Zaterdag 21/09/2019

Architectuur u de fascinerende wereld van Antoni Gaudí in de Kunsthal Rotterdam

Gaud�'s architectuur is alleen na te vertellen in metaforen voor de elementen aarde, vuur, lucht, water - vruchtwater dat onderhuids borrelt in een vochtige grot

Een droom van klei en vruchtwater

Wis de bouwsels van Gaudí weg uit het straatbeeld van Barcelona en driekwart van alle toeristen die vandaag naar de Catalaanse hoofdstad trekken, blijft thuis. Een eeuw na het hoogtij van het modernisme is de zotte architect in Rotterdam te gast, waar aan de hand van maquettes, schilderijen, originele bouwelementen, tekeningen en foto's zijn fascinerende wereld wordt verbeeld.

Rotterdam

Van onze medewerker

Eric Min

Misschien gaan alleen echt straffe, lichtjes belachelijke gebouwen deel uitmaken van ons toeristische onderbewuste: de Eiffeltoren, het Vrijheidsbeeld, Gehry's Guggenheim in Bilbao. En de kronkels die Antoni Placid Gaudí i Cornet (1852-1926) met gulle hand uitstrooide in de Eixample-wijk. Die reusachtige verkaveling in dambordpatroon zou Barcelona in de negentiende eeuw opstoten in de vaart der volkeren. De lokale burgerij wou ver kijken maar vooral gezien worden. Hectaren van het collectieve geheugen werden omgespit, straten getrokken, huizenblokken uit de grond gestampt. En tussen het neoklassieke geweld van kantoren en appartementen naar Parijs' model doken er constructies op die de boulevardpers gretig becommentarieerde. De karikaturisten hoefden niet lang op inspiratie te wachten, want de parodie die zij nooit hadden kunnen bedenken rees gewoon op van achter de schuttingen op de centrale Passeig de Gràcia.

Een vestiging van het filmbedrijf Pathé Frères, een fotograaf en talloze nieuwe neringen streken neer in de vitrine van het hippe Barcelona. Hier en daar liet een schatrijke industrieel als Battló het monotone patroon van de burgerwoningen breken door een gebouw als een statement neer te zetten. Ook vandaag, precies een eeuw later, is het huis dat Gaudí voor hem verbouwde de kers op de taart. Het citymanagement moet weinig moeite doen om het flatgebouw aan de buitenwacht verkocht te krijgen. De vesting wordt elke dag belegerd door horden toeristen met glimmende cameraatjes. Toen Gaudí nog leefde, verschenen er ook al honderden prentbriefkaarten van zijn bouwsels; cartoons staken de draak met de organische architectuur die zijn handelsmerk was geworden. De architect had ooit nog natuurwetenschappen gestudeerd en tijdens een religieuze crisis in 1894 veel te lang gevast; hij ontwikkelde een beeldentaal die we vandaag ronduit overspannen zouden noemen. Visionair dus.

Wie de hall van Casa Battló binnenstapt en de trap op loopt, komt in de buik van een draak terecht. Zijn ruggenwervels golven langs de traptreden naar boven, blauw-groene schubben zijn als pannen op het dak geschikt. Gaudí's architectuur is alleen na te vertellen in metaforen voor de elementen aarde, vuur, lucht, water - vruchtwater dat onderhuids borrelt in een vochtige grot. Schrijf alle woorden op die deze gebouwen typeren en je krijgt een cavalcade van tactiele begrippen. Druppels. Lava. Golven. Tentakels. Inktvis en kwal, zeester en schelp. Graat en grot. Bot. Bloemkelk en honingraat. Knoflookknol. Klei en confetti. Zuurtjes. Gelatine en plasticine. Muren van deeg, een raam als een opengesperde, geeuwende mond. Erosie en explosie. Gaudí's constructies zijn slagroomtaarten en peperkoeken huizekes, spookkastelen voor roofridders. Jules Verne en de onderzeese dromen die op de wereldtentoonstellingen werden nagebouwd waren niet meer veraf; in de peperdure burgerwoningen van zijn mecenassen boorde Gaudí patrijspoorten die niet zouden misstaan in het Aquarama op de aftandse Blankenbergse pier. Raamstijlen als knoken zadelden Battló's paleis op met de bijnaam la casa dels ossos, het knekelhuis.

De architect creëerde vloeibare vormen, soms zelfs Flintstones-achtig en smurfomorf, zoals de huisjes in het park Güell. Gaudí klemde een blok klei in zijn vuist en liet het resultaat als een deurklink in brons gieten. Hij drukte een werkman met zijn achterste in een lap leem en vond zo de perfecte vorm voor de zitting van een stoel, die vervolgens in hout werd gemaakt en ook nog handjes kreeg, en een kopje als een motief van Miró of een stripfiguur van Mariscal. Kijk naar de plafonds, naar de ramen die als rijpe camembert van de muren druipen, en herinner je de weke wijzerplaten van die andere halve gare Salvador Dalí. Die schreef in 1933 een bevlogen stuk over "de verschrikkelijke schoonheid van de modern style" in het surrealistische tijdschrift Minotaure. Als illustraties fungeerden foto's die Brassaï had gemaakt van Guimards Parijse metro-ingangen, en Man Rays opnamen van Gaudí's Barcelona. Op een boogscheut van de Kunsthal, in het museum Boijmans-Van Beuningen, hebben de samenstellers van het grote Dalí-retrospectief het bewuste nummer van Minotaure in een vitrine gelegd, tussen de lachspiegels en de oneirische excessen van een wonderlijk kabinet. De twee Catalanen lijken wel bondgenoten die de spektakelmaatschappij naar hun hand hebben gezet.

Zoveel barokke overdaad kreeg natuurlijk tegenwind. Voor de Weense theoreticus en ontwerper Adolf Loos was elk ornament niets minder dan een misdaad, en de al even rechtlijnige Theo van Doesburg verketterde Gaudí's werk als "een afschuwwekkend symptoom ener op de spits gedreven vorm-decadentie. Nooit heeft de architectuur een wanstaltiger product voortgebracht". Ook nu nog is het politiek correct om er lacherig over te doen. Met het serieuze bouwen heeft Gaudí's werk weinig te maken: het is architectuur voor 's zondags, loutere versiering en ontspanning, een sausje dat de smaken van het gerecht verbergt... Een ranzige fanaticus die een kathedraal wilde bouwen tot aan de hemel, als een toren van Babel, neem je toch niet ernstig? Klopt: de Sagrada Família, de werf die Gaudí in 1883 overnam en tot zijn tragische verkeersongeval zou dirigeren (hij kwam in 1926 onder een tram terecht en werd begraven in de crypte van de kerk waar hij zo lang had gewoond), is een voorbeeld van mateloze religieuze waan. Het gebouw werd na zijn dood verder aangelengd tot het delirium van steen dat we vandaag kunnen bezoeken; over vijftig jaar zou zelfs de geplande centrale toren er moeten staan. Mensen met een missie maken zelden sterke architectuur. Zullen we de Catalaan dan maar in het containerpark van de kunstgeschiedenis afleveren?

De werkelijkheid is, zoals steeds, iets genuanceerder. Wie wat langer rondloopt in Gaudí's huizen stelt vast dat er een methode schuilgaat in deze waanzin. Geen ornament is gratuit: de vrome bouwmeester haalde zijn motieven uit Gods natuur, waar elke vorm een zin had. Het dak van Casa Battló vertelt het verhaal van Sint-Joris en de draak, met schubben en de schouderstukken van een harnas; het kruis op de toren is een opengebarsten vrucht, en onder de paraboolbogen op zolder wanen we ons in de borstkas van een walvis. De trap in de Sagrada Família lijkt een nautilusschelp. De zuilen onder de beroemde slingerende bank van leerling Jujol in het park Güell staan scheef omdat ze dan meer druk kunnen verdragen.

Gaudí berekende de lijnen van zijn gewelven door hangmodellen met kettingen en gewichtjes te construeren, de zwaartekracht zijn werk te laten doen, alles om te keren en in het groot na te bouwen. Maar de expositie in Rotterdam geeft aan dat de excentrieke kerel niet uit de lucht kwam vallen. Hij haalde zijn inspiratie ook uit boeken over Mexico of uit experimenten van Simon Stevin. Eminente collega-modernisten als Domènech i Montaner en Puig i Cadafalch hadden de andere gebouwen van het beruchte huizenblok rond Casa Battló, de 'Twistappel van de boulevard', neergezet. Horta, Van de Velde en talloze Europese architecten volgden de zweepslaglijn van het moderne. In Spanje was de nieuwe stijl echter geen uithangbord voor linkse vrijdenkers. Opdrachtgevers als Güell en Battló bestelden huiskapellen, kruisbeelden en altaren bij de bouwmeester die het licht had gezien. De G van Gaudí staat ook voor God, gebod en genesis. Zijn Barcelona is geen g-plek maar een gestoorde, gespleten Mariagrot.

Tot 18 september in de Kunsthal Rotterdam, Museumpark. Open van dinsdag tot zaterdag van 10 tot 17 uur, op zon- en feestdagen vanaf 11 uur. Inkom 8,5 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234