Zondag 26/01/2020

Assisenproces tegen Brusselse bende '1140' gaat van start

Oog om oog, tand om tand. Dat is het principe dat Brusselse stadsbendes hanteren in hun territorium- en geldingsdrang. Vier leden van de bende 1140, naar de postcode van hun standplaats Evere, staan vanaf vandaag terecht voor het hof van assisen in Brussel voor de moord op een negentienjarige rivaal.

Hun ouders gaven hen de voornaam Serge, Fabian en Steeve. Maar in de straten in en rond Brussel spreken vriend en vijand de jonge zwarte mannen aan als respectievelijk Sergio Tacchini, Tic en Tac. De laatste twee zijn tweelingbroers. Als tiener vonden ze een andere familie, toen ze zich aansloten bij de 1140, een Afrikaanse stadsbende uit Evere. Hun dagelijkse bezigheden besloegen een groot deel van het strafwetboek: stelen, dealen, vechten, afpersen en verkrachten. Maar de 1140 is niet de enige bende. In en rond Brussel zijn naar schatting 25 bendes actief, met dik 400 leden. Sommigen daarvan behoren tot de harde kern, andere zijn wannabe's. De bendes hebben regelmatig conflicten.

Zoals op 23 juli 2008. De uitbater van een snackbar in de Voldersstraat zag even voor middernacht een zwarte jongen onderuitgezakt op het bordes van zijn etablissement zitten. Hij hield krampachtig een gsm vast. "Ambulance", hoorde de zaakvoerder de jongen een paar keer prevelen. De jongen krabbelde recht, strompelde enkele meters verder en zakte in elkaar onder een boom. De man belde een ambulance, die het slachtoffer naar het ziekenhuis bracht. Daar overleed hij drie uur later. Hij had vier steekwonden in de borst.

Zijn naam was Patrick Lufusu Fikilini. Zijn leeftijd: negentien. Maurice Nlandu, specialist stadsbendes bij de Brusselse politie, verslikte zich in zijn koffie toen hij die naam hoorde. Hij kende hem als de Raaf of Patrick van Versailles - een bende genoemd naar de straat die de leden beschouwen als hun uitvalsbasis. De inspecteur had een afspraak met Patrick; hij zou hem enkele dagen later zien. Waarom, dat wist de politieman niet. De jongen had contact met hem opgenomen. Hij wilde Nlandu ontmoeten om 'iets' te onthullen.

Bivakmutsen

Het buurtonderzoek leverde al snel een paar getuigen op. Die hadden het over twee zwarte jongens die in de Damstraat door een zestal agressievelingen werden aangepakt. Zeker één getuige hoorde een slachtoffer roepen dat het 'die van 1140' waren. Onderzoek van de gsm van het slachtoffer leerde dat Fikilini vlak voor de aanval een sms had gekregen van de toen achttienjarige Magali. In het tekstbericht stond dat hij onder haar balkon moest komen als hij haar wilde zien. Magali woonde in de Bodegemstraat, vlak bij de plek waar Fikilini werd gevonden. Magali zei tegen de politie dat Fikilini haar liefje was en dat hij had laten weten dat hij haar wilde zien. Maar dat kwam haar slecht uit, want er waren nichten uit Frankrijk op bezoek. En Fikilini was ook niet alleen gekomen, zegt ze. Een zekere Kalach was bij hem. Magali was op haar hoede voor Fikilini's vrienden, want vroeger hadden die haar eens in groep verkracht. Magali had dat Fikilini vergeven.

Kalach bleek de bijnaam te zijn van Michaël Tshibamba Nasampu. Die lag in het Brugmannziekenhuis. "Ik was met Patrick op weg naar de zuidfoor toen hij telefoon kreeg van Magali", verklaarde hij in het ziekenhuis. "Ze wilde hem spreken. Toen we daar aankwamen, wilde ze ons niet binnenlaten."

Volgens Nasampu heeft Fikilini een half uur gediscussieerd met Magali, die op het balkon stond. "En opeens stonden ze daar. Ik denk dat ze met acht waren. De meesten droegen een bivakmuts." Michaël Nasampu zei dat de minderheid zich op hem stortte, de rest op Fikilini. "Patrick verdedigde zich met zijn blote handen. Ik zag hoe iemand iets uit een zak haalde en op Patrick af ging." Nasampu zag Fikilini nog in de richting van het Zuidstation vluchten. Zelf kon hij hem niet achterna door een lelijke trap op zijn knie. Nasampu noemde ook namen. "Ik heb Tic en Tac herkend. De rest waren dus ook smeerlappen van 1140."

Het onderzoek leidde snel tot de identificatie en ondervraging van de betrokkenen. Een zekere Cédrick vertelde dat hij wist wie de messteken had gegeven, maar wilde de naam niet onthullen. Het was niet de bedoeling iemand te doden. Niemand wist overigens dat de dader een mes bij zich had. "We waren gewoon op strafexpeditie na een incident dat de avond ervoor plaatsvond", zei Cédrick. Een collega-bendelid noemde wél een naam: Sergio Tacchini, de bijnaam van Serge Lokadi Dende. Maar waar was die? En waar waren de broers Tic en Tac?

Drie weken later kregen de speurders telefoon uit Zwitserland. Drie Afrikaanse jongens hadden asiel aangevraagd onder een valse naam: Sergio Tacchini, Tic en Tac. Fabian Kayogera - alias Tac - was de eerste die op de rooster werd gelegd na uitlevering aan ons land. "Patrick verdiende zéker een lesje", zei die. "Want in de Quick gooide Patrick met stoelen naar een van onze maten. En Patrick spoot traangas in de ogen van de moeder van een van onze leden." Tac bekende ook dat hij Patrick een paar rake klappen had verkocht.

Ook Serge Lokadi Dende gaf toe hij dat hij die avond de puntjes op de i wilde zetten. Drie dagen voor de feiten was hij overvallen door enkele leden van een andere bende, zei hij. Ze hadden 600 euro van hem gestolen. Zijn kameraad was zijn gsm, mp3-speler en een hoed kwijt. Uiteindelijk verklaarde Sergio Tacchini dat hij inderdaad had uitgehaald met een mes. Twee keer, zei hij. "Ik wilde Patrick in de dij steken." Het mes had hij naar eigen zeggen gevonden in het appartement van de tweeling. "Ik draaide het in krantenpapier en verborg het onder mijn jas." Maar hij was zeker niet de enige die een wapen bij zich had, zegt hij. "Pitchou sloeg Patrick toch met een hamer?"

Niet reddeloos verloren

Stilaan vielen de puzzelstukken in elkaar. De voornaamste betrokkenen bij de dood van Fikilini waren volgens de speurders Serge Lokadi Dende (nu 21), Fabian Bukuru Kayogera (22), Pitchou Twite (23) en Roland Attisogbe Denke (23). Ze werden ook geconfronteerd met beelden van bewakingscamera's van de GB, die de lynchpartij grotendeels vastlegden. Die beelden zullen de komende dagen ook getoond worden op het assisenproces.

Alle vier de beschuldigden werden in afwachting van hun proces vrijgelaten onder voorwaarden. Alleen hoofdbeschuldigde Serge Dende Lokadi vloog begin dit jaar opnieuw achter de tralies na een gewelddadige diefstal in bende. Zijn belangen worden verdedigd door advocaat Sven Mary. Het is niet de eerste keer dat de strafpleiter optreedt voor een lid van een Brusselse stadsbende.

"Vele bendes sterven een stille dood omdat ze zich te ver wagen en achter de tralies vliegen", zegt Mary. "Maar het probleem in Brussel is dat er altijd opvolgers klaarstaan." De criminaliteit onder Brusselse stadsbendes gaat volgens Mary ook alleen maar crescendo. "Want dit is niet de eerste moord bij die bendes. De beste vriend van slachtoffer Fikilini vermoordde ooit een lid van een rivaliserende bende op de parkeerruimte van een discotheek", zegt Mary.

Toch is de advocaat ervan overtuigd dat niet alle bendeleden verloren zijn voor de maatschappij. "Ze hebben omkadering nodig. Als individu zijn dat totaal andere jongens. Maar in groep zijn ze allemaal haantjes-de-voorste die zich willen bewijzen. En dan loopt het soms uit de hand."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234