Maandag 18/01/2021

'Antwerpen danst nog altijd op het graf van de polderdorpen'

Om en bij de 130 boeren protesteerden gisteren tegen de onstuitbare expansiedrift van de Antwerpse haven. Want opnieuw moeten vruchtbare poldergronden voor de bijl, opnieuw moeten een paar woongemeenschappen tegen de vlakte. Het is het zoveelste hoofdstuk in een verhaal dat vijftig jaar geleden begon. Een verhaal van groeiende welvaart, en de soms onmenselijk zware prijs die daarvoor betaald moet worden.

Het zwaard van Damocles, dat valt in de vorm van een schrijven van de overheid. De onteigening is nakend. Straks zal je oude vertrouwde biotoop verdwijnen onder het geweld van een bulldozer. Verdriet en woede. En het protest, tegen beter weten in.

In de Waaslandse gehuchten Ouden Doel en Rapenburg herhaalt zich een geschiedenis die zich vijftig jaar eerder - op de rechteroever van de Schelde en op veel grotere schaal - al eens heeft afgespeeld.

Zo was er ooit Lillo, een dorp ten noorden van Antwerpen waar tot aan het midden van de vorige eeuw nog zo'n 1.000 zielen woonden. Vandaag bestaat Lillo niet meer, of het moest zijn in de herinneringen van enkele tientallen gepensioneerden, op enkele vergeelde foto's en in de archieven van de VRT.

Lillo was een nietig polderdorp aan de oever van de Schelde, een negorij waar niemand ooit veel acht op had geslagen. Tot het ter dood veroordeeld werd en, kort voor zijn executie, nog heel even zijn 15 minutes of fame kreeg.

In 1962 trok de toenmalige BRT naar het dorpsschooltje van Lillo voor een reportage. Tv-kijkend Vlaanderen kon zo kennismaken met de plaatselijke schoolmeester, die aan zijn klas moest vertellen wat er straks met hun dorpje zou gebeuren.

"Wij worden onteigend", zo vertelt de schoolmeester in de reportage. "Wij zullen allemaal moeten verdwijnen, maar weten wij al waar naartoe? Weet u het al, Mathilde?"

Wat volgt is een klaagzang die door merg en been gaat. De tragiek van de polderdorpen, samengevat door een handvol kindertjes van een jaar of acht.

Of Mathilde het al weet, waar ze de rest van haar jeugd zal slijten?

"Nee, meester", zegt Mathilde.

"En Annie? Waar gaat u wonen?"

"Te Antwerpen, meester."

"En waar gaat onzen bakker zijn broodjes bakken?"

"Meester, wij weten het nog niet."

"En u, Tine?"

"Te Merksem, meester."

Marcel?

"Te Beveren-Waas."

Dirk?

"Meester, te Antwerpen."

Rudy?

"Meester, wij weten het nog niet."

Sloophamer

Niet veel later zal de sloophamer hun schooltje kapotslaan. Lillo werd in de loop van 1964 en '65 met de grond gelijk gemaakt. Op zaterdag 5 juni 1965 liep de plaatselijke fanfare 'de Lager Schelde' voor het laatst door een dorp dat toen al grotendeels was gesloopt.

Nog datzelfde jaar gaat de sloophamer over de Antwerpse polderdorpen Oorderen, Wilmarsdonk en - de naam leeft ook nog verder in de nachtmerries van minister-president Kris Peeters - Oosterweel.

Het verhaal van de verdwenen polderdorpen is wrede geschiedenis, maar, zo werd en wordt nog altijd verteld, het was de prijs die Antwerpen moest betalen voor zijn ambitie. Antwerpen moest en zou hét centrum van de chemische industrie worden. En om die omelet te bakken moest men eieren breken.

Vier Antwerpse polderdorpen verdwenen onder een dikke laag opgespoten zand of asfalt. Aan het bestaan van Wilmarsdonk en Oosterweel herinnert vandaag enkel nog een kerktoren, ingesloten tussen de containers. Van Oorderen blijft, op een in Bokrijk heropgebouwde hoeve na, helemaal niets meer over. Het dorp ligt vandaag begraven onder een site die ondertussen op haar beurt een kerkhof is geworden: Opel Antwerpen.

Albert De Vree, een ondertussen zeventigjarige kunstenaar, was een jaar of twintig toen Lillo, het dorp van zijn jeugd, werd geëxecuteerd. Vijftig jaar na de feiten maakt de herinnering hem nog altijd woedend.

'Bedrogen en uitgezogen'

De Vree: "Als ik het me goed herinner, hebben mijn ouders voor hun huis ongeveer 250.000 frank gekregen (zo'n 6.000 euro). Dat was lang niet genoeg om een nieuw huis van te kopen. Dus hebben ze maar een huisje gehuurd in Berendrecht (een polderdorp dat nog wél bestaat, JdP).

"Achteraf bekeken zijn ze gewoon bedrogen door de stad. Lode Craeybeckx, toenmalig burgemeester van Antwerpen, kan ik eigenlijk alleen maar een bandiet noemen. Hij heeft duizenden mensen verplicht om hun huis voor een appel en een ei te verkopen. Vervolgens zijn hun gronden opnieuw voor een appel en een ei verkocht aan multinationals als Degussa, Bayer, Monsanto en General Motors. Voor General Motors heeft onze overheid wél altijd veel gedaan. Maar kijk eens wat we ervoor terug hebben gekregen...

"Tijdens de sloop ben ik nog één keer naar Lillo terug geweest. Dat was om onze kat te gaan zoeken. Het beestje was gevlucht voor het geluid van de bulldozers. Die onteigeningen waren één groot drama. Er zijn mensen die het niet hebben overleefd. Die er een hartinfarct van hebben gekregen. Een aantal mensen is elkaar blijven opzoeken. Maar ook daar is een einde aan gekomen. De meeste bewoners zijn ondertussen natuurlijk gestorven.

"Ik heb die onteigening eigenlijk nog altijd niet verteerd. Vooral de manier waarop het is gebeurd was echt wraakroepend. Men heeft de mensen van de polderdorpen bedrogen. Uitgezogen. Vandaag danst Antwerpen nog altijd op het graf van de verdwenen polderdorpen. En de schande gaat gewoon door. Nog altijd wordt er voor de haven onteigend, en nog altijd worden de bewoners voor voldongen feiten geplaatst. Al is er wel één verschil met vroeger. Mensen zijn vandaag mondiger dan vroeger. Ze laten zich niet zomaar begraven."

Vijftig jaar strijd

In de strijd om de polder heeft één man altijd vooraan gestaan. Zijn naam is graaf Daniel Le Grelle. De graaf uit Berendrecht, decennialang onafhankelijk gemeenteraadslid voor de CVP, is vandaag 90. "Maar ik herinner me de dingen nu beter dan twintig jaar geleden."

Le Grelle zegt dat hij trots is op de strijd die hij vijftig jaar lang heeft geleverd. Een strijd die hij op twee fronten heeft gevoerd. Om te beginnen was er het lot van de dorpsbewoners, meestal arme boeren.

"De stad Antwerpen stuurde mannen met de fiets op hen af om hen te overtuigen hun gronden zo goedkoop mogelijk te verkopen", vertelt Le Grelle. "Ik heb voor die kleine mensen advocaat gespeeld. En nog veel meer. Er zijn boeren die ik aan een job geholpen heb bij General Motors. Die mannen verdienden in een maand plots evenveel als wat ze daarvoor in een jaar verdienden."

Le Grelle vertelt dat hij nooit tegen de havenuitbreiding en de industrialisering is geweest. "Het was een noodzakelijke evolutie, die veel welvaart heeft gebracht. Maar het was wel een evolutie die zich op een humane manier moest voltrekken. En dat is zeker niet altijd gebeurd."

Het brengt ons bij het tweede front waarop gestreden moest worden. De strijd om Berendrecht en Zandvliet. Anders dan in de aanvankelijke plannen overleefden deze twee Antwerpse poldergemeenten de havenuitbreiding wél. Mede dankzij Le Grelle werden deze dorpen gered. Al was er aan die overwinning ook een keerzijde. Antwerpen zou zijn haven voortaan uitbreiden aan de linkeroever van de Schelde. "De logica zelf", zo vond en vindt Le Grelle. "In de polders van het Waasland woonden veel minder mensen. Een havenuitbreiding was daar een pak menselijker."

Megalomaan

In het Waasland wordt daar vandaag iets anders over gedacht. De havenuitbreiding aan de linkeroever was het begin van de doodstrijd van Doel. En ondertussen dus ook van Rapenburg, Ouden Doel en omliggende polders.

Tegen deze uitbreiding, die overigens al in de jaren tachtig werd gepland, is gisteren nog maar eens protest geleverd. Protest dat Antwerps havenschepen Marc Van Peel (CD&V) verleidde tot een opiniestuk. Daarin betoogt Van Peel dat de uitbreiding nodig is om "het multifunctionele karakter" van de Antwerpse haven te versterken en uit te bouwen. Bovendien gaat het hier om jobs, 60.000 stuks in totaal. En Van Peel wees naar het verleden. Naar de "zware opofferingen" die de poldergemeenten ooit hebben gebracht. "Zonder de beslissingen uit het verleden zouden we nu niet de tweede haven van Europa zijn. Als men toen die plannen niet had durven uitvoeren omdat ze te megalomaan waren, waar zouden we nu staan? Het is net die zuurstof, die ruimte om te investeren die we met dit plan ook bieden aan de huidige en vooral de toekomstige generaties. We zijn het hen verplicht om met het huidige beleid de voorwaarden te scheppen voor toekomstige groei."

Het klinkt gek, maar graaf Le Grelle, in het verleden de nagel aan de doodskist van menig Antwerps havenschepen, kan die boodschap alleen maar onderschrijven. "Want de haven tegenhouden, dat gaat niet. Ik ben er zelfs van overtuigd dat Berendrecht en Zandvliet over vijftig jaar niet meer zullen bestaan. De havens van Antwerpen en Rotterdam zullen de komende decennia in die mate verder groeien dat ze één haven zullen worden. Het is een evolutie die niet te stoppen is, en waar ik zelfs niet eens tegen ben. Op voorwaarde dat het op een ecologisch verantwoorde, humane manier gebeurt."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234