Woensdag 27/10/2021

Antwerps Letterenhuis opent tentoonstelling over jeroen Brouwers

Vanavond wordt in het Antwerpse Letterenhuis met de nodige trommels en trompetten een tentoonstelling over Jeroen Brouwers geopend. Schrijver Paul Mennes zal niet op het feestje ontbreken. In een huldestuk vertelt hij hoe zijn liefde voor het werk van Brouwers zo groot werd dat hij een cd van De Mens ging kopen. 'Hoe is het in godsnaam zover kunnen komen?', vraagt Mennes zich af.

Hoe Paul Mennes een fan werd en bleef

Jeroen Brouwers is de auteur van twee titels die ik in drie verschillende decennia mijn favoriete boeken genoemd heb. Die boeken zijn: Kroniek van een karakter en Bezonken rood. Mensen die ze niet in huis hebben, mogen niet verwachten dat ik hen of hun mening over literatuur ernstig neem. Aan bespiegelingen over Bezonken rood waag ik me niet. Ik ben - gelukkig maar - geen criticus. Wel wil ik de bazuin steken over het tweeluik 1976-1981 De achterhoek en 1982-1986 De oude Faust. Samen vormen zij Kroniek van een karakter, een 'autobiografie in briefvorm' en het eerste boek van Jeroen Brouwers dat ik las. Er zijn meer Nederlandstalige auteurs wiens werk ik hoog acht. Gerard Reve en Gerrit Komrij bijvoorbeeld veroorzaakten ook stormen, binnen en buiten mijn hoofd, maar ze hebben me nooit zover gekregen dat ik een cd van de rockgroep De Mens ging kopen. Hoe is het in godsnaam zover kunnen komen?

De eerste keer dat ik Kroniek van een karakter las, moet eind jaren tachtig geweest zijn. Ik herinner me dat ik de twee boeken onmiddellijk na elkaar uitlas, meer dan achthonderd bladzijden, in amper drie dagen. De twintiger die ik was, viel als een blok voor Brouwers' vlammende woede, eigenzinnige commentaren en misantropische geestigheid. Ik nam me voor om zo snel mogelijk zijn andere boeken te lezen. Eén zin uit de verzameling brieven tikte ik over met een toen al aftandse schrijfmachine en hing ik boven mijn bureau. Dat stukje papier hing, vergeeld en wel, begin 2005 nog altijd in mijn werkhok. Ik heb het pas onlangs weggegooid omdat het goedkope papier uit elkaar viel van ouderdom en de letters nauwelijks nog leesbaar waren.

Tien jaar later las ik Brouwers' brievenboek opnieuw. De wereld en ikzelf waren veranderd in dat decennium. Tot mijn verbazing leek het alsof Kroniek van een karakter mee gegroeid was. Het was nog altijd een briljante tekstmozaïek, nog altijd even geestig, maar het betekende iets anders voor mij. Bij tweede lezing werd ik vooral getroffen door wat Brouwers schreef over hoe je een roman moet componeren. Ik bezit meerdere exemplaren van Kroniek. Eén probeer ik zo ongeschonden mogelijk te bewaren. Het andere ziet er uit alsof een maniak een poging heeft ondernomen om het record 'post-it-kleefpapiertjes in een boek plakken' te verbreken. Ik zou mijn werkkamer kunnen behangen met zinnen die mij essentieel lijken, uit De achterhoek alleen al. Wat Brouwers schrijft over stijl en compositie, motieven en thema's, spiegelingen en echo's beschouw ik als de enige opleiding die ik ooit genoten heb. Daarmee wil ik Jeroen Brouwers niet de schuld geven voor mijn eigen handwerkjes. Als er van echte, rechtstreekse invloed sprake zou zijn, schreef ik wel meer en betere boeken.

Ik was ondertussen zelf in het circus van de letteren terechtgekomen. Kort daarvoor was mijn naam voor de eerste keer in druk verschenen, in een nummer van het literaire tijdschrift Dietsche Warande & Belfort. Trots was ik toen. Niet zozeer omdat er een fragment van mijn toen nog ongepubliceerde roman afgedrukt stond, maar omdat het stukje in kwestie in één tijdschrift stond met een artikel over Jeroen Brouwers. Niet eens een stuk van Brouwers, eentje over hem. Ik kon me op dat moment geen grotere eer voorstellen. Toen mijn debuut - het montere jongensboek Tox - verscheen, scheelde het geen haar of het was onder het pseudoniem Thijmen Hoolwerf verschenen.

Thijmen Hoolwerf is de titel en de naam van het hoofdpersonage van het laatste van de vier verhalen uit Brouwers' eigen debuut uit 1964, Het mes op de keel. Ik was er zeker van dat het Brouwers zou opvallen als een van zijn eigen personages in de letteren debuteerde. Gelukkig had ik op tijd door dat zo'n cryptisch eerbetoon veeleer eng dan flatterend was. Bovendien bleek jaren later dat er echt een Thijmen Hoolwerf bestond en dat de man bij het verschijnen van Het mes op de keel niet blij was met zijn fictieve naamgenoot. Meneer Hoolwerf heeft er geen idee van wat hem allemaal bespaard is gebleven.

Hoe meer boeken van Brouwers ik las en herlas, hoe meer respect ik kreeg voor de schrijver en zijn werk. Je moet al van zeer goede huize komen om monumenten als Zonsopgangen boven zee of De zondvloed bij eerste lezing naar waarde te kunnen schatten. Wie de moeite doet zo'n boek een tweede keer te lezen raakt doortrokken van het besef dat elke pagina wemelt van de secuur vormgegeven details, dat die wemeling beslist geen toeval is en dat het boek zelf op zijn beurt een meesterlijk uitgevoerd onderdeel uitmaakt van het oeuvre van Jeroen Brouwers. Ik ben zo ziek dat ik Bezonken rood ondertussen vijf keer gelezen heb. Na elke leesbeurt neem ik me voor een bijl in mijn laptop te planten omdat ik nooit tot iets van die schoonheid en dat vakmanschap in staat zal zijn.

Ik heb Kroniek kort na de eeuwwisseling een derde keer gelezen. Het is nog altijd een van mijn favoriete boeken, maar niet Brouwers beste werk. Wat me de laatste keer opviel, was dat er behalve de namen van een paar mensen jammer genoeg nooit iets verandert in de letteren. Ondertussen heb ik kennisgemaakt met een aantal van de mensen aan wie Brouwers zijn brieven schreef of heb ik te maken gehad met sommige van de auteurs, uitgevers, critici en journalisten die ter sprake komen. De uitvallen naar de krabbenmand van de letteren die ik bijna twintig jaar geleden zo grappig vond, zijn nog altijd briljant, maar dezer dagen stemmen ze me droef omdat ik me de woede die er achter zit een beetje kan voorstellen. Ik ben uitermate nieuwsgierig naar hoe ik Kroniek van een karakter in 2015 zal lezen.

Die cd van De Mens kocht ik omdat er een nummer op staat dat 'Jeroen Brouwers (schrijft een boek)' heet. Het is geen onverdienstelijke deun, maar ik kan niet zeggen dat ik er vaak naar luister. Dat komt misschien omdat het refrein bestaat uit de regels "Jeroen Brouwers schrijft een boek en hij weet hoe dat moet / Jeroen Brouwers schrijft een boek en hij doet dat goed". Beide mededelingen zijn wat mij betreft respectievelijk nummer één en twee in de hitparade van grootste understatements aller tijden. Het is ook een beetje vreemd om hulde te brengen aan het oeuvre van Brouwers met een liedjestekst. Dat is alsof je de grandeur van de Chinese Muur zou illustreren door een zandkasteel te maken op de vloedlijn van het strand van Blankenberge.

Ten slotte wil ik u die fameuze zin meegeven die ik zo lang geleden in mijn kamer tegen de muur hing. Hij staat in De achterhoek, het eerste deel van de oorspronkelijke uitgave van Kroniek van een karakter, op bladzijde 344 en komt uit een brief aan Jaap Goedegebuure.

"(...) Vriendschap, liefde, bewondering, mooi weer en bitterkoekjespudding, dat zijn dingen die voorbijgaan."

Vriendschap beschouw ik, in mijn somberste momenten, als misbruik met wederzijdse toestemming. Liefde is iets waarover fatsoenlijke mensen het niet hebben tijdens het eten. Mooi weer laat me koud. Wat bitterkoekjespudding is, weet ik na al die jaren nog altijd niet. Wel ben ik blij dat ik Jeroen Brouwers ongelijk kan geven als het over bewondering gaat. Ze is nog altijd niet voorbij.

Paul Mennes

Jeroen Brouwers, van morgen tot 26 februari in het AMVC Letterenhuis, Minderbroederstraat 22 in Antwerpen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234