Vrijdag 27/01/2023

'Architectuur is geen kunst'

'Ik weet niet wat architectuur is.' En: 'Bouwen is het maken van intelligente ruïnes.' Gevleugelde uitspraken van monstre sacré b0b Van Reeth. De Antwerpse architect en eerste Vlaams Bouwmeester is 70 geworden. Bozar zet een overzicht van zijn carrière op. 'Ik blijf werken. Ik kan niets anders, ik heb geen hobby. Bouwen is de schoonste stiel ter wereld.'

Zeventig. Wat betekent dat?

b0b Van Reeth: "Verjaardagen interesseren me niet, maar het is wel anders dan zestig. Voor de rest voel ik daar niets van en blijf ik werken, als inspirator in ons bureau. Ik kan niets anders, ik heb ook geen hobby. Twee à drie dagen per week ben ik hier in ons kantoor in Antwerpen. Ik schets en ik teken. Ik kan niet zo goed tekenen, Le Corbusier kon dat ook niet, maar je moet wel een idee op papier kunnen vastleggen.

"Vaak zit ik in Frankrijk. Daar heb ik de eerste schets van het Holocaust Museum gemaakt. Ik heb ook een huisje in Den Haan. Daarvoor heb ik meteen een tekentafel gekocht, zodat ik daar kan werken. Met de computer kan ik niet tekenen. Dat is ook niet nodig: het heeft veel nadelen, maar dat zal wel oudemannenpraat zijn. (lacht) In een computer wordt alles opgeslagen: als je iets nodig hebt, haalt hij dat zo op. Hup, daar hebben we een raam zoals we dat ooit al eens ergens hebben gemaakt. Kijk, daar kan ik niet tegen: het moet telkens opnieuw gezocht worden."

Je hebt ooit gezegd dat architectuur een zoektocht is.

"Ja, dat zoeken is ook de band tussen architectuur en kunst. Kunst is voor mij altijd zeer belangrijk geweest, waardoor ik ook het onderscheid kan maken: architectuur is geen kunst. Het is wel prettig om dingen te bouwen die op de een of andere manier zin geven aan ons wonen. Waarom zou ik anders architect zijn? Architectuur is existentieel, hè. Wonen ook. De basisopdracht van de architect is plekken maken om te wonen. En de stad structureren."

Maar moet architectuur mooi zijn?

"Ja, je wil het toch goed doen. Men heeft het vaak over duurzaamheid. In stedenbouw en architectuur zijn er vijf lagen: eerst is er de stedenbouwkundige footprint, de straten en de pleinen, die is zo goed als eeuwig. De tweede laag zijn de gebouwen, de structuur, en de gevels. Ik heb ooit geroepen dat die vierhonderd jaar moeten meegaan. Steden verkopen zich vaak met eeuwenoude gebouwen, die al x aantal keer van gebruik zijn veranderd. Intelligente ruïnes, dus. Dan kom je bij de installaties: dertig jaar. De indeling van gebouwen: vijftien jaar. Afwerking: vijf jaar. Die laatste drie niveaus worden meegesleurd als architectuur en zijn plezant om te doen. Maar wat cultureel duurzaam is, zijn de eerste twee lagen, daar moet een architect mee bezig zijn. Bij de laatste laag, de afwerking, hoort de decoratie. Ik trek die decoratie mee op tot vierhonderd jaar, anders wordt het brocanterie."

Is de zweepslagstijl van Horta niet pure decoratie?

"Brunelleschi heeft ooit gezegd: 'Een architect die niet voor de eeuwigheid werkt, weet niet waarmee hij bezig is.' In de Dom van Firenze zijn er dingen die decoratief zijn, maar die decoratie maakt deel uit van het geheel. Is Horta decoratie? Nee. Horta heeft het grondplan van het burgerlijke huis veranderd. Wonen is bij hem een wandeling. Zijn gebogen lijnen zijn ondersteunend en maken daar deel van uit. Hij is ook geëvolueerd: het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel heeft hij helemaal anders aangepakt, maar ook dat is goede architectuur."

Wat onderscheidt de goede architect van de spectakelarchitect?

"Als je te veel of uitsluitend bezig bent met vorm, en je ziet vorm als een probleem, wordt het bijzonder moeilijk. Als je zoekt en niet weet waar je gaat uitkomen, dan heb je kans dat je iets maakt dat zal blijven bestaan en op velerlei manieren zal worden gebruikt. Dat zie ik als mijn opdracht."

Wie zijn jouw inspiratiebronnen geweest?

"Mijn echte inspiratie is Bob Dylan. (lacht) 'Don't follow leaders, watch the parking meters.' Dat ik alles over architectuur van Dylan heb geleerd, is natuurlijk niet waar. Maar toen ik studeerde, was hij heel belangrijk. Hij stond voor de veranderende geest. Als we het echt over architecten hebben, dan zijn er een paar: Brunelleschi, Bramante, in minder mate Le Corbusier. Rudolf Schindler is de architect van een warm, humaan modernisme. Toen ik dat voor de eerste keer zag, ging de wereld voor mij open, dat was anders dan wat wij hier kenden. Ook Adolf Loos is belangrijk geweest."

In welke zin?

"Hun werk is intrigerend. Hun omgang met ruimte en materiaal. En hoe ze verrassen, soms door heel eenvoudige dingen."

Waarom is Le Corbusier minder belangrijk?

"Le Corbusier en zijn volgelingen wilden met de architectuur de maatschappij socialiseren. Ze dachten dat betere architectuur ook betere mensen zou maken. Dat is niet alleen heel pretentieus, het is ook een grote illusie gebleken. Architectuur maakt de wereld niet beter en maakt onze verstandhouding niet beter. Wel belangrijk is de manier waarop we met de openbare ruimte omgaan. Maar daar kan architectuur niet zoveel aan doen. Als architecten kunnen wij er de verantwoordelijken alleen op wijzen dat die openbare ruimte er moet zijn: die is collectief.

"Het modernisme heeft de stad niet begrepen. Zelfs Renaat Braem vond de stad vies, vuil, chaotisch en wou ze zelfs afbreken. Het is straf dat hij zich dan wel verzet heeft tegen de plannen om in Antwerpen de Cogels Osylei af te breken. Dank zij hem is dat niet doorgegaan. Maar het modernisme heeft één groot tekort: het negeert de stad door aparte, losse gebouwen te ontwerpen die dan nog ver van elkaar moeten staan omdat ze schaduw werpen, terwijl de essentie van de stad wordt gemaakt door bouwblokken met een voor- en achterkant. In de gebouwen van de modernisten heeft men alleen maar voorkanten. Nu, men bouwt nog altijd zo. Ik ben jaren supervisor van de Zuidas in Amsterdam geweest en daar wil men ook nog altijd torens bouwen.

"Wij bouwen zelf een toren, op Spoor Noord: de Lichttoren, 75 meter hoog. Stedenbouwkundig vind ik die kop van Spoor Noord geen goed plan. Als je torens wil bouwen, moet je dat doen zoals de Boerentoren. Dat klinkt chauvinistisch, maar dat is een stedenbouwkundige analyse. De Boerentoren is een bouwblok, waar stilletjesaan een toren uit groeit. Die plint onderaan is belangrijk.

"Pas op, ik pleit voor hoogbouw, hè. Maar datgene wat op de begane grond gebeurt, moet schatplichtig zijn aan de stad in plaats van telkens weer open ruimte te maken rond die hoogbouw. Een prachtig voorbeeld is de Torre Velasca in Milaan: die staat in een bouwblok."

Je hebt met het Holocaust Museum in Mechelen je eerste museum gebouwd. Is dat anders?

"Ja, in de zin dat het gebouw een andere rol in de stad speelt. Architectuur is het mooist als er geen ramen in hoeven. Romaanse architectuur is mooi omdat ze zo monolitisch is. In Mechelen kon ik zo'n monoliet bouwen. Binnenin kon ik dan grote gestes maken met hoge ruimtes, hoger dan in een woning. Ook in die zin is het verschillend.

"Als je een woning bouwt in de stad, ga je ervoor zorgen dat het gelijkvloers communicatief is. Een stad is een plek waar goederen en ideeën uitgewisseld worden: dat gebeurt in de publieke ruimte, maar ook in de marge die aan die publieke ruimte grenst, winkels en dergelijke. In het Holocaust Museum wou ik dat niet doen. Ik wou er geen kijkkast van maken. Maar ik wou wel een gebaar stellen, iets dat met veel distinctie met de Holocaust probeert om te gaan."

Er is qua vorm geen groter verschil mogelijk tussen het Holocaust Museum van b0b Van Reeth en het Joods Museum van Daniel Liebeskind in Berlijn.

"Liebeskind is een intellectualist, zijn architectuur is dwingend. Ik wilde met mijn architectuur geen scenografie maken, wel een gebouw dat de bereidheid heeft een museum te worden.

"Het heeft een andere betekenis dan een woongebouw. Steden bestaan uit een positieve banaliteit: straten, pleinen en woningen, maar de identiteit van een stad wordt gemaakt door publieke ruimten en publieke gebouwen, waar we allemaal iets mee hebben: denk aan het stadhuis, de kerk, het voetbalterrein. Dat mogen iconen zijn. Maar het is de ziekte van deze tijd dat alles een icoon moet zijn: elke bank, elke woning moet tegenwoordig een icoon zijn. Je heb een icoon nodig, af en toe. Zo'n plek zoals wij ze in Mechelen kregen, daar moet je iets mee doen. Daar moet je een gebaar stellen, want het gaat om een historische plek in de stad."

Je maakt een redelijk stil gebaar.

"Ja, met respect. Wat voor toeren haalt men niet uit om toch maar speciaal te zijn? Dat is verschrikkelijk. Je rijdt door Nederland en je ziet overspanningen die niets betekenen, maar die allemaal wel ver moeten uitsteken."

Hoe kijk je terug op je bouwmeesterschap?

"Het is toenmalig minister Wivina De Meester geweest die zag dat we qua architectuur in Vlaanderen niet goed bezig waren. Ze is te rade gegaan bij de Rijksbouwmeester in Nederland. Hoewel de Vlaams Bouwmeester bedacht was om de initiatieven van de Vlaamse Gemeenschap te begeleiden en te doen kenteren, zijn ook de lagere overheden op mij een beroep beginnen doen. Die steden en gemeenten bouwen veel, het resultaat was dus heel zichtbaar: bibliotheek, cultureel centrum, politiecommissariaat... Zo is de Open Oproep ontstaan. Ik heb altijd geprobeerd minstens één buitenlandse en één jonge architect in de uiteindelijke selectie van vijf op te nemen.

"De Bouwmeester heeft veel betekend voor Vlaanderen en betekent nog altijd veel. De Nederlanders zijn nu jaloers op onze manier van werken. Maar de bouw in Nederland zit nu in een veel grotere crisis dan in België, doordat hypotheken er niet fiscaal aftrekbaar zijn. Daardoor ligt alles er op zijn gat."

Stedelijkheid is belangrijk, maar Vlaanderen blijft een halfslachtige houding aannemen.

"Je moet stoppen met verkavelen. We zijn de resterende ruimte fameus naar de knoppen aan het helpen. Ik hoop dat men zich stilaan realiseert hoeveel het kost om ver van de stad te wonen en in de file te staan. We hebben villawijken genoeg, daar staat ook heel veel leeg. We verkavelen ons kapot.

"Zie wat AG Vespa doet (Antwerps autonoom gemeentebedrijf voor vastgoed- en stadsprojecten, ER). Ze doen aan architecturale acupunctuur: kleine ingrepen, huizen opknappen en laten bouwen door nieuwe jonge architecten, waardoor een straat en een wijk wordt opgewaardeerd. Het gaat altijd om die financiële waarde natuurlijk, en dat is ook niet verkeerd, maar ja... Kijk naar Klapdorp, een cruciale verbinding tussen de binnenstad en de Paardenmarkt. Die straat is kapotgemaakt door de Russen toen die op het Falconplein zaten. Als je slim bent, koop je nu zo'n straat op. Toen we Huis Van Roosmalen gebouwd hebben, had ik de hele Scheldekaai moeten opkopen. Die was toen verkommerd. Ik zou nu schatrijk zijn. (lacht)"

Daar heb je een groot gebaar gesteld.

"Ja, eigenlijk mag architectuur dat niet doen, dat moet de politiek doen. Zeker met een woning mag je zo'n gebaar niet stellen. Maar daar is het gelukt. En dat heeft Bilbao ons nagedaan. (lacht uitbundig) Jaja, dat was vóór het Guggenheim, ik heb Huis Van Roosmalen gebouwd in 1985."

In 1990 wou je bruggen maken over de Schelde.

"Dat moeten we doen. In Zuid en Noord, op de Bolivarplaats en het Eilandje, zo maak je de Singel rond en maak je van Linkeroever meer stad. Een stad aan een rivier, zonder brug? Dat begrijp je toch niet!"

Wat is, als je terugkijkt op 45 jaar praktijk, je favoriete project?

"Dat heb ik niet. Het laatste zeker? Door het bouwen ben ik geestelijk zoveel rijker geworden. Ik ben trots op het Holocaust Museum en op de abdij in Westvleteren. Het lopende project in Wetteren is er ook zo een. Daarvoor heb ik alleen maar een schets gemaakt, waarbij ik het niveau van de markt doortrek tot aan de Schelde. Daar komt een brug.

"Ik ben altijd de oudste geweest in het bureau, dat ben ik helaas nog altijd (lacht), maar dat wil ook zeggen dat ik een dominant manneke ben. Er is wel veel veranderd toen ik zes jaar Bouwmeester was. Toen zijn mijn vennoten veel onafhankelijker gaan werken en dat is heel goed geweest voor het bureau."

Ben je na al die jaren wijzer geworden?

"Nee. De dementie is er nog niet, maar echt wijzer ben ik ook niet. Ik weet nog altijd niet wat architectuur is. Nu kan ik er rustiger over schrijven. Het is zoals met het bouwen zelf: je kunt het eenvoudiger maken omdat je de complexiteit ervan snapt.

"Een gebouw moet een genereuze bereidheid hebben, de bereidheid om gebruikt te worden. Goede gebouwen zijn eenvoudig, duurzaam en discreet en, om het met de filosoof Kant te zeggen, doelmatig zonder doel. Die uitspraak kende ik dertig jaar geleden niet, intussen heb ik gelijkgestemden gevonden."

De tentoonstelling b0b Van Reeth Architect loopt van 13 juni tot 8 september in Bozar, Brussel. www.bozar.be en www.awg.be

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234