Donderdag 29/10/2020

InterviewBoeken

Ans Vroom schrijft haar debuutroman: ‘De mannen in mijn omgeving voelen zich bij mijn boek lichtjes ongemakkelijk’

Ann Vroom: ‘Er zit veel mededogen in mijn boek. Dat is mijn manier om mama te tonen dat ik begrip heb voor wat zij heeft beleefd.’Beeld Francis Vanhee

Op haar veertigste heeft Ans Vroom er al enkele levens opzitten, als theatermaker, journalist en cafébaas. Met haar debuutroman Moederziel eert ze de sterke vrouwen in haar familie die níét de vrijheid hadden om hun eigen ambities na te jagen. ‘De mannen in mijn omgeving voelen zich bij mijn boek lichtjes ongemakkelijk.’

Anderen zouden het vakantie noemen, maar Ans Vroom neemt het woord ‘verveling’ in de mond. Ze had net overnemers gevonden voor de koffiezaak waar ze zich jarenlang haast zeven dagen op zeven kapot had gewerkt – een gekke carrièresprong na vijftien jaar in de media en de culturele sector. Maar de lege agenda waar ze na die caféperiode zo naar had gesnakt, voelde alleen maar oncomfortabel. “Onbezorgd niks doen, daar ben ik héél slecht in”, zegt ze.

BIO • geboren in 1979 in Duffel • woont in Antwerpen • studeerde taal- en letterkunde aan de UA (’97-’01) • werkte als publieks- en communicatie­medewerker en dramaturg bij het Toneelhuis, Theater Zuidpool, Bad van Marie • richtte samen met regisseur/acteur Peter Seynaeve in 2006 het theater­gezelschap JAN op • werkte voor magazines als Flair, Feeling, Libelle, Elle, Goed gevoel e.a. • opende in 2013 met haar broer Café Kamiel in Antwerpen • schrijft sinds april 2019 opnieuw als freelancejournalist en ghostwriter voor verschillende opdrachtgevers

Dus ging ze aan haar computer zitten, om drie maanden later vast te stellen dat ze misschien wel een debuutroman had geschreven. “De woorden vloeiden er zo makkelijk uit, juist omdat er helemaal niks moest. Ik had geen doel voor ogen. Ik voelde vooral de behoefte om voor mezelf wat dingen op een rij te zetten. Ik werd veertig, ben single mama, had even geen vaste job, en geen enkel idee wat ik met de rest van mijn leven zou gaan doen. Maar één ding was heel duidelijk: ik had mezelf op intellectueel vlak te lang verwaarloosd. Na al die jaren van zwoegen en praktische beslommeringen was het zalig om mijn creatieve brein weer een injectie te geven.”

Via een vriendin belandde het boek bij uitgeverij Polis. Eén dag later al liet de uitgeverij weten geïnteresseerd te zijn. “Ik heb niet eens de tijd gehad om te panikeren. Maar het voelt nog wat onwezenlijk, nu het er echt ligt.”

In Moederziel verwerkt Ans Vroom een doodgewone Vlaamse familiesaga tot een ontroerende moeder­estafette, die start in 1969 en eindigt in 2019. Vijftig jaar en vijf generaties vrouwen. Van Gabrielle – die het huishouden van haar dochter met zeven kinderen overneemt wanneer die aan kanker overlijdt – tot Violet, een 6-jarig hoogbegaafd meisje met autismespectrumstoornis. Van overovergrootmoeder tot achterachterkleindochter, en alle niet-tastbare schakels die hen verbinden.

“De basis is autobiografisch, dat is overduidelijk”, zegt Vroom. “De levensloop van het personage Elise loopt sterk gelijk met de mijne, en de verhalen over mijn autistische dochter zijn uit het echte leven geplukt. Maar gaandeweg heb ik mezelf toestemming gegeven om van de werkelijkheid af te wijken. Er zijn ook verhalen die ik als kind talloze keren gehoord heb en waar ik nu mijn vrije fantasie op heb losgelaten. Er ligt een dikke laag fictie op de realiteit. Maar ik moest wel vaststellen dat dit het eerste was wat zich aan mij opdrong toen ik begon te schrijven: die familieverhalen, jeugdherinneringen, anekdotes.”

Het boek baadt in de nostalgie. Hoe hard je ook je best doet om, zoals Elise, het dorp te ontvluchten en naar de grote stad te trekken, ontsnappen aan je familieverleden doe je nooit.

“Ik wil beschrijven hoe alles een keerzijde heeft, zelfs een grote, warme, liefdevolle familie. Altijd weer hoorden we die verhalen over vroeger, het grote huis en de prachtige tuin waar mijn mama en ooms en tantes waren opgegroeid. Een idylle waar abrupt een einde aan kwam toen mijn grootmoeder op amper 48-jarige leeftijd stierf.

‘Hoe zelfstandig ik ook ben, ik zou me graag settelen. Ik denk dat maar heel weinig mensen om kunnen met totale vrijheid.’Beeld Francis Vanhee

“Die melancholie zorgde vooral voor een eeuwig knagende ontevredenheid. De realiteit van nu kan nooit op tegen dat droombeeld dat ons geschetst is van vroeger, toen alles mooier en zorgelozer was. Dat heeft mij getekend, en het voelt als iets waar ik me met dit boek van wilde bevrijden.”

U draagt het boek op aan uw mama en uw dochter. Wat wilt u hen meegeven?

Ans Vroom: “Ik denk dat er vooral heel veel mededogen in mijn boek zit. Dit is mijn manier om mijn mama te tonen dat ik begrip heb voor wat zij heeft beleefd. En als mijn dochter op haar achttiende dit boek zou lezen, dan hoop ik dat zij ook beter begrijpt waar ik als moeder mee worstelde en hoe hard ik mijn best voor haar heb gedaan. Ik denk dat dat ook voor de lezer een krachtige boodschap is: iedereen levert een eigen strijd, zelfs al zie je die niet aan de buitenkant. Ik wil tonen dat iedereen maar probeert en twijfelt en soms fouten maakt.

“Door zelf mama te worden ging ik op een andere manier kijken naar de mensen die mij hebben grootgebracht. Ik zag een foto van mijn mama met mij als baby. Ze was 21! Toen besefte ik pas hoe jong ze was. Terwijl ik mijn hele leven naar mijn ouders had gekeken als gezagsfiguren, volwassen mensen die wisten hoe het moest, en tegen wie ik me afzette.

“Mijn dochter bombardeert me elke dag met duizend vragen, en ik antwoord heel vaak: ‘Dat weet ik niet.’ Of ik zeg: ‘Sorry, mama heeft een fout gemaakt.’ Dat is zo belangrijk. Ik wil voor haar niet de ongenaakbare superwoman zijn, zoals mijn moeder dat in mijn ogen was. Want zo zadelen we telkens een volgende generatie op met een onbereikbaar ideaal.”

Laten we eerlijk zijn, de mannen komen er in uw boek niet uit als superhelden. Zij zijn de sukkels die niet met emoties kunnen omgaan en hulpeloos zijn zonder een vrouw.

“Het is een beetje stereotiep, dat klopt, maar dat is de realiteit zoals ik ze altijd rondom mij heb gezien. Tijdens het schrijven heb ik veel in oude fotoalbums gebladerd. Daarbij viel mij op dat de mannen altijd heel vrolijk op de foto stonden, en dat de vrouwen meestal een beetje bezwaard keken. Op geen enkel beeld zagen zij er ooit echt onbezorgd vrolijk uit. Die beelden stonden op mijn bureau tijdens het schrijven en lieten me niet los.

“Maar dan nog, ik heb dit geschreven met ontzettend veel liefde en mildheid voor alle personages, ook voor de mannen. Ik denk dat niemand boos kan worden als hij of zij zich in een personage herkent. En ik geloof absoluut dat de waarheid zeggen van meer liefde getuigt dan alles verbloemen.”

In een column van u las ik: ‘Vroeger vond ik feminisme een oubollige term, nu voel ik me meer dan ooit verbonden met andere vrouwen en besef ik dat we elkaar nodig hebben.’

“Ik interviewde ooit zangeres Tori Amos, en zij praatte heel strijdbaar over de ‘sisterhood’, dat vrouwen elkaar moeten steunen om hun mannetje te staan. Ik was begin twintig en vond dat toen eerlijk gezegd een beetje flauwe onzin. Nu pas snap ik waar ze het over had. De aanmoedigingen die ik nu krijg, komen vooral van vrouwen. Het cliché dat wij onderling bitchy en jaloers zijn, klopt in mijn ervaring niet.

“De vrouwen die ik ken zitten met veeleisende jobs, kinderen, moeilijke relatietoestanden. Veel van hen hebben talent en straffe ideeën, maar ze zijn elke dag vooral met survival bezig en komen er niet aan toe iets voor zichzelf te creëren. Misschien dat ze daarom ook voor mij cheeren: ik bewijs met dit boek dat het wél kan.

“Terwijl de mannen in mijn omgeving... die worden toch eerder lichtjes ongemakkelijk bij dit boek. (lacht) Zelfs mijn beste vriend was een beetje gechoqueerd toen hij het gelezen had. Hij vond dat ik me wel heel openhartig en kwetsbaar opstelde. Maar ik merk dat vrouwen dat juist toejuichen, en die eerlijkheid bevrijdend vinden.”

Tot nu toe gebruikte u uw pen steeds in dienst van anderen: u schreef voor theater, voor magazines, u schreef boeken als ghostwriter. Hoe hebt u uw eigen stem gevonden?

“Als kind wilde ik al schrijfster worden, ik was het meisje dat mooie opstellen schreef, en ik ben Germaanse gaan studeren uit liefde voor taal. Ik denk dat de droom om een roman te schrijven altijd wel sluimerend aanwezig was, maar dat ik het negeerde. Uit angst en onzekerheid, maar ook uit bescheidenheid. Ik heb altijd veel gelezen en ik heb een ontzettend ontzag voor schrijvers en voor grote literatuur, Als je de lat zo hoog legt, dan begin je er niet eens aan. Blijkbaar heb ik op mijn veertig pas genoeg lef om naar buiten te treden met iets wat helemaal van mezelf is.”

‘Na al die jaren van zwoegen in het café, was het zalig om mijn creatieve brein weer een injectie te geven.’Beeld Francis Vanhee

Jezelf wegcijferen, dat is ook een thema dat de vrouwelijke perso­nages bindt: ze schikken zich in een rol ten dienste van anderen. Ze leven voor hun echtgenoot, hun broer, hun kinderen, hun baas. Hun zelfopoffering lijkt een rode draad.

“Dat is het schrikbeeld dat ik van thuis heb meegekregen. Mijn mama heeft me altijd op het hart gedrukt dat ik niet dezelfde fouten mocht maken als zij: ga studeren, zei ze, settel je niet te snel, zorg dat je nooit afhankelijk bent van een man.

“Maar hoe vrijgevochten en geëmancipeerd ik ook ben, ik merk dat er ook een heel zorgende kant in mij zit. Veel mensen in mijn omgeving leunen op mij, ik ben vaak de persoon die alles voor anderen regelt. Soms vecht ik daartegen, omdat het lijkt te wringen met de vele ambities die ik heb.

“Zelfs in de toon van dit boek speelde me dat soms parten. Ik vreesde dat het te ‘soft’ was, te vrouwelijk, te emo. Tot ik moest aanvaarden dat dit gewoon is wie ik ben. Ik ben vrij lief en zacht, denk ik, en ik kijk met veel empathie naar mensen. Maar dat is best confronterend, dat je als overtuigde feministe twijfelt of het nog wel oké is om heel vrouwelijk en gevoelig en zorgend te zijn.”

U behoort tot de eerste generatie in uw familie die haar hele leven haar eigen keuzes heeft kunnen maken: religie, studie, kinderen, werk, relaties. Alles kan en mag.

“Ja, zoals de Elise in het boek heel radicaal kiest om alles helemaal anders te doen dan haar moeder. Maar de grote vraag is of al die vrijheid ons wel gelukkig maakt.

“Ik switch voortdurend van job, ik verhuis vaak, en heb nog nooit een relatie gehad die meer dan vijf jaar duurde. Omdat het kan, en omdat ik bij mijn mama heb gezien hoeveel verdriet en frustratie het oplevert als je niet die keuzes hebt. Maar de kans dat ik eenzaam oud word is wel veel groter. Misschien is de slinger wat te veel doorgeslagen. Zodra iets niet perfect aanvoelt, kappen we ermee. Misschien dat ons hart ons hoofd soms verraadt.

“Onlangs interviewde ik voor een magazine koppels die al heel lang samen zijn, net zoals mijn ouders, die meer dan veertig jaar getrouwd zijn. Dat vind ik dan oprecht heel mooi en ontroerend. Dat je ook tegenslag samen kunt doorstaan zonder er meteen vandoor te gaan. Ik durf dat best onder ogen te zien: hoe zelfstandig ik ook ben, ik wil graag een man tegenkomen en me settelen. Ik denk dat maar heel weinig mensen kunnen omgaan met totale vrijheid. Ik denk dat er een primaire behoefte in de mens zit om een anker te hebben, en zich ergens thuis te voelen.”

Het is erg confronterend dat iemand die zo zelfstandig en vrij is, een kind met ASS krijgt dat extreem veel structuur en voorspel­baar­heid eist.

“Ik vond het belangrijk om over de band met mijn dochter te schrijven, omdat ik merk dat er nog altijd veel vooroordelen zijn over autisme. Mijn dochter is heel sociaal en functioneert vrij goed, op voorwaarde dat er een stabiele, gestructureerde omgeving is. Als die veilige basis ook maar een heel klein beetje verstoord raakt, dan krijgt ze het erg moeilijk. Dat wringt soms. Omdat ik iemand ben die altijd heel ongebonden is geweest, ik had nooit een reguliere nine-to-five­job. Terwijl ik nu elke dag een uiterst nauwkeurige planning moet voorleggen.

“Dat vind ik het mooie aan het woord ‘moederziel’, en het begrip ‘moederziel alleen’. Dat vat hoe dubbel het is: moeder zijn is het allermooiste maar ook het meest ondraaglijke dat er is. Het is liefde, maar ook levenslange bezorgdheid.”

Wie uw naam opzoekt in het krantenarchief, ziet Ans Vroom in verschillende gedaantes voorbijkomen: in columns in Libelle, in recensies van theaterstukken, in artikelen over Café Kamiel, als spreekbuis voor het Toneelhuis. Hoe kijkt u terug op die verschillende periodes?

“Dat café blijft een gekke zijsprong, maar ik ben erin geslaagd het te boetseren naar iets wat aansluit bij mijn persoonlijkheid. Het betekent echt iets voor het sociale weefsel van de buurt, om mensen samen te brengen, creativiteit te stimuleren. Ik heb het zo wel naar mijn hand kunnen zetten.

“Ik heb altijd graag schrijfopdrachten gedaan voor magazines, maar ik zal me nooit helemaal thuis voelen in die wereld, zeker als ik merk hoe commerciële belangen soms doorwegen op inhoud.

“Mijn tijd in het theater ligt me nog altijd het nauwst aan het hart. Ik kwam recht van de universiteit, jong en onbevangen, en ik ben er tien jaar gebleven. Die periode heeft me gevormd tot wie ik ben, ik heb er alles geleerd en er de sterkste vriendschappen aan overgehouden.”

Dankzij uw theaterverleden staan er lovende woorden van Els Dottermans op de cover van uw boek. Dat is niet mis voor een debutant.

“Els was lid van het vaste gezelschap van het Toneelhuis, toen ik daar de publiekswerking deed. Ze was iemand voor wie ik als jong meisje enorm veel ontzag had, en ze is altijd heel lief voor mij geweest, op een soort moederlijke manier. Later zag ik haar nog wel eens als ze in Café Kamiel kwam. Ik heb haar gevraagd of ze mijn boek wilde lezen, en haar op het hart gedrukt dat ze het eerlijk moest zeggen als ze het niet goed vond.

“Maar ze belde me direct op om te zeggen dat ze ontroerd was. Zij begrijpt hoe kwetsbaar je bent als je naar buiten komt met iets wat heel persoonlijk is. Zij is een van die vrouwen bij wie ik een enorme steun en trots voelde.”

Mag zij uw mama spelen, als van Moederziel ooit een theaterstuk of een tv-serie wordt gemaakt?

(lacht) “Ja, dromen mag. Toen ik het boek herlas, viel me inderdaad op dat het filmisch geschreven is, in korte scènes. Wie ik verder zou casten? Omdat het een lange periode omspant, heb ik vrouwen van verschillende leeftijden nodig. Dus: Viviane De Muynck, Els Dottermans, Romy Louise Lauwers... En Carey Mulligan zie ik mij wel spelen. (lacht) Ze doet me op een of andere manier altijd aan mezelf denken; zij kan vast wel even snel Nederlands leren. En mijn dochter kan zichzelf spelen, niemand doet dat beter dan zijzelf.”

Als mensen naar uw beroep vragen, durft u dan al te antwoorden dat u schrijfster bent?

“Nee, voorlopig nog niet. Ik ben een journalist die een eerste roman heeft geschreven. Maar zeg nooit nooit. Ik ben aan een tweede boek bezig, dit smaakt zeker naar meer.”

Ans Vroom, Moederziel, Polis, 304 p., 22,50 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234