Zondag 25/08/2019

Interview

Anthony Scaramucci: “Het verbaast me niet dat fascisten en neonazi’s verzot zijn op Bannon. Hij is walgelijk”

Beeld RV

Van 21 juli tot 31 juli 2017 was Anthony Scaramucci (54) de communicatiedirecteur van president Donald Trump. Nadat hij in een interview Trumps toenmalige topmedewerkers Steve Bannon en Reince Priebus respectievelijk 'een zelfpijper' en 'een paranoïde schizofreen' had genoemd, werd hij op staande voet ontslagen. Vandaag neemt 'The Mooch' daar geen woord van terug. Integendeel: “Bannon is een klootzak en Priebus een rat.”

Na elf dagen als communicatiedirecteur van president Donald Trump werd Anthony Scaramucci op de ochtend van maandag 1 augustus 2017 de laan uitgestuurd. Aanleiding was een interview dat hij de woensdag daarvoor had gegeven aan een journalist van The New Yorker. Daarin noemde hij Trumps toenmalige stafchef Reince Priebus een 'fucking paranoïde schizofreen.' Over Trumps belangrijkste adviseur zei hij: 'Ik ben Steve Bannon niet, ik probeer mezelf niet te pijpen.' En over zijn medewerkers op de communicatiedienst: 'Al degenen die informatie lekken, wil ik vermoorden.'

In zijn boek Trump, the Blue-Collar President blikt Anthony 'The Mooch' Scaramucci terug op zijn blitzcarrière in het Witte Huis en zoekt hij verklaringen voor de verkiezing van Donald Trump, de man die hij ook na zijn ontslag zijn beste vriend blijft noemen.

Anthony Scaramucci: “Ik sprak hem gisterenavond nog. Donald Trump is helemaal geen bully. De media stellen hem graag zo voor, maar dat klopt niet. Hij vindt het echt niet leuk om mensen aan de deur te zetten. Hij zoekt zelfs manieren om ontslagen medewerkers dicht bij hem te houden. Ikzelf ben daar een voorbeeld van, net als zijn voormalige campagnemanagers Corey Lewandowski en David Bossie, toevallig ook twee vrienden van mij. Ik heb dus een uitstekende verstandhouding met de president, alleen kon ik na dat zogenaamde 'interview' met The New Yorker onmogelijk communicatiedirecteur blijven. Zeker niet nadat hij Priebus ontslagen had en John Kelly tot stafchef had benoemd. Als hij zijn voormalige economische adviseur Gary Cohn of zijn voormalige veiligheidsadviseur Dina Powell op die stoel had gezet, sprak je nu misschien nog steeds met Anthony Scaramucci, communicatiedirecteur van het Witte Huis. Want Cohn en Powell waren me goedgezind, maar Kelly had een bloedhekel aan me. Hij is een gepensioneerde generaal en gedraagt zich ook zo. Kelly houdt niet van Trump en dus ook niet van mij.” 

Ondertussen is ook John Kelly stafchef af.

“Terecht. Als stafchef was hij uiterst inefficiënt. In Europa bestaat misschien de indruk dat hij erin slaagde om de chaos in het Witte Huis te structuren, terwijl net het tegendeel waar was. Tijdens de tussentijdse verkiezingen heeft John Kelly geen poot uitgestoken. Als de president meer hulp gekregen had van zijn stafchef, zou de Republikeinse Partij misschien nog de meerderheid hebben in het Huis van Afgevaardigden. De Democraten doen nu alsof ze daar een monsteroverwinning behaald hebben, maar dat is je reinste onzin. Er is helemaal geen sprake van die zogenaamde blue wave. De Amerikaanse bevolking houdt van Trump. Onder sociale druk hoor je velen zeggen dat ze hem verafschuwen, terwijl ze in werkelijkheid juist dolblij zijn met hem.”

Niet lang na de presidentsverkiezingen van 2016 was ik in Washington DC. 'Sorry voor Trump,' was het eerste wat de taxichauffeur in de luchthaven zei. Hij meende het.

“Maar natuurlijk, die taxichauffeur woont in Washington en daar haten ze Donald Trump allemaal. Wat dacht je: Trump komt er dat vreselijke moeras droogleggen. Hij verstoort het feestje van al die figuren die er jarenlang ongestoord hun eigen belangen dienden. De politici en de hoge ambtenaren zijn niet geïnteresseerd in de gewone mensen. Precies daarom stemde een meerderheid voor Donald Trump.”

Terwijl die al sinds zijn geboorte deel uitmaakt van het door het volk verfoeide establishment.

“Maar net daarom heeft hij de verkiezingen gewonnen. Vóór Trump faalde het populisme in de VS telkens weer. Te weinig rijken uit het establishment waren bereid om populistische kandidaten te steunen. Maar hun schatrijke geestesgenoot Donald Trump zagen ze wel zitten: ze investeerden miljoenen dollars in zijn campagne. In mijn boek beschrijf ik hoe hij in 2016 de hele basis van de Democratische Partij kaapte en naar de Republikeinen verscheepte. Lees het maar eens: ik spaar niemand, ook mezelf niet.”

Voor Donald Trump lijkt u anders wel mild.

“Niet altijd, hoor. Zo schrijf ik dat de manier waarop hij eerder regeert als een manager dan als een politicus, flink wat verwarring creëert. Het grootste probleem in dit land is dat onze politici altijd enkel aan zichzelf gedacht hebben, waardoor we nu op een puinhoop leven. Onze infrastructuur is versleten. De wegen in de VS zijn abominabel en de telefoon- en gsm-verbindingen lijken op die van een derdewereldland. Onze politici zijn echt door en door slecht. President Trump legt zonder medelijden bloot wat voor een afschuwelijke individuen ze zijn.”

Waarom gaf u dat interview dat tot uw val leidde?

“Ik dacht dat ik informeel, off the record, met een journalist aan het praten was. Helaas hadden we dat niet op voorhand uitdrukkelijk afgesproken. Die woensdagavond had ik een paar belangrijke figuren van Fox News uitgenodigd voor een diner in het Witte Huis. De toenmalige stafchef Reince Priebus was daarvan niet op de hoogte, maar zag me wel toen ik met die mensen op weg was naar de president. Een paar minuten later tweette Ryan Lizza van The New Yorker: 'Scoop: Trump is dining tonight w/Sean Hannity, Bill Shine (former Fox News executive), & Anthony Scaramucci.' Ik wist meteen wie er gelekt had. Na het diner belde ik Lizza. Ik heb me toen nogal kleurrijk uitgedrukt over een paar individuen. (lacht)

De ene 'een zelfpijper' noemen en de andere 'een paranoïde schizofreen': erg diplomatisch was dat niet voor een communicatiedirecteur van het Witte Huis.

“Ik ben dan ook geen diplomaat. Als je eens goed wilt lachen, moet je naar Mooch kijken, een documentaire die Andrew J. Muscato onlangs over mij maakte. Op een bepaald moment zegt één of andere Britse kerel dat een rijke, succesvolle Harvard-alumnus als die Scaramucci onmogelijk geboren en getogen kan zijn in een arbeidersmilieu. Wel, in de film zie je het bescheiden huis in de arbeiderswijk in Long Island waar ik opgroeide. Natuurlijk snapt die Brit dat niet, want in zijn land raakt geen enkele jongen uit de arbeidersklasse op Eton of Oxford. Europeanen leven al duizenden jaren in aristocratieën waarin het vrijwel onmogelijk is om van de ene sociale klasse naar de andere over te stappen. In de VS is er geen aristocratie, daarom kon ik mijn arbeidersverleden van me afschudden. Ik vocht mezelf een weg naar de top. Eerst bij Goldman Sachs, later bouwde ik mijn eigen onderneming op en zorgde ik ervoor dat ik financieel onafhankelijk werd. Ik maakte mijn familie welvarend en elke welmenende Amerikaan vindt dat fantastisch. Al hoor ik nu ook afgunstige mensen zeggen dat mijn 15 minutes of fame opgebruikt zijn na mijn passage in het Witte Huis. Ik verzeker je: ze zijn nog niet eens begonnen (lacht).”

‘Ik groeide op in een arbeidersgezin. In wezen ben ik nog steeds zoals die jongen van toen: een man zonder angst.’ Beeld Getty

Straatvechter

Hoe groot was de schok toen u ontslagen werd?

“Dat was niet leuk. Ik had die journalist niet mogen vertrouwen, die fout was mijn eigen verantwoordelijkheid. I'm a big boy. Ik heb in mijn bedrijven zelf mensen ontslagen. Bij Goldman Sachs werd ik jaren geleden ook de laan uitgestuurd. Mijn vel is ondertussen dik genoeg. Maar ik geef toe dat het een teleurstelling was.

“Als je in Washington in de politiek bedrijvig bent, weet je dat alles kan gebeuren. Mijn bestaan daverde dus niet op zijn grondvesten. De president had me aangenomen om grote schoonmaak te houden en medewerkers van de communicatiedienst te ontslaan. Ik was me er zeer goed van bewust dat er waarschijnlijk snel wraak genomen zou worden.”

In dat interview zei u dat u iedereen uit uw dienst op straat ging zetten. Dat was dus niet gelogen?

“Het zouden er toch flink wat geweest zijn. In die korte tijd in het Witte Huis maakte ik veel fouten. De grootste was dat ik mijn job als communicatiedirecteur aanpakte als zakenman en niet als politicus. Ik zag veel medewerkers lekken naar de media. Ik riep hen bij me en zei: 'Vanaf nu tolereer ik geen enkel lek meer.' Er werd op mijn dienst een bittere strijd uitgevochten tussen degenen die trouw waren aan de Republikeinse Partij en degenen die loyaal waren aan Trump. Ik zei: 'Jongens, het is hoog tijd dat we aan hetzelfde zeel trekken. Zolang dat niet gebeurt en er gelekt wordt, ontsla ik mensen.'

“Bij een fusie tussen ondernemingen helpt een ontslagronde altijd om de neuzen in dezelfde richting te krijgen. In het communicatieteam van het Witte Huis stonden ze met getrokken messen tegenover elkaar. Met wat meer tijd had ik ze ook op één lijn gekregen. Als ik nu nog directeur was geweest, had dat incident met CNN-correspondent Jim Acosta (wiens perskaart na een discussie met Trump tijdelijk werd ingetrokken, red.) bijvoorbeeld nooit zulke proporties aangenomen.”

Beschouwt u journalisten ook als 'vijanden van het volk'?

“Nee, ik vind dat president Trump zich daarin vergist. Ik was van plan om als communicatiedirecteur de plooien tussen het Witte Huis en de pers zo snel mogelijk glad te strijken. Ik wou dat conflict weg.”

Hebt u de president daarover aangesproken?

“Ja. Tot vandaag blijf ik hem zeggen dat zijn strategie tegen de pers een vergissing is. Je mag en kan de pers niet uitroepen tot 'vijand van het volk'. Het gevolg van die strategie is dat het vitriool rijkelijk blijft vloeien tussen het Witte Huis en de journalisten.”

Was u als tiener een straatvechtertje?

“Ik was een echte Guido, een working class Italian American uit de stad. Ik ben geboren in 1964 en leerde als scholier het klappen van de zweep op Main Street. Ik liep er in de zomer rond in mijn blote bast, een ketting rond de nek, mijn haar achterover geföhnd, met een gettoblaster op mijn schouder. Heel de buurt kon meegenieten van Led Zeppelin, Foreigner en Billy Joel (lacht). In wezen ben ik nog steeds zoals die jongen van toen: een man zonder angst. Net dat verontrust die kerels uit Washington. Achteraf beschouwd verbaast het me helemaal niet dat het gestook van een paar figuren al snel mijn ondergang werd.”

Steve Bannon en Reince Priebus. Beeld anp

Met die 'figuren' bedoelt u Steve Bannon en Reince Priebus?

“Ja. In januari 2017 wou president Trump me als dank voor bewezen diensten tijdens de verkiezingscampagne al benoemen tot hoofd van het Office of Public Liaison, de dienst die voor het Witte Huis de contacten met de buitenwereld verzorgt. Dat is best een prestigieuze job en ik was er zeer blij mee. Alleen is het nooit zo ver gekomen: Priebus en Bannon staken er een stokje voor. Om mijn handen vrij te hebben, wou ik mijn bedrijf SkyBridge aan een Chinese holding verkopen. Out of the blue verschenen er in grote kranten plots negatieve artikels over die deal. Ik had niets verkeerds gedaan, maar ineens leek het alsof ik aan het meeheulen was met een buitenlandse vijand. Later kwam ik erachter dat Priebus en Bannon die journalisten leugens hadden opgedist om mijn Witte Huis-carrière in de kiem te smoren.”

Wat voor iemand is Steve Bannon?

“Een rare man vol paradoxen. Hij doet zich voortdurend voor als iemand die hij niet is. Als er nu één relict van het establishment is, is hij het wel. Ook hij zat op Harvard en ook hij werkte bij Goldman Sachs. Daarna ging hij zich bezighouden met de productie van Hollywood-films. Vandaag doet hij zich voor als een white nationalist. Hij is vreselijk oneerlijk en niet te vertrouwen. Een lowlife. Hij gebruikt je. Tijdens de campagne had hij mijn hulp nodig, toen was hij ontzettend charmant en vriendelijk. Dat veranderde radicaal toen duidelijk werd dat de president me een prestigieuze job wou geven. Toen werd Bannon zeer agressief. Het verbaast me trouwens niet dat fascisten en neonazi's zo verzot op hem zijn. Hij is walgelijk. Gelukkig heeft God hem zo lelijk gemaakt dat niet al te veel mensen hem ernstig nemen.”

Donald Trump nam hem wel ernstig.

“Dat hebben we te danken aan de rijke zakenman Robert Mercer en zijn dochter Rebekah. In augustus 2016 had Trump dringend miljoenen dollars nodig voor zijn campagne. De Mercers kwamen met geld over de brug én koppelden daar Steve Bannon aan. Robert Mercer was een gulle sponsor van Breitbart News, waar Bannon de plak zwaaide. De president had niet veel keus, en hij heeft er spijt van gekregen ook: Bannon was zowat de belangrijkste bron voor het boek Fire and Fury van Michael Wolff (een onthullende blik achter de schermen van het Witte Huis, red.). Na de publicatie van dat boek in januari 2018 zei Trump exact hetzelfde als wat ik in juli 2017 al over Steve Bannon had gezegd in The New Yorker. Alleen minder ruw. Volgens de president had Bannon zijn verstand verloren en was zijn verdienste in de verkiezingsoverwinning van 2016 minimaal.

“Onderschat ook de perfide rol van Reince Priebus niet. Hij is een echte rat, hij ziet er ook zo uit. Hij is het klassieke voorbeeld van een politieke slijmbal die je naar de mond praat, maar in werkelijkheid een sociopaat is. Hij is erger dan Steve Bannon. Bannon doet geen moeite om te verbergen dat hij een klootzak is: dat is tenminste eerlijk.”

Dictator

Begin jaren 90 was u één van de golden boys bij Goldman Sachs. U verdiende er geld als slijk?

“Ik boerde goed. De financiële sector gedroeg zich toen behoorlijk agressief. Veel van de woede in de VS stamt uit die tijd. De verantwoordelijkheid voor de Amerikanen die zich in de steek gelaten voelen, ligt gedeeltelijk bij stinkend rijke bankiers die wankele hypotheken opkochten en verpakten tot zogenaamde collateralized debt obligations, giftige financiële producten waaraan niemand kop of staart kreeg. Toen de huizenmarkt instortte, werden die CDO's waardeloos. De bankiers klopten bij de overheid aan en hun banken werden overeind gehouden met belastinggeld.

“25 jaar geleden was ik bij Goldman Sachs zowat de enige jongen uit een arbeidersgezin. Ik was indertijd ook de enige uit mijn buurt die naar Harvard ging om er rechten te studeren. Mijn ouders wisten niet eens wat Harvard was, mijn moeder zei tegen haar vrienden: 'Onze Anthony gaat naar Hartford.' (lacht) Ik wou per se naar Harvard omdat dat goed stond op mijn cv. Al heel vroeg wou ik een succesrijk ondernemer worden, en Harvard kon daarbij helpen.”

Wanneer ontmoette u voor het eerst die andere grote ondernemer, Donald Trump?

“In 1995, ik was toen 31. Die ontmoeting staat in mijn geheugen gegrift, maar ik denk niet dat Trump zich er nog iets van herinnert. Mijn oude baas bij Goldman Sachs had me meegevraagd op visite bij Trump, in zijn kantoor op de 26ste verdieping van de Trump Tower in New York. Hij was op dat moment al wereldberoemd in Amerika, ik was net op mezelf begonnen. Ik had zijn The Art of the Deal gelezen en ik was daar aardig van onder de indruk. Samen met The Donald in één kamer: daarover zou ik nadien mooi kunnen opscheppen (lacht).”

In de biografie Nooit genoeg beschrijft auteur Michael D'Antonio Donald Trump als autoritair, narcistisch en grofgebekt. D'Antonio sprak urenlang met The Donald, maar moest opkrassen toen Trump hoorde dat hij ook met critici sprak.

“De president is een complexe persoonlijkheid, maar veel mensen spreken over hem zonder kennis van de context, zonder nuance. Dat is erg unfair. En natuurlijk heeft hij een supergroot ego, daarom is hij ook president geworden.”

U vindt Trump niet autoritair?

“Nee, zo komt hij helemaal niet over. Akkoord, soms gebruikt hij ruwe taal en soms windt hij zich nodeloos op. Als mensen hem te hard aanvallen, kan hij de neiging niet onderdrukken om in de tegenaanval te gaan. Maar autoritair? Auteurs als D'Antonio pompen een paar eigenschappen van Trump extreem hard op om meer boeken te kunnen verkopen.”

‘Trumps visie op de wereld verschilt dag en nacht met die van Poetin. Hij bewondert hem helemaal niet.’ Beeld belgaimage

President Trump lijkt toch een grote voorliefde te hebben voor autoritaire leiders? Hij doet zich voor als een vriend van de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-un en is ook een bewonderaar van Ruslands sterke man Vladimir Poetin.

“Ach, dat is een populaire overtuiging onder Trump-haters. Sommigen verkondigen zelfs dat hij zélf een dictator is. Als je hem persoonlijk kent, weet je wel beter. Hij probeert écht een deal te sluiten met de Noord-Koreanen. Hij ziet dat als een probleem dat vrijwel onbeheersbaar geworden is doordat zijn voorgangers het 65 jaar lang hebben laten etteren. Trumps visie op de wereld verschilt dag en nacht van die van Poetin. Hij beschouwt de Russische kernmacht als een rechtstreekse bedreiging voor de VS. Maar wat jij als 'bewondering' interpreteert, is niet meer of minder dan een poging om de spanningen tussen twee wereldleiders te verminderen. Hij wil ook aftasten of hij samen met Poetin iets kan ondernemen tegen het terrorisme in het Midden-Oosten. Donald Trump is een groot voorstander van de Amerikaanse democratie en begrijpt heel goed hoe dat democratische proces werkt.”

De manier waarop hij op Twitter de media, andere politici en zelfs rechters aanpakt, is toch niet echt 'presidentieel' te noemen? Dat lijkt eerder de taal van een bullebak die geen tegenspraak duldt.

“Daar bewijst hij zichzelf inderdaad geen dienst mee. Met zijn vileine tweets en forse uitspraken ondermijnt hij zijn eigen populariteit. Een meerderheid van de Amerikanen is het eens met zijn beleid, maar velen houden niet van zijn stijl. Die verschilt radicaal van de 44 voorgaande presidenten. Dat is een bewuste keuze. Hij is ervan overtuigd dat hij nooit president geworden was als hij zich tijdens de campagne presidentieel had gedragen.”

Vergroot hij met zijn gescheld niet vooral de gigantische tegenstellingen in Amerika?

“Ik vind het nog te vroeg om daar uitspraken over te doen. Vóór Harvard studeerde ik economie en toen heb ik geleerd dat een nieuw beleid pas na twee jaar vruchten begint af te werpen. Als zou blijken dat we door Trumps beleid en stijl op een fiasco afstevenen, zal ik niet aarzelen om bij hem op een bijsturing aan te dringen. Natuurlijk cirkelen er jaknikkers rond de president, maar daar geloof ik niet in. Al dat gevlei dient maar één doel: de belangen van de pluimstrijker. Ik ben loyaal aan Donald Trump en dat houdt ook in dat ik eerlijk tegen hem ben. We worden met z'n allen alleen maar beter van de waarheid. Daarvan ben ik het levende bewijs: iets meer dan een jaar geleden werd ik door hem ontslagen, en we zijn vandaag nog steeds on speaking terms. Hij vertrouwt je meer wanneer je hem zegt waar het op staat dan wanneer je hem een bullshitverhaal voorschotelt.”

Heeft Donald Trump dan niet zelf een bijzonder lastige verhouding met de waarheid? Deelt u bijvoorbeeld zijn 'overtuiging' dat de klimaatverandering een natuurlijk fenomeen is dat vanzelf gekomen is en vanzelf zal verdwijnen?

“Ik ben geen wetenschapper, maar vermoedelijk is 70 procent van de huidige klimaatverandering een gevolg van menselijke activiteit. We moeten dus inderdaad onze CO2-uitstoot drastisch naar beneden krijgen. Ik geloof dus wél in de klimaatverandering. Maar ik vind ook dat andere mensen het recht hebben om eraan te twijfelen, op voorwaarde dat ze toch bereid zijn om iets aan de vervuiling te doen. Want in een stad als Peking stikken de kinderen in de uitlaatgassen.”

Op 1 juni 2017 trok president Trump de VS terug uit het klimaatakkoord van Parijs. Iets meer dan een maand later begon u voor hem te werken. U vond die terugtrekking geen vergissing?

“Die terugtrekking kwam er op aangeven van Steve Bannon. Maar hoe 'hard' is dat klimaatakkoord eigenlijk? Ik heb het gevoel dat het eerder ceremonieel is en dat er niet veel consequenties aan vasthangen. 'We tekenen vlug dat akkoord, en dan vindt iedereen ons een groot voorvechter van een beter milieu.' Zelfs diehard-milieuactivisten hebben grote twijfels over Parijs. Als er een eerlijke deal met ballen aan het lijf op tafel gelegen had, had Trump die met open geest bekeken. Hij vond het verdrag oneerlijk voor de VS en trok zich daarom terug.”

Feminist

In uw boek schrijft u over uw broer David, die problemen had met alcohol en coke. Donald Trumps broer Fred was ook alcoholverslaafd en dronk zich dood. Sprak u daarover met de president?

“Natuurlijk. De president vertelde me dat hij van zijn oudere broer hield en naar hem opkeek. Hij heeft een heilige schrik voor drugs en alcohol omdat hij er heel wat mensen aan ten onder heeft zien gaan. Mijn broer is niet de enige uit mijn familie met een alcoholverslaving. Verslaving zit in onze genen, maar David zag gelukkig op tijd in dat hij er iets aan moest doen. Verslaving is geen keuze, zoals sommige mensen beweren. Het is een ziekte en het gevecht ertegen is moeilijk en hard.”

Vlak na uw blitzpassage in het Witte Huis, en zeker na dat interview in de New Yorker, zoemde het van de geruchten dat u zelf elf dagen high on coke was.

(stilte) “Dat is belachelijk. Ik heb nog nooit drugs gebruikt. Zodra je in Washington werkt, verklaren je vijanden je vogelvrij. Het is fake news. Ik ben niet op mijn mond gevallen en bruis van de energie, misschien denken ze daarom dat ik af en toe een lijn snuif.”

In Harvard speelde u basket met Barack Obama.

“Ik ken hem goed. In 2009 was ik fondsenwerver voor zijn verkiezingscampagne.”

En nu zit u in het kamp van Trump, de compleet tegengestelde president.

“Ja, dat zegt iets over wat voor kerel ik ben.”

Een opportunist?

That's fine. Weet je wanneer een mens het gelukkigst is? Als hij de leeftijd bereikt heeft waarop hij zich niets meer aantrekt van wat anderen van hem vinden. Noem me gerust een opportunist, I couldn't care less. Een paar oude vrienden van Harvard vroegen me om een handje toe te steken bij Obama's verkiezingscampagne. Hij kwam toen bij me over als een politicus uit het centrum en dat sprak me aan. Ik ben economisch rechts en sociaal links, daar heb ik nooit een geheim van gemaakt. Wist je dat ik een voorvechter van homorechten ben?”

Mooi. Bent u ook een feminist?

“Ja. Vrouwen hebben evenveel rechten als mannen.”

Wat vindt u dan van de 'grab 'em by the pussy'-uitspraak van uw president?

“Dat was toch alleen maar om te lachen? Mensen hebben veel te lange tenen. Kijk, ik ben een politiek incorrecte feminist en ik weiger elke linkse censor te gehoorzamen. Die uitspraak was niet slim, waarschijnlijk was een verontschuldiging op haar plaats geweest. Maar dan houdt het toch op?

“Mijn uitspraak over Bannon in The New Yorker was toch niet zo schokkend? Mijn tegenstanders hebben dat gebruikt om mijn ontslag te eisen. Dat is gelukt. De president gaf me de bons en ik legde me daarbij neer. Ik zet mijn vriendschap met hem niet op het spel. Ik ben geen baby.”

Trump, the Blue-Collar President,  Anthony Scaramucci, Hachette Book Group

©Humo

Beeld RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden