Zaterdag 05/12/2020

Armoedebestrijding in A

Het Antwerpse bestuur verdient goede punten voor het sociaal beleid dat het de afgelopen jaren voerde

Laat het duidelijk zijn. Een goede samenleving veronderstelt een hoog niveau van structurele herverdeling en een performante sociale bescherming. Maar, ondanks het feit dat de taart steeds groter is geworden, ze gebakken wordt door almaar meer mensen die er gezamenlijk ook meer tijd aan besteden en ondanks het feit dat de sociale uitgaven zeker niet zijn gedaald (wel integendeel) zien we al meer dan 30 jaar geen vooruitgang meer in de armoedecijfers. We staan met z'n allen op een opgaande roltrap, onze materiële welvaart neemt toe maar de verschillen tussen diegenen die bovenaan staan en zij die op de onderste tree staan, tussen rijk en arm, tussen hooggeschoold en laaggeschoold, tussen hoge en lage sociale klassen neemt niet af, integendeel.

De welvaartsstaat in het algemeen en de sociale zekerheid in het bijzonder zijn en waren sterke buffers tegen de negatieve gevolgen van de crisissen en omwentelingen die we de voorbije decennia meemaakten. Zij hebben zich ook merkwaardig wendbaar laten aanpassen aan nieuwe risico's en behoeften. Toch lijken de geïnstitutionaliseerde mechanismen van sociale herverdeling al jaren niet meer in staat om nog verdere sociale vooruitgang te brengen. Voor gezinnen waar niemand aan het werk is - vaak laaggeschoolden, zieken, arbeidsongeschikten - werd de sociale zekerheid minder adequaat. Een alleenstaande leefloontrekker moet vandaag rondkomen met zo'n 40 euro per dag, onder meer omdat het activeringsbeleid (niet ten onrechte) voorschrijft dat het voor deze mensen financieel aantrekkelijk moet zijn om verder naar werk te zoeken. Voor hen die zwaar gekwetst zijn door het leven, voor hen die pech hebben gehad of voor hen die verkeerde keuzes hebben gemaakt is de sociale bescherming minder genereus, minder beschermend, minder sociaal en minder zeker geworden. Meer en meer moet sociale vooruitgang van elders komen.

Het lokale niveau wordt daarom steeds belangrijker, vooral in de grote steden waar een groeiend aandeel van onze welvaart wordt gegenereerd maar waar er een concentratie is van maatschappelijke kwetsbaarheid: meer alleenstaanden, meer eenoudergezinnen, meer anderstalige nieuwkomers, meer mensen zonder werk, meer zittenblijvers, meer schoolverlaters zonder diploma. Ook al omdat sociale inclusie, activering en investering in talenten een aanpak 'op maat' vergen, is de sociale uitdaging voor stadsbesturen bijzonder groot geworden. Veel meer dan van een kindpremie - een dwaas idee waarop het spreekwoord 'van uitstel komt afstel' hopelijk van toepassing zal zijn - moet sociale vooruitgang verwacht worden van lokaal sociaal beleid, sociale innovatie en hervormingen 'van onderuit'. De verantwoordelijkheid daarvoor rust in belangrijke mate op de schouders van lokale besturen, van het brede middenveld en van plaatselijke kleinschalige initiatieven.

Stedelijk beleid moet dus niet alleen worden afgerekend op bruggen en tunnels maar ook op de kwaliteit en de innovatieve kracht van het sociale beleid. De inrichting van de openbare ruimte is daarbij vanzelfsprekend van groot belang: pleinen waar kinderen kunnen spelen, bibliotheken en openbare zwembaden geven aanleiding tot gesprek, verbondenheid en onderlinge hulp. Hier is in Antwerpen zichtbaar een zeer grote vooruitgang geboekt. Ook in de sociale woonwijken is sterk geïnvesteerd in onderhoud van het openbaar domein.

Steden en gemeenten dragen de verantwoordelijkheid voor diegenen die komen aankloppen bij het OCMW. In België hebben ze daarbij zeer grote beslissingsbevoegdheden, met name op het vlak van activering. Afgaande op de statistieken is Antwerpen hier bepaald efficiënt tewerk gegaan: het aantal sociaal tewerkgestelde OCMW-klanten steeg van 820 in januari 2005 tot meer dan 2.500 nu. Het OCMW richtte zelf initiatieven op waar mensen ervaring kunnen opdoen: onder meer strijkateliers, bedrijfsrestaurants en een glazenwassersdienst. Daarnaast zijn er een 200-tal partners die OCMW-klanten tijdelijk in dienst nemen, hen opleiden, begeleiden en coachen: onder meer kringwinkels, ziekenhuizen, bibliotheken en ook privébedrijven. De doorstroom naar een echte baan of opleiding is bijna verdubbeld. Het OCMW biedt ook aan een toenemend aantal jongeren steun opdat zij verder zouden kunnen studeren.

Voor niet-Nederlandstalige nieuwkomers organiseert de stad cursussen maatschappelijke oriëntatie. Vrijwilligers trekken met hen mee naar de bibliotheek, het ziekenhuis, de VDAB. Ze worden geïnitieerd in de wetten en gewoonten van hun nieuwe leefomgeving. Het aantal inburgeringscontracten is in nauwelijks 2 jaar tijd gestegen van 5.200 (2010) naar bijna 8.000. De meeste inburgeraars willen in de eerste plaats Nederlands leren. Het aantal mensen die door het Huis van het Nederlands verder worden geholpen is dan ook sterk toegenomen.

Spijbelaars

In Vlaanderen is het aantal spijbelaars de voorbije jaren voortdurend gestegen. In Antwerpen bleef dat aantal veeleer stabiel. Ofschoon dit niet proefondervindelijk kan vastgesteld worden, zijn er redenen om aan te nemen dat niet zozeer de repressieve aanpak van boetes en terugvorderingen van studietoelagen hier vruchten afwerpen maar wel de samenwerking van het Centrale Meldpunt en van de spijbelambtenaar met het jeugdparket, de jeugdbrigade van de politie, de scholen en de leerkrachten.

Het Antwerpse onderwijsbeleid is nog op andere vlakken toonaangevend. Tegenover de enorme diversiteit, de verontrustende schoolachterstanden en het demotiverende watervalsysteem worden - moeizaam weliswaar - opwekkende resultaten geboekt in de onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers, in scholen die experimenteren met leersystemen die de traditionele jaarklassen overstijgen, in zogenaamde concentratiescholen waar nu ook 'autochtonen' hun kinderen met overtuiging komen inschrijven. Het Antwerpse onderwijs toont vele innovatieve initiatieven die mede gestoeld zijn op het vertrouwen dat gegroeid is tussen de verschillende onderwijsnetten.

Indien men er oog voor heeft, worden nieuwe noden eerst op het lokale niveau gedetecteerd. Zo koos de stad Antwerpen voor occasionele kinderopvang om tegemoet te komen aan de behoeften van werkzoekende ouders die gaan solliciteren of een opleiding volgen. Ofschoon het tekort aan kinderopvang ook in Antwerpen een structureel en onopgelost probleem is blijkt de stad hier een belangrijke coördinerende en accomoderende rol te spelen. Zo kende het Contactpunt kinderopvang een grote vlucht. In de eerste helt van dit jaar kwamen er niet minder dan 895 vragen binnen waarvan 324 voor dringende opvang. Voor slechts 16 ervan werd geen geschikte opvangplaats gevonden. Door op het lokale niveau te puzzelen, kon zo voor veel ouders nog tijdelijk een opvang gevonden worden tot ze definitief ergens terecht kunnen.

Met deze en vele andere initiatieven mag het Antwerpse sociaal beleid positief geëvalueerd worden. Voor het toekomstig stadsbestuur geef ik graag drie aanbevelingen mee: wees in bescheidenheid ambitieus, werk samen met het zelfstandige middenveld en gebruik uw invloed om hogere besturen aan te zetten tot meer sociale investering en bescherming.

De ambitie om mensen naar een economisch zelfstandig bestaan te leiden, kan niet groot genoeg zijn. Maar aan hen die veraf staan van de ruime middenklasse en getroffen worden door grote kwetsbaarheid kan alleen met solidariteit 'om niet' sociale waardigheid verleend worden. Met een harde ' voor wat hoort wat' komen we er niet. Disciplinerende instrumenten mogen alleen worden ingezet als ze een redelijke kans op slagen hebben, overeenstemmen met de menselijke waardigheid, dienstig zijn voor de individuele zelfontplooiing en sociaal rechtvaardig zijn. Daarom is bij de uittekening van beleid niet alleen ambitie maar ook grote bescheidenheid nodig.

De kracht van het lokale beleid schuilt in de samenwerking met de vele actoren van het brede middenveld, met plaatselijke initiatieven en met het grote aantal vrijwilligers die zich ten dienste stellen van anderen. Dat veronderstelt een stadsbestuur dat 1.000 rozen laat bloeien, grote ruimte geeft aan nieuwe, zelfstandige initiatieven in samenwerking met alle medespelers die verantwoordelijkheid willen en kunnen opnemen.

Een goede samenleving veronderstelt een hoog niveau van sociale herverdeling. Hoe groter de ongelijkheid, hoe moeilijker het wordt om successen te boeken in het onderwijs, bij de activering en, in het algemeen, in het samenleven. Kinderen die slecht gehuisvest zijn en in gezinnen leven die in grote financiële stresssituaties verkeren, zullen moeilijker de eindstreep halen, alle mooie initiatieven ten spijt. Hoe groter de ongelijkheid, hoe groter de kans op sociale uitsluiting en ressentiment, ook voor de volgende generaties. Stadsbesturen die geconfronteerd worden met een grote verdichting van maatschappelijke kwetsbaarheid, moeten de hogere overheden daarom voortdurend oproepen om in te zetten op voldoende investeringen in onderwijs, kinderopvang, gezondheidszorg en adequate sociale bescherming.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234