Zondag 21/07/2019

Artistieke praatjes

Roman van Willem Van Zadelhoff

De Nederlandse auteur Willem Van Zadelhoff woont in Antwerpen in een huis van de architect Leon Stynen. Holle haven is zijn tweede onderhoudende roman over de geschiedenis van de architectuur.

De documentaire fictie van Willem van Zadelhoff werd een kleine twee jaar geleden met enige voorzichtigheid op lof onthaald. Terecht: De stoel, zijn debuut, was een goed geschreven, entertainende roman over de Freischwinger of zweefstoel, het bekende veerkrachtige meubel waarvan het profiel lijkt "op een 5 waaraan het bovenste horizontale streepje ontbreekt". Aan de Bauhaus-stoel hing van Zadelhoff een aantal anekdotes op, die samen met een handvol scènes van liefde en bedrog de kern van zijn verhaal vormden. Een groot deel van de historische achtergrond bleek authentiek; minstens een aantal van de petites histoires waren verzonnen. Van Zadelhoff vermengde op die manier de architectuurgeschiedenis handig met zijn eigen fictie, en uit de structuur van de roman, de zinsconstructies en de woordkeuze bleek een groot gevoel voor modernistische schoonheid. Van Zadelhoffs esthetica paste niet alleen in een Bauhaus-roman, ze overtuigde ook op eigen kracht. Wel was het nog afwachten of van Zadelhoff meer in zijn mars had dan deze 'well-made novel'; een in vele opzichten keurige vertelling, met een streepje nostalgie, wat kunstgeschiedenis en een korreltje bitterheid: de weg van de wereld - of dan toch een van de mogelijke wegen.

De opvolger, die de titel Holle haven meekreeg, gaat onmiskenbaar dezelfde weg op, en dat is ietwat teleurstellend. Ook in dit boek blijft de geschiedenis en de erfenis van het modernisme een van Zadelhoffs interessantere thema's, maar veel nieuws is er niet te melden. Wanneer een van de personages een modieus interieur de grond in boort, komen zijn poëticale opvattingen opborrelen: "Niets is ontworpen uit functionaliteit. Alles is decoratie, hier wordt sfeer gecreëerd. Meer niet." Een dergelijk oordeel over deze bondige roman zou veel te streng zijn, en ook onwaar, gezien de grote efficiëntie van dit proza. De korte, zakelijke zinnetjes tonen de schoonheid van het nut en in deze roman staat wel degelijk iets op het spel. Niettemin blijft Holle haven niet echt nazinderen.

Net als De stoel is deze roman bijzonder transparant geconstrueerd, als een gebouw met veel glas en een metalen frame: van Zadelhoff volgt afwisselend Viktor Vonk, een gevierd Nederlands architect met een betrekkelijk indrukwekkende cv (die in het boek wordt afgedrukt) en Bernhard Mörtenböck, een gerespecteerd architectuurcriticus voor onder meer de Frankfurter Allgemeine. Ada en Lilly, respectievelijk de vrouw en minnares van Vonk, zorgen voor de 'love interest'. Na een strakke, maar bloederige proloog, komt Mörtenböck naar Arnhem om een overzichtstentoonstelling van Vonks werk in te leiden. In de trein wordt zijn bagage gestolen, inclusief de enige versie van zijn toespraak. Hij besluit te improviseren over "jongens van twaalf die alles kwijtraken" - Vonk en Mörtenböck zelf - en de daaruit voortvloeiende vernietiging en wederopbouw: "De Tweede Wereldoorlog heeft de triomf van het modernisme mogelijk gemaakt. Waar gehakt wordt, vallen spaanders; waar rook is, is vuur."

Zoals verder nog in explicietere scènes mag blijken, drukken verschillende oorlogsverledens op het heden van de zoekende, sterfelijke personages. De een werd ooit beschermd door een SS'er met zelfopoffering, de ander heeft een vader die trots en agressief zegt als nationaal-socialist deze wereld te willen verlaten. Dat heeft hij aan de Gauleiter zelf beloofd. Ada mijmert over haar reis met de kindertrein naar Bohemen en Moravië. In De Stad der Jeugd wachtte de Hitler-Jugend hen op met muziek.

In de late jaren negentig speelt dat verleden op, maar treedt vooral de ellende tussen Viktor, Ada en Lilly op de voorgrond. Het is een doodnormaal verhaal van liefde en overspel, dat met zijn doodnormale vernietigende kracht de betrokken mensenlevens uit de scharnieren licht, maar dan toch vooral dat van Ada. Het is ook daarom dat ze de trein neemt: ze verlaat Viktor voorgoed en trekt in bij haar dochter in Wenen. Viktor zegt dat hij steeds van Ada is blijven houden, dat er nooit "afhankelijkheid" mocht bestaan: "Vrijheid is een vereiste. Vrijheid van denken, van handelen en van dromen. Alleen zo kan een individu zijn waardigheid bewaren, allen zo kan men elkaar werkelijk toebehoren." Hetzelfde vertelt hij aan zijn minnares, wanneer zij weer eens droevig is omdat hij niet wil scheiden. Zoals bekend is ook dit een van de mogelijke wegen van de wereld. En het is niet alleen in deze verhaallijn dat van Zadelhoff het van zijn geserreerde stijl moet hebben. Het zijn vooral de robuuste, sobere en uiterst functionele zinnen die het verhaal boven het cliché uittillen - in dit geval het cliché van de artistieke praatjes die gaatjes moeten vullen, of toch gedurende een jaar of vijfentwintig, in het geval van Ada.

Van een overrompelende roman verwacht men niet dat hij de mogelijke wegen afdraaft, maar juist onmogelijk gewaande sporen tracht te vinden. Dat doet van Zadelhoff niet. In een van de brieven van Mörtenböck aan Vonk, die als entr'acte tussen de bedrijven voor meer "licht en lucht" zorgen, wordt nogmaals ingegaan op het ornament dat zich bij Vonk regelmatig zou ontpoppen "als een functioneel element". Gaandeweg krijgt de tegenstelling tussen de stijl van de architect Vonk en de relatieve stijlloosheid van de man Vonk dan ook reliëf: de zorg die hij besteedt aan zijn plannen en ontwerpen staat op gespannen voet met de manier waarop hij zijn vrouwen en kinderen behandelt. Helemaal in het begin laat Viktor de groeten overmaken aan "de kinderen". Ada knikt en weet dat hij de kleinkinderen bedoelt: "Hij weet hun namen niet eens." Op de trein brengt ze als vanzelf een boek met de titel Wunden zu Perlen zu verwandeln mee. Die titel duidt op een eerbaar streven - wellicht een van de bestaansredenen van de kunst - maar meer dan de gebruikelijke ontgoocheling en survivalstrategieën laat Holle haven niet zien.

Uiteraard zijn er mooie, mannelijke fantasieën, van jonge meisjes in een "totaal zwarte kamer" (een verwijzing naar Gerrit Kouwenaars dichtbundel Totaal witte kamer) en is het best wel prettig dat de melancholie netjes in cellofaan wordt ingepakt. Een en ander zorgt voor mooi, maar tegelijk risicoloos proza. Holle haven is degelijk entertainment, waarin de architectuur van het naoorlogse moderne leven veeleer wordt geregistreerd dan ter discussie gesteld.

Bert Bultinck

Willem van Zadelhoff

Holle Haven

Meulenhoff/Manteau, Antwerpen/Amsterdam, 214 p., 17,95 euro.

Vooral de robuuste, sobere en uiterst functionele zinnen tillen het verhaal boven het cliché uit

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden