Maandag 23/09/2019

Antwerpen 93: Kunst redt een stad

Een moeizaam begin, ruzie met de burgemeester en, u leest het goed, horizontaal vuurwerk. Antwerpen 93, Culturele Hoofdstad van Europa, startte onder een ongunstig gesternte. Toch groeide het festival uit tot een groot succes in alle lagen van de bevolking. Intendant Eric Antonis zorgde voor een keerpunt in het cultuurbeleid van Antwerpen en ver daarbuiten. 'We zijn toen met een schok vooruitgegaan', zegt schrijver Tom Lanoye. Eric Rinckhout

"Eric Antonis heeft met high fucking brow-kunst de Antwerpenaar weer trots op zijn stad gemaakt", zegt schrijver en inwoner Tom Lanoye over Antwerpen 93. "De erfenis van het festival is groot: de Zomer van Antwerpen, het stadsdichterschap, de Reuzen van Royal de Luxe, het Museum aan de Stroom, het Toneelhuis en HetPaleis.

"Eric Antonis is in 1994 in de politiek gestapt en heeft als schepen van Cultuur zijn geesteskind kunnen consolideren. Meer nog; hij zorgde voor een nieuw soort cultuurbeleid. Vergeet niet dat het allemaal gerealiseerd is tegen een extreemrechtse oppositie van dertig procent in. Dát is het grote mirakel."

Maar voor het zover was, moest er heel veel water door de Schelde vloeien. Eerst was er een man met een plan: de Antwerpse socialistische burgemeester Bob Cools lanceerde eind jaren 80 het ambitieuze voorstel om Antwerpen in 1993 te laten uitroepen tot Culturele Hoofdstad van Europa. Aanleiding voor hem was de vierhonderdste geboortedag van barokschilder Jacob Jordaens (1593-1678).

"De traditie van de Europese Culturele Hoofdsteden was toen nog jong", zegt Eric Antonis, die in 1990 als intendant van Antwerpen 93 aangesteld werd. Vanaf 1985 was een vrij voorspelbare rij hoofdsteden en culturele trekpleisters de revue gepasseerd: Athene, Firenze, Amsterdam, Berlijn en Parijs. Tot in 1990 Glasgow plots als outsider opdook."

'Als het voor Glasgow kan, moet het ook voor Antwerpen lukken', dacht Bob Cools. "Op dat moment was er niet zoveel competitie om Culturele Hoofdstad te worden", vertelt Eric Antonis. "Nu worden er witboeken volgeschreven, vergelijkbaar met de Olympische Spelen die men wil binnenhalen."

Oorspronkelijk had Bob Cools de bedoeling om het cultureel programma door de stedelijke diensten te laten opstellen. Er werden werkgroepen opgericht en na één jaar, in 1989, resulteerde dat in een dik boek met honderden losse voorstellen. "Dat 'telefoonboek' werd heel slecht onthaald", zegt Eric Antonis. "Als museumdirecteur kon je je lade opentrekken en daar enkele projecten uithalen waar je tot dan toe nooit geld had voor gekregen.

"Dat telefoonboek was een voorbeeld van de oude politieke cultuur. Maar Cools voelde nattigheid. Hij vreesde dat de Vlaamse overheid zou terugkrabbelen en minder geld uittrekken. Hij riep een commissie van wijzen bijeen, waar onder anderen Frie Leysen in zat, toen directeur van deSingel."

Toch bedankt, burgervader

Eric Antonis, die in Eindhoven al drie jaar het Zuidelijk Toneel leidde, kreeg plots telefoon van de Antwerpse burgemeester. "Ik had het naar mijn zin in Nederland en wilde niet naar Vlaanderen terugkeren", zegt Antonis. "De bestuurscultuur was er helemaal anders: in Nederland was er de zogeheten 'afstand van bestuur'. Bestuursleden van een culturele instelling moeiden zich niet met de inhoud, in tegenstelling tot Vlaanderen."

Toch ging Antonis met Cools praten. "Hoewel 'praten' niet het juiste woord is (lacht), ik moest vooral luisteren naar Cools. Daarna heb ik een nota geschreven, in de trant van 'Heb ik goed begrepen dat we een vzw gaan maken, die alle gelden en subsidies beheert en niet voorgezeten wordt door de burgemeester?' 'En dat ieders rol goed afgesproken wordt: die van de burgemeester en de intendant?'

"Cools wou het onduidelijk houden, ik wilde afspraken op papier. Toen wist ik al dat het geen gemakkelijke klus zou worden, omdat ik eigenlijk vroeg dat Cools zich terugtrok uit zijn eigen project."

De nota werd goedgekeurd, Bob Cools was schrander genoeg om in te zien dat hij dat project niet alleen kon trekken. Toen al stond het Eric Antonis duidelijk voor ogen wat hij met Antwerpen 93 wou bereiken: "We wilden dat Antwerps provincialisme omdraaien, zoeken naar hoe die stad weer metropool kon zijn en open zou staan voor de wereld en de kunstenaars uit die wereld."

Antonis omringde zich met een team van jonge, vaak eigenzinnige medewerkers. Het zijn inmiddels klinkende namen als Michel Uytterhoeven (podium), Bart Cassiman (hedendaagse kunst), Bart Verschaffel (literatuur), Pieter Uyttenhove (architectuur), André Hebbelinck (muziek) en Jan Van der Stock (historische tentoonstellingen). Hun vaak tegendraadse en relativerende aanpak zorgde voor wrijvingen met de burgemeester.

"Cools was heel belezen en sterk geïnteresseerd in de historische tentoonstellingen", zegt Eric Antonis. "Jordaens konden we niet meer vermijden, maar Verhaal van een metropool was een bijzondere tentoonstelling. Jan Van der Stock durfde legendes en mythes relativeren. Op een bepaald moment moesten we met een diavoorstelling bij de burgemeester komen om die expo te presenteren. Hij ging wel in de tegenaanval, maar hij liet ons toch onze gang gaan."

Cools had al een logo laten ontwerpen, iets met een driehoek in Escheriaanse stijl. "Het vergde moed om te zeggen dat wij dat niet gingen gebruiken." Antonis zette een Brussels bureau in voor de communicatie en huisstijl. De slogan is blijven hangen: 'Kan kunst de wereld redden?' "De affiches zijn een curiosum geworden en de slogan is nog lang daarna geparafraseerd.

"Ik zat met een hoop jonge honden, met duidelijke ambities en aparte stijlen en ik moest die bijeenhouden terwijl Bob Cools af en toe probeerde ons uit elkaar te spelen. Ik ben dan ook vaak met slaande deuren bij hem vertrokken", herinnert Antonis zich. "Maar 's avonds liet hij me dan terugkomen om samen iets te drinken. En dat was gemeend."

Niet alleen de burgemeester lag vaak dwars, er kwam ook kritiek uit culturele kringen. Tom Lanoye opende een frontale aanval in Humo. "Ik was heel teleurgesteld in het literaire programma van Antwerpen 93", verduidelijkt de schrijver. "Waarom koos men uitsluitend voor het essay en niet voor de literatuur in haar geheel? Voor de podiumkunsten was er dans, performance, theater, klassiek ballet. Paul van Ostaijen, de enige modernist in de Nederlandstalige letteren, had het gezicht van Antwerpen 93 moeten zijn. Hij heeft het eerste dadaïstisch filmscenario ter wereld geschreven: De bankroetjazz. Hoevisionair is dat, met de huidige bankencrisis.

"De polemiek was fel, maar werd zodoende een onderdeel van het festival. Het zorgde ook voor veel publiciteit. In de plaats van Antonis zou ik veel langer kwaad zijn gebleven op die Lanoye. Maar de verzoening kwam er, samen met een heus Van Ostaijen-jaar." Onder het beleid van Antonis werd Lanoye in 2003 de eerste Antwerpse stadsdichter.

Bittere pil

Er waren nog schermutselingen. "Lydia Schoonbaert, conservator van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, had een hekel aan hedendaagse kunst", zegt Antonis. "Wij brachten Muñoz, Iglesias en Tuymans in haar museum. Bart Cassiman werd bijna aangehouden door de politie omdat hij voor een werk van Kounellis enkele spijkers in het parket had laten kloppen. We hebben vier latjes laten vervangen (lacht)."

En dan moest het festival nog beginnen. Op 27 maart was het zover. Met het inmiddels legendarische 'horizontaal' vuurwerk.

"Er zat wat controverse in de openingsvoorstelling in de Bourla, Sarajevo", vertelt Antonis. "Mensen begrepen dat niet: het moest toch feest zijn? Maar het moeilijkst was dat vuurwerk. We wilden eens iets anders laten zien dan het typisch Antwerpse vuurwerk. Op de Documenta in Kassel had ik Pierre-Alain Hubert gezien: ik wilde die kunstenaar en een Antwerpse vuurwerkmaker samenbrengen, maar dat lukte niet. Dan hebben we beslist om alleen met Hubert in zee te gaan en toen zijn we gesneuveld. Een half miljoen mensen stond te kijken op de kaaien en er ontstond een echte volkswoede. Ik ben met mijn jas over mijn kop naar mijn bureau gevlucht. Jaren later werd ik daar op café nog op aangesproken. Een bittere pil.

"Diezelfde dag waren er 's ochtends fanfares uit de hele wereld door de stad getrokken. Het publiek was verrast en enthousiast. Maar 's avonds kwam ik met de burgemeester live op televisie terwijl we ambras aan het maken waren. Wat er fout is gegaan? Er werd met helikopters gewerkt en door een technisch misverstand is het vuurwerk veel te vroeg afgegaan. Maar we moeten eerlijk zijn: dat hadden we niet mogen riskeren."

Pas in 2008 gaf burgemeester Cools in een interview met Knack toe dat hij het vuurwerk niet eens gezien had. "We hadden de taken verdeeld. Ik zat in de Bourla naar Sarajevo te kijken." Toen Cools buiten kwam stond de stad in rep en roer.

Het conflict had ook een voordeel: buitenlandse journalisten voelden dat er in Antwerpen 93 een spanning hing en kwamen massaal afgezakt. "We kregen goede pers maar men schreef ook over het Vlaams Blok. Vergeet niet dat Zwarte Zondag in onze voorbereiding zat", zegt Antonis.

Aan het eind van Antwerpen 93 wees een enquête uit dat 75 procent van de ondervraagden positief was. "Er waren mensen bij die niets hadden gezien, maar de stad was getooid met vlaggen en er was veel volk. De Antwerpenaar vond het geweldig dat zijn stad in de belangstelling stond."

Na Antwerpen 93 ontstond het besef dat de stad meer moest zijn dan historische trekpleisters als stadhuis, kathedraal en Rubenshuis, en opnieuw een 'durvende' stad moest worden. In de meeste Culturele Hoofdsteden verdampte het project na het afsluiten van het festival. Antonis koos daarentegen voor continuïteit door in de politiek te stappen als onafhankelijke in een kartellijst van de toenmalige CVP en Volksunie. Tijdens Antwerpen 93 had hij een onschatbare dossierkennis opgedaan: hij besefte goed dat een aantal Antwerpse culturele instellingen vermolmd waren.

"Mijn politieke carrière is niet de leukste tijd van mijn leven geweest. Campagne voeren was al helemaal niets voor mij." Antonis werd op 1 januari 1995 schepen van Cultuur en Monumentenzorg. "Mijn voorsprong was dat ik mijn domein door en door kende (lacht)." Hij vormde de toenmalige stedelijke instellingen KNS en KJT om tot autonome instellingen van openbaar nut: Toneelhuis en HetPaleis. "Dat lag niet voor de hand. Ik had één geluk: Leo Delwaide vroeg in diezelfde gemeenteraad hetzelfde statuut aan voor het havenbedrijf. Daardoor werd mijn voorstel als klein agendapuntje mee goedgekeurd."

Antonis herstructureerde ook de musea. Die waren opgesplitst in een socialistisch en katholiek kamp. Met Stéphane Beel pakte Antonis ook de architectuur aan. "In het Rubenshuis kwam je binnen langs de vestiaire. Daar heeft Beel dan zijn Mies van der Rohe -achtige paviljoen voor de deur gezet. Daar kwam veel kritiek op, maar je kunt nu wel opnieuw het huis van de meester betreden door de poort, zoals hij het altijd bedoeld had."

Minister Frie Leysen

Het grootste project moest nog komen. Vleeshuis, Steen-Scheepvaartmuseum en Volkskundemuseum waren eigenlijk niet geschikt als musea. "In het Steen liep het depot regelmatig onder water. En dan was er het Etnografisch museum, meer een bank dan een museum. Uiteindelijk hebben we gekozen voor een nieuwbouw: na een internationale wedstrijd onder leiding van b0b Van Reeth is het Museum aan de Stroom er gekomen", zegt Antonis.

"Het MAS is wel de grootste kers op de taart. Maar er is ook het FelixArchief in het oude pakhuis en de Permekebibliotheek op het De Coninckplein. Middelheim stond in 1993 met tien nieuwe werken weer op de kaart: Kirkeby, Muñoz, Schütte, Panamarenko,... En ik ben ook trots op het Van Dyckjaar (1999) en Mode Landed / Geland (2001), evenementen die gemaakt werden door Antwerpen Open, een onafhankelijke structuur naar het model van Antwerpen 93.

"Dat is allemaal kunnen gebeuren door de goodwill die Antwerpen 93 heeft gecreëerd. Antwerpen 93 heeft een andere voedingsbodem in de stad gelegd, meer tolerantie gekweekt. Je mag in alle eerlijkheid zeggen dat de stad cultureel is opengebloeid." Tom Lanoye beaamt dat. "De belangrijkste erfenis van Antwerpen 93 is Eric Antonis zélf, als schepen van Cultuur, en de manier waarop hij omgegaan is met een ingeslapen stad die grote troeven had. Antonis had als politicus ook geen drie maanden studie nodig: hij kende zijn sector. Tijdens de voorbije verkiezingscampagne werd een paar keer lacherig gevraagd of een kunstenaar wel minister van Cultuur kan zijn. Waarom noemt niemand Václav Havel? Een toneelschrijver die zelfs president is geweest van Tsjecho-Slovakije in zeer moeilijke omstandigheden.

"Waarom zouden wij bijvoorbeeld Frie Leysen niet opeisen als volgende minister van Cultuur? Eric Antonis is het levende bewijs van het voordeel om te vertrekken met iemand die de culturele sector al ként. In tegenstelling tot de Joke Schauvlieges en Karel Poma's zaliger.

"Als Antwerpen nu al jaren scoort als hipste stad in de Rough Guide, dan is dat mee het resultaat van dergelijk beleid", vervolgt Lanoye. "Bekijk eens wat een verschil er is tussen Antwerpen voor en na 1993. Het is een enorme cesuur voor kunst en cultuur. We zijn toen met een schok vooruitgegaan. Antonis heeft de lat hoog gelegd. Een simpele vraag: durft men het nu nog aan om een MAS te bedenken, laat staan te bouwen?"

In 2004 verliet Eric Antonis, zoals hij tevoren had aangekondigd, de politiek en werd als cultuurschepen opgevolgd door Philip Heylen (CD&V). Die zorgde voor een andere stijl, maar wordt algemeen geprezen voor de manier waarop hij het departement Cultuur leidt. Heylen vocht voor het MAS, dat in mei 2011 zijn deuren opende, en slaagde erin het Red Star Line Museum, een statement dat migratie van alle tijden is, uit de grond te stampen.

Daar zijn de politici weer

Intussen staan in Antwerpen heel wat zaken onder druk, vinden Lanoye en Antonis. Zo werd de stadsbouwmeester ontslagen en zijn dienst ontmanteld. "Zomer van Antwerpen bestaat nog, maar ik voel dat men Antwerpen Open weer dichter bij de stad heeft getrokken", zegt Eric Antonis. "Ik merk dat de onafhankelijkheid die wij hebben bevochten onder druk staat. Dat na twintig jaar politici zich weer inhoudelijk beginnen te mengen. We moeten dat met veel aandacht volgen: want goede kunst heeft kritiek op de stad. Dat was de vrijheid die we hebben opgeëist voor Antwerpen 93."

"De huidige coalitie ziet kunst te veel als een kruising tussen citymarketing en een verheerlijking van een nationalistische identiteit", vindt Tom Lanoye, "terwijl Antwerpen 93 net heeft laten zien wat een meerwaarde kunst op zich kan leveren. Tal van andere steden hebben zich geënt op dat Antwerpse model. We zijn dus niet alleen het laboratorium maar ook de etalage waar anderen zijn komen shoppen."

"Tegelijk ken ik geen andere regio dan Vlaanderen waar kunstenaars zo systematisch verdacht worden gemaakt omdat ze niet in één politiek kader willen meedraaien. Ofwel zijn we 'volksverraders', ofwel 'luiaards en potverteerders' die slapend rijk worden, nota bene van steeds minder subsidies. Zelfs als we die niet krijgen, zoals ik.

"Tegelijk zijn er maar weinig regio's waar kunstenaars nu al een paar decennia lang zo veel uitvreten met zo weinig. Kijk naar de habbekrats waarmee Frie Leysen deSingel ooit uit de grond heeft gestampt. Idem dito voor Antwerpen 93. Dat zijn economische mirakels waar baggeraar Jan De Nul een dikke nul bij is. Maak die analyse nu eens heel eerlijk? De kosten toen en de baten in lengte van jaren? Voor mij hoort Eric Antonis dan in het rijtje van de groten: Jan Hoet, Gerard Mortier en Frie Leysen. Met dat verschil dat hij zijn visie vanuit de politiek heeft verwezenlijkt. Chapeau."

"Ik heb behoorlijk wat kritiek gekregen", besluit Eric Antonis. "Er zijn moeilijke momenten geweest, maar wat mij deugd doet is, als ik op de roltrap van het MAS sta, er dan iemand zijn duim omhoog steekt en zegt: 'Goe gedaan, jongen.' En dat is dan een gewone Antwerpenaar."

Eric Antonis

l geboren in 1941 in Turnhout

l 1972-1988: directeur cc De Warande Turnhout

l 1988-1990: directeur Zuidelijk Toneel Eindhoven

l 1990-1993: intendant Antwerpen Culturele Hoofdstad

l 1995-2004: schepen van Cultuur in Antwerpen

l 2010: Vlaamse prijs voor algemene culturele verdienste

l tot op heden: bestuursfuncties in onder meer Bozar en Flagey.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234