Zondag 17/10/2021

In memoriam

Architect Constance Adams, de vrouw die huizen maakte voor op Mars

Constance Adams ­ondervindt aan den lijve hoe haar klanten zich gaan voelen.  Beeld rv
Constance Adams ­ondervindt aan den lijve hoe haar klanten zich gaan voelen.Beeld rv

Als architecte ontwierp ze wolken­krabbers, tot ze gebeten werd door iets wat nog veel hoger kon. Na een bezoek aan het Johnson Space Center in Houston stortte Constance Adams zich op de bouw van verblijven voor ruimtereizigers.

Haar moeder was schrijfster en champagnekenner, haar vader hoogleraar in de middel­eeuwse geschiedenis. “Hoe kon ik weerstaan aan de lok­roep van de toekomst”, vroeg ze zich af, “als dochter van een historicus?”

Dat ze eigenlijk van Mars kwam, zei ze ook graag, en alleen maar een manier zocht om weer thuis te geraken. Haar eerste tastbare ontwerp was de Bio-Plex, geen wasmiddel maar een stulp waarin zes mensen op Mars konden schuilen. Het was een hele stap, voor iemand die haar thesis aan Le Corbusier gewijd had.

Al vlug volgde de ­TransHab, een opblaasbare woon­module van drie verdiepingen die aan een ruimte­station vastgemaakt kan worden om de astronauten extra ruimte te bieden. Het wooncomfort vergeleek ze met een ­shotgun shack, het soort smalle houten huisje waar een kogel dwars doorheen vliegt als alle deuren zijn geopend. Adams: “Tegelijk is het het meest ­ontzagwekkende ingenieurs­project dat ooit werd ondernomen. Toen ik hieraan begon, wist ik dat ik mij nooit meer zou vervelen. Er komen zoveel dingen bij kijken.”

Zoals de afwezigheid van zwaarte­kracht, waarvan ze de gevolgen plastisch illustreerde: “Je wilt geen experimenten uitvoeren naast iemand op een loopband. Vergeet niet dat zweet zweeft in een toestand van micro­graviteit. Dat is niet erg smakelijk.”

Van de TransHab werd een prototype gebouwd, maar het project kreeg niet het vereiste budget om het daadwerkelijk in de ruimte te kunnen ontvouwen. Dat ergerde Constance: “Een natie die haar grote projecten laat ­slabakken, kan onmogelijk toonaan­gevend blijven. We raken nooit op Mars als we zo blijven aanmodderen.”

Op haar best was ze als ze kon gaan spreken voor scholen. Ze bloeide op in de aanwezigheid van kinderen en zei dat ze zichzelf nog altijd een kind voelde dat alles wou ontdekken. Ze liet dan een foto zien van een ruimte­station. “Daar heb ik een stukje van gemaakt”, glunderde ze. “Je kunt je niet voorstellen hoe het voelt als je dat tuig dan voorbij de zon ziet glijden.”

Ze was verrukt van de ruimte, maar haar eigen planeet vond ze nog altijd de mooiste. Tegen het einde van haar leven, toen er al darmkanker geconstateerd was, werd ze teerhartig over de toekomst van de aarde. “Daar sta ik dan in de supermarkt, met mijn dochter die tonijn wil. Daar staan we dan voor een muur van tonijn, ingeblikt in metaal dat niet eens gerecycleerd wordt. En dan komen de tranen, tot onthutsing van de andere klanten.”

Ze werd amper 53 en zei aan haar dochter dat ze pinda­kaas moest leren eten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234