Woensdag 23/10/2019

Reportage

Antwerpse dokwerkers nemen afscheid van 't Kot: "Ze willen ons hier niet meer"

Dollende dokwerkers in ‘t Kot. "Soms vloeken we op elkaar, maar als we hier achteraf samen zijn, is er alleen maar dankbaarheid." Beeld Thomas Sweertvaegher

Na vandaag is het gedaan met ’t Kot, het legendarische aanwervingslokaal van de Antwerpse dokwerkers. Voortaan gaat alles digitaal. Het einde van een tijdperk. "Ze willen onze ruggengraat kapot."

Elkaar verstaan is moeilijk, bouwmachines draaien op volle toeren. De Cadixwijk, net boven het Antwerpse Eilandje, is in volle transformatie. Van verlaten buurt met pakhuizen en veel leegstand naar een hippe wijk met mooie appartementen, een nieuw ziekenhuis en rusthuis. De bruine volkscafés worden vervangen door hippe koffiebars en bistro’s – met opgepoetst retro-interieur, dat spreekt. De loszittende kasseibaantjes zijn weer netjes aangelegd.

Waar het oude schaftlokaal van de dokwerkers stond, verrijst nu een heel nieuw gebouw met een andere bestemming. Aan de overkant van de straat staat ’t Kot, de plaats waar dokwerkers samenstromen voor hun shift. Maar ook dat laatste bastion moet eraan geloven.

Vanaf morgen is het afgelopen. Geen ploeg­bazen meer die afroepen waar er volk nodig is, geen mannen meer in oranje vest die komen horen waar ze aan de slag kunnen. De digitalisering neemt over. Via een app zullen ze nu van thuis uit een werkgever toegewezen krijgen. Het einde van een tijdperk. Morgen nog een afscheidsfeest in het aanpalende café en dan gedaan.

“We passen niet meer in deze buurt, zo simpel is het”, zegt Tom Van Winckel, al twaalf jaar dokwerker. Een tiental jaar geleden kleurde de wijk oranje. “Nu zie je vooral van die links georiënteerde mensen met zogezegd een brede blik op de wereld”, zegt Tom. “Maar toch kijken ze raar op als ze iemand zien die niet op hen lijkt, zoals wij.”

Beeld Thomas Sweertvaegher

Weg speelplaatsgevoel

Het oude gebouw van ’t Kot zal nog tot eind volgend jaar ter beschikking zijn, maar blijft allicht tot dan ongebruikt. Daarna wacht meer dan waarschijnlijk een andere bestemming. De nieuwe schaftplek, even verderop aan het Schengenplein, moet de nieuwe pleisterplaats worden. Een hippe ruimte met glimmende tegels tegen de muur en Scandinavische designmeubels. Aan de overkant van het plein genieten vastgoedmakelaars en toeristen van hun lunch. Het succes is matig. Van een pintje na de arbeid is geen sprake: er is geen alcohol te krijgen.

Maar de digitalisering biedt ook voordelen. Ook dokwerkers leven immers ook in het jaar 2018 en kunnen niet achterblijven. Bovendien: wie zich online aanmeldt, hoeft zich niet meer door de Antwerpse verkeersknoop te worstelen tot aan ’t Kot. Parkeren is, gezien de werken in de buurt, toch al onmogelijk geworden.

En toch, vindt Tom, maakt ’t Kot onlosmakelijk deel uit van de biotoop van de dokwerkers. “Het is onze ruggengraat, die willen ze kapot”, zegt hij. “Hier ontmoeten we elkaar, is er sociale controle. Dit geeft me nog altijd het speelplaatsgevoel.”

Niet alle dokwerkers zijn de beste vrienden, maar er is een bijzondere solidariteit binnen de gesloten gemeenschap. Op de dokken hangt hun leven soms letterlijk van elkaar af. Jaarlijks gebeuren er enkele dodelijke ongelukken in de haven. Vorig jaar één, maar 2015 was een rampjaar met vier sterfgevallen. “We vloeken soms op elkaar”, zegt Tom. “Maar als we samen weer van die boot gaan, is er alleen maar dankbaarheid, ook van onze ploegbazen.” Kristof, die er bij is komen staan, beaamt. “Het is de schoonste job die er is.”

In ’t Kot zijn er vertegenwoordigers van de havenbedrijven, de vakbond en de VDAB. Als er een probleem is wordt dat meteen aangekaart. Recht voor zijn raap. “Twee weken geleden was er nog een ongeval toen een toestel om containers te verplaatsen, kantelde”, zegt Tom. “Er waren nochtans mankementen aan de stabiliteit gemeld. Door hier te zijn weten we dat meteen. Niemand wil daar nog werken tot dat is opgelost. Online kun je zoiets niet doen. Wie gaat die jonge gasten wegwijs maken?”

Alleen: de rol van ’t Kot was sowieso een aflopend verhaal. Op het hoogtepunt stroomden enkele duizenden arbeiders samen aan de Cadixstraat. Nu zijn het er nog enkele tientallen. De overgrote meerderheid van de havenarbeiders heeft zijn vaste dokken en hoeft zich niet meer aan te melden. Maar 5 procent zou nog naar ’t Kot moeten komen. Maar ook dat is nu dus gedaan. Drie shifts zijn het afgelopen jaar al het digitale tijdperk binnengestapt; vanaf morgen ook de namiddagshift, als laatste.

De nieuwe schaftplek staat er al, inclusief designmeubels. Beeld Thomas Sweertvaegher

Hoeksteen

De afschaffing van ’t Kot wordt gezien als een aanval op de bonden. Protest tegen de aanpassingen van de wet op de havenarbeid is daar gegroeid. Zeker bij de grote stakingen en betoging tegen de regering-Michel eind 2014 was de actiebereidheid ongezien. Sommi­ge dokwerkers startten in de straten van Brussel een open oorlog met de politie. Een smet waar veel havenarbeiders het liever niet meer over hebben.

“We verliezen het rechtstreeks contact met onze mensen, en dat is jammer”, zegt Bart Pierré van de socialistische vakbond BTB. “Dit is voor ons de hoeksteen van de havenarbeid. Deze beslissing is ons opgedrongen door de politiek.”

Maar vergis je niet: de macht van de bonden is nog steeds erg groot. Wie erkend wil worden als dokwerker moet nog steeds de facto worden voorgedragen door de bonden. Bovendien staan zij in voor de uitbetaling van uitkeringen wanneer een dokwerker tijdelijk werkloos is. Via die service binden ze hun mensen aan zich. Minister van Werk Kris Peeters (CD&V) versoepelde dan wel de havenarbeid, in de praktijk is er nog maar weinig veranderd.

De gesloten gemeenschap en het haast mythische karakter van de job blijft jongeren aantrekken. Jethro, Jordy (beiden 20) en Anto (21) willen graag aan de slag als dagloner. Zonder succes vandaag. Ze hopen ooit officieel erkend te worden als havenarbeider.

Een archiefbeeld van 't Kot. De plek heeft haast mythische allures, maar nu moet ze verdwijnen. Beeld RV

“Ik zou zo graag met die mannen samenwerken”, zegt Anto, die de voorbije twee weken elke dag kwam en af en toe een dag kon werken. “Die kameraadschap vind je nergens anders. En het is goed betaald.” En de digitalisering dan? “Ik kijk er wel naar uit”, zegt Anto. “Dan moet ik niet langer elke dag naar hier komen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234