Dinsdag 19/11/2019

'Antwerpen is een kosmopolitisch dorp'

In september raast de mode door Antwerpen: party's , tentoonstellingen, video's, winkelparcours en defilés, het ene evenement volgt het andere op. Voor het buitenland is Antwerpen één van de grootste kweekvijvers van modetalent. Wat is het geheim van de stad? We vroegen het aan de meest Antwerpse der ontwerpers, Dries Van Noten.Agnes Goyvaerts

DM: 'Gevestigde waarden' als jij en Ann Demeulemeester blijven hoog op 's werelds toptien van de mode staan, en reeds wordt een nieuwe generatie de hemel in geprezen. Veronique Branquinho, Raf Simons, A. F. Vandevorst en anderen worden bejubeld in vooraanstaande stijlbladen én - niet onbelangrijk - ook aangekocht door toonaangevende winkels. Hoe verklaar je dat succes?

Van Noten: "Het is een vraag die me vaak wordt gesteld door buitenlandse journalisten en waarop ik geen kant en klaar antwoord heb. Ik zie wel een aantal factoren die maken dat hier een vruchtbare voedingsbodem aanwezig is. Antwerpen is, om te beginnen, een modische stad. Er is een enorm aanbod van winkels in alle genres. Ik denk niet dat er in de wereld een vergelijkbare, relatief kleine stad is waar ze zowel een winkel van Yohji Yamamoto en Comme des Garçons hebben als een winkel waar de jonge Britten worden verkocht (Closing Date, red.), Louis met de Belgen, SN3 met de meer gevestigde merken, Step by Step met de wat nonchalantere Franse merken, de kinderwinkel van Chris Proost - dat is een unicum in de wereld.

"Ten tweede is de ligging gunstig: niets is ver, maar je zit ook niet temidden van de modehype. Drie: we zijn enorm goed gedocumenteerd. In de tijdschriftenwinkels vind je van de obscuurste undergroundblaadjes tot de Italiaanse Vogue. Ga daar maar eens om in Parijs. Vier: het culturele leven haalt hier een behoorlijk niveau. En dan is er de academie natuurlijk, maar ik zou die niet als enige verantwoordelijke noemen. Het feit dat zoveel afgestudeerden na de academie in Antwerpen blijven hangen, betekent dat de stad ook wat te bieden heeft."

Je bent zelf sterk met Antwerpen verbonden. Zit er ook iets van die stad in jouw collecties?

"Niet echt. Dat etnische, dat komt meer uit mijn persoonlijke smaak, het verlangen om altijd een beetje te dromen. Ik zou een verhaal kunnen opdissen met de haven en de vreemde invloeden, maar daar geloof ik niet in. Wel is het zo dat ik , mocht ik bijvoorbeeld in Parijs wonen en werken, wellicht iets anders zou maken. Als je midden in dat modecircus zit, ben je verplicht om je meer te manifesteren. In Parijs moet je roepen om gehoord te worden, hier kun je nog eens fluisteren. Ik ben hier wel graag, ja."

Wat is voor jou de charme van Antwerpen?

"Het kleinschalige. Aan buitenlanders zeg ik altijd 'Antwerp is a cosmopolitan village'. Er komen mensen uit de hele wereld langs, maar toch blijft het een dorp. Iedereen kent iedereen."

Gaat dat niet benauwen, dat 'iedereen kent iedereen'?

"In een grotere stad heb je dat nog meer, doordat je dan op een kleiner kringetje terugvalt. In een stad als Antwerpen heb je nog contact met verschillende milieus."

Hoewel jullie stuk voor stuk een eigen persoonlijkheid hebben, menen buitenlanders toch iets als 'de Antwerpse stijl' te onderkennen. Kun je dat omschrijven?

"Typisch voor de Belgische ontwerpers is dat wij alles stuk per stuk opbouwen. Het maakt dat alle kledingstukken vlot te combineren zijn en langer gedragen kunnen worden. Bij Alexander McQueen ga je niet een rokske kopen. Daar moet je de hele McQueen-look halen. Terwijl wij juist zien dat onze klanten een rok van Margiela, een bloes van Ann en een jasje van mij combineren. En dat gaat wonderwel."

Van de Britten gesproken: momenteel maken ze internationaal het mooie weer bij grote Franse modehuizen, terwijl ze het veel moeilijker hebben als ze op eigen benen naar buiten moeten komen. Met de Belgen lijkt het net omgekeerd.

"Ons kenmerk is dat we nuchter zijn, terwijl de Britten er veel onbezorgder in springen. Ik herinner me, toen wij naar Londen gingen in '88, dat John Galliano enkele stands verder zat. Die had een complete collectie, gemaakt op zijn eigen naaimachine. Maar van bestelbonnen had hij nooit gehoord. En of hij ooit ging kunnen leveren, wist hij veel... Wij hadden geen volledige collectie. Dirk (Bikkembergs) was er met zijn schoenen, Walter met een paar truien... maar wij konden wel garanderen dat wat we toonden ook gemaakt en geleverd zou worden. Iedereen vond Vivienne Westwood en Galliano dan wel zo wild en shocking en fantastic, maar ze vroegen een vooruitbetaling aan de klanten en gingen vervolgens failliet. Zij zijn altijd zo druk geweest met creatief zijn dat ze basis negeren."

Half september zal niemand in Antwerpen naast de mode kunnen kijken, er gebeurt dan ontzettend veel. Hoe is dat ontstaan?

"Walter Van Beirendonck opent zijn winkel, daar is het allemaal bij begonnen. Op een middag zat ik met hem een koffietje te drinken, en ik speelde allang met de gedachte om eens iets te doen voor mijn klanten. Alles wat wij organiseren, is meestal in het buitenland, en daar vangen de mensen slechts een glimp van op via de bladen. Dus besloot ik om in dezelfde week van Walters opening ook een evenement te organiseren. Vervolgens hebben we de Barclay-catwalk naar Antwerpen gehaald en van dan af is het aan het rollen gegaan. Het Flanders Fashion Institute heeft er zich achter gezet en nu volgt het ene initiatief op het andere. Ik wil er meteen bij zeggen dat het niet de bedoeling is om daarvan een jaarlijks terugkerende gebeurtenis te maken. Het mag ook niet té groot worden. Het moet vooral gezellig, nonchalant blijven. Zodat de mensen in Antwerpen ook eens zien waar wij mee bezig zijn."

Met jouw internationale reputatie krijg je vaak buitenlanders over de vloer. Waar stuur je ze naartoe als ze Antwerpen willen zien?

"Alleen al van journalisten krijg ik tientallen aanvragen per jaar om 'Antwerpen gezien door Dries Van Noten' te doen. Het werd me zo vaak gevraagd dat we een gidsje hebben gemaakt. Daar verdelen we er nu toch zo'n 200 à 300 per jaar van. Daar staan de dingen in die voor ons heel vanzelfsprekend zijn, zoals bakkerij Goossens, De Duifkes, Den Boer van Tienen, De Plantaardige Verbeelding... Dat is bijvoorbeeld iets waar de Italianen gewoon gek worden. Wij vinden dat normaal, zo'n bloemen- en plantenzaak, in Italië kennen ze dat niet. Daar verkopen ze aan een stalletje op straat wat mottige boeketjes, maar bloemenwinkels als deze vinden ze iets ongelooflijks. En dan wat trendy restaurants en cafés, en natuurlijk, het Centraal Station, 'the cathedral of Transport' ..."

Wat vind jij het mooiste plekje van Antwerpen?

"Aan de zeevaartschool. Van daar, met uitzicht op de haven, het Sint-Anneke en de stad."

En de schande van Antwerpen?

(zonder aarzelen) "Het straatmeubilair. Het is hallucinant als je erop begint te letten. In Londen of Parijs zijn lantaarnpalen zwart geschilderd en vuilnisbakken discreet opgesteld, hier struikel je over bushokjes met affiches van zogenaamde culturele evenementen, schreeuwerige vuilnisbakken. En dan die glasbakken... Waarom moeten die in 's hemelsnaam wit en appelgroen zijn? Dat zou zogezegd 'fris' zijn. Ik vind het een ramp. Je moet eens proberen een foto te maken van het standbeeld van Rubens; het is onmogelijk zonder zo'n appelgroene glasbak erbij."

Waar zie je jezelf binnen vijf jaar zitten werken?

(bedachtzaam) "Geen idee. Het zal wellicht niet hier zijn, want er zijn plannen om de trottoirs te verbreden, en als dat doorgaat, kunnen er geen vrachtwagens meer tot hier komen. Dus moeten we weg. Liefst zou ik in Antwerpen blijven, ja, maar dan mag men ons het leven niet onmogelijk maken. Dat men de Meir verkeersvrij heeft gemaakt, heb ik altijd een enorme stommiteit gevonden. Waarom is de Nationalestraat nog een echte straat met een slager en een bakker? Omdat de mensen de illusie hebben dat ze met hun auto tot voor de deur van de winkel kunnen komen, ook al kunnen ze er dan niet parkeren. Toen ik het Modepaleis kocht, verklaarde men mij gek. Het was net één straat te ver, voorspelde men. Kijk nu eens? In de Lombardenvest ligt de ene winkel naast de andere. De Kammenstraat herleeft, straks met de winkel van Walter trekt het volk weer verder de Nationalestraat in en nu Ann Demeulemeester een pand heeft gekocht aan het museum, wordt de verbinding gemaakt met het Zuid. In de Nationalestraat zijn nog mooie en betaalbare panden, daar zouden nu jongeren iets moeten beginnen. Want zoals slager Van Dun zegt: "Dat wordt hier nog de Faubourg Saint-Honoré van Antwerpen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234