Zondag 19/09/2021

Armstrong in Frankrijk, Kuifje op de maan

Het weer was prachtig, de koffie smaakte voortreffelijk, de toiletten waren proper, iedereen in het provinciale stadje Jonsac was even vriendelijk en gastvrij - de renners, het massale publiek, zelfs de ploegleiders - dus in die startplaats konden zelfs de VRT-jongens met het leven lachen. En dat is al bij al niet helemaal evident. Goed, Renaat Schotte, Karl Van Nieuwkerke en hun team zijn jong, ambitieus en flexibel, dus ze kunnen wel tegen een stootje. Dus malen ze niet om de nukken van één rijke Amerikaan, als die in één klap het hele hotel afhuurt waar ze nochtans maanden voordien kamers hadden gereserveerd. Zelfs al heet die Lance Armstrong.

Armstrong lag - toevallig, natuurlijk - in hetzelfde hotel als de VRT-televisieredactie en een journalist van Channel Four, een Brit die ook voor Amerikaanse tv-ketens de exploten van Armstrong volgt. En Armstrong had zijn buik vol van de pers, en dus moesten die eruit. 'Verbouwingswerken', argumenteerde de receptioniste van het hotel tegenover de verbouwereerde VRT-redactie. Alles moest dringend gerenoveerd, behalve dan de verdieping die Armstrongs ploeg US Postal had afgehuurd. Een doorzichtige smoes natuurlijk, maar in deze eindfase van de Tour springt de entourage van Armstrong even subtiel om met potentiële tegenstanders als het Pentagon tijdens het slotoffensief van de Golfoorlog met Irakezen. En zeker sinds de speculatieve 'onthullingen' in Le Monde, sinds de splinterbommen die Libération dag na dag in het peloton probeert te gooien, horen journalisten definitief bij 'het andere kamp'. Meer in elk geval dan Alex Zülle en Fernando Escartin, zijn kwaadste klanten tegen de klok of in het gebergte. Lance Armstrong oogt vandaag mentaal net zo gespannen als hij er fysiek scherp uitziet - héél erg scherp, dus. Toen de piepjonge Armstrong in '93 wereldkampioen werd, stond daar de menselijke variant van een goede T-bone. Sterk, karaktervol, gezond, gespierd, maar ook vlezig, vierkant, zeker niet het magerste brokje uit het aanbod. Zo reed hij ook: met macht en kracht. De kleine versnelling kende hij niet, het zuinige koersverloop zinde hem niet. Hij liet voor het eerst van zich horen op het Kampioenschap van Zürich, in de regen, in de aanval - bij Armstrong leken dat wel synoniemen. Op zijn favoriete terrein, de Ardennen (hij won de Waalse Pijl en animeerde bij herhaling Luik-Bastenaken-Luik) was Armstrong net zo aanvalslustig als die andere Texaan, George Patton, in 1944, tussen Houffalize en Bastogne in zijn variant van het Ardennenoffensief. Zo was de jeugdige Armstrong, en hoe hielden we van hem. Sinds zijn miraculeuze genezing van teelbalkanker toont Lance Armstrong zich niet alleen volwaardiger als atleet maar ook rijper als mens. De wielrenner veranderde nochtans niet. WK Valkenburg '98: regen, heuvelachtig, en daar was Armstrong. Amstel Gold Race, lente '99: betrokken lucht, heuvelachtig, en daar was Armstrong, tweede, achter de in deze Tour even dappere als onzichtbare Michael Boogerd. Ja, hij baalde van die tweede plaats. Maar neen, hij sloot zich niet af voor pers en publiek. De Amstel Gold Race mag dan wel de hoge status van wereldbekerklassieker bezitten, na afloop douchen en kleden de renners zich om in ruimtes waarvoor de gemiddelde voetballer (zelfs uit tweede klasse) de neus zou ophalen: de uiterst stoffige, naar vermalen kalkwasem geurende ruimten van de fabrieken met de prachtige en alleszeggende naam 'Enige Nederlandse Cement Industrie' (Ceni). In dat diepe zuiden van Nederlands-Limburg toonde Lance Armstrong zich een groot verliezer én een typische Amerikaan. Wit T-shirt om nog altijd bovenmodaal gespierde torso, sportzak om de schouder, zwarte baseballpet op het hoofd, zonnebril even van de neus - om zijn gesprekspartners 'eye to eye' te kunnen monsteren. Ongedwongen, vriendelijk, maar toch verstandig en uitzonderlijk 'to the point'. Dat Boogerd de hele finale op zijn wiel had gereden, deerde hem niet: 'Niet in het geval van Michael. He's no fucker.' (Boogerd verneukt inderdaad niemand. Hij had die dag gewoon de halve Rabobank-ploeg op twintig seconden achter zich. Armstrong moest dus het werk doen, Boogerd kon lekker uitrusten, en de Amerikaan aanvaardde dat zonder morren. Ook omdat Boogerd doorgaans evenveel aanvalt als alle anderen samen. Een streekgenoot van Patton apprecieert dat). Toen al, laat april, zei hij tegen het handjevol Belgen en Nederlanders rond hem: 'Wacht tot de Tour, de enige wedstrijd die telt voor mijn sponsor US Postal.' En ja, in de stem van de Amerikaan klonk er enige spijt. Hij rijdt nu eenmaal liever klassiekers met regen en hellingen, veel meer rechttoe, rechtaan dan een grote ronde met zijn mentale en tactische steekspelen. En Armstrong, open als altijd,verborg zijn voorkeur niet. Toen verdween hij opnieuw, om voorgoed op te duiken bij de proloog in Le-Puy-de-Fou. Om daar te winnen, om algemene sympathie te krijgen, en om al na een paar dagen met een harde, ongenuanceerde en niet-aflatende stroom dopinginsinuaties te worden geconfronteerd. Dan reageert een Amerikaan, zeker een Texaan, zoals een Amerikaan of Texaan dat meent te mogen - te moéten: 'legal self defence'. In een land met miljoenen vuurwapens heet een niet-hardhandige verwijdering van de pers nog een zachte en zeker aanvaardbare oplossing. Doodjammer dus, hoe een in se vriendelijke jongen vermoord wordt door 'snipers' met scherpe maar slechte pen. De modale Amerikaanse wielerfan die tijdens deze zomermaanden in Europa verblijft, is immers niet half zo gewelddadig, geen kwart zo cultuurimperialistisch als het clichébeeld van Uncle Sam en zijn Yankees voorschrijft. Integendeel. De spandoeken aan de kant de weg tonen zich van hun meest poëtische kant, voor een Amerikaan zelfs als aangename verrassingen, want late erfgenamen van Perry Como en andere 'Catch a Falling Star-crooners'. 'Lance, the moon is waiting for you', stond er op een reusachtig stuk Stars-and-Stripes ter aanmoediging van de jongste Armstrong. Een lievere variant: 'Lance, after the last hill, the moon is waiting for you.' Lance Armstrong is niet de eerste Amerikaanse prof die voet op de maan zette - dat was Greg Lemond, bijna vijftien jaar voordien. Lance Armstrong heeft bij zijn lancering naar zijn droomplaneet wellicht meer moeilijkheden moeten overwinnen dan alle Apollo- en Challenger- of Discovery-bemanningen samen. Het lijkt, jammer genoeg, dan ook een vervolg op Kuifje op de Maan. In het originele album liet Hergé zijn creatie Jansen en Janssen, die twee pseudo-detectives, ook experimentele medicamenten slikken, met alle burleske gevolgen vandien. In het tijdens deze Tour uitgetekende vervolg wordt dat slikken niet haarfijn uitgetekend, die medicijnen niet precies bij naam genoemd, maar loopt er meer dan één halfdronken kapitein Haddock aldoor al scheldend rond, en niet één, maar tientallen detectiveduo's - één Vlaamse krant stuurde zelfs een heuse gerechtsjournalist richting Frankrijk, maar die man was al na een goede week terug thuis. En ook 'ons' Kuifje zal de maan wel bereiken - wie zou hem in de tijdrit hier in Futuroscope immers kunnen bedreigen? - maar door die drukte staat Armstrong niet meer met beide voeten op aarde. Hemeltergend.

Walter Pauli

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234