Maandag 24/02/2020

Apologie voor een stadshal

Bob Van Reeth en andere experts zijn het erover eens: de stadshal in Gent is 'Europese top'. Toch opent het gebouw zaterdag onder luid protest.

Het ziet eruit als een opgetilde schuur en voelt aan als een eenentwintigste-eeuwse lakenhal. En dat was ook de bedoeling. De nieuwe stadshal op het Gentse Emile Braunplein van de architecten Robbrecht & Daem en Marie-José Van Hee moet een nieuw baken worden in de Arteveldestad. Een plek ook waar de Gentenaars elkaar vinden en evenementen plaatsvinden. Of, zoals het op de website van de stad Gent heet: "de feestlocatie van de toekomst".

De stadshal, een stalen constructie bedekt met hout, is 40 meter hoog en 15 meter breed, steunt op 4 betonnen sokkels en heeft 2 spitse daken en een betonnen klokkentoren met Klokke Roeland. Eronder: een fietsenstalling, sanitair en artiestenruimtes. Half ondergronds: een grand café dat uitgeeft op een lagergelegen park. "Een schrijn op hoge poten", noemde architect Paul Robbrecht zijn stadshal eerder. Of nog: "een abstracte schuur".

Alleen: de Gentenaars, die koppige stroppendragers, willen niet mee. Protestformaties met dramatische namen als 'Gent bleit' en 'Gent rouwt' en facebookgroepen als 'De Gentse stadshal is een gedrocht' werden in het leven geroepen, en de politiek - N-VA op kop - was er als de kippen bij om het gebouw te demoniseren. "Fantastisch toch dat architectuur zulke hevige emoties kan oproepen?", reageert architect Bob Van Reeth, de eerste Vlaamse bouwmeester, laconiek. "Dat kan alleen een goed teken zijn."

Fout rechtgezet

Volgens Hilde Heynen, professor architectuurtheorie aan de KULeuven, is er iets van aan. "Goede architectuur strijkt wel vaker tegen de haren in. Net dat kan haar een zekere scherpte geven. Vergelijk het met de heraanleg van het Fochplein in Leuven. Dat plein is nu herleid tot een soort verkeerstechnische ruimte, een voorbeeld van hoe het niet moet. En toch stuit het niet op protest. Omdat het braaf is. Geen kwaad kan. Alleen voegt de heraanleg niks toe aan de stad."

Net dat doet de stadshal in Gent volgens Heynen wel. "Het gebouw gaat door zijn schaal de dialoog aan met de omgeving: het historisch centrum met zijn torens. Het respecteert die historische context, maar doet er tegelijk iets totaal anders en radicaal 21ste-eeuws mee. Het heeft geen zin op zo'n plek de gothiek nog eens dunnetjes over te doen. De historische omgeving vraagt om een subtiele dialoog en dat hebben Robbrecht, Daem en Van Hee goed begrepen."

"De herinnering aan wat nooit heeft bestaan", noemt Bob Van Reeth dat. Het is zijn definitie van architectuur - "en daarom is de stadshal steengoede architectuur". "De typologie ervan zit juist. Het is een typische hal zoals we die ook kennen uit de middeleeuwen, maar tegelijk overstijgt zij elke anekdotiek."

Volgens architectuurcriticus en -docent Marc Dubois is het gebouw zelfs "een historische correctie". "Al sinds de jaren 60 was het Emile Braunplein geen plein meer. Het was een gat. Die fout uit het verleden wordt rechtgezet met de stadshal en de daarbij aansluitende heraanleg van het plein. Het verschil tussen architectuur en kunstvormen als muziek of mode is in één woord te vatten: verankering. Goede architectuur geeft betekenis aan de plek waar zij ingeplant wordt. Om die betekenis gaat het, niet om mooi of lelijk."

Het zijn geen incestueuze reacties van de Vlaamse architecten-incrowd. Ook het gerenommeerde Duitse architectuurtijdschrift Bauwelt pikte het project op, en op de Biënnale van Venetië haalde het de selectie van toparchitect David Chipperfield. "En terecht", vindt Christoph Grafe, de directeur van het Vlaamse Architectuurinstituut (VAI). "De Gentse stadshal is Europese top."

Te lelijk, te duur, te groot

Mooi, maar wat met de stem des volks? De stem die roept dat de stadshal te lelijk, te duur en te groot is. De stem ook die tijdens een grootse bevraging in 2003 haar voorkeur liet blijken voor een groenpark, ontworpen door het Buro Sant & Co. "Soms moet je de moed hebben bewust niet naar die stem te luisteren", zegt Bob Van Reeth. "De eerste verantwoordelijkheid ligt bij de bouwheer, in dit geval het stadsbestuur van Gent. Kortom: de vertegenwoordigers van de Gentse bevolking. Zij moeten voorop durven lopen."

En toch. De schaal van de stadshal roept spontaan de vraag op: "Moest het echt zo groot?" Van Reeth: "Dit gebouw gaat de concurrentie aan met de Sint-Baafskathedraal en het Belfort: natuurlijk moest het zo groot. In de zestiende eeuw had de bevolking de Sint-Baafskathedraal wellicht ook geen bouwvergunning gegeven, hoor. (lacht) Nee, deze stadshal past helemaal bij Gent, stedenbouwkundig de mooiste stad van Vlaanderen. Achter elke hoek gaat een mastodont van een gebouw schuil."

Niet dat je het volksprotest zomaar kan afdoen als domheid. "Het is vooral heel erg des mensen", vindt Dubois. "Een mens is een conservatief wezen dat niks wil verliezen, zeker het vertrouwde beeld niet van de plek waar hij woont." "Bovendien is het Emile Braunplein voor heel wat Gentenaars een haast sacrale plek", vult Heynen aan. "Zij is bepalend voor de identiteit van de stad. Logisch dat de eerste reflex op een ingrijpende verandering er een is van afwijzing."

Laten overwaaien dan maar? Grafe kiest een andere weg. "We moeten met z'n allen leren kijken. Goede architectuur functioneert niet op het eerste zicht. Zelfs niet op het tweede zicht. Zij moet ingenomen worden en ontdekt."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234