat ik niet de energie had om ook nog eens boos te zijn op mijn ouders. Wel had ik het gevoel dat ik hen plots niet meer kende. Vóór mijn ­besnijdenis was ik ervan overtuigd dat ze mij – wat er ook zou gebeuren – altijd zouden beschermen. Dat gevoel was na mijn verminking weg. Ik ­probeerde het krampachtig te heroveren door te denken aan alle góéie momenten die ik met hen beleefd had. Maar het lukte me niet. Er was ­onherroepelijk iets gebroken.”

Heeft uw moeder u ooit uitgelegd waaróm ze u destijds heeft laten besnijden?

“Het was een gebruik waartegen ze zich gewoon niet durfde te verzetten. Ze kreeg zes kinderen, maar had geen inkomsten: ze was totaal afhankelijk van de mannen in het dorp. ‘Ik ben met handen en voeten gebonden aan dit leven’, zei ze altijd.”

Uw vader stemde ermee in dat u genitaal ­verminkt werd. Later reikte hij u de boeken aan van De Beauvoir, Voltaire en Rousseau: de ­literatuur die u naar eigen zeggen bevrijd heeft. Een merkwaardige contradictie.

“Dat is zo. En toch ben ik mijn vader dankbaar dat hij me altijd gestimuleerd heeft. Op een dag zei ik hem: ‘Ik wil de volgende president van Burkina Faso worden’. Hij antwoordde: ‘Dan zul je bereid moeten zijn om hard te werken, meisje’. Terwijl hij ook had kunnen zeggen: ‘Doe niet zo onnozel, kind’. Hij heeft altijd geloofd dat ik tot grootse dingen in staat was. De eerste keer dat mijn ambities níét serieus werden genomen, was toen ik in de politiek ging. In Europa, dus.”

Uw vijftien jaar jongere zus Zoenabo is niet besneden. Welke bescherm­engel had zij die u níét had?

“Mijn moeder is door de jaren heen ietsje mondiger geworden. Net genoeg om de verminking van mijn zus te verhinderen.”

Is vrouwenbesnijdenis in Burkina Faso nog altijd een wijdverspreid gebruik?

“Ja. Het is wel bij wet verboden, maar zelfs rechters en politie­agenten laten hun dochters besnijden. Wie gaat de wet dan toepassen, denk je?”

Als wetten niet helpen om genitale verminking te voorkomen, wat dan wel?

“Goedele Liekens verkondigt graag dat het allemaal een kwestie van voorlichting is. Dat moeders die hun dochters laten verminken, onvoldoende 
geïnformeerd zijn. Dat choqueert mij. Afrikaanse vrouwen zijn niet dom: ze weten heel goed wat ze hun dochters aandoen. Ze staan alleen veel te zwak om tegen het patriarchaat in opstand te komen.

“De beste manier om te vermijden dat kleine meisjes besneden worden, is ervoor zorgen dat hun moeders zelfstandig kunnen werken en ondernemen. Zodat ze financieel onafhankelijk worden en zélf hun kroost kunnen beschermen. Als mijn moeder economisch sterker gestaan had, was ik niet verminkt, daar ben ik zeker van.”

Assita Kanko: "Als mijn moeder economisch sterker gestaan had, was ik niet verminkt, daar ben ik zeker van." Beeld Jef Boes

Sommige gynaecologen pleiten voor een ‘minimalistische’ besnijdenis: een lichtere ingreep, uitgevoerd in een betrouwbaar ziekenhuis. ‘Zo kunnen we én de traditie van sommige gemeenschappen respecteren én al te brutale handelingen vermijden’, redeneren ze.

“Wat kan er nu in godsnaam minimalistisch zijn aan het wegsnijden van een clitoris? Artsen die zulke voorstellen lanceren, zijn medeplichtig aan het in stand houden van een gruwelijke praktijk. En zorgen ervoor dat de slachtoffers van genitale verminking twéé keer in de steek gelaten worden: één keer door hun ouders en één keer door de ­medische wereld. De wet moet altijd boven tradities en religies staan, punt.”

Lijdt u 32 jaar na datum nog altijd onder uw besnijdenis?

“Mijn zelfvertrouwen blijft erg fragiel. Een ­besnijdenis is een bombardement van je zelfbeeld. Ik heb mezelf echt moeten repareren. Het heeft jaren geduurd voor ik erin slaagde om mezelf weer graag te zien. Om me een volwaardige vrouw te ­voelen.”

Vrouwen die genitaal verminkt zijn, hebben het moeilijker om seksueel genot te ervaren. Vergeef me de onbeschaamdheid, maar bent u nog in staat om een orgasme te krijgen?

“Absoluut. Met de juiste man dan toch. (lacht) Een orgasme beleven is niet alleen een fysieke kwestie. Je moet er ook de geschikte partner voor hebben. Er zijn vrouwen die níét genitaal verminkt zijn, maar nog nooit zijn klaargekomen.”

In Burkina Faso was ze voorbestemd om te trouwen, het huishouden te doen en zich te schikken naar de wensen van haar man. Maar ze rebelleerde tegen de scheef­getrokken gender­verhoudingen in haar land, ging journalistiek studeren en emigreer­de via Nederland naar België. Haar nieuwe leven werd een bevrijding, maar ook een ontnuchtering.

“Ik was ervan uitgegaan dat België op gender­gebied een paradijs was. Dat mannen en vrouwen hier in volstrekte harmonie en gelijk­waardig­heid met elkaar samen­leefden. Maar dat viel tegen: ook hier bleken vrouwen verkracht te worden en ­minder kansen te krijgen op de arbeids­markt. Dat was een ontgoocheling. En een bewijs van mijn grenzeloze naïviteit. (lacht) Je kunt natuurlijk zeggen: Belgische vrouwen zijn vrijer dan Burkinese. Maar dat is niet zo. Vrijheid kun je niet doseren. Je bent ofwel vrij ofwel niet.”

Zijn genitale verminkingen en gearrangeerde huwelijken dan geen ernstiger problemen dan het glazen plafond en de loonkloof?

“Ik maak geen hiërarchie van vrouwen­problemen. Als Europese vrouw met Afrikaanse roots heb ik zowel ervaring met genitale verminking als met de loonkloof. Wel, beide problemen hebben precies de­zelfde oorzaak: seksisme. En seksisme is altíjd fout.”

Uw zus woont nog altijd in Burkina Faso. Hoe stelt zij het?

“Ze is bijna afgestudeerd en loopt momenteel stage in een bank. Ze is heel ondernemend. Vanmorgen nog vertelde ze me dat ze van plan is om een lokale vliegtuig­maatschappij over te kopen. Toen ik haar vroeg met welke centen ze dat ging doen, ­antwoord­de ze: ‘Geen idee. Maar Google zal mij wel vertellen hoe je een acquisitie kunt doen zonder eigen vermogen.’ (lacht) Ik dacht: way to go, zus, zoek het maar uit.”

Als u bedenkt dat uw zus in de maatschappelijke hiërarchie van Burkina Faso zoveel lager staat dan mannen, bloedt uw hart dan niet?

“Natuurlijk wel. Maar Zoenabo mag haar eigen ­keuzes maken. En als zij in Burkina Faso wil blijven, is dat haar goed recht. Ze weet in ieder geval dat ik dag en nacht voor haar klaar­sta. Een tijdje geleden ben ik nog naar Burkina Faso gegaan om haar te helpen een stage­plaats te vinden. Maar al bij al heeft mijn zus nog geluk: ze kan dingen doen die voor mij niet weg­gelegd waren. Ik moest elke avond om half­zes thuis zijn, zij mag gewoon naar de discotheek gaan. Stel je voor.” (lacht)

Uw dochter Axelle is inmiddels 10. Is ze al even strijdvaardig als u?

“Onlangs ging ik samen met haar en haar papa naar de garage: ik wou een nieuwe auto kopen. De verkoper van dienst praatte de hele tijd tegen haar papa in plaats van zich tot mij te richten. Op een gegeven moment zei Axelle: ‘Mijnheer, het is wel mijn mama die met die auto gaat rijden, hè?’ (lacht) Ik denk dus dat het met mijn dochter wel de juiste kant opgaat.”

U bent een niet-praktiserende moslima die strijdt voor vrouwen­rechten. Waar staat u in het hoofddoek- en boerka­debat dat regelmatig de kop opsteekt?

“De hoofddoek en de boerka zijn voor mij symbolen van de onderdrukking van de vrouw. Op mijn trouw­feest in 2004 droegen de echtgenotes van mijn opa – hij heeft er twee – allebei een boerka. Ik was razend. Als mijn vader me niet had tegen­gehouden, had ik geëist dat ze mijn bruiloft hadden verlaten.”

Ook als ze u gezegd hadden dat ze die boerka uit eigen beweging droegen?

“Ja. Want de realiteit was: die vrouwen moesten gewoon doen wat hun man – in dit geval mijn grootvader – wou. Ook dat hij polygaam door het leven wilde gaan, hadden ze maar te aanvaarden.”

Er zijn ook gehoofd­doekte moslima’s die single zijn. Alvast zij worden níét door hun man onderdrukt, want ze hébben geen man.

“Daartegenover staat dat er overal ter wereld vrouwen zijn wier rechten in naam van de islam zwaar geschonden worden. En ik wil die vrouwen een stem geven. Religie mag nooit een excuus zijn om vrouwen­rechten te verwerpen. Geen énkele religie, trouwens. Niet alleen de islam.”

Hebt u ooit zelf een hoofddoek gedragen?

(knikt) “Als klein meisje, telkens als ik mijn groot­ouders bezocht. Ik moest van hen een hoofddoek dragen en de jongens van de familie bedienen. Verschrikkelijk. Ik voelde me totaal ondergeschikt.”

Tot slot: wie is anno 2018 een uitstekend ­vrouwelijk rolmodel?

“Moeilijke vraag. Ik bewonder mijn vader omdat hij een onstilbare honger naar kennis heeft. Ik kijk op naar Oprah Winfrey omdat ze durft te zeggen waar het op staat. En ik waardeer Emmanuel Macron omwille van zijn durf. Maar toch zou ik geen van hen een rolmodel durven noemen. Ik laat me gewoon inspireren door bepaalde aspecten van hun persoonlijkheid.”

Wellicht bent u – als toonbeeld van integratie – voor heel wat vrouwen zélf een rolmodel.

“Denk je? Volgens sommige mensen ben ik te Belgisch geworden. Een top­politicus zei me ooit: ‘Jij bent veel te goed geïntegreerd om bij allochtonen nog stemmen te kunnen rapen’. Ik antwoordde: ‘O, u maakte dus maar een grapje toen u in de media verklaarde dat mensen met allochtone roots zich moeten integreren?’ En toen bleef het stil.” (lacht)

Assita Kanko neemt vanavond, 31 maart, deel aan een panel­gesprek over feministische verbeelding in de 21ste eeuw. Meer info: feest­van­de­filosofie.be.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234