Woensdag 20/11/2019

cambodja

Arbeiders die Angkor-tempels in Cambodja restaureren worden uitgeknepen

Het tempelcomplex Angkor Wat, het grootste religieuze monument ter wereld, met een oppervlakte van 162,6 hectare. Beeld Thinkstock

De restauratie van het Angkor-complex in Cambodja is een prestigieus internationaal project, maar de arbeiders hebben weinig rechten en worden onderbetaald.

De eeuwenoude Ta Keo-tempel torent hoog boven het bladerdek uit. Toeristen met bezwete voorhoofden klimmen naar boven, boeddhistische monniken maken selfies bij de ingang. In de schaduw van de tempel zit Meang Morn (36) uit te rusten. Hij werkt mee aan de restauratie van het bouwwerk, dat onderdeel is van Angkor, het wereldberoemde complex van tempels en ruïnes in Cambodja dat jaarlijks meer dan twee miljoen toeristen trekt.

Morn vervangt de rotsblokken, waarmee de Ta Keo-tempel duizend jaar geleden werd gebouwd. Hij verdient zes Amerikaanse dollars per dag, veel te weinig om fatsoenlijk te kunnen leven. "Mijn salaris is net genoeg om van rond te komen", verzucht hij. "Maar ik kan geen cent sparen. Toen ik een scooter nodig had om naar mijn werk te gaan, moest ik geld lenen. Ik heb twee kinderen van drie en een jaar oud. Als die straks naar school moeten heb ik geen idee hoe ik daarvoor ga betalen."

Morn is beslist niet de enige. Bij de restauratie van Angkor, die grotendeels gebeurt met financiële steun uit het buitenland, zijn honderden Cambodjanen betrokken. Veel van hen zijn bouwvakkers die onder slechte omstandigheden aan het werk worden gezet.

Bij sommige projecten verdienen de arbeiders tussen de 150 en 300 dollar per maand, in Cambodja een acceptabel salaris. Maar bij andere liggen de verdiensten stukken lager en worden arbeidsrechten met voeten getreden. Veel arbeiders staan onverzekerd op de steiger, worden geïntimideerd en hebben geen arbeidscontract. Het aansluiten bij een vakbond kan reden zijn voor ontslag.

Naast Ta Keo ligt de Ta Prohm-tempel, waar bomen tussen de eeuwenoude stenen doorgroeien. Am Keout staat bij de uitgang met een tuk-tuk te wachten op klanten. De 34-jarige Cambodjaan werkte tot voor kort mee aan de conservatie van Ta Prohm. "Als architect verdiende ik er 150 dollar per maand", vertelt hij. "Maar de gewone arbeider kreeg slechts vier dollar per dag."

Arbeiders klaagden geregeld over het lage loon, zegt Keout. In verzet gaan had echter weinig zin. "Vroeger was er een vakbond die opkwam voor de arbeiders, maar die kreeg onenigheid met het management. Nu is het verboden vakbondslid te zijn. Als je klaagt, zegt de manager domweg: als je het niet wil, ga je maar weg."

Onderbetaling en slechte arbeidsomstandigheden zijn veel voorkomende klachten bij Angkor, vertelt Khun Tharo, expert bij de hulporganisatie Solidarity Center, die strijdt voor betere arbeidsomstandigheden. Omdat er geen minimumlonen gelden, zijn arbeiders afhankelijk van afspraken tussen de overheidsorganisatie Apsara - die het dagelijks beheer van Angkor verzorgt - en het land dat de restauratie van een tempel financiert.

"De omstandigheden verschillen. Maar wat je vaak ziet is dat er wel een beleid wordt gemaakt om een tempel te restaureren, maar dat er niet wordt gedacht aan de rechten van de arbeider die dat werk moet doen."

Apsara werkt samen met Unesco, dat Angkor sinds 1992 tot het Werelderfgoed rekent. Maar de Cambodjaanse vestiging van Unesco zegt niets af te weten van slechte werkomstandigheden of lage lonen, en wijst erop dat er 39 teams en achttien landen betrokken zijn bij de restauratie.

Slechts één project wordt door Unesco zelf gecoördineerd, aldus Philippe Delanghe van de culturele organisatie van de VN. Wie dan wel verantwoordelijk is voor de arbeidsomstandigheden? In elk geval niet Unesco, zegt Delanghe. "Het is de verantwoordelijkheid van de regering, en natuurlijk van het land waarmee een bilaterale overeenkomst is gesloten."

Tot nu toe heeft de regering geen aanstalten gemaakt om de positie van de arbeiders te verbeteren, en dat dat in de nabije toekomst gebeurt lijkt onwaarschijnlijk. Apsara is niet bereikbaar voor commentaar.

Bij de Ta Keo-tempel realiseert Meang Morn zich dat er voorlopig weinig anders op zit dan zijn inkomsten op andere manieren aan te vullen. Maar ook dat valt niet mee. "Ik probeer wat bij te verdienen met het fokken van varkens", vertelt hij. "Echt goed gaat dat niet. Eén van hen werd onlangs ziek en is overleden."

Siem Reap blijft arm ondanks recordinkomsten

Met jaarlijks ruim twee miljoen bezoekers en een recentelijk fors verhoogde entreeprijs verwacht Cambodja dit jaar voor het eerst meer dan 100 miljoen dollar aan entreegeld op te halen voor bezichtiging van het Angkor-complex. Desondanks is Siem Reap, waar de Angkor-tempels staan, een van Cambodja's armste provincies.

Van elke entreeticket, 37 dollar per dag per bezoeker, gaat 2 dollar naar een lokaal kinderziekenhuis, maar verder komt er nauwelijks iets bij de bevolking terecht. Bovendien speelt op de achtergrond mogelijk ook grootscheepse corruptie. Afgelopen mei riep de oppositie op tot onderzoek naar de verduistering van tientallen miljoenen dollars aan restauratiegeld. Maar de overheidsorganisatie Apsara, die verantwoordelijk is voor de tempels, ontkent dat er corruptie is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234