Zondag 19/01/2020

‘Antwerp plooit niet, voor niets of voor niemand’

Op het eerste gezicht is Ratko Svilar (59) niet zo gek veel veranderd van toen hij nog als prille dertiger tussen de palen stond bij Royal Antwerp FC. Nog steeds die trotse pose, die zelfverzekerde blik, die lange haren. Maar zelfs Servisch graniet slijt met de jaren. “Je kunt niet geloven hoe stresserend het is om trainer te zijn”, zegt hij. “Walter Meeuws is één jaar jonger dan ik maar hij ziet er wel tien jaar ouder uit. Nu weet ik waarom: hij heeft veel langer gecoacht. Het houdt je permanent bezig. Hoe ga ik spelen, wie ga ik opstellen, wie ga ik wisselen... om gek van te worden. Als ik ‘s nachts om drie uur wakker word, is het gedaan met slapen. Ik droom er zelfs van. Gelukkig geen nachtmerries. Ik win altijd in mijn dromen.”

Geheim

“Antwerp stond tiende toen ik in februari overnam en zonder één nederlaag oprukte naar de derde plek. Hoe ik dat gedaan heb? Als ik dat zeg, verraad ik mijn geheim. (lacht) Ach, Dimitri (Davidovic, red.) had het net zo goed gedaan als ik. Ik heb geen andere spelers gebruikt , dat kan ook niet met een kern van achttien spelers en drie keepers. Ik heb wel nog veel meer de nadruk gelegd op discipline in het spel, in het nakomen van afspraken. Spelers mogen van mij feesten na de wedstrijd maar de dag erop is het gedaan, dan wil ik dat ze weer focussen op de volgende match. En dat eis ik van àl mijn spelers.”“Luister, in Europa is Antwerp nog altijd een naam. Veel meer dan Kortrijk, Dender of weet ik veel. In Servië of Kroatië kunnen ze er niet bij wat een club met zo’n verleden in tweede klasse doet. Ik bedoel maar: élke club in België wil Antwerp verslaan. Als trainer van Olympic Charleroi of Doornik is het niet zo moeilijk om je spelers te motiveren. Eén woord is voldoende: Antwerp. Maar andersom is het heel wat anders en dus praat ik op mijn spelers in, van maandag tot zaterdag. Om hen te prikkelen. Nu ben ik al een hele week over Roeselare aan het praten. Voor elke training, vijf tot vijftien minuten. Ik leg hen ook altijd uit wat we op de training gaan doen.“Hoe we in deze eindronde gaan presteren? We zijn kansloos. Als je de anderen mag geloven toch. Lierse, Dender en Roeselare zeggen alledrie dat ze beter zijn. Op papier is dat misschien wel zo maar ik beloof je: Antwerp plooit voor niets en voor niemand. We geven niet snel op. We worden de underdogs genoemd maar ik denk daar anders over. Voetbal blijft onvoorspelbaar.”“Ik wilde eigenlijk geen hoofdtrainer worden. Ik ben 59. Over zes jaar ben ik aan mijn pensioen toe, terwijl ik als coach nog alles te bewijzen heb. (glimlacht) En als ik de pers hoor, stel ik als trainer toch niets voor.“Onlangs op een persconferentie kreeg ik de vraag waarom Antwerp het zo goed had gedaan. Ik vond dat een rare vraag, niet echt vriendelijk. Ik heb niets tegen kritiek maar als het goed gaat, dan gaat het goed. Dan moet je me toch niet afkraken en doen alsof ik er niets van ken, alsof de voorzitter er niets van kent. Ik heb wel 29 jaar in het voetbal gezeten, hé.“Wraak? Nee, ik zie dit niet als een mogelijkheid om wraak te nemen. Helemaal niet. Ik ben gekomen als assistent van Dimitri. Als hij me niet had gevraagd, dan zou ik nu geen ‘head coach’ zijn. En als Dimi niet zou zijn gestopt, dan zou ik niet als T1 zijn aangeduid. Ik dacht dus niet aan wraak toen ik mijn contract tekende. Het belangrijkste is dat ik nu aan mezelf bewijs dat ik het wél kan, want het was al drie keer geen succes. Dan begin je aan jezelf te twijfelen, of ik het wel aankan om trainer te zijn, ook al ken ik de redenen waarom het is misgegaan.

Kessler

“Bij Kessler was het probleem dat zijn wil wet was. Op zich is daar niets mis mee, maar je moet wel open staan voor andere meningen. Ik ga uit van de premisse dat ik het niet per se beter weet. Met Kessler was er geen dialoog mogelijk, hoewel ik wist dat de fysieke conditie van de spelers ondermaats was. Ze konden maar dertig minuten aan. Het was geen toeval dat we altijd na de rust de wedstrijd verloren. Dus toen ik overnam, heb ik onmiddellijk harde trainingen ingelast. Dat was een fout van mij: I killed my players. “Ik heb nu drie keer moeten depanneren. Ik zou ook wel eens aan een seizoen willen begìnnen. In 1998, na de degradatie, hoopte ik daarop, maar de voorzitter zei dat hij me toén geen kans kon geven. Terwijl ik met Antwerp 11 punten uit 10 wedstrijden haalde en mijn voorganger (Georg Kessler) 14 punten uit 24, was ik het die de schuld kreeg. Ik was zogezegd geen goede trainer. Dat verhaal heeft me tien jaar uit het voetbal gehouden. Maar ik heb geen ruzie gemaakt, ik heb de voorzitter beleefd de hand geschud. Ik ben niet rancuneus: ik hoop dat ik hem in zijn 30ste jaar als voorzitter de promotie kan schenken.“Ik heb in die tien jaar nooit een voorstel gekregen om ergens anders te beginnen. En zelf heb ik ook geen cv opgestuurd. Daar ben ik te trots voor. Dat heb je met die Serviërs (lacht). Waarom denk je dat er een oorlog is uitgebroken in mijn land? We zijn een volk dat niet wil buigen. Ik dacht: ik heb achttien jaar bij Antwerp gespeeld, als die club me niet wil, wie dan wél? Vooral dat eerste jaar heb ik afgezien. Ik ben geboren met een bal in mijn buik. Zonder voetbal was ik niets of niemand. Ik was op de dool. (denkt na) Voor het ontslag van Kessler kreeg ik wel een telefoontje van Vujadin Boskov. Hij wilde dat ik hulptrainer werd bij Sampdoria. Ik aarzelde, maar de spelers van Antwerp overtuigden me om te blijven. Wie weet hoe mijn carrière er dàn had uitgezien...

Houthandel

“Ik heb in de tussentijd in de houthandel gezeten, bij een bedrijf in Deinze. Ik weet nu alles van hout en parket. (lacht) In 1998 heb ik er wel aan gedacht om terug te keren naar Servië, maar mijn broer, die daar directeur van een brouwerij was, zei me dat de situatie niet goed was en dat ik beter in Antwerpen bleef. Uiteindelijk heb ik mijn vrouw hier leren kennen en kreeg ik kinderen. Ik ben nog altijd meer een Serviër dan een Belg, maar ik heb wel mijn hart verloren aan Antwerpen. Mijn zoon (toont foto op gsm) is nu keepertje bij GBA. De aartsrivaal, ja (knipoogt) maar die heeft nu eenmaal een goede jeugdwerking. En nu zitten clubs als Anderlecht, Standard en PSV achter hem aan.

Blanco strafblad

“Al die verhalen alsof ik bij smokkel betrokken zijn geweest, worden allemaal zomaar voor waar aangenomen, terwijl daar niets van klopt. (theatraal) Waarom wil de pers zo graag een crimineel van me maken, of een moordenaar, terwijl ik een blanco strafblad heb? “Ik ben nóóit veroordeeld. Niet één keer. Ik vraag me af waar ik die reputatie aan verdien. Ik heb vier kinderen en ik eis van hen dat ze de wet respecteren, dat ze luisteren naar gezag. Ik zou het nooit accepteren dat ze stelen, dat zou een schande zijn, voor mij en mijn familie.“Ja, ik heb even in de gevangenis gezeten. Omdat ik geen klikspaan ben. Ik zit nog liever in ’t gevang dan dat ik mijn vrienden zou verraden. Stel dat jij me zegt: ‘Ratko, ik heb een diefstal gepleegd.’ Ik ga dat toch niet aan de politie zeggen als ik dat niet met mijn eigen ogen heb gezien? Hoe kan ik anders zeker weten dat het de waarheid is? Hoe weet ik dat je me niets op de mouw hebt gespeld? Dus neen, dan zwijg ik.”

Antwerp niet klaar

“De supporters zijn voor 100 procent klaar voor eerste klasse. De club en de spelers willen ook graag. Maar achttien spelers en drie keepers: voor eerste is dat niet voldoende. Dat we het misschien toch maar moeten proberen? Dat hoor je alleen maar in België, zo’n flauwekul. Goed geprobeerd: wat is dat eigenlijk? Ik ken alleen goed of slecht. Als een speler drie meter naast de goal shot, wat is daar dan zo goed geprobeerd aan? Dàt en het feit dat spelers niet hard genoeg trainen, verklaart waarom het Belgische clubvoetbal in Europa niets meer voorstelt. Die vijftien jaar bij Antwerp waren voor mij puur vakantie. Ik kreeg een mooi loon, ging uit naar de disco, deed mijn zin. In Joegoslavië kon je net zo goed in de mijn gaan werken. Afzien! Soms verloor ik drie tot vier kilo op een training. In België maken de spelers van hun oren als het een beetje te hard is. Verhaegen (voorzitter van GBA, red.) heeft gelijk als hij er zijn beklag over doet. Het is allemaal veel te makkelijk, en niet alleen bij GBA, maar bij alle eersteklassers. Ik beloof je één zaak: mijn spelers gaan nog huilen als ik bij Antwerp blijf. Ik ga niet per se méér trainen maar wel hàrder. Als gekken.“In principe blijf ik bij Antwerp, of het nu in eerste of tweede klasse zal zijn, maar ik wil met de voorzitter over nog enkele zaken praten. Niet over geld maar over de spelers. Welke gaan ze houden, welke niet? Zeven zijn er einde contract: hoe gaan ze die vervangen? Zal de club inspanningen doen? Op dat soort vragen moet ik nog een antwoord krijgen.” (vh)

Eindronde promotie-degradatie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234