Donderdag 17/06/2021

Ardennenoffensief tegen Vlaamse varkens

Onrust in het hart van de Ardennen. Boeren lonken er naar de industriële varkensteelt. Ze willen in zee gaan met Vlaamse veevoederbedrijven. Vetgemest keren de varkens terug naar Vlaanderen, de mest blijft in Wallonië. Althans, dat is de bedoeling, want de eerste varkensstal moet nog verrijzen. Toch uiten bewoners in La Roche-en-Ardenne nu al hun ongenoegen op het tarmac, in beide landstalen: 'Non aux cochons', 'Varkens buiten'.

Door Filip Rogiers / Foto's Filip Claus

'Eerlijk, als ik voor 8 oktober die vergunning voor dat varkensbedrijf had verleend, was ik nu geen burgemeester meer.' Hij zegt het met een licht vermoeide glimlach, Jean-Pierre Dardenne (MR). Achter zijn rug strekt zich het majestueuze decor van La Roche-en-Ardenne uit. Wellicht is het voor het eerst sinds hij in 1982 de sjerp omgordde dat Dardenne echt verontruste burgers moet trotseren. De levenskwaliteit is hier altijd hoog geweest. Precies omdat de bewoners dat zo willen houden, drong zich onlangs een woelige infoavond op. Dardenne trachtte zijn dorpsgenoten met handen en voeten uit te leggen dat hij tégen grote varkensstallen in zijn gemeente is. En dat hij daarom dus toch een vergunning heeft gegeven voor één zo'n stal. "Vous comprenez?"

Stilte. Diepe zucht als hij merkt dat ook wij niet meteen volgen.

"Voor de verkiezingen circuleerden er in het dorp al geruchten over de komst van 1.500 varkens. Dat heeft mij wellicht enkele stemmen gekost, maar het had erger gekund. De vergunning werd aangevraagd in augustus, ik heb pas tien dagen geleden beslist. Ik ben absoluut gekant tegen de komst van intensieve varkensteelt in ons dorp. Dat ik het toch heb vergund, was strategisch. De boer wou zijn bedrijf in het midden van het dorp neerpoten. Op zijn minst heb ik hem ervan kunnen overtuigen uit te wijken naar de rand. Als ik dat niet had gedaan kon de Waalse regering, die het laatste woord heeft, vooralsnog het licht op groen zetten en dan hadden we niets meer in de pap te brokken. Nu hoop ik vurig dat de regering de vergunning weigert."

La Roche leeft van toerisme. Landbouw was er tot nu toe geen stoorzender, maar juist een meerwaarde. Maar dat vriendelijke gezicht zou wel eens kunnen veranderen. Walen, maar ook de Vlaamse en Nederlandse inwijkelingen die er gîtes uitbaten of er hun tweede verblijf hebben, vrezen de komst van een type landbouw dat je eerder in West-Vlaanderen verwacht dan aan de Ourthe. Met fabrieken in plaats van boerderijen, industriële vetmesterij. De omwonenden vrezen voor stank, mest, vervuiling van het milieu en bezoedeling van het landschap.

Klinkt de logica van de burgemeester zo kronkelig als de Ourthe, misschien blijkt binnenkort dat hij toch juist heeft gegokt. De boer in kwestie, Guy Poncin, klinkt alvast niet triomfalistisch als we contact met hem opnemen. "Ik wil zo weinig mogelijk kwijt over deze zaak", zegt hij. "Er komt nog een beroepsprocedure en het is dus absoluut niet zeker dat ik er ooit aan zal kunnen beginnen. Ik heb het nochtans nodig als ik wil overleven."

Marcel Koeune nodigt ons uit om heel diep adem te halen. En als we zin hebben, moeten we maar even de weide in wandelen tot aan het bos daar beneden. "Neem een glas mee en tap maar wat water af aan een van de vele bronnetjes. Ik drink het bijna elke dag. Het is beter dan kraantjeswater. Nu nog." We staan op het bordes van Marcels huis in het driehonderd zielen tellende gehuchtje Petit Halleux, deelgemeente van La Roche. Dorpje op een heuvelrug. Betoverend mooi uitzicht.

Op deze idyllische plek komt dus misschien de varkensstal van boer Guy Poncin, tien dagen geleden vergund door de gemeente. Marcel is de meest mondige van de inwoners die zich tegen die plannen verzetten, hij woont er dan ook het dichtst bij. Hij en anderen zullen in hoger beroep gaan tegen de vergunning. "Iedereen is er tegen maar velen durven niet publiekelijk te protesteren. Want de boer is machtig in het dorp en de sfeer gespannen. We hebben al spijkers op de weg gevonden."

Er zijn momenteel drie aanvragen om met varkensteelt te beginnen in La Roche. Behalve in Petit Halleux ook in de naburige deelgemeente Cielle en nog één voor een kwekerij net over de gemeentegrens. Samen goed voor 5.000 varkens. "In een land als Canada of Amerika is dat nog altijd peanuts, maar dit is La Roche. In de wijdere omgeving zijn er sinds juni nog enkele vergunningen aangevraagd. In Hotton en Bertrix werden ze geweigerd, elders loopt de procedure nog. Petit Halleux is een precedent. Als je één keer het licht op groen zet, wordt het moeilijk om anderen nog iets te weigeren."

Koeune is niet tegen de varkensteelt op zich. Integendeel, de gedachte alleen al aan een schelle van de zeuge doet hem watertanden. "Als zo'n beest met de poten in het gras staat, levert dat het beste vlees op. In Nassogne is er een varkensboer die zijn beesten per tien een hutje in de weide gunt. Dat is een vetmesterij in open lucht. Ze noemen dat trouwens weidescharrelvarkens. Maar staat zo'n beest tegen een ander beest geprangd in de stal, en staan er zo duizend beesten met de poten in de eigen mest, elke dag ammoniak inademend, dan wordt dat malbouffe. We spreken hier over integratieteelt. Industrie, geen landbouw. De biggen wegen na drie maanden 110 kilogram. Meer water dan vlees, en geen spieren. En dan zwijg ik nog over de medicijnen die ze toegediend krijgen."

"U moet nu niet denken dat ik een groene jongen ben", zegt Koeune. "Dat ben ik niet. Ik wil gewoon niet in een saloperie leven. Als er hier een paar van die stallen komen, betekent dat een catastrofe voor La Roche. Het verpest het landschap en het toerisme. De porcherie zou op minder dan driehonderd meter van een gîte komen. En ja, we zijn ook bezorgd om het leefmilieu. Het landschap loopt hier naar beneden, recht het bos in, waar een beek loopt. En de bodem is rotsachtig, dus de mest zal aan de oppervlakte blijven."

Boer Poncin beweert dat zeker de vrees voor vervuiling ongegrond is. Hij heeft met andere boeren in de streek afspraken voor de verwerking van zijn mest. Ook de burgemeester sust. "De normen zijn streng en de controles intensief." Koeune wuift deze en andere sussende berichten weg. "Tijdens het weekend zijn er geen controles. Dat weten de boeren."

Koeune zet zijn wijsvinger op onze borstkas. "De mest is het probleem. En die miserie, meneer, is bij jullie in Vlaanderen begonnen."

Vlaanderen is aan zijn derde mestactieplan toe en door Europa uitgeroepen tot één groot kwetsbaar gebied. Ruimte om intensief te boeren is er al lang niet meer. Dus lonken Vlaamse boeren naar het dichtstbijgelegen buitenland: Wallonië. Daar lijkt immers wél nog plaats. Voor mest en/of varkens. Het eerste leidde enkele jaren geleden tot mesttransporten over de taalgrens. Legaal volgens de Vlaamse mestbank, illegaal volgens de Waalse milieu-inspectie en het gerecht, dat sinds 2001 tientallen vrachtwagens in beslag heeft genomen en een honderdtal Vlaamse vervoerders beboet heeft.

Kan de mest niet naar Wallonië en behoort uitbreiden in Vlaanderen zelf evenmin tot de mogelijkheden, dan is er nog een tweede optie: zelf verhuizen. In Vieux-Genappe, Waals-Brabant, werd onlangs een vergunning toegekend aan een Vlaming voor een varkensmesterij: boerin Nelly Vanderveren wou 4.000 varkens, maar kreeg slechts toestemming voor 1.500. Ook daar zorgt dat voor onrust bij de omwonenden.

Maar in Petit Halleux gaat het over nog een derde agrarische 'transfer': de boer is Waal, maar 'zijn' varkens zijn net als zijn broodheer Vlaams. "Bij jullie is er geen plaats meer voor nieuwe porcheries", vervolgt Marcel Koeune zijn verhaal. "Er worden integendeel premies gegeven om af te bouwen. En de agro-industriële bedrijven moeten dus nieuwe horizonten opzoeken. Dat doen ze op landbouwbeurzen zoals het grootse jaarlijkse evenement in Libramont. Daar klampen Vlaamse veevoederbedrijven zoals Vanden Avenne Waalse boeren aan. Ze zoeken gericht naar boeren die het economisch moeilijk hebben. 'Beste man, kom bij ons en ge wordt rijk', zeggen ze."

Het fenomeen is vrij recent. De eerste vergunningsaanvragen dateren pas van eind vorig jaar. Ingewijden in de Vlaamse veevoedersector bevestigen ons dat er vandaag in totaal zo'n honderd aanvragen lopende zijn. "Dat is een schatting", zegt een bron. "Het wil absoluut niet zeggen dat er honderd varkensstallen zullen verrijzen in de Ardennen. Best mogelijk dat er van al die aanvragen nog geen vijf zijn goedgekeurd, en dan nog maar enkel op gemeentelijk vlak."

Het scenario is inderdaad zoals Koeune het beschrijft: Waalse boeren gaan voor rekening van de Vlaamse agro-industrie in Wallonië varkens vetmesten. Het is niet voor niets dat in La Roche het verzet ook in het Nederlands op de weg is gekalkt. Boer Poncin gaat in zee met Vanden Avenne uit het West-Vlaamse Ooigem. "Ik heb ook met andere firma's in Vlaanderen contact gehad", zegt Poncin zelf. Hij benadrukt overigens dat hij wel 'zelfstandig' blijft. Maar zo werkt het volgens Koeune niet. "De stal is van de boer, de dieren zijn van het veevoederbedrijf, het veevoeder komt er verplicht bij. Contract is contract. En als de varkens na vier maanden hun gewicht hebben, maken ze plaats voor nieuwe biggen. Vetgemest gaan ze de taalgrens weer over, voor de slacht in Vlaanderen."

Bij Vanden Avenne in Ooigem doen ze daar niet flauw over. "Natuurlijk keren die varkens naar Vlaanderen terug om te worden geslacht", zegt Nik Galle, die bij Vanden Avenne de titel 'directeur van de dierlijke producten' voert. "In Wallonië zijn maar één of twee slachthuizen voor varkens. Dus wijken de boeren voor het slachten uit naar Vlaanderen, Nederland of Duitsland."

"Ons vak is integratie: van big tot varken in een gesloten systeem", zegt Galle. "De Waalse regering stimuleert de varkensteelt trouwens met premies. Akkerbouw brengt niet meer op. De boer zoekt diversificatie om zijn inkomen te garanderen. Dat kan op drie manieren. Of hij begint voor eigen rekening, of hij werkt voor rekening van derden, al dan niet uit Vlaanderen. Ofwel doet hij het met een Waals label, maar dat krijg je alleen als je de varkens ook in Wallonië laat slachten. De Waalse regering is daar vrij protectionistisch in."

Al ettelijke jaren moedigen de achtereenvolgende ministers van Landbouw meer intensieve veehouderij aan. Tegelijk beseffen ze dat het niet zo gek moet worden als in Vlaanderen. Maar daar hoeft ook niet meteen voor gevreesd te worden. Want heeft Vlaanderen zo'n 6 miljoen varkens, in Wallonië zijn er dat nog altijd maar enkele honderdduizenden. De intensieve varkens- en pluimveehouderij in België speelt zich nog altijd bijna exclusief af in Vlaanderen: 95,5 procent voor varkenskweek en 92,8 procent pluimvee. Gewezen minister van Landbouw en Leefmilieu Guy Lutgen (PS) zei eind de jaren negentig al dat Wallonië slechts één varken per 10 hectare grond heeft, terwijl er plaats is voor 3 miljoen varkens, zonder dat de bestaande bemestingsnormen overschreden worden.

Dus ja, de Waalse regering stuurt aan op "diversificatie", een woord dat in elke Waalse boerenmond bestorven ligt. Weg van de traditionele akkerbouw en het melk- en vleesvee. Wallonië zegt dan ook niet principieel nee tegen de komst van Vlaamse varkens. "De lijn van de Waalse politiek is: Vlaamse mest alleen hoeven we niet, maar de varkens mogen de Vlamingen wel laten komen", zegt Jean-Pierre De Leener, woordvoerder van het syndicaal bureau van het Vlaams Agrarisch Centrum (VAC).

Ook De Leener heeft weet van recente verhoogde Waalse interesse voor de Vlaamse varkensteelt. "Sedert 2005 zijn we al enkele keren gevraagd door zowel boeren- als milieuorganisaties uit Wallonië om uitleg te gaan geven bij de evolutie in Vlaanderen. Die belangstelling is gegroeid omdat er inderdaad vergunningsaanvragen binnenliepen voor varkensbedrijven. Ik heb met name in Pays des Collines, naast de Vlaamse Ardennen, een aantal boeren ontmoet die op de integratietoer wilden gaan. Wij raden dat trouwens af. Tegen de boer die hoopt dat hij door integratie op termijn misschien zelfstandig zal kunnen worden, zeggen wij vlakaf: vergeet het, de veevoederbedrijven laten de boer nooit genoeg verdienen om dat mogelijk te maken. De boer beslist niet over het aantal biggen, niet over het veevoeder en evenmin bepaalt hij waar en wanneer er geslacht wordt. Hij krijgt een prijs per varken of per kilogram. (Schamper) Het enige waar hij 'zelfstandig' in is, is in de aflossing van de hypothecaire lening voor de bouw van zijn stal."

Zegt de Waalse regering dus niet zonder meer nee tegen Vlaamse varkens, en al helemaal niet tegen een intensifiëring van de varkensteelt tout court, ze is wel beducht voor "wilde avonturen" - dixit ook de Nederlandse vakwebsite De Molenaar. "Ze willen de varkens wel om te diversifiëren", beaamt De Leener, "maar ze hebben vele gebieden waar strenge normen gelden. Daarom opteren ze toch eerder voor de zogenaamde labelproductie dan voor de massaproductie. Het betekent dat ze de middenweg zoeken tussen meer en toch ook beter vlees." De jongste jaren zijn er her en der kleinschalige bedrijven opgericht, zoals de vetmesterij in open lucht in Nassogne waar Marcel Koeune het over had. De Waalse overheid ondersteunt het met kwaliteitslabels zoals 'Porc Qualité Ardenne' (varkens) en 'Volailles Condroz' (pluimvee). "Protectionisme", noemen ze dat bij Vanden Avenne in Ooigem.

Volgens De Leener zal het dan ook niet zo'n vaart lopen. "Nog voor er echt grote stallen verrijzen, is er al reactie van de bevolking. Dan zijn er twee mogelijkheden. Ofwel wordt het oorlog, ofwel - en dat lijkt mij waarschijnlijker - wordt er gepraat, burgers met boeren. Dan zou het wel eens kunnen dat er een ander soort varkenshouderij tot stand komt. Geen integratie, maar vlees dat in Wallonië zelf wordt gekweekt en geslacht in plaats van in Vlaanderen. En met meer garanties voor de kwaliteit, in een circuit met plaatselijke slagers bijvoorbeeld."

Ook burgemeester Dardenne is er vrij gerust op dat La Roche nooit zal lijken op pakweg het West-Vlaamse Meulebeke. Alleen al de geografie laat het niet toe. Maar toch, 5.000 varkens in het hart van de Ardennen, áls ze er komen, het is veel. Binnenkort moet de gemeente zich buigen over de tweede vergunningsaanvraag, voor een varkenskwekerij in Cielle.

"Voor 1.200 varkens", zegt boer Jean Gillet. "Ik heb vijfentwintig jaar schapen gekweekt en daarnaast werk ik nog altijd als arbeider in een schrijnwerkerij. Ik wil diversifiëren naar varkens. Maar geen integratie, ik blijf zelfstandige. Ik ga mijn dieren zelf kopen en het veevoeder ook. Ik wil graag een vrij man blijven."

Toch zorgen ook Gillets plannen voor onrust in La Roche en spanning tussen buren, wat geen pretje is in een gemeenschap van enkele honderden zielen. "Ik zie nochtans niet in waarom ik geen vergunning zou krijgen. De varkens komen op 800 meter van het laatste huis in de woonzone. En met de mest weet ik ook wel raad. Die geraak ik binnen de normen kwijt op mijn eigen grond en op die van mijn broer. En bij een buur kan ik nog eens rekenen op een reserve van vijf hectare. Ik wil zo weinig mogelijk mensen lastigvallen. Maar ik heb ook drie kinderen en we moeten allemaal eten."

Ook Gillet zegt dat niemand in Wallonië moet vrezen voor een Vlaams scenario. "Chez vous, c'était la folie. Ik ga akkoord met mijn dorpsgenoten dat we het niet zover moeten laten komen. Dat ze bang zijn voor geurhinder kan ik wel verstaan. Le porc, ça sent. Maar als je het goed onderhoudt, is een varken het properste beest dat er is."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234