Maandag 20/05/2019

Antwerpen-Centraal

"Antwerpen-Centraal is al vijftig jaar mijn maîtresse"

Stan Wagemans. Beeld Illias Teirlinck

'Wagemans, we gaan de perronoverkapping restaureren. En gij gaat dat doen.' Dus begon Stan Wagemans midden jaren 80 aan de job van zijn leven. Komt hij nu het station binnen, dan kijkt hij nog altijd eerst omhoog. 'Schoon hé?'

'Toen ik de met een 60 meter hoge koepel overwelfde hal van het Centraal Station betrad, was mijn eerste gedachte, misschien wel ingegeven door het bezoek aan de dierentuin en de aanblik van de dromedaris, dat zich hier in deze luisterrijke, maar toen sterk vervallen foyer in de marmeren nissen kooien moesten bevinden voor leeuwen en luipaarden.'

Dat schrijft wijlen W.G. Sebald in het prachtige Austerlitz, een roman uit 2001. Een boek over een man die als kind is beroofd van zijn vaderland, zijn taal en zijn naam, en dus niet meer kan aarden in deze wereld. Die man heet Jacques Austerlitz en de verteller treft hem in de grote stationshal van Antwerpen-Centraal, in de Salle des pas perdus, in de zomer van 1967. Daar neemt Austerlitz nota's over het 19de-eeuwse bouwwerk dat hem niet loslaat. 

'En afgezien van deze uiterlijkheden verschilde hij ook van de andere reizigers doordat hij als enige niet onbewogen voor zich uit zat te staren, maar aantekeningen en schetsen zat te maken die kennelijk verband hielden van de luisterrijke zaal waar wij beiden zaten.' Austerlitz is onder de indruk van het station. En de verteller is onder de indruk van Austerlitz. 'Want als hij niet iets zat te noteren, was zijn aandacht dikwijls lange tijd gevestigd op de rij ramen, de gecanneleerde pilasters of andere onderdelen en details van de zaal.' 

"1967?", vraagt Stan Wagemans. "Dan was het station nog niet gerenoveerd. Zou Austerlitz nu binnenkomen, hij viel achterover van verbazing." Stan zit in Le Royal, het café-restaurant op de eerste verdieping van Antwerpen-Centraal, in wat ooit de statige wachtzaal was voor reizigers in eerste klasse. Hier wordt nog altijd koffie gedronken met de pink omhoog en voel je het amechtige verlangen naar de grandeur die vroeger was en nu niet meer is. 

Leopold II

In Le Royal zitten weinig reizigers. Die hoeven geen porseleinen kopje, maar halen coffee to go in de aanpalende broodjeszaak en verbranden hun tong en lippen op de roltrap. "Dat het personage Austerlitz op details lette, doet deugd", zegt Wagemans. "Want het zijn de details die de geschiedenis verraden. In de Salle des pas perdus hangt die geschiedenis letterlijk aan de muren. Kijk je omhoog, dan zie je de gravures die verwijzen naar koning Leopold II. Hij besliste eind 19de eeuw dat Antwerpen een groots station verdiende, om het imago van de stad Antwerpen internationaal uit te dragen. Kijk je naar beneden, dan zie je in diezelfde hal hoe de centrale, grote vloertegels grijs zijn en de anderen lichter van kleur. Dat zijn getuigentegels, die liggen er sinds de bouw van het station en zijn bewust nooit vervangen."

Wellicht kent u Stan Wagemans niet. Maar wie af en toe in Antwerpen-Centraal komt, heeft hem al gezien, onbewust. Wagemans weet hoeveel rijen ramen het station telt. Hij kent de gecanneleerde pilasters waarnaar Austerlitz verwijst en telkens wanneer Wagemans in Antwerpen-Centraal aankomt, maakt zijn hart een sprong. "Het is mijn maîtresse", zegt hij. "Al precies vijftig jaar." Wagemans is de voormalige werfleider van het station. De man die de immense renovatie sinds midden jaren 80 overzag. "Toen Newsweek, het Amerikaanse tijdschrift, Antwerpen-Centraal een tijd geleden tot op drie na mooiste station ter wereld kroonde – na St. Pancras in Londen, Grand Central Terminal in New York en Chhatrapati Shivaji in Mumbai – was ik ontzettend gelukkig, aangedaan zelfs. Maar had je me dat in de jaren 80 gezegd, dan had ik je gek verklaard. Toen stond de boel hier bijna op instorten.

"Ik kom uit Kalmthout, ten noorden van Antwerpen, uit een gezin van middenstanders. Vader had een slachtvloer in Antwerpen, moeder deed het huishouden. Ik heb de slachtvloer niet overgenomen van vader. Niet omdat ik niet wilde, maar omdat ik niet mocht. "Als jij het vlees aanraakt, dan hak ik je handen af", zei hij. "Studeren, dat moet je doen." Wat ik ook deed, om nadien mijn legerdienst uit te zitten in Duitsland. 

De slachtvloer was geen optie, dus wat zou ik doen met mijn leven? Ik had een oom bij de Spoorwegen en een andere oom bij De Post. "Het is goed werken bij de overheid", zeiden die. "Kom bij ons!" Waarop ik me inschreef voor alle mogelijke staatsexamens: die van de Spoorwegen, De Post, de RTT (Regie voor Telegraaf en Telefoon), het OCMW en zelfs het staatsexamen van de Gerechtelijke Politie. Voor dat laatste examen kreeg je vier dagen verlof in het leger. Natuurlijk deed ik mee. (lacht) 

"Ik droomde van de Spoorwegen, als kind al, en was gelukkig te kunnen beginnen in het rangeerstation Antwerpen-Noord. In 1962 was dat, om nadien door te groeien tot technisch tekenaar en te eindigen in Antwerpen-Centraal. Dat was toen niet de kathedraal die het nu is. Neen, in die tijd was de Middenstatie een bouwvallig station. Ooit liep hier een man een schedelbreuk op toen hij werd geraakt door een losgekomen stuk marmer, de zogenaamd onverslijtbare vinalmontsteen, en toen er begin 1979 een brokstuk van 300 kilogram neerstortte, gingen er alarmbellen af in Brussel. Kort nadien werd ik bij de baas geroepen: 'Wagemans, we gaan de perronoverkapping restaureren. En gij gaat dat doen.'

"Als je uit de trein stapt, kijk dan eens naar boven. De overkapping is bijzonder. Al in 1895 werd 3,9 ton staal de lucht in geduwd. Dat is toch ongelooflijk, hé? Die kap heeft mij altijd gefascineerd. Omwille van de grootsheid en de kracht die ze uitstraalt. Al was dat begin jaren 80 anders en was die kracht tanende. Met een hoogtewerker heb ik alles geïnspecteerd en dat was schrikken. Veel ornamenten uit gietijzer waren verroest en zaten los. Die hebben we verwijderd. Vijf vrachtwagens hebben we zo gevuld. Pollutie had het staal fors aangetast en zelfs nu nog zie je de sporen van de Tweede Wereldoorlog in Antwerpen-Centraal. Ook dat is geschiedenis. Bij het inslaan van de V2-bommen stortte de beglazing voor een groot deel naar beneden, waardoor de constructie bloot kwam te liggen en het staal de elementen moeilijk kon weerstaan. Nog altijd zit er een knik in de nok van de constructie. Jawel, het resultaat van de Tweede Wereldoorlog. 

"Ik heb uren, dagen, misschien zelfs weken versleten daarboven in die nok. Daar is een loopbrug over de volledige lengte van de overkapping en hang je 40 meter boven de eerste verdieping van het station en 70 meter boven het diepste punt. Daar aten wij 's middags onze boterhammen. Net zoals de arbeiders van de Empire State Building in New York dat ook deden, maar dan nog veel hoger boven de grond."

Lees verder onder de foto.

Beeld Illias Teirlinck

Een dorp

Stan heeft geen tijd om koffie te drinken. Uit zijn rugzak haalt hij boeken, prentkaarten en krantenknipsels. En veel cijfers. "Voor de renovatie van het hele station werd 150.000 kubieke meter bakstenen aangevoerd, wat het equivalent is van duizend eengezinswoningen. Dat is een dorp hé. En wat denk je hier van: in Antwerpen-Centraal hangen net geen 200 camera’s, vind je 236 brandgangen, 1.707 luidsprekers, 48 roltrappen, 40 liften, 275 brandmelders, 25.000 lichten, 23 waterpompen en 4 dieselgeneratoren. En terwijl alles werd gerenoveerd, bleef het station operationeel. 

"Al liep het soms ook fout. Terwijl we verse beton goten voor het nieuwe perron, vroegen we de mensen vooraan uit de trein te stappen. Dat werd ook omgeroepen bij het binnenrijden van het station. Maar niet iedereen luisterde. Ik zie het nog voor me. 'Mevrouw', zei ik. 'Gelieve hier niet uit te stappen, maar enkel vooraan.' Ze stak haar middelvinger naar me op, stapte uit en zakte tot aan haar billen in het verse beton. Ze schreeuwde, was in volle paniek. Uiteindelijk hebben we haar benen afgespoeld in de douche van het werfgebouw en ging een collega om nieuwe sloefkes, want haar rode hakken zijn voor eeuwig in het perron gebetonneerd.

"Die renovatie werd mijn levenswerk. In die tijd was ik van 's morgens tot 's avonds in het station, bleef er soms slapen en leidde alles in goede banen. Een levenswerk, omdat de renovatie de brug sloeg naar mijn adolescentie. Toen al verzamelde ik oude prentkaarten over de bouw van Antwerpen-Centraal. En nu kreeg ik plots de kans om mee te werken aan het nieuw uitzicht van 's lands mooiste station, dat op duizenden nieuwe prenten zou worden gedrukt. Dat is hoe het leven in elkaar zit. Als kind ben je gek op treinen, als twintiger neem je deel aan een staatsexamen en vijftig jaar later heb je een boek geschreven over je leven in een station." Centraal Station, spoorwegkathedraal heet het boek. Wagemans houdt even in. Hij wrijft over de kaft. Je ziet de trots in zijn ogen. "Ik heb het leven hier zien passeren", zegt hij. "Maar ook zien verdwijnen. Die ene dag vergeet ik nooit meer.

"Hoe lang is het geleden? Twintig jaar misschien? In mijn herinnering is het zo lang geleden. Ik sta beneden, op straat, en zie een vrachtwagen met bouwmateriaal naderen. Ik begeleid de kraanman, opdat hij het aangeleverde materiaal naar de nok van de kap kan hijsen. Wat verderop, bij een van de joodse juweliers vlakbij het station, zie ik een man op zijn knieën zitten. Hij smeekt. Een andere man staat voor hem. Die haalt een pistool boven. Ik verstijf en zie hoe hij de man op de knieën door het hoofd schiet en vlucht. Nooit vergeet ik dat beeld. En de sfeer, de paniek. De joden kwamen de straat op. Ze schreeuwden, huilden, sloegen zichzelf. De gerechtelijke politie heeft me toen benaderd. Ik heb hen zo veel mogelijk informatie meegeven. Maar voor de televisiecamera's zei ik iets anders. 'Ik hoorde alleen een knal', zei ik. Om mezelf te beschermen. Had ik toen openlijk gezegd wat ik tegen de politie heb gezegd, dan stond er ongetwijfeld ook een prijs op mijn hoofd. De dagen nadien kreeg ik thuis politiebewaking, uit voorzorg. Later werd een diamantairsgezin vermoord in Edegem. Het bleek om dezelfde huurmoordenaar te gaan. Ja, dat heeft een diepe indruk op me nagelaten.

"Ik sprak er later nog over met meneer Weiss. Dat was de woordvoerder van de joden in de stationsbuurt. Ook die van de juweliers achterin het station. Helaas zijn die allemaal verdwenen. Ik heb meneer Weiss in geen jaren meer gezien en weet niet of hij nog leeft. Fijne man was dat. Hij was ook geïnteresseerd in de renovatiewerken in het station. Meneer Weiss hield ook een persoonlijk stuk geschiedenis verborgen in het station. Ooit nam hij me mee naar zijn catacombe. Een oud handelspand, zoals ook andere joden er een hadden in Antwerpen-Centraal. De deur ging open en ik zag een glanzende, oude Citroën. Een prachtexemplaar, een oldtimer waar verzamelaars hun leven zouden voor geven. Wat ik hem ook zei. 'Meneer Weiss, deze auto is een fortuin waard! Waarom verkoopt u die niet?' Zijn antwoord was even simpel als helder: 'Stan, deze auto blijft voor altijd in het bezit van mijn familie. Dit is de wagen waarmee wij Antwerpen zijn ontvlucht in de Tweede Wereldoorlog.' Manneke, manneke, Antwerpen-Centraal, dat is leven en laten leven."

Beeld Illias Teirlinck

Terugkeer

In Le Royal kijkt hij naar de grote klok aan de muur. "Het is belangrijk dat de juiste verhalen worden verteld", zegt hij, en giet suiker in zijn koffie. "De jeugd is kennelijk niet meer geïnteresseerd in het verleden, maar net daarin ligt de verwondering. Te weten dat dit station zo oud is. Dat Leopold hier een zeg in had. Dat van hieruit oostfronters zijn vertrokken, in uniformen met swastika's. Dat er rode schoenen in het perron zitten. Dat de vluchtauto van een joodse familie in Centraal werd verborgen. En dat cineast Peter Krüger hier een documentaire opnam over het station en daarvoor een echte leeuw losliet in de stationshal.

"Ach, dit station laat mij niet meer los. In 1998 zou ik er een punt achter zetten. Na 37 jaar werk keerde ik terug naar mijn vrouw en zou ik mijn maîtresse laten voor wat ze was. (lacht) Maar nog voor ik aan een nieuw leven kon beginnen in Kalmthout, rinkelde de telefoon. Mijn oude baas aan de lijn: 'Stan, heb je zin om terug te keren? Nu de Noord-Zuid-verbinding wordt voltrokken, komen er veel vragen over het station. En jij weet er alles van.' Ik ben teruggekeerd, en bleef nog tien jaar plakken. En ook nu ik écht op pensioen ben, is Antwerpen-Centraal nooit ver weg. Ik leid mensen rond. Na al die jaren zijn dat er intussen meer dan 30.000, dat is ongeveer het aantal reizigers dat hier dagelijks passeert.

"Ik ga het blijven doen. Opdat we de geschiedenis nooit vergeten."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.