Maandag 29/11/2021

Architecten tekenen de toekomst van Brussel uit

Hoe zal de uit zijn voegen barstende metropool Brussel er in 2040 uitzien? Drie stedenbouwkundige teams lieten hun licht schijnen over deze kwestie. Bozar presenteert hun denkwerk in een prikkelende expo.

Het Brussels Gewest is de economische motor van België. Toch worstelt de stadstaat met veel problemen en tegenstellingen. Er heerst veel armoede en werkloosheid, ondanks de vele arbeidsplaatsen. De populatie groeit sterk maar de woningvoorraad volgt niet. En ga zo maar door. Tijd dus voor een update van het oude Gewestelijk Ontwikkelingsplan. Het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO) moet een toekomstvisie voor Brussel tot 2040 bieden.

De deelnemende teams zijn internationaal van samenstelling. KCAP heeft Rotterdam als thuisbasis. Studio 012 wordt geleid door de Italianen Paola Vigano en Bernardo Secchi. Beide teams werken samen met specialisten op het gebied van verkeer, economie, ... Enkel 51N4E is een Brussels bureau (Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen is er lid van), maar werkt dan weer vooral in het buitenland. Het treedt hier aan samen met Bas Smets en het Franse stedenbouwkundige bureau AUC. Alle bureaus kennen het terrein zeer goed.

Het Brussels Gewest maakt van deze onderzoeksopdracht een niet mis te verstaan statement. Het vroeg de teams om ook het hinterland van Brussel in de studie te betrekken. Dat wordt hier omschreven als de 'GEN-zone', een verwijzing naar het Gewestelijk Expressnet, dat ooit een snelle verbinding moet verzorgen tussen Brussel en steden als Aalst, Mechelen en Leuven in Vlaanderen en Nijvel of Waver in Wallonië. Zo onderlijnt het Gewest de en vervlechting tussen de hoofdstad en dat hinterland, die wel tot samenwerking dwingt.

Tot op zekere hoogte lopen de ideeën van de drie teams parallel, en zijn ze evident. Zelfs als je weinig kaas gegeten hebt van stedenbouw begrijp je dat mobiliteit in Brussel een nijpend probleem is. Duidelijk is ook de grote vraag naar kwalitatieve huisvesting en betere voorzieningen. Elk team onderkent ook dat het kanaal, de oude industriële as die van zuid naar noord door de stad loopt, een problematische breuklijn is.

Daar houden de gelijkenissen echter op. Het project Herover de stad van KCAP is het minst boeiende. Met de remedies die het voorstelt, is weinig mis. Verdichting, verbetering van kwaliteit, versterken van de identiteit, meer groen of duurzame mobiliteit: je kunt er niet tegen zijn. Hun 'topologie van complementaire centraliteiten' -versta: leg niet al je eieren in de mand van één centrum - is waardevol. Toch blijf je op je honger zitten. Hun aanpak zou net zo goed voor Antwerpen of Gent kunnen gelden.

Kleine metropool Wereldmetropool van 51N4E is uitdagender én specifieker. Zij merken op dat Brussel het centrum is van een grootstedelijk gebied dat zich uitstrekt tussen Lille, Amsterdam en Keulen. Tegelijk biedt de stad binnen zijn grenzen een grote diversiteit. Die dubbele schaal, de heel grote en de heel kleine, beschouwen zij voortdurend samen. Dat gaat in tegen de Brusselse gewoonte om buurtontwikkeling los te zien van grote strategische projecten. Al even 'on-Brussels' is hun oproep om, in het spoor van Leopold II, meer stedenbouwkundige durf aan de dag te leggen. Waarom geen reusachtig 'Europaplein' aanleggen rond de slachthuizen van Anderlecht, zodat die plek een nieuwe dynamiek krijgt?

Het meest intrigerende idee komt uit de hoek van landschapsarchitect Bas Smets. Zijn 'Grootstedelijke geografische elementen' ontwikkelen de stroombekkens en overstromingsgebieden van de Brusselse rivieren tot continue groene ruimtes. Veel inspanning is daarvoor niet nodig: je moet het alleen zien.

Stadstuintjes

De meest subtiele lezing van Brussel bieden Secchi en Vigano. Je merkt aan alles dat ze van de stad houden. Hun centrale stelling is: in 2040 moet Brussel een NO-CAR-CITY worden. Zo komt er een zee van ruimte vrij, die nu bezet wordt door wie zich een wagen kan veroorloven. Een instrument van sociale rechtvaardigheid dus, maar ook een quantumsprong qua leefbaarheid en duurzaamheid. Dat wordt mogelijk door een dicht netwerk van openbaar vervoer over de stad te leggen en voorzieningen op gelijkwaardige manier te spreiden.

Anderzijds hebben zij, net als Bas Smets, oog voor de kansen die de natuurlijke geografie biedt. Ze onderkennen de enorme kwaliteit van de vele vergezichten die de stad op onverwachte plaatsen biedt door de afwisseling van valleien en heuvels. Maar zij gaan nog verder: ze onderzochten waar op quasi evidente wijze volkstuinen en grote sociale voorzieningen mogelijk zijn.

Die subtiliteit heeft een keerzijde: Secchi en Vigano krijgen hun verhaal op de kleine ruimte waarover ze beschikken niet verteld. Om het hele verhaal te vatten, moet je naar de catalogus grijpen. Die is overigens ook voor de andere projecten een nuttige aanvulling op de tentoonstelling.

Leven in Brussel in 2040, tot en met 15 april in Bozar, Brussel. Gratis toegang. Catalogus 14,9 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234