Woensdag 19/01/2022

Arnon Grunberg als strippersonage

‘Deze reis heb ik het gevoel in een van mijn romans beland te zijn. Ik weet niet of dat zaligmakend is. Het is eerder een teken dat het einde nabij is.” Aan het woord is de Nederlandse schrijver Arnon Grunberg, die tijdens zijn tocht door Turkije niet meteen zijn beste dagen beleefde. Van Istanbul naar Bagdad toont een meestal ontmoedigde schrijver die met zijn eigen demonen moet afrekenen - zoals zijn zieke moeder die wacht op haar zoon.

Kolk start het boek met een scène waarin een juryvoorzitter voor een overvolle zaal in Den Haag Grunberg de lofzang toezwaait. De schrijver krijgt die avond de Constantijn Huygensprijs, maar op de zesde pagina van het boek blijkt dat Grunbergs stoel leeg is. Nog een pagina later ligt de schrijver uitgeteld op een hotelbed in Istanbul, telefonisch zijn moeder sussend, die maar niet kan begrijpen waarom hij de prijs niet persoonlijk afhaalt en waarom een reis via Istanbul naar Bagdad tot zijn werk behoort. “Als er in Irak vooruitgang is geboekt (...) moet je Bagdad met de auto kunnen bereiken, mam.”

De echte reis van Grunberg vindt plaats in ’s mans hoofd. Zo treft hij een nieuw soort boerka aan die ook de ogen bedekt. De Syrische draagsters ervan moeten zich aan de hand laten leiden om nergens tegenaan te knallen. En of Grunberg nu yoghurtsoep in een trein eet of bedenkingen heeft bij het zogenaamde erotische centrum van Turkije in Adana, Kolk verbeeldt het allemaal op zijn heerlijk stilistische manier.

Moeizaam proces

Kolk slaagt er op wonderbaarlijke wijze in Grunbergs verhaal aan de man te brengen, waarbij hij zelfs subtiel knipogend verwijst naar Grunbergs eigen houding. Want terwijl de Nederlandse successchrijver eerst nog wat zelfvoldaan zijn reis lijkt aan te vatten in zijn hotel in Istanbul, “waar iedereen die claimt artiest te zijn vijfentwintig procent korting op de kamerprijs krijgt”, slaat zijn houding om en beleeft hij zijn reis steeds intenser naarmate de dagen verstrijken. Emotioneler ook. Nu eens tekent Kolk het hoofd van Grunberg in een zwarte schaduw, zodat enkel zijn ogen zichtbaar zijn, dan weer voert hij hem op als een neerslachtige man aan het ziekbed van zijn moeder of jaagt een beroemde foto van een lijk van een kind hem op.

Dat kind, alsook de voortdurende gedachte aan zijn moeder, blijken de constanten in dit boek te zijn, en ontlokken Grunberg alle mogelijke emoties. Van neerslachtigheid tot zelfvoldaanheid, van ergernis over verwondering tot blijdschap.

Het kind bleek overigens het verlossende idee te zijn voor Kolk. De stripmaker worstelde immers een tijdlang met de manier waarop hij Grunbergs reis in beeld zou brengen. Hij gruwde bij de gedachte aan een kille, chronologische presentatie van de trip. Begin dit jaar had hij al van de hoofdredactie van Eisner, een Nederlands halfjaarlijks blad dat strips en korte verhalen van met name graphic novelists bundelt, de opdracht gekregen een vijftien pagina’s tellend kortverhaal te tekenen over Grunbergs reis. De stripmaker was in geen tijd klaar.

Ook Grunberg vond het leuk. “Maar toen het voorstel kwam om er een beeldroman van te maken, wist ik het even niet”, aldus Kolk. “Ik kon niet zo veel met zijn routereportages. Ik wist dat ik er een spanningsboog aan moest toevoegen, alsook dat veel materiaal van Grunberg ongebruikt zou blijven. Maar het leverde me kopzorgen op wat ik uiteindelijk zou kiezen. Ik had drie maanden om het af te werken: scenario plus tekeningen. Dat ging eerst moeizaam, tot ik stootte op een beroemde foto uit 1988 van een Turkse fotograaf van moeder en kind. Beiden dood. Liggend in een goot. De moeder houdt het kind nog steeds innig vast. Ik werd ziek van die foto. Het had immers mijn eigen dochter kunnen zijn. Ik dacht plots: ik kan als tekenaar een monumentje van dat kindje maken, en toen ik dat besefte wist ik dat ik de rode draad gevonden had en ging alles vanzelf.”

Vacuüm

Dat Bagdad uiteindelijk maar drie pagina’s beslaat in Van Istanbul naar Bagdad, is doelbewust, aldus Kolk, “want ik vond vooral de reis ernaartoe interessant”. Op de slotpagina’s laat hij Grunberg enkel zeggen dat er slechts ten dele vooruitgang is geboekt in Irak, en dat er eigenlijk een vacuüm is gecreëerd. Echte vooruitgang is er pas als er luxueuze winkelcentra, een McDonald’s en een hotel naar westerse maatstaven worden geopend, stelt hij. Kolk: “Ik heb het gevoel dat zijn reis al ten einde was toen hij in Bagdad arriveerde. Grunberg reisde mijns inziens vooral in zijn hoofd. Hij vraagt zich in het boek ook voortdurend af waarom hij die reis maakt. Bagdad was het einddoel niet, denk ik. Er speelden andere zaken.”

De schrijver, die al eerder aangegeven had de Negende Kunst gunstig gezind te zijn, bemoeide zich niet met Kolks interpretatie van zijn trip. “Maar goed ook, want ik wilde niet dat hij zou ingrijpen. Ik wilde vrij spelen”, zegt Kolk.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234