Vrijdag 24/05/2019

Tweede Wereldoorlog

“Antwerpse burgemeester werkte mee aan jodenrazzia’s”

Leo Delwaide voerde een reorganisatie van de politie door, waarbij de ‘zwarte’ agenten zo veel mogelijk in de joodse wijk rond het Centraal Station werden geconcentreerd. Beeld rv

Antwerps oorlogsburgemeester Leo Delwaide had een grotere rol in de jodenrazzia’s dan tot nu toe werd aangenomen. Delwaide keek niet alleen toe, hij nam ook deel aan de organisatie en uitvoering van de deportaties. Dat schrijft Herman Van Goethem, historicus en rector van de UAntwerpen, in zijn nieuw boek 1942.

Veertien jaar lang beet Van Goethem zich vast in de vraag waarom de Antwerpse politie welwillend deelnam aan de razzia's. Tijdens zijn archiefonderzoek werd hem duidelijk dat het antwoord deels bij burgemeester Leo Delwaide ligt.

In zijn boek Vreemdelingen in een wereldstad bracht historicus Lieven Saerens in 2000 al aan het licht hoe de Antwerpse politie, onder leiding van hoofdcommissaris Jozef De Potter en “onder het toeziende oog” van oorlogsburgemeester Delwaide en procureur des Konings Edouard Baers, in augustus en september 1942 duizenden joden oppakte op last van de Duitse bezetter. Volgens Van Goethem deed de katholieke burgemeester Delwaide echter meer dan enkel maar toekijken. “Delwaide speelde een actieve rol in de razzia’s, zowel in de organisatie als in de uitvoering”, zegt hij.

Zwarte agenten verhuisd

De Antwerpse burgemeester werkte mee aan de oprichting van de nieuwe Antwerpse politieschool, als Belgisch proefproject. Deze school leidde vanaf mei 1942 jonge kandidaat-agenten op om bevelen ‘oordeelloos’ en ‘zonder medelijden’ uit te voeren. Het ging om een militarisering van het politiekorps, in de geest van de ‘nieuwe orde’, de fascistische staatsvisie van nazi-Duitsland. Op het Antwerps stadhuis werd in 1942 ook actief meegewerkt aan de voorbereiding van de jodenrazzia’s. De stad bracht het beddenmagazijn aan de Van Diepenbeeckstraat in gereedheid om te dienen als verzamelpunt voor opgepakte joden. Delwaide voerde eind juni een grondige reorganisatie van de politie door, waarbij de ‘zwarte’ agenten zo veel mogelijk in de joodse ‘zesde wijk’ rond het Centraal Station werden geconcentreerd.

De jodenrazzia van 15 augustus was de eerste met medewerking van de Antwerpse politie. Zowel Delwaide als procureur des Konings Baers werden vooraf uitvoerig ingelicht over acties waarin ook de Antwerpse politie werd betrokken. Geen van beiden reageerde. “De burgemeester legde een agent die op 28 augustus had geweigerd mee te werken aan een jodenrazzia zelfs een tuchtsanctie op”, zegt Van Goethem. Tegelijk nuanceert hij het idee dat het hele Antwerpse politiekorps meedeed met de Duitse bezetter. Het aantal ‘zwarte’ agenten bedroeg volgens hem hooguit 15 procent. Het was dus slechts een kleine minderheid. Door de omstandigheden kreeg die minderheid echter wel voldoende macht om een gewelddadig politiebeleid neer te zetten, met inbegrip van straatterreur tegen joden en anti-Duitsgezinden.

Ommekeer eind 1942

In november 1942, toen het Duitse leger in de problemen kwam in Noord-Afrika en Stalingrad, veranderden de lokale Antwerpse overheden het geweer van schouder. Ook de invoering van een veralgemeende verplichte tewerkstelling in Duitsland droeg bij tot deze nieuwe opstelling. Antwerpen nam zelfs het voortouw in het ambtenarenverzet, dat nu overal in België de kop opstak. Politieagenten en ook een hoofdcommissaris traden in Antwerpen vanaf november 1942 toe tot het clandestiene verzet. Die ommekeer maakt deel uit van een bredere beweging. In die periode liepen velen haastig het ‘witte kamp’ in. Daar werd hun rol in de eerste oorlogsjaren om pragmatische redenen met de mantel der liefde bedekt.

Herman Van Goethem, historicus en rector (Universiteit Antwerpen). Beeld Thomas Sweertvaegher

Ook het beeld van de slachtoffers van de jodenrazzia’s nuanceert Van Goethem. De Antwerpse joden lieten zich niet ‘als lammeren naar de slachtbank leiden’. De meesten waren straatarm en konden geen kant op. Ze wachtten dus af en speculeerden – al dan niet bewust – op een onderhandelde vrede tussen de strijdende partijen, waarna ze hopelijk weer een aanvaardbaar bestaan zouden kunnen leiden. In Antwerpen wist in 1942 bovendien niemand precies wat de vanuit de stad gedeporteerde joden te wachten stond eenmaal ze getransporteerd werden naar de kampen in het oosten. Hoeveel Antwerpse joden het leven lieten tijdens de oorlog blijft onduidelijk. Volgens Van Goethem is dit ongetwijfeld meer dan het Belgische gemiddelde van 45 procent, maar lang geen 65 procent, zoals Saerens schatte.

In het reine

Delwaide bleef zijn ambt uitoefenen tot januari 1944. Toen nam hij ontslag en dook hij onder. Bij de bevrijding werd Delwaide niettemin geschorst, en werd zijn parlementaire onschendbaarheid opgeheven. Het onderzoek tegen hem draaide op niets uit. In 1949 werd hij weer Kamerlid, en van 1959 tot zijn dood in 1978 was hij Antwerps havenschepen. “In de latere oorlogsjaren zegt Delwaide: ‘Had ik het geweten van de razzia’s, ik had ze tegengehouden.’ Maar hij wist het begot wel”, benadrukt Van Goethem. “Ik denk dat de bewijsvoering daarvoor zeer coherent is.”

In 2007 verontschuldigde oud-burgemeester Patrick Janssens (sp.a) zich voor de rol van de Antwerpse overheden in de jodenvervolging. Zijn opvolger Bart De Wever (N-VA) voegt toe dat zijn stad door het wetenschappelijk onderzoek van de laatste twintig jaar “in het reine is gekomen” met de rol van burgemeester Delwaide in de deportaties. “Onze stad moet onder ogen zien dat de oorlogsburgemeester joodse stadsgenoten opofferde om bestuursruimte van de bezetter te krijgen. Dat beeld kwam ook al naar voren in het jubileumboek 450 jaar stadhuis waarop ik me baseerde om tijdens de herdenking van de Shoah in 2015 op deze zwarte bladzijde van onze geschiedenis te wijzen. Verder onderzoek bevestigt dit nu. Reden te meer om de herinneringscultuur rond de bezetting te versterken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.