Maandag 16/05/2022

InterviewDe vragen van Proust

Antje De Boeck: ‘Ik heb me te veel laten meeslepen en dat heeft schade aangericht’

Antje De Boeck. Beeld Stefaan Temmerman
Antje De Boeck.Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Deze week: actrice Antje De Boeck (57). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

Ann Jooris

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik ben blij dat ik daar thuis over nagedacht heb. (lacht) Oud genoeg om jong te kunnen zijn. Ik kan nu veel beter jong zijn dan toen ik nog jong was. Met een andere kracht. Ik zit ook beter in mijn vel. Ik ben beslister geworden. Meer rechtdoor. Zelfverzekerder. Ik weet beter wat ik wil. En vooral wat ik niet wil. En dat is nogal wat. Je moet echt durven te zeggen waar je voor staat. Ik kan nu met een even vriendelijk gemoed ‘neen’ zeggen. Terwijl ik vroeger eerder dacht: ‘Dat kun je toch niet maken’, denk ik nu: ‘Neen is een even mooi antwoord als ja’.”

BIO * Vlaamse actrice * geboren op 16 oktober 1964 in Antwerpen * speelde theater bij onder meer De Korre, De Tijd, Malpertuis, Fast Forward, KVS... * televisie: o.a. ‘t Bolleken (debuut in 1988), Terug naar Oosterdonk (1997), Windkracht 10 (1998), Stille waters (2001), Kijk eens op de doos (2002), Vermist (2008), Zone Stad (2011), Witse (2012) * film: o.a. Daens (1993), Manneken Pis (1995), Hop (2002), Cool Abdoul (2021) * won Joseph Plateauprijs voor haar rol in Daens * getrouwd met muzikant Rony Verbiest, twee kinderen uit vorig huwelijk

2. Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Ik weeg veel af. Ik ben een weegschaal. Ik ben een nadenker, wat betekent dat ik niet meteen iets zal uitsluiten. Dat balanceren is een voordeel in je ontwikkeling, denk ik, omdat je bij de dingen stilstaat, maar je moet er toch mee oppassen. Soms is het die moeite niet waard. Dat heb ik nu door. (lacht)

“Zelfkennis is een langdradige en altijd onvolledige studie, zegt George Sand (Franse schrijfster, 1804-1876, red.). De studie van het hart is van die aard dat hoe meer je erin opgaat, hoe minder klaar je ziet. Te veel rekening houden met andere zienswijzen breekt mij zuur op. Ik vergeet mijzelf. En in hartzaken... wreekt zich dat. Dus empathie en afwegen moet, maar tot op zekere hoogte. Je moet die grens goed bewaken. Zodat de ander niet te veel in je vaarwater komt, zodat je leert zien wie je zelf bent. Misschien tot je eigen scha en schande, maar dan besef je het tenminste en kan je daar ook weer mee omgaan.

“Dat is een kantje dat ik onder controle moet houden omdat het mij ongetwijfeld te veel parten heeft gespeeld. Op een gegeven moment ben ik in een diepe, verbijsterende zwijgzaamheid beland.

“Die periode heeft tien jaar geduurd, tussen mijn 44ste en mijn 53ste. Ik ben te veel een tussenpersoon geweest, voor mijn kinderen, in mijn vorige en in mijn huidige huwelijk. Ik heb te veel gewikt en gewogen, ben te veel op zoek gegaan naar ieders noden, ben te veel meegegaan in de emoties van de anderen. Ik heb me te veel laten meeslepen en dat heeft schade aangericht. Dat durf ik echt te zeggen. Misschien nog het meest aan mezelf. Je moet sterk staan en jezelf trouw blijven en dat heb ik niet gedaan. Ik ben daar echt aan ten onder gegaan. Ik heb mijzelf ingesneeuwd. Mijzelf op den duur niet meer aan het woord gelaten.

“Tot ik uiteindelijk zwaar ziek ben geworden. Kanker. Of er een verband was, weet ik niet. Ik wil me niet verliezen in dat soort theorieën. Mijn lichaam raakte volledig uitgeput, maar met mijn geest ging het net andersom. Van de ene op de andere dag was het klaar. Ik kreeg plots een zakelijkheid over mij heen die men mij nooit zou toedichten. Ineens werd ik toeschouwer, wat ik nooit ben geweest. Misschien dat ik daarom zo graag op een podium sta. (lacht) Ineens kreeg ik een klare kijk. Ik hervond mezelf, mijn humor, mijn fysieke kracht, en heb mijn genezing in handen gepakt. Kop omhoog. Schouders recht. Dat is de oude opvoeding. Oldskool. Los van het heilzame van die oude raad, voel ik dat nu letterlijk: ‘Kom maar op!’”

3. Wat is uw zwakte?

“Wat ik zonet vertelde: te veel schipperen en het verlammende effect daarvan.”

4. Wat is uw passie?

(denkt na) “Dat zal toch wel schoonheid zijn. Dat woord is veel groter dan die twee lettergrepen. Ik vind het bijvoorbeeld fijn dat we hier afgesproken hebben (in de Gentse Vooruit, red.). Deze ruimte heeft voor mij een schoonheid. En schoonheid heeft altijd een grote relevantie.

“Schoonheid bieden aan een publiek, iets naar behoren geven, speelt een grote rol in mijn leven. Ik denk dat ik dat altijd consciëntieus heb gedaan.”

5. Hoe was uw kindertijd?

“Als kind was ik heel erg geabsorbeerd door alles wat er rond mij gebeurde. Ik ben een buitenkind. De vaart, de manège op een steenworp van ons huis. Ik had eigenlijk weinig vrienden en vriendinnen. Dat is voor mij een merkwaardige periode om aan terug te denken. Ik had steeds het gevoel dat ik te weinig leefde. Dat de belevenis zich bij anderen afspeelde. Op verjaardagsfeestjes bijvoorbeeld, werd ik niet uitgenodigd. Misschien kwam dat ook omdat wij over het water woonden. Willebroek. Op de Oostdijk.

“Ik was ook ergens een buitenbeentje. Mijn mama is een Duitse. Dat was in die tijd niet evident. Op school ging het soms over de oorlog en dan vroegen ze mij om daar iets over te vertellen. Door mijn afkomst was dat een veelzijdiger verhaal dan dat van de anderen. Mijn grootmoeder was bovendien een Nederlandse. Onze hele familie, Nederlanders, Duitsers en Belgen, had geleden onder het nazisme. Als ik dat zei, kreeg ik enorm veel reacties. Die nuance werd mij niet in dank afgenomen. Alles wat Duits was, was zogezegd verderfelijk, ook mijn mama, en mijn naam. ‘Dochter van Hitler’ en dat soort dingen kreeg ik te horen.

'We hebben het altijd over onze vrijheid. Maar jongens... Vrijheid. Wat stel je je daarbij voor? Om alleen voor jezelf respect op te eisen? Dat gaat niet als je met miljoenen bent.’ Beeld Stefaan Temmerman
'We hebben het altijd over onze vrijheid. Maar jongens... Vrijheid. Wat stel je je daarbij voor? Om alleen voor jezelf respect op te eisen? Dat gaat niet als je met miljoenen bent.’Beeld Stefaan Temmerman

“Die hang naar nuance heb ik nog altijd. Omdat men een verhaal in zijn totaliteit moet durven bekijken. Men is dat aan zichzelf verplicht.”

6. Is het leven voor u een cadeau?

“Ik vind dat een heel rare uitdrukking. Het leven is. Punt. Het is een uitdaging, maar een cadeau? Nee. Zo’n verwerpelijk cadeau zou ik nooit willen krijgen. Een cadeau is iets wat je open maakt en dat mooi is. Dat is het leven niet. Dat is ook niet erg, hè. Maar een cadeau is weer zo’n typische uiting van onze consumptiemaatschappij. Over het leed willen mensen niets horen. Want wij zijn een welvarend land. Al die economische termen. Het gaat niet over welzijn, maar over welvaart. Het leven is een cadeau voor de banken. (lacht) Voor mij is het leven geen cadeau in se. Het is een hopelijk boeiend leerproces.”

7. Wat was de moeilijkste periode in uw leven?

“Die periode van ingekeerdheid die ik daarnet beschreven heb bleek een sluipend gif. Ze kwam pas tot stilstand toen ik zwaar ziek werd.”

8. Welke kleine alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Vandaag, bijvoorbeeld. Ik ga graag ergens naartoe om te praten met iemand die ik niet ken. Op een mooie plek met uitzicht.”

9. Heeft u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Ja. Toen mijn leven op losse schroeven stond had ik geen zelfliefde meer. Ik kon mijzelf niet meer respecteren omdat ik mezelf niet meer in de hand had. Tot mijn lichaam helemaal buiten mijn spraakvermogen om ineens besliste: ‘Het is genoeg geweest'. (balt vuist) Het was alsof mijn lichaam mij een vuist voorhield en zei: hou ze vast en trek je omhoog. Ik geloof in de menselijke kracht. En ik hoop dat iedereen ze in het leven ergens tegenkomt.”

10. Welke droom hebt u nog?

“Ik hunker daar al heel erg lang naar... Ik reis graag naar steden. Rome, Lissabon, Wenen, Madrid, Barcelona... Nogal Europees, ik weet het. Ik zou dat heel graag nog eens doen. Maar dan echt alleen. Om uitsluitend met mijn eigen indrukken bezig te zijn. Anders ben ik te vatbaar voor het welbevinden van de ander. Alleen zijn, daar komt het op neer. Alleen zijn met mezelf en de wereld uitsluitend door mijn eigen filter zien. Ongestoord door goed gezelschap. ‘Goed’ is daarin een belangrijk woord. Alleen met mijzelf, want anders ben ik weer een ander persoon.”

11. Wat biedt u troost?

(denkt lang na) “Ik heb weinig troost gekend in mijn leven. Die moet ik in mijzelf zoeken. En dat gaat ook wel. Dat zou hier kunnen zijn. In mijn wagen bijvoorbeeld gaat dat ook. Ik heb een hele fijne Mercedes. Die brengt mij waar ik heen wil.”

12. Waar hebt u spijt van?

“Ik heb spijt dat ik niet vroeger ben opgestaan en gezegd heb: ‘Nu is het gedaan’. Ik vind het nog altijd moeilijk om er met mijn kinderen over te spreken, om op te komen voor mezelf en te zeggen: zo zat het in elkaar, en niet anders.”

13. Wat is uw grootste angst?

“Ik heb momenteel geen angsten. En al helemaal geen grootste. Natuurlijk kun je zeggen ‘mijn geliefde verliezen’ of ‘een kind verliezen’. Dat is bijna out of the question. Ik ben echter gewend om daar heel weinig mee bezig te zijn, omdat mijn dochter een heel moeilijke levensstart heeft gehad. Dus wat dat betreft, ben ik geoefend. (heftig) Neen, dat bestaat niet. Excuseer mij. I don’t know a fuck. Voor diegenen die echt iemand zijn kwijtgeraakt: I rest my case.”

14. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Toen mijn man (muzikant Rony Verbiest, red.) er erg aan toe was na een faliekante ingreep. Toen ben ik in huilen uitgebarsten zoals ik deed als kind. En kort daarna tijdens een vertolking van het lied ‘Nature Boy’ door Anna Nuytten (Belgische mezzosopraan, red.). ‘The greatest thing you’ll ever learn, is just to love and be loved in return.’

“Desondanks huil ik te weinig. Ik heb een periode gehad waarin ik niet meer kon huilen, en dat vond ik redelijk om te huilen. (lacht) Dat vond ik schokkend. Ik kon zelfs niet meer ontroerd raken door schoonheid. Ook dat was weg.

‘Toen ik dan kanker kreeg en effectief in het ziekenhuis belandde heb ik me zelden zo goed gevoeld. Ik werd verzorgd. Er stond iemand bij mijn bed. En niet omgekeerd.’ Beeld Stefaan Temmerman
‘Toen ik dan kanker kreeg en effectief in het ziekenhuis belandde heb ik me zelden zo goed gevoeld. Ik werd verzorgd. Er stond iemand bij mijn bed. En niet omgekeerd.’Beeld Stefaan Temmerman

“Er is mij talloze keren gezegd dat ik hulp moest zoeken. Mij eventjes moest laten opnemen. En dan vooral om echt weg uit mijn leven te zijn. Toen ik dan kanker kreeg en effectief in het ziekenhuis belandde heb ik me zelden zo goed gevoeld. Ik werd verzorgd. Er stond iemand bij mijn bed. En niet omgekeerd. Ze zorgden voor mij. Zielig, hè. Maar het is zo. Ik moest voor niemand meer zorgen. Dat was mij volslagen onbekend. En ik had de mogelijkheid om me volledig op mezelf te focussen. Omdat de ziekte dat vereiste. Dus dat was goed. Omdat ik het overleefd heb, natuurlijk.”

15. Wanneer bent u nog door het lint gegaan?

“Toen ook. (lange stilte) Na een situatie die geëscaleerd is. Er is toen een gesprek ontstaan waarin alles ineens naar mij wees. Dat was zo oneerlijk. Toen ben ik echt door het lint gegaan.”

16. Wat is uw vroegste herinnering?

“Ik herinner me nog goed dat we samen met mijn mama mijn oudste broer naar de kleuterklas brachten en dat ik daar per se ook wou blijven. Ik was 2,5 en vanaf dan ben ik naar school gegaan. En er was een jongen die een knikker in mijn oor stak. Het was een heel gedoe om die daar weer uit te krijgen. (lacht) Ik herinner me ook dat mijn mama eens deed alsof ze ons verliet. Ze deed haar jas aan en ging weg. Die verbijstering, dat vergeet ik nooit meer.”

17. Heeft u soms last van heimwee?

“Nee. (lange stilte) Nostalgie is iets anders. Ik hou van de schoonheid en de kwaliteit van vroeger. Van een Leuvense stoof tot schoenen die honderd jaar meegingen als je ze goed verzorgde; een goede schoenmaker, mooie kledij, mooie stoffen, vakwerk. Ik mis de degelijkheid. Ik heb heimwee naar de liefde waarmee dingen gemaakt werden. Naar duurzaamheid. Ik vervloek de mode die scheef trekt na één keer wassen. Al die vervloekte onzin die mensen ongelukkig maakt. Al dat consumeren. We zijn allemaal guilty as hell om hierin te blijven meedraaien.”

18. Welk boek heeft voor u een bijzondere betekenis?

Colometa van Mercè Rodoreda, wegens de universaliteit van het verhaal dat zich afspeelt tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Maar ik pik er niet graag één boek uit. Zo hou ik ook erg veel van Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer. Voor zijn inzichten die ik onderschrijf. Mijn liefde voor de taal is heel groot. En ik vind de correctheid, het zoeken naar precisie, die ene formulering die precies een bepaalde gedachte weergeeft heel prettig. Al die levenswijsheden die op een of andere manier verdicht zijn, daar geniet ik van.

“Ik kan niet zeggen: dit boek is het. Het heeft bij mij heel erg te maken met waar ik mee bezig ben op een bepaald moment in mijn leven. Ik zal ook altijd het gevoel hebben dat ik te weinig gelezen zal hebben. Dat blijft een frustratie.”

19. Hoe definieert u liefde?

“Liefde is een oerkracht die een schokeffect teweeg brengt bij het idee dat ze je die liefde zouden kunnen afnemen.”

20. Waarover bent u de laatste tijd dieper gaan nadenken?

“Over zogenaamde kwetsbaarheid, een woord dat de laatste tijd enorm in de mode is. Je moet je zogezegd kwetsbaar opstellen. Ik geloof daar niet in. Ik geloof in openheid. In mensen in de ogen kijken, in weerbaarheid, in luisterbereidheid. In geven in plaats van nemen.

“Een goed voorbeeld is de hele heisa rond de mondmaskerplicht voor kinderen. Behandel kinderen niet als kwetsbare wezens. Toen in het begin van de coronacrisis grootouders hun kleinkinderen niet meer mochten zien, dacht ik: waarom geven ze die kindjes geen mondmaskers, zoals iedereen? Die zullen dat de max vinden. Verplegertje of doktertje spelen. Zo eenvoudig is het.

“Je moet kinderen verantwoordelijkheid geven. Dan tellen ze mee. Of zoals Peter Adriaenssens zei: ‘Wat? Schade aanrichten? Er is een pandemie aan de gang!’ Met wat voor bullshit zijn wij bezig? Hou afstand, draag een mondmasker. Laat kinderen een gedichtje schrijven of vanop een afstandje een liedje zingen voor oma of opa, of een toneeltje verzinnen, in plaats van hen vast te pakken. Focus toch niet op dat elkaar niet meer kunnen knuffelen. Betrek kinderen bij de problematiek, behandel hen niet als kasplantjes, anders worden ze onuitstaanbaar.

“En wat de pers betreft: laat eerst deskundigen aan het woord in plaats van de micro te geven aan een 9-jarige. Leer kinderen te luisteren en zich dan een mening te vormen. En denk dan eens na of die mening relevant is voor een groot publiek. Een kind zijn mening moet bijgestuurd worden om het in het latere leven tot een degelijk mens te brengen. Tot een open mens die bereid is om te luisteren, die zich beleefd en vriendelijk gedraagt, met een fierheid naar zichzelf en naar de anderen toe.

“Wat je een kind moet leren is: stop met zeuren, nu is het niet aan jou. Leer je kind gedragsregels. Om het plat te zeggen: je kakt ook niet in de woonkamer hè. We hebben een zekere beschaving bereikt, laten we er ons ook naar gedragen. We hebben het altijd over onze vrijheid. Maar jongens... Vrijheid. Wat stel je je daarbij voor? Om enkel en alleen voor jezelf respect op te eisen? Dat gaat niet als je met miljoenen bent. Zo word je een arm en egocentrisch wezentje.”

21. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Ik let erop dat ik er goed uitzie. En ik hou van vrouwelijkheid. Zoals je alles moet onderhouden, moet je ook je lichaam onderhouden. Ik zwem veel.”

22. Wat vindt u erotisch?

“De hals, de rug en de benen. Zand, zout op mijn huid. Wind. Open ramen. Tijdens het draaien van Daens (onder regie van Stijn Coninx, met Jan Decleir, Antje De Boeck en Michaël Pas, 1992, red.), om die oude koe toch maar weer eens uit de gracht te slepen, logeerden wij in een Grand Hotel in een Oostblokland. Het tochtte daar zwaar want dat hotel werd spijtig genoeg niet goed onderhouden. Machtig was dat. Zo’n palazzo. Al die grandeur. En daar dan een lange jurk aantrekken en dansen. Dansen vind ik ook heel erotisch.”

‘Wat je een kind moet leren is: stop met zeuren, nu is het niet aan jou. Leer je kind gedragsregels. Om het plat te zeggen: je kakt ook niet in de woonkamer hè.’ Beeld Stefaan Temmerman
‘Wat je een kind moet leren is: stop met zeuren, nu is het niet aan jou. Leer je kind gedragsregels. Om het plat te zeggen: je kakt ook niet in de woonkamer hè.’Beeld Stefaan Temmerman

23. Wat is de speciaalste plek waar u ooit de liefde bedreven hebt?

“In alle Grand Hotels van Europa. (lacht) Ik ben niet voor dat stuntgepruts hier of daar. Dat vind ik zonde van de inspanning.”

24. Hoe zou u willen sterven?

“Ergens gáán sterven, zoals de oude Japanse vrouw op een besneeuwde berg in De ballade van Narayama (film van Shohei Imamura, 1983, red.). Maar waar precies, dat weet ik nog niet. Dat is een goed teken. (lacht) Ik ben nog niet in dat stadium. Maar ik zal daar zeker over nadenken. En of daar anderen bij willen zijn, dat laat ik geheel aan hen over. Het zou fijn zijn. Voor hen. Als zij dat willen. Ik vind dat geen voorwaarde. Denk ik nu.”

25. Wat zou u wensen als laatste avondmaal?

“Niets. Hoe minder er moet uitkomen hoe beter. Dat lichaam zo zuiver mogelijk laten overgaan. Aardbeien met champagne, misschien. Zo’n beetje die lichtheid in het hoofd. Ik zou wel in schoonheid willen eindigen. Met iets heel moois aan. Een jurk van zijden organza.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234