Zaterdag 06/03/2021

Arbeiders in Bangladesh woest over fabrieksramp

Duizenden textielarbeiders hebben gisteren de gebouwen van de Bengaalse Vereniging voor Confectie en Export bestormd, met de eis dat alle ateliers in het land worden gesloten en de bazen ervan bestraft. Dinsdag stortte een gebouw in dat vijf ateliers huisvestte. Meer dan 250 doden zijn geborgen, vele honderden mensen blijven vermist.

De reddingswerkers in Savar, op 30 kilometer van Dhaka, hebben sinds de ineenstorting van het acht verdiepingen tellende Rana Plaza woensdag de klok rond gewerkt, onder het toeziende oog van tienduizenden wanhopige verwanten van vermisten. 26 uur na de ramp waren nog 24 mensen levend van onder het puin gehaald. Wellicht zitten nog een aantal overlevenden vast tussen het puin. Maar, stelde het hoofd van het reddingsteam: "We beginnen nu de hoop te verliezen". Zo'n 250 lijken zijn geborgen, duizend anderen zijn naar alle omliggende ziekenhuizen gebracht en studenten zijn massaal opgetrommeld om bloed te doneren. Algemeen wordt gevreesd dat de rest van de 3.166 arbeiders die aanwezig waren op het moment van de instorting, niet meer in leven zijn. Tienduizenden verwanten van de vermisten zoeken op de plaats van de ramp naar hun geliefden.

De woede van de textielarbeiders was gisteren dan ook groot. Immers de tragedie van Rana Plaza is geenszins de eerste die Bangladesh treft. Op 24 november vonden 112 arbeiders de dood bij een brand in een confectie-atelier. Na de ramp kwamen er beloftes op beterschap, maar in de praktijk gebeurde er heel weinig. Bangladesh is na China de grootste confectiefabriek van de wereld. De confectiesector is de belangrijkste bron van buitenlandse deviezen voor het land, goed voor 20 miljard op jaarbasis en haast één vijfde van de totale economie.Bovendien is er een al te hechte relatie tussen de politieke en economische elite: een parlementariër op de zes is zelf confectiemagnaat.

Dat verklaart waarom een grote massa arbeiders gisteren het pand bestormde van de Bengaalse Vereniging voor Confectie en Export (BGMEA). Deze overkoepelende instantie verenigt zo'n 5.000 ateliereigenaren, die samen 3,6 miljoen mensen tewerkstellen. 80 procent van hen zijn vrouwen, in hoofdzaak rurale migranten. Ze verdienen een schamele 30 euro per maand met een achturige werkdag en weten dat te verhogen tot 45 à 50 euro, als ze zes of zeven dagen per week tien tot elf uren werken.

Ondermaats materiaal

BGMEA-president Mohammad Atiqul Islam zei gisteren dat hij persoonlijk opdracht had gegeven tot sluiting van de ateliers dinsdag, na de melding dat het gebouw scheuren vertoonde. Ook het hoofd van de industriële politie, Mostafizur Rahman, zei gisteren dat zijn departement duidelijk opdracht had gegeven om het hele complex voor onbepaalde tijd te ontruimen. Alleen de in het gebouw gevestigde bank gaf daar gevolg aan.

De arbeiders kregen dinsdag zelf wel een dag vrijaf, maar woensdag werden ze gedwongen opnieuw te gaan werken. Een uur na de werkhervatting kwam de fatale klap. De atelier-eigenaars beweren dat zij het fiat hadden gekregen van de eigenaar van Rana Plaza, die hen had verzekerd dat alles nu in orde was. Deze Sohel Rana moet nu samen met de eigenaren van de confectiebedrijven voor het Hooggerechtshof verschijnen op 30 april, teneinde verantwoording af te leggen voor de tragedie. Tegen Rana is ook al door twee mensen een officiële aanklacht ingediend, wegens het gebruik van ondermaats bouwmateriaal bij het optrekken van het complex.

Gisteren werd een dag van nationale rouw afgekondigd in Bangladesh. Ook werd een vijfkoppig onderzoeksteam gevormd door de overheid, waarin ondermeer de viceminister van Binnenlandse Zaken en het hoofd van politie zetelen. Het team moet binnen de zeven dagen verslag uitbrengen. Het hoort uit te zoeken of de overheid in gebreke is gebleven, hoeveel slachtoffers er precies vielen en waarom het gebouw instortte.

De Internationale Confederatie van Vakbonden, die wereldwijd 175 miljoen arbeiders vertegenwoordigt, reageerde gisteren bij monde van haar algemeen secretaris, Sharan Burrow, vernietigend op het drama. "Zowel de Bengaalse overheid als de confectiesector zelf moeten dringend op hun verantwoordelijkheden worden gewezen. Zowel de nationale overheden in het Westen als de Internationale Arbeidsorganisatie ILO moeten de druk substantieel opvoeren. Uiteindelijk kost het niet meer dan een paar cent of hooguit één dollar om aan de miljoenen vrouwen in deze ateliers betere werkomstandigheden en een acceptabel loon te garanderen", zei Burrow. "De loonkost in de prijs van bijvoorbeeld een T-shirt bedraagt immers niet meer dan 5 procent."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234