Donderdag 07/07/2022

InterviewAnne Vanrenterghem

Anne Vanrenterghem: ‘Studio Brussel is eerder entertainment, en ik ontdekte daar dat ik niet iemand van de ‘goeie mopjes’ ben’

‘Groen heeft een bocht gemaakt in de kernuitstap, en je kunt erover discussiëren of ze dat communicatief goed hebben aangepakt, maar ze zijn wel altijd blijven strijden voor hun ideologie.’ Beeld Jorus Casaer
‘Groen heeft een bocht gemaakt in de kernuitstap, en je kunt erover discussiëren of ze dat communicatief goed hebben aangepakt, maar ze zijn wel altijd blijven strijden voor hun ideologie.’Beeld Jorus Casaer

De coronapandemie, torenhoge energieprijzen, oorlog in Europa, mistoestanden in de kinderopvang, een zingende partijvoorzitter in een konijnenpak… Zo roerig het politieke toneel de laatste maanden oogt, zo interessant is het nieuwe leven van Anne Vanrenterghem, de VRT-journalist die na jaren in gerechtsgebouwen nu haar dagen doorbrengt in de Wetstraat. ‘Soms verlang ik haast naar komkommertijd.’

Evelien Roels

Het zijn héél boeiende tijden in de Wetstraat, zegt Anne Vanrenterghem. Nochtans was ze eigenlijk niet van plan om politiek journalist te worden.

Anne Vanrenterghem: “Ik heb rechten gestudeerd en deed nadien een master journalistiek. Het leek logisch dat ik justitiejournalist werd, en ik deed dat ook echt graag, ik was niet van plan om nog te veranderen. Tot mijn bazen zeiden dat ze een politiek journalist in mij zagen. ‘Geen interesse om over te stappen?’ Pas door daar bewust over na te denken, besefte ik dat ik altijd al met beleid was bezig geweest. Tijdens mijn rechtenstudie was ik het meest geboeid door staatsrecht, mijn bachelorproef schreef ik over Brussel-Halle-Vilvoorde, mijn thesis over de zin van de Senaat. De zaken die ik bij justitie het liefst behandelde, hadden een link met de politiek, zoals die rond Sihame El Kaouakibi of Jozef Chovanec. Dus besloot ik om ervoor te gaan. En ik moet zeggen: ik mis justitie en de rechtbank, maar de Wetstraatjournalistiek voelde als thuiskomen. Grappig dat mijn bazen dat vóór mij doorhadden.”

De Wetstraat is vast niet de makkelijkste omgeving om als jonge journalist in terecht te komen.

Vanrenterghem: “Ik zit er pas sinds september, maar op dit moment voel ik het niet zo aan. Natuurlijk moet je je als nieuwkomer een beetje bewijzen, het is logisch dat ze willen weten wat voor vlees ze in de kuip hebben. Maar ik heb absoluut niet het gevoel dat ze ervan uitgaan dat het niks wordt, enkel en alleen omdat ik jong of een vrouw ben. Op dat gebied is er veel veranderd, denk ik. Ik kan me inbeelden dat dat dertig jaar geleden anders was.”

Was het je jeugddroom om journalist te worden?

Vanrenterghem: “Het stond op mijn shortlist, maar ik heb toch lang getwijfeld. Wat als het uiteindelijk niet mijn talent bleek te zijn? Dan had ik dat diploma en kon ik er niks mee. Ik zocht op wat andere journalisten zoal hadden gestudeerd en ontdekte dat de meesten een heel ander diploma hadden. Dat vergemakkelijkte de beslissing. Ik koos voor iets dat me interesseerde – rechten – en zou wel zien of ik alsnog in de journalistiek zou terechtkomen.”

Wat sprak je zo aan in de rechten?

Vanrenterghem: “Ik weet het eigenlijk niet. Mijn ouders zijn behoorlijk verschillend. Mama is een babbelaar, ze werkt in het onderwijs en speelt theater. Papa is burgerlijk ingenieur, hij is heel intelligent en werd tot in het buitenland gevraagd om bepaalde problemen te gaan oplossen bij bedrijven. Ik zit daartussenin en ben op zoek gegaan naar iets dat beide kanten samenbrengt.

“Ik besloot wel meteen dat ik, al tijdens mijn studie, ook de media wilde verkennen. Ik ging aan de slag bij de studentenradio in Gent. Een fantastische plek, ik heb er nadien nog jaren in het bestuur gezeten. Ik leerde er radio maken, en van daaruit stroomde ik, toen ik de master journalistiek deed, door naar mijn eerste job bij Studio Brussel.”

Je presenteerde The Wild Bunch, een programma dat liep tussen twaalf en twee uur ’s nachts.

Vanrenterghem: “Ik liep stage bij Radio 1, bij het programma dat nu De wereld vandaag heet, en ging vandaar rechtstreeks door naar StuBru om mijn programma voor te bereiden. Ik kwam thuis rond drie uur ’s nachts om tegen negen uur weer op de VRT te staan. Het was pittig, maar ik ben blij dat ik die periode heb mogen meemaken. Ik heb daar veel geleerd, ook over wie ik wel en niet ben. Studio Brussel is eerder entertainment, en ik ontdekte dat ik niet iemand van de ‘goeie mopjes’ ben, maar eerder van de serieuze, maatschappelijk relevante journalistiek. Ik maakte de overstap naar Radio 2, waar ik aan regionale verhalen mocht werken en belandde er op de nieuwsdienst. Zo is het allemaal begonnen.”

Je ging van radio naar tv. Was het spannend om voor de camera te gaan staan?

Vanrenterghem: “De eerste keer zeker. Het kwam onverwacht: ‘Je staat daar nu toch, ga jij dan maar live.’ Gelukkig had ik mijn ervaring van bij de radio. Ik dacht: doe gewoon wat je daar deed en vertel het aan de camera alsof het een persoon is. Dat hielp (lacht).

“Het gekke is wel dat je als tv-journalist herkend wordt. Dan ga ik ergens een broodje kopen en hoor ik ineens: ‘Hé, ik heb jou gisteren op tv gezien!’ Ook op familiefeesten spreken mensen me erop aan: ‘Goed bezig, Anne!’ Op sociale media krijg ik veel meer vriendschapsverzoeken of berichten van mensen die ik niet ken. Daar moet ik nog mee leren omgaan. Die berichten zijn niet altijd even vriendelijk, en ze komen ook binnen terwijl ik bijvoorbeeld thuis in de zetel zit. Dat blijft dan even schrikken.”

‘In Pepinster moesten we een halfuur een berg op rijden om een beetje bereik te hebben. Maar een paar seconden voor ik live ging, viel de satellietwagen uit. Paniek! En net toen het toch lukte, kwam er een helikopter twee meter boven mijn hoofd hangen.’ Beeld vrt
‘In Pepinster moesten we een halfuur een berg op rijden om een beetje bereik te hebben. Maar een paar seconden voor ik live ging, viel de satellietwagen uit. Paniek! En net toen het toch lukte, kwam er een helikopter twee meter boven mijn hoofd hangen.’Beeld vrt

De Buigzame waarheid

Wat boeit je aan de politiek?

Vanrenterghem: “Alles! Het beleid, het mysterie errond. Als politiek journalist moet je altijd kritisch en alert zijn: waarom doet iemand een bepaalde uitspraak? Dat is een groot verschil met justitie: daar is een waarheid waarop je je kunt baseren. Wat het parket, de politie of de rechter zegt, is in principe waar – al moet je uiteraard nog steeds alles kritisch bekijken. In de politiek ben je nooit zeker. Je krijgt altijd een versie van iets. Dan zucht de ene dat de onderhandelingen ‘muurvast zitten’, terwijl de andere tevreden zegt: ‘Nog een paar details en we zijn er.’ Ook wat perslekken betreft moeten we alert zijn: de media weten dat ze gebruikt worden om bijvoorbeeld bepaalde standpunten gewicht te geven, dus moet je er altijd over waken dat je niet voor iemands kar wordt gespannen. Ik vind dat fijn, het houdt me scherp.”

Politici hebben het de voorbije maanden niet makkelijk gehad: de coronacrisis is nog niet goed en wel voorbij of de volgende crisis is al losgebarsten: de oorlog in Oekraïne.

Vanrenterghem: “We hebben wat min of meer het einde van de coronapandemie was zelfs niet kunnen vieren. Ik keek ernaar uit: hoe zullen de politici ermee omgaan, hoe gaan ze recupereren? Het vertrouwen in de politiek is enorm laag, het was goed voor hen geweest als er wat rust in de samenleving was gekomen, en ik denk dat veel ministers er ook naar uitkeken om eens het gewone, normale beleid te voeren. Helaas: de eerste plenaire zitting in het Vlaams Parlement die mocht doorgaan zonder mondmaskers, ging over Oekraïne. Het doorkruiste elkaar volledig. Het is duidelijk dat zoiets niet goed is voor de politiek: wéér zo’n zwaar dossier op de regeringstafels, dat zal onvermijdelijk tot spanning en polarisatie leiden.”

null Beeld Joris Casaer
Beeld Joris Casaer

De gevolgen waren vrijwel meteen voelbaar: na de inval van Rusland werd de felbetwiste kernuitstap teruggedraaid. De jongste twee kernreactoren van België blijven tien jaar langer open om de torenhoge energieprijzen, die sinds de oorlog nog meer zijn gestegen, in de hand te houden en om de bevoorradingszekerheid te garanderen.

Vanrenterghem: “Het zag er lang naar uit dat het dossier in kannen en kruiken was. Tot er op Twitter posts verschenen, voornamelijk van MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez maar ook van anderen, dat de situatie nu wel helemaal anders was. Daarmee alludeerden ze op het ‘uitzonderingszinnetje’ in het regeerakkoord: ‘behoudens onverwachte omstandigheden’. Dat was in het regeerakkoord geslopen bij wijze van consensus, maar bleek uiteindelijk toch van groot belang te zijn. De vraag die in mijn hoofd blijft spelen, is: wat als de oorlog een jaar later was uitgebroken? Dan was de kernuitstap wél volgens plan verlopen en waren we voor onze energie veel afhankelijker geweest van de internationale markten. Of je het nu een goeie of een slechte timing wilt noemen, de kerndiscussie viel plots samen met de oorlog in Oekraïne.”

Voor Groen was de kernuitstap een breekpunt bij de onderhandelingen over de Vivaldi-regering. Hoe groot is de schade nu de partij toch heeft moeten inbinden?

Vanrenterghem: “Moeilijk in te schatten. Natuurlijk is het pijnlijk als een federale minister zegt: ‘Wij zullen de geschiedenis ingaan als de partij die de kernuitstap heeft gerealiseerd’ en daar vervolgens niet in slaagt (een uitspraak van vicepremier van Groen Petra De Sutter vorige zomer in De Standaard, red.). Maar de groenen hebben wel hun identiteit behouden. Ze hebben een bocht gemaakt, en je kunt erover discussiëren of ze dat communicatief goed hebben aangepakt, maar ze zijn wel altijd blijven strijden voor hun ideologie, duurzame energie.”

Intussen is Meyrem Almaci wel afgetreden als voorzitter van Groen.

Vanrenterghem: “Dat zij zou aftreden, hadden we al eerder in de wandelgangen gehoord. Het was duidelijk dat de peilingen niet goed waren, en ook binnen de partij was er kritiek op haar voorzitterschap. Bovendien stond ze al acht jaar aan het roer. Dan is het te begrijpen dat een partij met een ander gezicht een doorstart wil maken.”

#PlekVrij

Nog een gevolg van de oorlog is dat Europa – en dus ook België – opnieuw geconfronteerd wordt met een grote toestroom van vluchtelingen. Weten politici daar raad mee?

Vanrenterghem: “Op dit moment is het een beetje improviseren. Dat kun je hun niet kwalijk nemen, niemand verwacht dat er een draaiboek klaarligt over hoe je moet omgaan met 120.000 Oekraïense vluchtelingen. Het is ook een moeilijke kwestie. In het begin was er grote eensgezindheid, zeker bij de meerderheidspartijen: we moesten die mensen opvangen en helpen met onderdak en onderwijs. Maar gaandeweg staken de typische problemen rond migratie en vluchtelingen toch weer de kop op: de Oekraïners krijgen meteen bepaalde rechten, onder andere de discussie over het leefloon is lopende, waardoor sommige Belgen die het moeilijk hebben zich gediscrimineerd voelen. Het is niet evident om dat goed aan te pakken.”

Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Sammy Mahdi (CD&V) lanceerde vrijwel meteen de hashtag #PlekVrij, een actie waarmee hij burgers aanmoedigt om vluchtelingen thuis op te vangen. In De afspraak noemde Bart De Wever dat een makkelijke oplossing: ‘Hij neemt de vlucht vooruit en zegt: burger los het op.’

Vanrenterghem: “Er was heel snel een oplossing nodig, die mensen kwamen nú aan. De opvangcentra zitten vol en een nieuw centrum is er niet meteen. Ik begrijp dus wel dat de staatssecretaris gebruik wilde maken van de enorme solidariteit die er heerst. Maar ik maakte me wel meteen de bedenking hoe het allemaal concreet zou verlopen. Wie mag mensen opvangen? Worden zij gescreend? Weten ze goed en wel wat ze moeten doen? Hoelang zal de opvang duren? Er was, en er is nog steeds, veel onduidelijkheid. In De zevende dag zei een man die een Oekraïens gezin opvangt: ‘Ik heb er niet over nagedacht, want als je dat wel doet, begin je er niet aan.’ Dat vond ik typerend voor deze situatie.

“Om op je vraag terug te komen: vluchtelingen opvangen bij mensen thuis kán een goede noodoplossing zijn, maar het is sowieso tijdelijk. Als die mensen binnen enkele maanden zeggen dat het genoeg is geweest en dat de Oekraïense gezinnen beter een nieuwe plaats kunnen zoeken, moeten zij eigenlijk meteen kunnen doorschuiven naar een opvangcentrum. De overheid is extra plaatsen aan het creëren. Maar zal dat voldoende zijn? Het wordt een enorme uitdaging.”

Konijn Conner

Een andere politieke crisis situeert zich in de kinderopvang. In Mariakerke, bij Gent, stierf een baby van zes maanden aan een hersentrauma dat ze in de crèche had opgelopen. In Schoten mocht een crèche openblijven, ook al was de uitbaatster veroordeeld voor kindermishandeling. Intussen heeft Kind en Gezin haar vergunning alsnog ingetrokken, maar Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) ligt onder vuur. De oppositie eist zijn ontslag, zelf zegt hij dat zijn ontslag de problemen niet zou oplossen.

Vanrenterghem: “Ik heb de PFOS-onderzoekscommissie gevolgd voor Het journaal en wellicht zal ik die rond de kinderopvang ook volgen. Bij beide verhalen vraag je je af: wat is hier fout gelopen? Gaat het om fouten op administratief niveau of op politiek niveau? Waarin de twee zaken wel verschillen, is dat het hier volledig gaat over de periode van één minister, Wouter Beke, terwijl het PFOS-dossier een langere periode bestrijkt met verschillende legislaturen en ministers. Voor een CD&V-minister is het natuurlijk heel pijnlijk om verweten te worden dat je kinderen in de steek laat – én ouderen, als we de coronacrisis in rekenschap brengen. Voor CD&V, de partij die het gezin voorstaat, zijn dat de gevoeligste onderwerpen om op aangevallen te worden.

Lees ook

Analyse: waarom Wouter Beke geen ontslag neemt

Schandalen in kinderopvang treffen CD&V in het hart:niet alleen Wouter Beke vecht voor zijn overleven

“Beke heeft een aantal zaken voorgesteld, hij heeft onder meer een audit aangesteld om uit te zoeken wat er fout liep. Ik denk dus dat hij van mening is dat hij goed werk leverde, dat het ónder hem verkeerd is gelopen. Maar het feit dat er een onderzoekscommissie komt, betekent dat dat niet voldoende was. Het is geen goede zaak voor Beke. De hele kwestie heeft hem enorme schade toegebracht.”

Was het beter geweest als hij de eer aan zichzelf had gehouden en meteen ontslag had genomen?

Vanrenterghem: “Ik vond het opmerkelijk dat hij zei dat hij zijn verantwoordelijkheid net níét zou nemen door te vertrekken. Het deed me afvragen wat ‘politieke verantwoordelijkheid’ eigenlijk nog betekent. Wanneer moet een ontslag zeker wél? Als je kiespubliek geen vertrouwen meer heeft in je beleid, is het dan nog een goede zaak om aan te blijven? Waarmee ik niet wil gezegd hebben dat niemand nog vertrouwen heeft in Wouter Beke, maar de vraag mag alleszins gesteld worden of ontslag niet beter was. We zullen de resultaten van de onderzoekscommissie moeten afwachten.”

Is zo’n onderzoekscommissie niet vooral een doekje voor het bloeden? Een resem experts die evenveel rapporten schrijven waar we achteraf amper nog iets van vernemen?

Vanrenterghem (knikt): “Het is haast een manier geworden om moeilijke vragen af te wenden. ‘Dat is voer voor de onderzoekscommissie’: ik vermoed dat we die quote de komende maanden veel gaan horen. En het kan inderdaad wel even duren. Op dit moment is de deadline voor de onderzoekcommissie de zomer, al weet je nooit hoeveel tijd er nodig zal zijn.”

In de tussentijd zien we Vooruit-voorzitter Conner Rousseau verkleed als konijn in The Masked Singer, al dateren de opnames wel van enkele maanden geleden, toen er van de oorlog nog geen sprake was.

Vanrenterghem: “Een politicus mag aan zijn populariteit werken en zijn publiek vergroten, ik vind het zelfs een goede zaak als ze daarmee ook de jongeren bereiken. De vraag is alleen: zorgt het er ook voor dat jonge mensen meer betrokken raken bij de politiek? Gaan zij Conner Rousseau nu volgen op sociale media, waar hij inhoudelijk over politiek praat, en raken ze dan door die inhoud overtuigd? Of gaan ze in het kieshokje denken: ha, tof, ‘Konijn’ staat hier ook tussen, dan stem ik daarop, zonder te weten waar hij voor staat? Van mij mag een politicus aan zulke programma’s deelnemen, maar ik ben er niet van overtuigd dat hij daardoor meer mensen warm kan maken voor de ideologie van Vooruit.”

‘Als gerechtsjournalist kom je gruwelijke dingen tegen. Ik hoorde een pedofiel ooit beschrijven hoe hij altijd op wacht stond op een marktplein op zoek naar jonge kinderen. Het bleek de plek te zijn waar ik toen geregeld met mijn zoontje rondliep.’ Beeld Joris Casaer
‘Als gerechtsjournalist kom je gruwelijke dingen tegen. Ik hoorde een pedofiel ooit beschrijven hoe hij altijd op wacht stond op een marktplein op zoek naar jonge kinderen. Het bleek de plek te zijn waar ik toen geregeld met mijn zoontje rondliep.’Beeld Joris Casaer

Adrenalineshot

Voor je overstap naar de Wetstraat was je zoals gezegd gerechtsjournalist. Ook in die rol krijg je geen makkelijke thema’s te verwerken, denk ik.

Vanrenterghem: “Nee. Je hoort gruwelijke dingen. Ik was ooit op het proces van een bende pedofielen. Eén van hen beschreef hoe hij altijd op wacht stond op een marktplein op zoek naar kinderen van liefst 3 à 4 jaar. Het bleek de plek te zijn waar ik ben opgegroeid en waar ik in die periode geregeld met mijn zoontje van die leeftijd rondliep.

“In assisenprocessen moest ik soms luisteren hoe een verkrachter of een seriemoordenaar tot in de kleinste details beschreef wat er gebeurd was, of filmpjes bekijken van zware vechtpartijen. Dat is heel zwaar, maar je moet dat allemaal zien en horen, seconde per seconde, om te weten waarover je het hebt. Ik kon het wel aan, maar ik voel nu toch een opluchting dat ik er niet meer elke dag mee geconfronteerd word.”

Eén van de grootste zaken waarover je verslag hebt gebracht, was die rond Jürgen Conings, de militair die met zware wapens uit de kazerne verdween.

Vanrenterghem: “We hebben daar met een heel team aan gewerkt, maar toen ik naar het jaaroverzicht keek, merkte ik inderdaad dat die zaak een belangrijke fase in mijn carrière is geweest. Samen met de overstromingen in Pepinster.

“Toen de zaak-Jürgen Conings losbarstte, was ik net op de redactie. Ik ben meteen naar Limburg vertrokken. We wisten heel weinig, het was zoeken naar informatie. We hebben zelfs nog gewoon rondgewandeld op de plek waar later zijn lichaam is gevonden, toen nog vanuit de overtuiging ‘hier is hij toch niet’. Naarmate de uren en dagen vorderden, werden wij verder achteruit gedreven, op den duur stonden we op een plek waar niks meer te zien was en waar we ook geen bereik hadden. We moesten satellietwagens inzetten om te kunnen uitzenden. Het was een hele ervaring.”

De spectaculairste die je tot nu toe hebt meegemaakt?

Vanrenterghem: “Goh. Het wás een heftig verhaal. Toen die militaire voertuigen maar bleven komen, met zelfs wagens die speciaal uit het buitenland waren gehaald, stond ik met open mond te kijken. Ik stuurde foto’s naar mijn zeer ervaren collega Jan Balliauw, en zelfs hij was verbaasd: ‘Dat zijn voertuigen die nog nooit uit de kast zijn gehaald!’ Het was dus een ongeziene militaire operatie, maar puur voor mezelf bleef de impact beperkt.

“Ik moet nu spontaan denken aan die keer toen ik in Brussel tijdens rellen vastraakte tussen de relschoppers en de politie. De relschoppers begonnen met stenen te gooien en die kwamen onze richting uit. Daar voelde ik veel meer de adrenaline van het gevaar.”

Is die adrenaline belangrijk voor jou?

Vanrenterghem: “Ik was daar onlangs nog over aan het nadenken, en ik weet het eigenlijk niet. Natuurlijk: ik maak spannende dingen mee. Tijdens de zaak-Conings gingen we met twee journalisten verslag uitbrengen en hadden we toestemming om op een bepaalde plaats live te gaan. Vijf minuten voor de uitzending zei de politie dat we daar toch niet mochten staan. Stress! Ik wist dat er op het einde van de straat een beetje bereik was, wat nodig is om live te kunnen gaan, dus ben ik, samen met de cameraman, beginnen te rennen. Intussen kreeg ik in mijn oortje de melding dat ik de enige was met wie de redactie verbinding kon maken, en dat ik het stuk van mijn collega, dat ik niet had voorbereid, dus óók moest brengen. Het lukte om live te gaan, maar terwijl we in beeld waren, kwam een politieman zeggen dat we nog steeds binnen de perimeter stonden en dat we metéén weg moesten. Ik heb al stappend verslag uitgebracht en kon alleen maar denken: laat me alsjeblieft niet struikelen! Na de live moest ik gaan zitten om te bekomen, en op dat moment kwam er een Franse journaliste me de huid vol schelden. Blijkbaar stond ik in haar beeld. Dat was veel in korte tijd (lacht).

“In Pepinster maakten we iets soortgelijk mee. We moesten een halfuur een berg op rijden om een beetje bereik te hebben. Een paar seconden voor ik live ging, viel de satellietwagen uit. Paniek! En dan: ‘Er is tóch bereik, we kunnen!’ Ik sprong op en begon te praten, en net op dát moment kwam er een helikopter twee meter boven mijn hoofd hangen. Ik moest schreeuwen: ‘Ik hoop dat je mij kunt horen!’

“Het zijn momenten die me absoluut bijblijven, maar of dat nu per se is waar ik naar op zoek ben? (Denkt na) Het gaat me eerder om impact, denk ik. Het gevoel van: het was niet makkelijk, maar we stonden er, en dankzij ons hebben de mensen die beelden gezien. Of: dankzij mijn juiste vragen zijn er verhalen naar boven gekomen die er anders misschien niet waren geweest. Het is een ambitieus doel, dat besef ik, en ik leg er zo’n grote druk mee op mijn eigen schouders dat het bijna waanzin is om eraan te moeten voldoen. Maar ik zou niet tevreden zijn met mijn job als ik dat niet op zijn minst zou nastreven.”

En jouw job is vast al geen nine-to-five.

Vanrenterghem: “Nee. Ik probeer daar wel goed mee om te gaan. Ik zoek bewust naar de balans tussen werk en privé, ik waak erover dat die niet naar de ene of de andere kant overhelt. Ik ben om die reden op tien minuten van de VRT gaan wonen en ik heb voor mijn zoontje van 3,5 een school op wandelafstand gekozen. Mijn hobby’s heb ik op pauze gezet. Ik nam pianolessen, maar daar moet je genoeg tijd in steken, anders lukt het niet en van iets maar half te doen, word ik niet gelukkig. Ik heb ook veel te danken aan mijn man, die trouwens ook bij de VRT werkt. Hij begrijpt het belang van de opdrachten die ik krijg, ik hoef dat aan hem niet uit te leggen. Zo is het allemaal te combineren en blijft de druk onder controle.”

Beperkte Bucketlist

Jij studeerde aan de UGent en de VUB, twee universiteiten waar de voorbije weken verschillende voorvallen van grensoverschrijdend gedrag aan het licht zijn gekomen.

Vanrenterghem: “Dat was voor mij geheel onverwacht. Niet de feiten op zich – er zullen in elke sector nog verhalen opduiken – maar wel dat het dáár gebeurde, verbaasde me. Zelf heb ik alleen maar goeie ervaringen met de proffen. In mijn eerste jaar aan de UGent had ik een slecht resultaat. De prof gaf me tips en motiveerde me om door te gaan, en voor het herexamen haalde ik inderdaad wél goeie punten. Mij ga je dus zeker niet horen zeggen dat er aan de unief een toxische sfeer heerste.”

Heb je op andere momenten ooit met grensoverschrijdend gedrag te maken gekregen?

Vanrenterghem: “Nee. Gelukkig maar. Ik denk dat er ook op dat vlak een enorme evolutie is. Mensen zijn zich er veel meer van bewust dat ze moeten opletten met wat ze tegen iemand zeggen of hoe ze iemand doen voelen, zeker in een hiërarchische relatie.”

Laten we tot slot nog even naar de toekomst kijken. Is de stoel van nieuwsanker je ultieme ambitie?

Vanrenterghem: “Nee. Op dit moment is de Wetstraatjournalistiek zo pril dat ik vooral daarin ambitie heb. Gewoon heel goed worden in wat ik doe. Een netwerk opbouwen en mijn kennis verdiepen waardoor ik steeds betere vragen kan stellen. Dat vraagt tijd en werk, en als dat voor de rest van mijn carrière is, is dat helemaal oké. Misschien ben ik daarin atypisch voor mijn generatie. Het zit bij velen ingebakken om altijd aan de volgende stap te denken, maar voor mij is het goed zoals het nu is. Ik heb geen plan. Dat is niet alleen voor mijn carrière zo, dat is hoe ik in het leven sta. Voor mij zit de grote uitdaging erin om geluk te vinden in de simpelheid. Als de kern goed zit, dán ben je gelukkig, niet als je drie keer naar Zuid-Afrika bent geweest.”

Dus geen bucketlist voor jou?

Vanrenterghem: “Als ik er al één had, zou er maar één ding op staan. Of nee, twee, want ik wil ook heel graag als politiek journalist de verkiezingen meemaken, een wens die hopelijk over twee jaar uitkomt. Maar eerst en vooral hoop ik dat ik op het einde van mijn leven zal kunnen denken: dit was het en ik ben content met alles wat ik heb meegemaakt. Meer moet dat voor mij niet zijn.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234