Maandag 14/10/2019

Hoge erelonen

Artsen-specialisten over hun verloning: "Als ik één tiende verdiende van wat men denkt, dan zou ik blij zijn"

Beeld Charlotte Dumortier

De discussie over de supplementen die artsen-specialisten aanrekenen voor een eenpersoons­kamer zorgde deze week voor argwaan en irritatie bij collega’s en patiënten. Want die dokters, verdienen die sowieso al niet buitensporig veel? "Alle nuance verdwijnt bij het horen van die bedragen."

Komt een patiënt bij de dokter. Hij heeft de eerste afspraak van de dag. Terwijl hij plaatsneemt in een nog lege wachtzaal, neemt de arts-specialist in de aanpalende consultatieruimte zijn agenda nog even door. Staat die volgepland voor die dag? Dan heeft de patiënt geluk. Dat betekent dat hij precies de nodige zorg mag verwachten. Is de agenda van de arts wat minder vol dan gewoonlijk? Dan krijgt de patiënt er waarschijnlijk nog een klein onderzoek of twee bij. Een echo, of zo. Net zoals vele andere patiënten van deze arts die dag.

“Dit heb ik niet zomaar van horen zeggen”, verzekert uroloog Piet Hoebeke (UZ Gent). “Dit heeft de specialist in kwestie me zelf verteld. Zo zorgt deze dokter ervoor dat hij alle dagen toch ongeveer evenveel verdient. Zo blijven ook de dure machines die het ziekenhuis kocht, draaien en opbrengen. En de patiënten zelf? Die stellen zich zelden de vraag of zo’n extra onderzoek wel nodig is. Een achterhaald systeem, hè?”

Dat zit zo: specialisten mogen meer aanrekenen voor technische onderzoeken en ingrepen dan voor consultaties. Dat betekent dat sommigen op basis van hun specialisatie sowieso een hoger loon opstrijken dan zij die vooral veel uren steken in patiëntencontact, zonder technische prestatie. “Bovendien zijn de tarieven gebaseerd op een heel oude nomenclatuur”, vult Hoebeke aan. “Waar een hartoperatie vroeger een volledige dag in beslag nam, kun je er nu bijvoorbeeld twee of drie per dag doen. Toch blijft de waarde die aan een hartoperatie wordt toegekend even hoog.”

Die situatie is volgens Hoebeke op termijn niet houdbaar. Hij vreest dat specialismen die weinig technische onderzoeken vragen anders minder artsen zullen aantrekken omdat er een lager loon tegenover staat. “We moeten sommige beroepsgroepen binnen de geneeskunde dus aantrekkelijker maken als we willen blijven inspelen op de gezondheidsnoden.” Daarom pleiten onder meer het artsensyndicaat ASGB en professor gezondheidseconomie Lieven Annemans (UGent) om onder andere de tarieven te herijken.

Ook orthopedisch chirurg Ilse Degreef (UZ Leuven) kent de problemen met wat ze de prestatiegeneeskunde noemt. “Op zich is het logisch dat wie harder werkt ook meer wordt betaald. Alleen gaan sommige specialisten dan overpresteren. Ik weet dat er na een bezoek aan bepaalde artsen wordt gevraagd of je nog altijd aan het afbetalen bent. Maar je mag niet vergeten dat het uitzonderingen zijn die zich bezondigen aan excessen”, reageert ze. “Ik vind het dan ook heel jammer dat specialisten de voorbije dagen werden afgeschilderd alsof ze allemaal de gezondheidszorg plunderen. Dat zorgt intern voor spanningen. Ik denk dat sommige verpleegkundigen ondertussen echt geloven dat ik 20.000 tot 30.000 euro per maand verdien. Als ik dat ontken, voel ik argwaan.”

Al hoort Degreef ook regelmatig het omgekeerde. “Er zijn patiënten die me zeggen dat ze vinden dat ik zoveel mag verdienen als ik wil. Alsof artsen met eurotekens in de ogen aan het werk zijn. Elke keer als ik dat hoor, denk ik: man, ik ben helemaal niet zo bezig met dat geld. Laaten we dus een kat een kat noemen. Zodra Luc Van Gorp cijfers in de media gooit, groeit het wantrouwen opnieuw.”

Afgunst

CM-voorzitter Luc Van Gorp blies begin deze week een tweede discussie over de lonen van artsen nieuw leven in bij de bekendmaking van de Ziekenhuisbarometer van de mutualiteit. Op basis van 1,4 miljoen facturen voor ziekenhuisopnames blijkt dat de kosten voor een eenpersoonskamer blijven stijgen. “Dit is onhoudbaar”, zei Van Gorp eerder in deze krant. “Vorig jaar bestond 80 à 90 procent van de patiëntenfactuur bij een opname in een eenpersoonskamer uit ereloon- en kamersupplementen.” Artsen-specialisten mogen namelijk supplementen aanrekenen aan patiënten die kiezen voor een eenpersoonskamer. Die supplementen bedragen tot 200 procent, in sommige gevallen zelfs tot 400 procent. Dat laatste betekent dat je daar voor een ingreep van 250 euro uiteindelijk een rekening van 1.000 euro krijgt gepresenteerd.

In combinatie met de artsenlonen die regelmatig opduiken in de media, stuit zoiets al snel op onbegrip. Vaak wordt er namelijk verwezen naar de cijfers van het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg. Daaruit blijkt dat een zelfstandig nierspecialist jaarlijks 636.284 euro bruto verdient. Voor een pneumoloog is dat 195.715 euro bruto per jaar, voor een plastisch chirurg 264.125 euro. Al moet je deze cijfers volgens artsen en onderzoekers wel met een korrel zout nemen, omdat artsen nog een groot deel daarvan moeten afstaan. De cijfers dateren bovendien uit 2012 en ook toen was het moeilijk om de info te sprokkelen.

“Logisch”, vindt Steven Colpaert, plastisch chirurg aan het AZ Monica in Antwerpen. “Ik ken weinig mensen die open en bloot hun salaris vertellen. Ze zijn bang dat zulke bedragen verkeerd geïnterpreteerd worden en voor afgunst zorgen. Zodra je zo’n bedrag hoort, is namelijk alle nuance kwijt. Hoeveel uren je werkt, hoeveel risico’s je neemt en hoeveel verantwoordelijkheid je draagt: het wordt meteen vergeten.”

Colpaert geeft bijvoorbeeld mee dat hij ­tweederde van zijn inkomsten als zelfstandig arts meteen kwijt is. Hij betaalt daarmee naar eigen zeggen vaste kosten, zoals een bijdrage in het ziekenhuis, de huur van lokalen voor consultatie, werkingsmateriaal als microscopen en liposuctiepompen, maar ook twee secretaresses, een voltijdse verpleegster en een poetsvrouw. “Ik ben geen sukkelaar, maar met wat overblijft koop ik ook geen gouden parachute. Ik zeg altijd: als ik al een tiende zou krijgen van wat mensen denken dat ik verdien, zou ik blij zijn.”

Niet dat hij ontevreden is over zijn loon. “Het is billijk. Ik heb wellicht een iets groter huis en een iets mooiere auto dan sommige anderen. Ik kan comfortabel leven, maar wat is comfortabel leven? Ik moet de eindjes niet aan mekaar knopen, dat klopt. Maar voor dat geld werk ik ook wel makkelijk zeventig uur per week, doe ik nachtdiensten en ben ik tijdens het weekend beschikbaar. Tegelijkertijd moet ik ook spaarzaam zijn omdat een zelfstandig specialist nooit een volledige pensioenloopbaan haalt.”

Ook andere artsen wijzen op het feit dat ze pas rond hun dertigste echt aan de slag kunnen en ze op dat moment soms hun studieschulden nog moeten afbetalen. “Je moet namelijk niet alleen je inschrijvingsgeld aan de universiteit betalen, ook de handboeken en congressen zijn duur”, stipt een anesthesist in opleiding aan. “Niet iedereen heeft ouders die zelf arts zijn en dat makkelijk kunnen bekostigen. Nadat ik mijn master behaalde, had ik forse schulden. Ik ben blij dat ik me daar in de toekomst geen zorgen meer over moet maken.”

Koterij

En net als Colpaert noemen andere specialisten hun loon ‘billijk, degelijk, aangenaam, eerlijk, aannemelijk’. Geen extreme termen voor bedragen die bij Jan Modaal toch nog de oren doen flapperen, ook al moeten artsen er veel van afstaan. “Wie wordt betaald als bediende, vangt tenslotte als arts-specialist vaak – veel – meer dan 5.000 euro netto per maand. Terwijl het gemiddelde nettoloon van een gehuwde bediende in België op 2.049 euro ligt. De mediaan ligt in ons land echter op een netto maandloon van 1.873 euro. Amper 5 procent van de Belgen ontvangt iedere maand een netto inkomen dat hoger is dan 3.100 euro.

Beeld Charlotte Dumortier

“Dat dokters die verloning niet overdreven vinden, is waarschijnlijk zo omdat je referentiekader essentieel is bij het gevoel dat je overhoudt aan je verloning”, legt professor Xavier Baeten van Vlerick Business School uit. “Wie netto 3.000 euro verdient, kan soms veel tevredener zijn met zijn loon dan iemand die 4.000 euro netto verdient. Mensen zijn in hun beloning namelijk vooral op zoek naar rechtvaardigheid.”

Of ze hun loon al dan niet als rechtvaardig ervaren, hangt volgens Baeten af van enkele factoren. Met wie ze zich vergelijken, met de inspanningen die ze in ruil leveren én met de manier waarop het loon tot stand komt. Bij dat laatste wringt het schoentje soms bij de artsenlonen en niet alleen omdat sommige specialisten meer kunnen verdienen dankzij hun technische prestaties. Van zelfstandige artsen wordt ook verwacht dat ze een percentage van hun bruto-inkomen afstaan aan het ziekenhuis. Hoe hoog dat percentage is, verschilt van ziekenhuis tot ziekenhuis. Vaak gaat het om de helft, soms loopt het op tot tachtig procent. Bovendien voorzien sommige ziekenhuizen een solidariteitskas, waardoor een deel van het inkomen van de grootverdienende artsen wordt verdeeld over de artsen die kozen voor minder goedbetaalde specialismen. “Het is koterij op z’n Vlaams geworden”, vat gezondheidseconoom Annemans het samen.

Artsen kunnen hun lonen dus maar moeilijk aftoetsen om een realistisch beeld te krijgen, net zoals ze vooraf moeilijk kunnen inschatten hoeveel ze zullen verdienen. “In een niet-universitaire setting kun je als anesthesist wel aan 10.000 euro netto per maand komen”, denkt de anesthesist in opleiding. Voorlopig ziet de twintiger elke maand 2.300 euro netto op zijn rekening verschijnen. Voor dat bedrag werkt hij gemiddeld 55 uur per week. “Naar mijn uurloon kijken, probeer ik niet te doen. Dan raak ik maar aan tien euro. Dat vind ik te laag. Anderzijds, ik denk dat leeftijdsgenoten een gelijkaardig loon hebben en ik kan hiermee een comfortabel leven leiden.” Al bekent hij dat hij niet precies weet wat hij binnenkort kan verwachten. “Er is op dat vlak echt geen transparantie. Ik heb er wel naar gevraagd, hoor, maar niemand wil er een getal op plakken. De ene collega zegt me dat ik me geen zorgen moet maken, de andere waarschuwt me dat het niet zo rooskleurig is als wordt gedacht.”

Loonplafond

Ook tussen en binnen de ziekenhuizen waar artsen niet als zelfstandige, maar in loondienst werken zijn er verschillen. Uroloog Piet Hoebeke wordt bijvoorbeeld betaald als ambtenaar. “Dat was geen bewuste carrièrekeuze, maar ik ben wel blij dat ik daardoor minder druk voel om mijn aantal prestaties zo hoog mogelijk te leggen.”

Startende specialisten krijgen op zijn afdeling een loon van zo’n 3.000 euro netto per maand. Hij en zijn ervaren collega’s verdienen tussen de 6.000 en 8.000 euro netto per maand. Hoebeke: “Als je geluk hebt en flink doorstroomt in je carrière, kun je wellicht vanaf je 45ste aan dat loonplafond komen, afhankelijk van hoeveel extra vergoedingen erbij komen voor administratieve verantwoordelijkheden en van hoeveel extra inkomen je nog bijverdient in geprivatiseerde praktijk binnen het ziekenhuis.”

Hoebeke is dan ook niet gewonnen voor het idee om een unaniem loon voor alle artsen op te leggen. “Zelfstandige artsen die 750.000 euro of meer opstrijken, dat is inderdaad overdreven,” vindt hij, “maar je moet wie het goed doet en veel werkt wel de ruimte laten om daarvoor beloond te worden.” In zijn ideale scenario voorziet het ziekenhuis een goede basis en kan wie meer wil werken, dat daarnaast in hetzelfde ziekenhuis doen. “Zodat artsen-specialisten hun werk niet snel-snel in het ziekenhuis doen om daarna in hun privépraktijk te gaan bijverdienen. En zodat bepaalde dokters niet uit het ziekenhuis verdwijnen. Dat zie je nu bijvoorbeeld wel gebeuren met oogartsen en kinderartsen. Zij houden vaak een beter loon over wanneer ze werken in een privépraktijk dan wanneer ze een deel van hun inkomen moeten afstaan aan een ziekenhuis.”

Wie wel voorstander is van een loonplafond, is professor emeritus huisartsgeneeskunde Jan De Maeseneer (UGent). Hij stelde eerder al dat het loon van specialisten niet hoger zou mogen zijn dan het loon van de premier, zo’n 9.500 euro netto. “Dat blijft nog altijd een schitterend loon”, voegt hij nu toe. Ter vergelijking rekent hij voor dat een voltijds werkende huisarts 5.000 tot 6.000 euro netto per maand verdient en sommige specialisten tot zeven keer meer.

Dirk Van Duppen, huisarts bij Geneeskunde voor het Volk in Deurne en gezondheidsspecialist van PVDA, opperde vorig jaar in deze krant dan weer dat artsen-specialisten “het fatsoenlijke salaris van de universiteitsprofessoren” zouden moeten verdienen. “Tussen de 7.000 en 12.000 euro per maand naargelang ervaring en kwalificaties. Met volwaardige sociale zekerheid en pensioenopbouw. Met extra's voor extra prestaties en extra kwaliteit.”

Zijn voorstel haalde alvast de collegiale gesprekken in het UZ Leuven. “We hebben intern gedebatteerd over dat artikel. Conclusie was dat we dachten dat we allemaal opslag zouden krijgen, want ons bediendenloon ligt lager dan dat”, glimlacht orthopedisch chirurg Ilse Degreef (UZ Leuven). Zelf heeft ze naar eigen zeggen geen zicht op hoeveel ze precies verdient. “Ik neem aan dat die bedragen van 7.000 tot 12.000 euro bruto zijn. Dan kan het kloppen. Zoals elke specialist kreeg ik voor het eerst een loon na mijn dertigste en laten we zeggen dat dat netto ongeveer de helft van 7.000 was. Ik denk niet dat ik ooit zal eindigen met een nettoloon dat zo hoog is als de helft van 12.000. Ik heb gewoon mijn hart gevolgd en dat zie ik de meeste studenten en collega’s gelukkig nog altijd doen. Ook zij die met heel veel geld in contact komen.”

Business class

Degreef neemt het dan ook op voor collega’s die als zelfstandige “minstens zo hard wroeten”, net zoals ze het opneemt voor de supplementen die artsen-specialisten mogen aanrekenen. “De patiënt kiest zelf voor een eenpersoonskamer en beslist zo dat hij of zijn hospitalisatieverzekering dat supplement zal betalen. Zo kiezen rijkere mensen ervoor om meer bij te dragen aan de gezondheidszorg. Vergelijk het met vliegen in business of in economy class. Zij die vliegen in business class zorgen er zo mee voor dat economy class betaalbaar blijft, met eenzelfde veiligheid voor iedereen. Minstens de helft van die supplementen gaat namelijk naar het ziekenhuis, dat daarmee bijvoorbeeld betere en ongesubsidieerde toestellen kan aankopen. Als je de supplementen afschaft, zal het ziekenhuis en de kwaliteit van de geneeskunde daar dus onder lijden.”

Gezondheidseconoom Lieven Annemans begrijpt wel dat sommige artsen-specialisten zich afvragen waarom dat systeem van erelonen en supplementen moet veranderen. “Ze helpen vandaag ook mensen en hun patiënten zijn meestal tevreden.” Bovendien is het volgens hem terecht dat artsen veel verdienen, denkende aan de fysieke en mentale belasting van hun vak. “Maar wie de supplementen wil behouden, is blind voor wat de gevolgen ervan kunnen zijn. De betaling van die supplementen wordt nu inderdaad grotendeels opgevangen door hospitalisatieverzekeringen, maar daardoor stijgen de premies. Tot de verzekeraars die supplementen misschien helemaal niet meer willen betalen. Dan barst de etterbuil.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234