Woensdag 29/01/2020

Arsenicum voor de mensenrechtenactivist

Munir

1966-2004

De vooraanstaande Indonesisch mensenrechtenactivist Munir, die begin september in verdachte omstandigheden tijdens een vliegreis naar Nederland overleed, blijkt te zijn vergiftigd. De Amsterdamse aanklager maakte begin deze week bekend dat de Nederlandse gerechtsonderzoekers sporen van arsenicum in zijn bloed hebben gevonden.

Op 7 september werd Munir ziek tijdens een vlucht naar Amsterdam met de Indonesische maatschappij Garuda. Hij klaagde in Singapore dat hij zich misselijk voelde en begon heftig te braken tijdens het tweede deel van de vlucht naar Europa. Ondanks de hulp van een dokter aan boord stierf hij nog voor de landing, naar verluidt na een pijnlijke doodsstrijd.

Hoewel de dood van de 38-jarige erg plots kwam, werd voor de autopsie aangenomen dat hij gestorven was door een opstoot van een ziekte waarvoor hij vorig jaar een maand in het ziekenhuis had verbleven.

"We gaan achter de personen aan die dit gedaan hebben", zei Munirs vrouw Suciwati met tranen in de ogen. "Ze moeten vervolgd worden, zelfs als het militaire generaals blijken te zijn." Maar de Indonesische politie weigert Suciwati een kopie te bezorgen van de autopsieresultaten. De weduwe zei al dat ze toestemming geeft om het lichaam van haar echtgenoot op te graven als dat zou helpen om de verantwoordelijken op te sporen. Munir sprak ook over onbekende aanvallers die granaten gooiden naar zijn kantoor in Jakarta. Vorig jaar ontplofte een bom in de veranda van zijn huis, maar Munir raakte niet gewond.

Munir, als mensenrechtenadvocaat een van de belangrijkste actievoerders tegen het regime van de voormalige dictator Soeharto, kreeg verschillende internationale prijzen voor zijn strijd voor de mensenrechten, waaronder de Right Livelihood Award. Ooit vertelde hij dat hij de tel kwijt was geraakt van het aantal doodsbedreigingen dat hij al ontvangen had.

Munir deed voor het eerst internationaal van zich spreken tijdens de laatste dagen van het regime van Soeharto, toen hij de verdwijning van vele activisten bekendmaakte. Sidney Jones, een van de meest prominente mensenrechtenactivisten in Indonesië, maar enige maanden geleden het land uitgezet, zei zelfs dat precies door Munirs inspanningen "het gros van die activisten het heeft overleefd".

Munir werkte na zijn rechtenstudie in Oost-Java bij de YLBHI, een van de oudste ngo's van Indonesië, die onder meer gratis juridische bijstand verstrekt aan slachtoffers van geweld. Vervolgens stichtte hij de mensenrechtenorganisatie Kontras en tevens werd hij benoemd in de commissie die de schendingen van het leger in Oost-Timor moest uitzoeken. Daarnaast was hij bezig met dossiers van mensenrechtenschendingen in Atjeh en in Papoea-Nieuw-Guinea.

De bittere ironie wil dat uitgerekend op de sterfdag van Munir het Indonesische parlement het licht op groen zette voor de oprichting van een waarheids- en verzoeningscommissie, die de moorden en ontvoeringen tijdens het bewind van Soeharto moet onderzoeken. Nu blijkt Munir zelf het slachtoffer te zijn geworden van het soort moorden dat hij aanklaagde. Het nieuws bezorgt wellicht koude rillingen aan al wie gehoopt had dat de tijd van de politieke moorden in Indonesië voorgoed voorbij was.

De Londense mensenrechtenorganisatie Tapol riep de Indonesische regering op om "opdracht te geven voor een grondig onderzoek naar de dader of daders achter deze walgelijke misdaad" en vroeg de Indonesische procureur generaal Adurrahman Saleh "de verdachten zonder uitstel in staat van beschuldiging te stellen".

© The Independent

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234