Woensdag 05/08/2020

Antwerpen-Centraal of de geslaagde verjongingskuur van een 104-jarige

Het Antwerpse Centraal Station - door de plaatselijke bevolking ook Middenstatie genoemd - is herboren. De historische gevels zijn gerestaureerd en soms gereconstrueerd, de stationshal is opgepoetst en ook de spoorwegbrug is gerenoveerd. Onder het station is een tunnel geboord voor de HSL-lijn naar Amsterdam en Brussel, en aan het Kievitplein verrees een scheve glazen kubus als tweede ingang. Niet slecht voor een station dat in 1905 voltooid werd en tientallen jaren geleden nog met afbraak bedreigd werd.

“Het vierde mooiste spoorwegstation ter wereld”, schreef het Amerikaanse weekblad Newsweek in februari van dit jaar. Antwerpen moest alleen St Pancras in Londen, Grand Central van New York en het station van Mumbay laten voorgaan.Het Antwerpse station is een geval apart. Het wordt niet voor niets ook wel ‘de spoorwegkathedraal’ genoemd. De Brugse architect Louis de la Censerie ontwierp het station in een voor hem aparte, zogenaamd eclectische stijl. Hij gebruikte uiteenlopende stijlen terwijl zijn andere verwezenlijkingen (zoals het Sint Janshospitaal van Brugge, het stadhuis van Diksmuide en de Sint Petrus en Pauluskerk van Oostende) allemaal neogotisch zijn. In het Antwerpse station vinden we verwijzingen terug naar het Pantheon van Rome (de koepel) en Italiaanse palazzi (de torens aan alle kanten). Bijzonder merkwaardig is dat De la Censerie het gebouw een soort triomfboog geeft als toegangspoort tot de stad (kant De Keyserlei) en een tweede ‘interne’ gevel optrekt aan de kant van de perrons. Die ziet elke reiziger dus meteen bij aankomst. Hoewel het gebouw zelf veel wegheeft van een paleis of basiliek, is de spoorhal zelf een staaltje van pure ingenieurstechniek: een overkapping van staal en glas.

Project van Leopold II

Het Centraal Station was een project van koning Leopold II, die niet alleen op Brussel en Oostende maar ook op Antwerpen zijn stempel wilde drukken. Ongetwijfeld werd het bekostigd met de woekerwinsten die hij opstreek in ‘de Kongo’, toen zijn persoonlijk wingewest.Na enkele decennia werd het station geconfronteerd met twee problemen. Het eerste was de steensoort die voor de buitenbekleding gebruikt was: de Vinalmontsteen, afkomstig uit de buurt van Hoei, bleek niet zo sterk te zijn. In de loop van de jaren vijftig van vorige eeuw begonnen veel gevelstenen scheuren te vertonen en kroonlijsten af te brokkelen. Het gevaar werd zo groot - een reiziger liep in 1957 een schedelbreuk op door een vallende steen - dat kroonlijsten werden verwijderd en torens gesloopt. Het leidde er toe dat het waaiervormige raam aan de kant van het Astridplein helemaal vervangen werd door een strakke architectuur en alle ornamenten boven de toegangspoort aan de De Keyserlei werden verwijderd.Tweede probleem was het feit dat Antwerpen-Centraal een eindstation was. Het zat snel aan de grenzen van zijn capaciteit. In de jaren vijftig gingen er dan ook stemmen op om het aftakelende gebouw gewoonweg te slopen. Zover is het gelukkig niet gekomen. Het stationsgebouw werd in 1975 als monument beschermd. Maar daarmee waren de problemen niet van de baan. In de winter van 1978 viel een 300 kilogram wegend brokstuk van de koepel naar beneden. Gelukkig viel dat stuk puin op het dak.Maar de onzekerheid bleef aanslepen, mede doordat de NMBS geen geld had om het gebouw aan te pakken. In 1986 werd dan toch beslist de perronoverkapping te restaureren. Ook daar had barstend glas voor problemen gezorgd. Pas in 1989 was het station echt gered toen de NMBS besliste om van het station een halte te maken op de Hoge Snelheidslijn tussen Parijs, Brussel en Amsterdam.En toen ging het snel. Er werd op 20 meter diepte een tunnel van 3,8 kilometer lang geboord die moest zorgen voor de noordzuidverbinding. De tunnel loopt van Berchem tot Antwerpen-Dam. Antwerpen-Centraal is nog altijd deels een eindstation maar heeft er inmiddels vier perrons bijgekregen voor doorrijdende treinen. In totaal beschikt het station nu over 14 perrons verdeeld over drie niveaus. Van niveau 1 kun je door een grote sleuf tot diep in het nieuwe hart van het station kijken. Inmiddels hebben er zich tientallen winkels (niet alleen goud- en diamantzaken) en snackbars gevestigd.Ook nieuw is de toegang aan de ‘achterkant ‘ van het station. Aan het zogeheten Kievitplein verrees een glazen kleurrijke kubus als tweede stationsgebouw met een grote modernistische hal. Onder het plein werd een ondergrondse parking aangelegd. Over het Kievitplein werd lang een controverse gevoerd: door de kantoorontwikkeling vlak bij het station schoot er aanvankelijk van een plein weinig over. De buurtcommittés ijverden ook voor een levendige buurt en kregen het voor elkaar dat aan die kant van het station zich ook horeca kon vestigen.De oude dame is zelf ook helemaal opgeknapt. Aan de kant van de De Keyserlei is het station in zijn oude glorie hersteld: de bronzen leeuwen en de monumentale klok werden teruggeplaatst, de torentjes en ornamenten werden compleet gereconstrueerd. Wannes Van de Velde noemde het station “la dernière gare du monde” in zijn gelijknamige lied. “Ah, mon vieux, c’est un merveille,” zong hij.En zo is het ook.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234